← Nederland

Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren (Veenendaal)

Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren De raad van de gemeente Veenendaal; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 27 oktober 2009, nummer 2009.00020A; overwegende dat: het noodzakelijk is regels te stellen aangaande de inhoud van het werkleeraanbod in het kader van de Wet investeren in jongeren; gelet op: artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 12, eerste lid, onderdeel a van de Wet investeren in jongeren; BESLUIT: vast te stellen de Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen a.wet: De Wet Investeren in jongeren; b.algemeen geaccepteerde arbeid: alle arbeid, niet zijnde arbeid in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, die algemeen maatschappelijk aanvaard is en niet indruist tegen de openbare orde of goede zeden; c.startkwalificatie: een diploma van een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroeps- onderwijs of een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 onderscheidenlijk 8 van de Wet op het voortgezet onderwijs; d.college: het college van burgemeester en wethouders; e.raad De gemeenteraad; Hoofdstuk 2 Beleid en financiën Artikel

  1. Opdracht college
  2. Het college biedt jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod, algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of een voorziening gericht op arbeidsinschakeling aan.
  3. Het college kan het werkleeraanbod ook invullen met een combinatie van algemeen geaccepteerde arbeid, ondersteuning bij de arbeidsinschakeling dan wel één of meerdere voorzieningen.
  4. In afwijking van het tweede lid kan een werkleeraanbod ook bestaan uit een voorbereidingsperiode op een zelfstandig beroep of bedrijf, als bedoeld in artikel 17, zesde lid van de wet.
  5. Het college stemt het werkleeraanbod af op de omstandigheden, krachten en bekwaamheden van de jongere, wiens recht op een werkleeraanbod is vastgesteld. Bij de invulling van het werkleeraanbod onderzoekt het college de mogelijkheden en omstandigheden van de jongere. Zij beziet daarbij tevens in hoeverre de wensen van de jongere bij de invulling van het werkleeraanbod kunnen worden betrokken. Artikel
  6. Aanspraak op ondersteuning
  7. Jongeren die recht hebben op een werkleeraanbod komen in aanmerking voor ondersteuning bij de arbeidsinschakeling en op de naar het oordeel van het college noodzakelijk geachte en beschikbare voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling.
  8. Het college doet een werkleeraanbod dat past binnen de criteria die gesteld zijn in deze verordening en de in artikel 4 genoemde beleidsdocumenten. Artikel
  9. Beleidsdocumenten
  10. De raad stelt ter nadere uitvoering van deze verordening een meerjarige beleidsnota vast alsmede een jaarlijks bestuurlijk actieplan.
  11. De beleidsnota en/of het actieplan omvat in elk geval een omschrijving van het beleid ten aanzien van de arbeidsinschakeling van jongeren en de wijze waarop aandacht wordt besteed aan te onderscheiden doelgroepen; een omschrijving van de beschikbare voorzieningen en instrumenten; het beschikbare budget per voorziening; de wijze waarop de voorzieningen worden ingezet voor de verschillende doelgroepen; de afspraken, die met derden zijn of worden gemaakt over de arbeidsinschakeling van, en het aanbieden van voorzieningen aan jongeren; een omschrijving van de maatregelen die worden genomen om het niet-gebruik van voorzieningen tegen te gaan.
  12. Het college zendt eenmaal per jaar aan de raad een verslag over de effecten van het beleid.
  13. Bij de opstelling van de beleidsdocumenten als bedoeld in het eerste lid alsmede bij het verslag als bedoeld in het derde lid wordt het advies van de Cliëntenraad ‘Werk en Inkomen’ betrokken. Artikel
  14. Verplichtingen van de jongere Een jongere die gebruik maakt van een voorziening is gehouden te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet structuur uitvoering werk en inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. Artikel
  15. Intrekking werkleeraanbod Het college kan het werkleeraanbod intrekken of herzien, indien wijziging optreedt in de omstandigheden, krachten of bekwaamheden van de jongere dan wel indien de jongere niet voldoet aan een of meer op hem rustende verplichtingen als bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet en hem dit te verwijten valt. Artikel
  16. Budgetplafond
  17. Het college kan een of meer budgetplafonds vaststellen voor de verschillende voorzieningen.
  18. Het college kan een plafond instellen voor het aantal personen dat in aanmerking komt voor een specifieke voorziening. Hoofdstuk 3 Subsidie en vergoedingen Artikel
  19. Subsidies
  20. Het college kan subsidie verlenen aan werkgevers die met een jongere een arbeidsovereenkomst sluiten, als tegemoetkoming in de loonkosten en in de kosten van voorbereiding op een beoogd dienstverband met de jongere. Het gaat hier om een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel een aanstelling als ambtenaar als bedoeld in artikel 1, lid 1, van de Ambtenarenwet.
  21. Het college stelt nadere regels over de duur van de subsidie, de hoogte, en de verplichtingen die aan de subsidie worden verbonden.
  22. Het college kan een subsidieplafond vaststellen.
  23. Op de subsidies bedoeld in dit artikel is de Algemene subsidieverordening gemeente Veenendaal niet van toepassing. Artikel
  24. Vergoedingen Het college kan aan een jongere die ten behoeve van de uitvoering van een werkleeraanbod noodzakelijke kosten maakt, een vergoeding voor die kosten verstrekken. Hoofdstuk 4 Slotbepalingen Artikel
  25. Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule
  26. In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.
  27. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel
  28. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na publicatie en werkt terug tot en met 1 oktober
  29. Artikel
  30. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening werkleeraanbod Wet investeren in jongeren. Vastgesteld in de openbare vergadering van 10 december 2009, de heer drs. P.W. Bannink - raadsgriffier de heer mr. T. Elzenga - voorzitter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.