← Nederland

Verordening langdurigheidstoeslag (Zuidhorn)

Verordening langdurigheidstoeslag De raad van de gemeente Zuidhorn; Overwegende dat de Verordening landurigheidstoeslag WWB aanpassing behoeft; Gezien het advies Burgemeester en Wethouders van 5 maart 2013; Gelet op artikel 147 van de Gemeentewet en artikel 8 lid 1 sub c, jo artikel 30 van de Wet werk en bijstand; BESLUIT: Vast te stellen de Verordening landurigheidstoeslag Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1:1Definities 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: De wet: de Wet werk en bijstand; Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidhorn; De raad: de gemeenteraad van de gemeente Zuidhorn; De peildatum: de datum waartegen de langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd; De referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum; Inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 WWB. In afwijking hiervan wordt een bijstandsuitkering voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag gezien als inkomen. Rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezinslid met recht op langdurigheidstoeslag. Niet-rechthebbend: een alleenstaande, alleenstaande ouder of gezinslid dat op grond van de artikelen 11 of 13 lid 1 WWB is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag. WTOS: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; WSF 2000: Wet studiefinanciering. Hoofdstuk2Recht op langdurigheidstoeslag Artikel2:1Langdurig laag inkomen 1.Aan de voorwaarde van het hebben van een langdurig laag inkomen zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB is voldaan indien gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 100% van de toepasselijke bijstandsnorm en het in aanmerking te nemen vermogen niet hoger is als bedoeld in artikel 34 van de wet. 2.Niet voor langdurigheidstoeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt op grond van de WTOS en de WSF 2000. Artikel2:2Hoogte langdurigheidstoeslag 1.De langdurigheidstoeslag bedraagt (vastgesteld per op 1 januari van het lopende jaar): Voor een gezin: 40% van de voor hen geldende bijstandsnorm; Voor een alleenstaande ouder: 36% van de voor hem geldende bijstandsnorm; Voor een alleenstaande: 28% van de hem geldende bijstandsnorm. 2.Indien sprake is van één of meer niet-hebbende gezinsleden en nog één gezinslid recht heeft op langdurigheidstoeslag, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem zou gelden als alleenstaande of alleenstaande ouder. 3.Voor de toepassing in het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend. Artikel2:3Beleidsregels 1.Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering van deze verordening. 2.De beleidsregels zoals bedoeld in het eerste lid, hebben in ieder geval betrekking op de invulling van het begrip “geen uitzicht op inkomensverbetering” zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 WWB. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel3:1Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2013. Artikel3:2Vervallen De Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand gemeente Zuidhorn

(2009)wordt hierbij ingetrokken en komt te vervallen. Artikel3:3Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening langdurigheidstoeslag. Als dus vastgesteld door de raad van de gemeente Zuidhorn in de openbare vergadering van 8 april 2013 De voorzitter, De griffier,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.