Gedragscode college van burgemeester en wethoudersGedragscode voor het college van burgemeester en wethouders (artikel 69, lid 2 jo. 41c, lid 2 van de Gemeentewet) 1Algemene bepalingen 1.1Onder het college wordt verstaan: het college van burgemeester en wethouders. 1.2Deze gedragscode geldt voor de voorzitter en alle leden van het college. 1.3In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college. 1.4De code is openbaar en door derden te raadplegen. De code kan opgevraagd worden bij de gemeentesecretaris. 1.5De leden van het college ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. 2Belangenverstrengeling en aanbesteding 2.1Een lid van het college doet opgave van zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties, waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt. De opgave is openbaar en door derden te raadplegen. De opgave kan opgevraagd worden bij de gemeentesecretaris. 2.2Bij privaat- publieke samenwerkingsrelaties voorkomt een lid van het college (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 2.3Een oud-collegelid wordt het eerste jaar na beëindiging van zijn collegelidmaatschap uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. 2.4Een lid van het college die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijk betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 2.5Een lid van het college neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. 3Nevenfuncties 3.1Een lid van het college vervult geen nevenfuncties waarbij strijdigheid is of kan zijn met het belang van de gemeente. 3.2Een lid van het college maakt melding van al zijn nevenfuncties bij de gemeentesecretaris, waarbij tevens wordt aangegeven of de functie wel of niet bezoldigd is. De gemeente-secretaris zorgt er jaarlijks voor dat de lijst met nevenfuncties geactualiseerd wordt. De lijst wordt ter kennisname toegevoegd aan de lijst van ingekomen stukken. 3.3Een lid van het college die een nevenfunctie wil vervullen, anders dan uit hoofde van het collegelidmaatschap, bespreekt dit voornemen in het college. Daarbij komt tevens aan de orde hoe wordt gehandeld met betrekking tot eventuele vergoedingen en de te maken kosten. 4Informatie 4.1Een lid van het college gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn collegelidmaatschap beschikt. Hij verstrekt geen geheime informatie. 4.2Een lid van het college houdt geen informatie achter, tenzij deze geheim of vertrouwelijk is en het geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4.3Een lid van het college maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het collegelidmaatschap verkregen informatie. 5Aanneming van geschenken 5.1Geschenken en giften waarvan de waarde de € 25,-- te boven gaat en die een lid van het college uit hoofde van zijn functie ontvangt, worden gemeld en geregistreerd en zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. 5.2Geschenken giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd, wordt dit gemeld in het college waar een besluit over de bestemming van het geschenk wordt genomen. 6Bestuurlijke uitgaven 6.1Een lid van het college is verplicht om bij indiening van een declaratie gebruik te maken van een geleideformulier. 6.2Het college ontvangt ieder kwartaal een overzicht omtrent de besteding van budgetten van de concerncontroller. Dit overzicht wordt ter kennisname voorgelegd aan de raad. De accountant controleert op de naleving. 6.3De ´Verordening vergoeding onkosten wethouders´ is hierop van toepassing. Zie voor de declaratie van onkosten punt 7.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.