Uitvoeringsregeling wegslepen, bewaren en teruggave van voertuigen1. Aantreffen foutief geparkeerd voertuigDe procedure betreffende de wegsleepregeling start met het aantreffen van een foutief geparkeerd voertuig. Onder “voertuigen” wordt mede verstaan: fietsen, bromfietsen, scooters, invalidenvoertuigen, vrachtauto’s, bussen en aanhangwagens. De eerste afweging, die dan moet worden gemaakt, is of de aangetroffen situatie wegsleepwaardig is. Daarvoor gelden drie criteria: door de wijze van parkeren wordt de veiligheid op de weg in gevaar gebracht en/of door de wijze van parkeren wordt de vrijheid van het verkeer belemmerd en/of er wordt geparkeerd op één van de wegen of weggedeelten, die zijn aangewezen in het Besluit wegslepen van voertuigen en waarop de gemeentelijke wegsleepverordening van toepassing is. Uit de woorden “en/of” blijkt dat er tegelijkertijd sprake kan zijn van meerdere criteria, die de situatie wegsleepwaardig maken. Eén van de criteria is echter voldoende om de wegsleepregeling te kunnen toepassen. Ingevolge artikel 170 eerste lid sub c. van de Wegenverkeerswet, Jº artikel 2 van het Besluit wegslepen voertuigen, Jº artikel 2 van de Wegsleepverordening gemeente Nieuwegein 2004, kan in de gemeente Nieuwegein van de volgende soorten wegen en weggedeelten worden weggesleept: wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 1 van bijlage I bij het RVV 1990 of door middel van een gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24, eerste lid, onderdeel e, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is te parkeren; wegen en weggedeelten waar door middel van bord E 2 van bijlage I bij het RVV 1990 of door middel van een gele doorgetrokken streep als bedoeld in artikel 23, eerste lid, onderdeel g, van het RVV 1990 wordt aangegeven dat het verboden is stil te staan; parkeergelegenheden, aangeduid door bord E4 van bijlage I bij het RVV 1990, waarbij op een onderbord wordt aangegeven: de categorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd, of het parkeren op bepaalde dagen of uren is verboden; taxistandplaatsen, aangeduid door bord E5 van bijlage I bij het RVV 1990; parkeerplaatsen voor gehandicapten, aangeduid door bord E6 van bijlage I bij het RVV 1990; gelegenheden voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen, aangeduid door bord E7 van bijlage I bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor een categorie of groep voertuigen, aangeduid door bord E8 van bijlage I bij het RVV 1990; parkeergelegenheden voor vergunninghouders, aangeduid door bord E9 van bijlage I bij het RVV 1990; voetgangersgebieden, aangeduid door bord G7 of door bord E10 van bijlage I bij het RVV 1990. NoodzaakWellicht ten overvloede wordt nog vermeld, dat het aantreffen van een fout geparkeerd voertuig op een aangewezen weg of weggedeelte, als bedoeld in artikel 2 van het Besluit wegslepen van voertuigen, in beginsel voldoende is om de wegsleepregeling toe te passen. De veiligheid op de weg of de vrijheid van het verkeer hoeft dan niet tevens in het geding te zijn. Wel moet de noodzaak in zekere mate duidelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld het wegslepen van een voertuig om 04.00 uur ’s nachts vanaf een parkeerterrein waarop geen bijzondere situatie van toepassing is (het houden van een weekmarkt op die dag bijvoorbeeld), niet noodzakelijk. ActieAlleen een executieve politieambtenaar, een bevoegde ambtenaar van de Stadswacht Nieuwegein (BOA) of de marktmeester is bevoegd actie te ondernemen na het constateren van de overtreding. Indien er sprake is van een wegsleepwaardige situatie, wordt de wegsleep- en bewaarprocedure in gang gezet. Deze procedure wordt hierna beschreven. Waarnemingstijd Om de overtreding nadrukkelijk te kunnen vaststellen kan allereerst een waarnemingstijd nodig zijn. - Verbod stil te staan Voor constatering van een gedraging in strijd met een verbod stil te staan is geen waarnemingstijd nodig. - Parkeerverboden Bij parkeerverboden lijkt een waarnemingstijd van tien minuten reëel voordat er kan worden geconstateerd dat er sprake is van parkeren. - Parkeren op laad- en loshavens Bij laad- en loshavens wordt een onafgebroken waarnemingstijd van tien minuten aanbevolen, gedurende welke geen laad- en losactiviteiten worden geconstateerd. Pas daarna wordt geconstateerd dat er sprake is van parkeren. 2. Zaakwaarneming en kostenBij een aanrijding of diefstal is er sprake van het BERGEN van een voertuig. De verzekeraarhulpdienst verzorgt dit bergen. 99% van de verzekeringsmaatschappijen vergoeden de kosten hiervan. Indien het voertuig niet (WA) is verzekerd, betaalt de Gemeente als opdrachtgever de kosten voor het slepen, indien de eigenaar of houder deze niet kan of wil vergoeden. Het veiligstellen van een voertuig na inbraak (verbrokken ruit e.d.) valt vaak ook onder deze regeling. De wegsleepverordening is in die gevallen niet van toepassing. Bij twijfel kan de verkeerscoördinator of bij diens afwezigheid met de operationeel commandant van politie van het politiedistrict Lekstroom van de politie, regio Utrecht, worden geraadpleegd. Toepassing procedureDe executieve politieambtenaar, de bevoegde (BOA) ambtenaar van de Stadswacht of de marktmeester (hierna: “de bevoegde functionaris”) schakelt bij een wegsleepwaardige situatie via de meldkamer het wegsleepbedrijf in. De bevoegde functionaris wacht in de nabijheid van het voertuig tot de komst van de takelwagen. Na de komst van de takelwagen maakt het personeel van het takel- en bergingsbedrijf een digitale (of direct klaar-)foto van de situatie. Op de foto moet de overtreding zo veel mogelijk zichtbaar zijn. Hierdoor kan het nodig zijn enkele foto’s te maken. De foto c.q. foto’s worden in het bewaringsregister opgenomen. Daarna controleert het personeel van het wegsleepbedrijf het voertuig op beschadigingen. De bevindingen worden eveneens ingevuld op het “Proces-verbaal van meevoeren en opslaan”. Het personeel van het wegsleepbedrijf overhandigt een blanco exemplaar van het “Besluit tot toepassing van bestuursdwang” aan de bevoegde functionaris die het formulier vervolgens ter plaatse volledig invult. Het model daarvoor is bijgevoegd. Eén doorslag neemt de bevoegde functionaris mee naar het politiebureau of het bureau van de stadswacht ten behoeve van de administratieve afhandeling. Het origineel en de twee andere doorslagen neemt het personeel van het wegsleepbedrijf mee, waarna zij één exemplaar sturen naar de gemeente en één exemplaar hechten aan het bewaringsregister. Het origineel is bestemd voor de eigenaar/houder of gemachtigde van het voertuig. Het personeel van het wegsleepbedrijf vult alvorens de werkzaamheden voorafgaande aan het meevoeren te starten ter plaatse het “Proces-verbaal van meevoeren en opslaan” in. Dit document wordt ondertekend door een medewerker van het wegsleepbedrijf (namens de directeur van dit bedrijf) en de bevoegde functionaris. Na aankomst op de bewaarplaats controleert het personeel van het wegsleepbedrijf het voertuig nogmaals op beschadigingen. De bevindingen worden eveneens ingevuld op het “Proces-verbaal van meevoeren en opslaan”. Het “Proces-verbaal van meevoeren en opslaan” wordt opgenomen in het bewaringsregister. Voor het in bewaring stellen van het voertuig bij een voorlopige maatregel of buitengebruikstelling op grond van de 'wet Mulder' gelden aparte regelingen met betrekking tot de administratieve afhandeling. Schade noteren In verband met de schadevergoedingsplicht van de gemeente op grond van artikel 172, lid 8, WVW 1994 moet het weg te slepen voertuig zorgvuldig worden gecontroleerd op aanwezige schade. De schade wordt genoteerd in het “Proces-verbaal van meevoeren en opslaan”. Ook schade, die wordt veroorzaakt tijdens het bevestigen in het juk of tijdens het overbrengen moet worden genoteerd. Geen Mulder-traject na wegslepen De wetgever zet in de memorie van toelichting uiteen, dat van het instellen van een strafvervolging, dan wel het opleggen van een sanctie ingevolge de Wet Mulder, kan worden afgezien, omdat de overtreder ten gevolge van het wegslepen van het voertuig al genoeg “gestraft” is. De aanhalingstekens worden hier bewust gebruikt, omdat er formeel geen sprake is van straffen. Met het wegslepen wordt beoogd een einde te maken aan een verboden gedraging, niet het bestraffen van de bestuurder. De overtreder wordt bij toepassing van deze bestuursdwang wel met hoge kosten geconfronteerd en kan dit als een straf ervaren. Hierin kan aanleiding worden gevonden van een strafrechtelijk of administratiefrechtelijk vervolg af te zien. Het Openbaar Ministerie heeft met de gemeente Utrecht de afspraak gemaakt dat er behalve in de gevallen dat er gevaarlijk, hinderlijk of geparkeerd wordt op een invalideparkeerplaats geen Mulder-sanctie wordt opgelegd. Er is nog een uitzondering waarin dat wel gebeurt. Dit betreft de situatie dat er meerdere auto’s moeten worden weggesleept om het betreffende terrein te kunnen inrichten voor de markt. In dat geval wordt op de auto’s eerst een Mulder-bon achtergelaten. Vervolgens gaat het wegsleepbedrijf successievelijk de auto’s wegslepen. Op het moment dat daadwerkelijk met het wegslepen wordt begonnen, wordt de Mulder-transactie ingetrokken. Dit wordt zo gedaan om rechtsongelijkheid te voorkomen. Binnen de gemeente Nieuwegein zijn deze afspraken ook van toepassing verklaard. Sleepfasen en kostenHet wegslepen van voertuigen in het kader van bestuursdwang is te verdelen in drie fasen: FASE I: Een wegsleepvoertuig is besteld. Er is sprake van een onvolledige berging indien de eigenaar/houder/bestuurder van het voertuig ter plaatse komt, voordat het wegsleepvoertuig ter plaatse is en de eigenaar/houder/bestuurder het voertuig wil verplaatsen. Er zijn in de gemeente Nieuwegein geen sleepkosten verbonden aan deze fase. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. Uiteraard kan er wel sprake zijn van een Mulder-sanctie. FASE II: De takelwagen is ter plaatse en het voertuig bevindt zich op de lepel van de takelwagen en is vastgesjord; het personeel bevindt zich in de cabine. Vanaf dat moment is er sprake van een volledige berging. De eigenaar/houder/bestuurder komt ter plaatse en wil het voertuig verplaatsen. De kosten overeenkomstig het tarief dat verbonden is aan het overbrengen van het voertuig naar de bewaarplaats, dienen te worden voldaan. De kosten van het overbrengen van een voertuig naar de bewaarplaats bedragen: werkdagen vóór 18:00 uur € 150,--; overige tijden € 180,-- op werkdagen tussen 8.00 uur en 18.00 uur € 150,--; overige tijden € 180,--. De bevoegde functionaris dient de personalia vast te stellen. De kosten voor de volledige berging dienen ter plaatse te worden vergoed. Gebeurt dit niet, dan wordt het voertuig weggesleept en dienen de wegsleepkosten op de bewaarplaats te worden betaald. In alle andere gevallen, zal eerst aan een aantal andere voorwaarden voldaan moeten worden, anders wordt de wegsleepprocedure vervolgd.(bijv. een overtreding van de WAM) FASE III: Het voertuig is/wordt weggesleept en in bewaring gesteld. Teruggave kan slechts plaatsvinden aan de eigenaar of houder of gemachtigde van het voertuig, na betaling van de volledige kosten: de wegsleepkosten en de kosten van bewaring. De kosten van het bewaren van een voertuig bedragen: per etmaal of een gedeelte daarvan: € 6,--, -met een maximum per maand van € 150,--. Ook zal in een aantal gevallen eerst aan andere voorwaarden moeten worden voldaan. Ingeval een voertuig wordt in beslaggenomen en daartoe wordt weggesleept zijn de kosten geheel voor de politie. In een aantal gevallen zijn geen kosten verschuldigd voor degene wiens voertuig is weggesleept. Denk hierbij aan tijdelijke bewaring in het kader van hulpverlening, bij inbeslagneming en in het kader van onder toezichtstelling Voor voertuigen die na het vrijgeven niet worden opgehaald kunnen wel bewaarkosten worden berekend. In deze gevallen zal de bewaarder per aangetekend schrijven de eigenaar /houder hiervan in kennisstellen en zal dit vermeld worden in het bewaarregister. Geen kosten verschuldigdDe kosten van wegslepen en in bewaring stellen zijn niet verschuldigd voor de rechthebbende op het voertuig, indien: niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan; de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, van dien aard waren dat de kosten redelijkerwijs niet verschuldigd zijn, of aannemelijk is dat het voertuig tegen de wil van de rechthebbende is gebruikt en hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. Het genoemde onder a, b of c dient rechthebbende aan te tonen door een afschrift van het vonnis c.q. uitspraak. Een dergelijk afschrift wordt door de griffie van de rechtbank waar de zaak is behandeld ter beschikking gesteld. ATTENTIE: De bovenvermelde bedragen zijn exclusief de eventueel opgelegde of op te leggen boetes, naheffingen en dergelijk. Indien niet tot overbrenging en inbewaringstelling had mogen worden overgegaan, betaalt de gemeente tevens een redelijke schadeloosstelling aan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien het voertuig ten tijde van de overtreding in gebruik was bij een ander dan de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald, treedt die ander voor de toepassing van deze schadeloosstelling in plaats van de rechthebbende die het voertuig heeft afgehaald. Indien aantoonbaar is dat tijdens de overbrenging en bewaring schade aan het voertuig is toegebracht, is de gemeente gehouden deze schade te vergoeden. 4. Bewaren van voertuigenAanvang van het bewarenHet is belangrijk te weten wanneer er een aanvang is gemaakt met het bewaren van een voertuig. Aan het bewaren van een voertuig zijn vaak (verhaalbare) bewaarkosten verbonden. Het tijdstip van bewaren gaat, na het wegslepen van een voertuig in, op het moment dat het voertuig van het wegsleepvoertuig is losgekoppeld op de plaats van bewaring. Plaats van het bewarenHet bewaren geschiedt op de daarvoor bestemde plaats. Deze plaats staat in de wegsleepregeling beschreven. Het beleid dient er op gericht te zijn de bewaartijd van voertuigen op de aangewezen bewaarplaats te beperken.1 Een inbeslaggenomen voertuig wordt, indien het niet meer nodig is voor het onderzoek, zo spoedig mogelijk overgedragen aan de Inspectie der Domeinen. Degene die het onderzoek doet zal hiertoe opdracht moeten geven (aantekenen bewaringsregister). De bewaarder draagt zorg voor de deponering. ProcedureHet voertuig wordt geplaatst op de daarvoor aangewezen plaats zoals omschreven in de wegsleepregeling. Ingeval er van een motorvoertuig contactsleutels aanwezig zijn, worden deze overgedragen aan de bewaarder. Het wegsleepbedrijf draagt er zorg voor dat het voertuig op de juiste wijze wordt ingeschreven in het bewaringsregister. Daarbij dienen de omstandigheden die verwijdering noodzakelijk maakten te worden vermeld. Tevens dient in het bewaringsregister te worden vermeld onder welke voorwaarde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.