Uitvoeringsbesluit bij de verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuningBurgemeester en wethouders van Nieuwegein, Gelet op het bepaalde in artikel 1 van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Nieuwegein, besluiten vast te stellen "het Uitvoeringsbesluit bij de verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning". HOOFDSTUKIALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Beperkingen 1.Voor voorzieningen waarvan de kosten minder dan € 50,00 bedragen, wordt geen financiële tegemoetkoming en forfaitaire vergoeding verleend. 2.Een persoonsgebonden budget bij een periodieke voorziening dat lager is dan € 5,00 per maand wordt niet uitbetaald. Artikel2Indexering Burgemeester en wethouders kunnen jaarlijks per 1 februari de in het kader van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning en de in dit Uitvoeringsbesluit genoemde bedragen als volgt verhogen of verlagen: eigen bijdrage volgens het besluit maatschappelijke ondersteuning woningaanpassingen volgens de prijslijsten markt persoonsgebonden budget huishoudelijke hulp volgens indexatie zorg in natura persoonsgebonden budget, financiële tegemoetkoming, forfaitaire vergoeding en gebruikelijke kosten volgens prijsindex gemeentelijke begroting van het betreffende dienstjaar Artikel3Kamerbewoners en leden van een woongroep Kamerbewoners en alleenstaande leden van een woongroep worden niet gezien als huisgenoten. HOOFDSTUKIIVORM VAN TE VERSTREKKEN INDIVIDUELE VOORZIENINGEN Artikel4Zorg in natura, persoonsgebonden budget, financiële tegemoetkoming of forfaitaire vergoeding De voorzieningen worden verstrekt in de vorm van zorg in natura, een persoonsgebonden budget, financiële tegemoetkoming of forfaitaire vergoeding. Artikel5Beperkingen in de keuzevrijheid 1.In de volgende gevallen wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt: wanneer de aanvrager niet in staat is om het budget te beheren en er geen wettelijke vertegenwoordiger is die de beheerstaak kan overnemen; wanneer de aanvrager onder bewind is gesteld; wanneer de aanvrager een eerder toegekend persoonsgebonden budget heeft misbruikt of onverantwoord heeft gebruikt. 2.Er wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt voor voorzieningen die incidenteel worden gebruikt. 3.Er wordt geen voorziening in natura verstrekt voor voorzieningen die zo persoonsgebonden zijn dat zij zich daarvoor niet lenen. Artikel6De voorwaarden voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget Aan het verstrekken van een persoonsgebonden budget worden de volgende voorwaarden verbonden: De voorziening moet binnen twee maanden leverbaar zijn. De voorziening wordt verstrekt voor een bepaalde termijn, welke termijn in de beschikking wordt opgenomen. De gebruiker is verplicht om wijzigingen in de situatie die van invloed kunnen zijn op de verstrekking aan de gemeente door te geven. Als waarborg dat de aanvrager een adequate voorziening aanschaft, moeten de materiële voorzieningen, woonvoorzieningen, rolstoel en verplaatsingsmiddelen, voldoen aan het programma van eisen dat door de gemeente is opgesteld. Voor zover van toepassing moeten deze voorzieningen het CE keurmerk hebben. Een materiële voorziening wordt lineair afgeschreven in zeven jaar. Voor de sportrolstoel of andere sportvoorziening voor sportbeoefening geldt een afwijkende termijn van drie jaar (zie verder artikel 18). Voor de meerwaarde van de woning geldt een afwijkende termijn van tien jaar (zie verder artikel 17). Wanneer de materiële voorzieningen binnen de afschrijvingstermijn niet meer nodig zijn of vervangen moeten worden, wordt het restbedrag teruggevorderd of verrekend met het persoonsgebonden budget voor de volgende voorziening. Het is niet mogelijk om een voorziening bij de gemeente in te ruilen die met een persoonsgebonden budget is aangeschaft. De budgethouder of diens vertegenwoordiger moeten de restwaarde van de voorziening zelf te gelde maken. De kosten voor onzorgvuldig gebruik komen voor rekening van de gebruiker van de voorziening. Artikel7De betaling van het persoonsgebonden budget 1.Het persoonsgebonden budget wordt volledig, in één termijn uitbetaald, behalve bij periodieke voorzieningen. 2.Het persoonsgebonden budget bij periodieke voorzieningen wordt in termijnen uitbetaald. Artikel8De verantwoording van het persoonsgebonden budget 1.Voor de controle verstrekt de budgethouder aan de gemeente de volgende gegevens: Bij de hulp bij het huishouden: een overzicht van de salarisadministratie en de bewijsstukken daarvan. Bij woonvoorzieningen, rolstoelvoorzieningen en vervoersvoorzieningen de nota en het betalingsbewijs van de aanschaf van de voorziening. 2.Van het toegekende persoonsgebonden budget hoeft 1,5% van de netto vergoeding met een minimum van € 250,00 en een maximum van € 1.250,00 niet te worden verantwoord. Van het toegekende persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp t/m klasse 2 hoeft geen verantwoording te worden afgelegd. 3.Als het persoonsgebonden budget niet volledig voor de aankoop van een voorziening is besteed, dient het overgebleven bedrag te worden terugbetaald aan de gemeente. 4.is vervallen Artikel9Eigen bijdragen 1.De eigen bijdrage voor de hulp bij het huishouden is €13,00 per uur. 2.is vervallen 3.Het totale bedrag aan eigen bijdragen per jaar van lid 1 en 2 is maximaal de eigen bijdrage volgens de hierna volgende tabel overeenkomstig artikel 4.1 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 450): Alleenstaanden van 65 jaar en ouder Inkomen minder dan € 15.256,00 per jaar Inkomen meer dan € 15.256,00 per jaar Eigen bijdrage is maximaal Per 4 weken € 17,60 Per 4 weken € 17,60 plus 1/13 van 15% van het inkomen meer dan € 15.256,00 Alleenstaanden jonger dan 65 jaar Inkomen minder dan € 22.222,00 per jaar Inkomen meer dan € 22.222,00 per jaar Eigen bijdrage is Maximaal Per 4 weken € 17,60 Per 4 weken € 17,60 plus 1/13 van 15% van het inkomen meer dan € 22.222,00 Gehuwden/samenw. van 65 jaar en ouder Inkomen minder dan € 21.058,00 per jaar Inkomen meer dan € 21.058,00 per jaar Eigen bijdrage is Maximaal Per 4 weken € 25,20 Per 4 weken € 25,20 plus 1/13 van 15% van het inkomen meer dan € 21.058,00 Gehuwden/samenw. Jonger dan 65 jaar Inkomen minder dan € 27.222,00 per jaar Inkomen meer dan € 27.222,00 per jaar Eigen bijdrage is Maximaal Per 4 weken € 25,20 Per 4 weken € 25,20 plus 1/13 van 15% van het inkomen meer dan € 27.222,00 4.Bij de verstrekking van een rolstoel, een vervoersvoorziening, een woningaanpassing en voorzieningen voor mantelzorgers wordt geen eigen bijdrage berekend. Artikel10Eigen aandeel In geval een aanvrager meer wil dan de goedkoopst adequate voorziening, moet hij of zij de meerkosten voor deze voorziening als eigen aandeel zelf betalen. Artikel11Gebruikelijke kosten 1.Gebruikelijke kosten worden niet vergoed. 2.De onderstaande normbedragen worden niet vergoed: • Voor een aangepaste fiets voor kinderen boven de 12 jaar en volwassenen € 320,16. • Voor een aangepaste buggy voor kinderen onder de 4 jaar € 74,88. • Voor een aangepast fietszitje voor kinderen onder de 8 jaar € 47,16. • Voor een aangepast autozitje voor kinderen onder de 8 jaar € 69,20. HOOFDSTUKIIICOMPENSATIE VAN DE BEPERKINGEN BIJ HET VOEREN VAN EEN HUISHOUDEN: HULP BIJ HET HUISHOUDEN Artikel12Dienstverleningsniveau De behoefte aan hulp bij het huishouden wordt in kaart gebracht met de “International Classification of Functioning”-methode. Voor de indicatiestelling wordt gebruik gemaakt van de Wmo-richtlijn “Indicatieadvisering voor Hulp bij het Huishouden” van het Centrum Indicatiestelling Zorg van december 2006. Dit protocol is bijgevoegd als bijlage II bij dit Uitvoeringsbesluit. Artikel13Gebruikelijke zorg Een persoon komt niet of slechts gedeeltelijk in aanmerking voor hulp bij het huishouden als tot de leefeenheid waar deze persoon deel van uitmaakt, een of meer huisgenoten of kinderen behoren, die in staat zijn (een deel van) het huishoudelijk werk te verrichten. Voor de toetsing van dit criterium wordt gebruik gemaakt van de Wmo-richtlijn “Indicatieadvisering voor Hulp bij het Huishouden” van het Centrum Indicatiestelling Zorg van december 2006. (zie bijlage II bij dit Uitvoeringsbesluit). Artikel14Omvang van de hulp bij het huishouden. 1.De omvang van de voorziening hulp bij het huishouden wordt uitgedrukt in klassen, waarbij de volgende klassen met de daarbij behorende uren kunnen worden toegekend: Klasse 1: 0 tot en met 1,9 uur per week; Klasse 2: 2 tot en met 3,9 uur per week; Klasse 3: 4 tot en met 6,9 uur per week; Klasse 4: 7 tot en met 9,9 uur per week; Klasse 5: 10 tot en met 12,9 uur per week; Klasse 6: 13 tot en met 15,9 uur per week. 2.De bedragen die per klasse in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt zijn als volgt vastgesteld: Voor huishoudelijke hulp 1 (HH1): Klasse 1 € 926,64 per jaar Klasse 2 € 2.779,92 per jaar Klasse 3 € 5.096.52 per jaar Klasse 4 € 7.876,44 per jaar Klasse 5 € 10.656,36 per jaar Klasse 6 € 13.436,28 per jaar Additioneel toegekende uren (hardheidsclausule) € 17,82 per uur Regeling voor overgangscliënten € 22,73 per uur Voor huishoudelijke hulp 2 (HH2): Klasse 1 € 1.410,36 per jaar Klasse 2 € 3.469,44 per jaar Klasse 3 € 6.360,64 per jaar Klasse 4 € 9.830,08 per jaar Klasse 5 € 13.299,52 per jaar Klasse 6 € 16.786,96 per jaar Additioneel toegekende uren (hardheidsclausule) € 22,24 per uur Regeling voor overgangscliënten € 22,73 per uur HOOFDSTUKIVCOMPENSATIE VAN DE BEPERKINGEN IN HET NORMALE GEBRUIK VAN DE WONING: DE WOONVOORZIENINGEN Artikel15De hoogte van de financiële tegemoetkoming of forfaitaire vergoeding voor woonvoorzieningen 1.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor de kosten van woonaanpassingen wordt vastgesteld op: voor kleine woningaanpassingen: de marktconforme prijslijst voor deze voorzieningen (zie bijlage I bij dit Uitvoeringsbesluit); voor grote woningaanpassingen: aan de hand van door de gemeente goedgekeurde offerte(
- s)van deze aanpassingen. 2.De hoogte van het forfaitaire vergoeding voor verhuis- en herinrichtingskosten bedraagt € 2.674,82. 3.De hoogte van de financiële tegemoetkoming in het geval een aanvrager kosten moet maken voor het tijdelijk betrekken van zelfstandige woonruimte en het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte, in verband met het aanpassen van zijn huidige woonruimte of de nog te betrekken woonruimte bedraagt de werkelijke kosten met een maximum van €487,45 per maand. 4.De hoogte van de financiële tegemoetkoming in het geval een aanvrager kosten moet maken voor het tijdelijk betrekken van niet zelfstandige woonruimte, in verband met het aanpassen van zijn huidige woonruimte of de nog te betrekken woonruimte bedraagt de werkelijke kosten met een maximum van € 243,73 per maand. 5.De onder lid 3 en lid 4 genoemde vergoedingen worden uitsluitend verleend voor de periode, dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassingen niet bewoond kan worden en de gehandicapte als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan, met een maximumduur van zes maanden. De eerste maand komt niet voor vergoeding in aanmerking. 6.De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor woningsanering van slaapkamer en/of woonkamer bedraagt maximaal €464,74. Er geldt een afschrijvingstermijn van de te vervangen vloerbedekking en/of gordijnen van zeven jaar, waarin lineair wordt afgeschreven. Artikel16Vergoeding voor onderhoudskosten van woonvoorzieningen is vervallen Artikel17Terugbetaling bij verkoop 1.Als een woonvoorziening, die op grond van de Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is verstrekt, leidt of heeft geleid tot waardestijging van de woning en de eigenaar verkoopt de woning binnen een periode van tien jaar nadat de voorziening gereed is gemeld, dan moet hij het college onverwijld informeren over de verkoop. 2.De termijn voor de afschrijving van de waardestijging van de woning is tien jaar nadat de voorziening gereed is gemeld. 3.Wanneer de woning binnen tien jaar verkocht wordt, moet de waardestijging geheel of gedeeltelijk terugbetaald worden. 4.De meerwaarde van de woning dient volgens het onderstaande afschrijvingsschema te worden terugbetaald: Bij verkoop van de woning in het eerste jaar 100% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het tweede jaar 90% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het derde jaar 80% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het vierde jaar 70% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het vijfde jaar 60% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het zesde jaar 50% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het zevende jaar 40% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het achtste jaar 30% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het negende jaar 20% van de meerwaarde Bij verkoop van de woning in het tiende jaar 10% van de meerwaarde HOOFDSTUKVCOMPENSATIE VAN DE BEPERKINGEN BIJ HET ZICH VERPLAATSEN IN EN OM DE WONING: DE ROLSTOELVOORZIENINGEN Artikel18De hoogte van het persoonsgebonden budget of forfaitaire vergoeding voor rolstoelvoorzieningen 1.Het persoonsgebonden budget voor een rolstoelvoorziening wordt vastgesteld op het bedrag dat de gemeente voor de goedkoopst adequate voorziening zou betalen bij zorg in natura. 2.De hoogte van een forfaitaire vergoeding voor een sportrolstoel of andere sportvoorziening voor sportbeoefening bedraagt € 3.304,80. Bij dit bedrag is uitgegaan van een aanschafprijs van € 2.726,46 en een bedrag van € 578,34 voor onderhoud voor een periode van drie jaar. HOOFDSTUKVICOMPENSATIE VAN DE BEPERKINGEN BIJ HET ZICH LOKAAL VERPLAATSEN PER VERVOERMIDDEL: DE VERVOERSVOORZIENINGEN Artikel19De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen 1.De financiële tegemoetkoming voor een vervoersvoorziening wordt vastgesteld op het bedrag dat de gemeente voor de goedkoopst adequate voorziening zou betalen bij zorg in natura. 2.De financiële tegemoetkoming voor het aanpassen van de eigen auto is voor de diverse aanpassingen gemaximaliseerd (alle bedragen zijn exclusief BTW): • Het linker en rechter gaspedaal opklapbaar maken € 631,89 • Handbedrijfsrem rechts*Deze aanpassingen dienen gekeurd te worden door het R.D.W. € 868,70 • Handbedrijfsrem met segmentgas rechts €1.499,40 • Opklapbaar gaspedaal € 164,22 • Opklapbaar rempedaal € 164,22 • Verlengde slede links €1.088,85 • Richtingaanwijzer en verlichting rechtsbedienbaar d.m.v. smartcontrol €1.859,97**Veel auto’s zijn tegenwoordig uitgerust met Canbus (low power) systeem. • Ruitenwisser linksbedienbaar d.m.v. smartcontrol €1.693,37 • Het aanpassen van de auto voor vervoer met de rolstoel €9.565,01 • Het aanpassen van een busje voor het vervoer met de rolstoel €9.967,00 3.De keuringskosten, welke ook voor vergoeding in aanmerking komen, bedragen € 271,48. Artikel20Algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen Indien het inkomen van een ongehuwde persoon of het gezamenlijk inkomen van gehuwde personen meer bedraagt dan 1,5 maal het bijstandsinkomen wordt het bezit van een personenauto algemeen gebruikelijk geacht. In dat geval komen een auto of een met een auto vergelijkbare voorziening en de daarmee samenhangende gebruiks- en onderhoudskosten, niet in aanmerking voor verstrekking of vergoeding. Artikel21Overgangsregeling vervoerskostenvoorzieningen is vervallen Artikel22Hoogte financiële tegemoetkoming voor een vervoerskostenvergoeding 1.De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor het gebruik van de volgende vervoersvoorzieningen bedraagt maximaal: • eigen auto € 742,77 per jaar • een bruikleen auto € 371,39 per jaar • een individuele taxi € 1.076,49 per jaar • een rolstoeltaxi € 1.614,73 per jaar • eigen auto in combinatie met een andere vervoersvoorziening (scootmobiel, elektrische rolstoel, handbike, etc.) € 608,21 per jaar • een bruikleen auto in combinatie met andere vervoersvoorziening € 379,31 per jaar • eigen auto in combinatie met fiets of spartamet € 236,83 per jaar • de begeleiderskostenvergoeding € 359,00 per jaar 2.De onder lid 1 genoemde vergoedingsbedragen worden in maandelijkse termijnen vooraf uitbetaald. 3.De hoogte van de toe te kennen bedragen is afhankelijk van de vervoersbehoefte, de woonsituatie en de aanwezigheid van andere vervoersvoorzieningen. 4.Voor het toekennen geldt een inkomenstoets zoals genoemd in artikel 20 van dit Uitvoeringsbesluit. 5.Indien het inkomen hoger is dan de inkomensgrens zoals genoemd in artikel 20 van dit Uitvoeringsbesluit, wordt het bedrag van de overschrijding in mindering gebracht op de toe te kennen vergoeding. HOOFDSTUKVIICOMPENSATIE VAN DE BEPERKINGEN DIE EEN MANTELZORGER ONDERVINDT Artikel23Voorzieningen voor mantelzorgers De ondersteuning op basis van artikel 28 lid 1a van de verordening wordt nader uitgewerkt in overleg met het Steunpunt Mantelzorg. In afwachting van deze uitwerking wordt voor aanvragen ad-hoc een voorziening getroffen. HOOFDSTUKVIIIHET VERKRIJGEN VAN INDIVIDUELE VOORZIENINGEN Artikel24Samenhangende afstemming is vervallen HOOFDSTUKIXSLOTBEPALINGEN Artikel25Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op 5 februari 2009 Artikel26Overgangscliënten Artikel26Overgangscliënten Aan overgangscliënten die hulp krijgen van een aanbieder die in 2007 geen contract heeft met de gemeente, is desgewenst een persoonsgebonden budget verstrekt. Dit budget is berekend op basis van het aantal zorguren dat zij in 2006 ontvingen. Het budget is maximaal verstrekt voor de resterende duur van de indicatie én zolang men de hulp heeft van de aanbieder uit 2006. Artikel27Overgangscliënten met AWBZ-indicatie Voor cliënten met een AWBZ-indicatie die niet tijdig zijn geherïndiceerd geldt dat de AWBZ-indicatie mag doorlopen tot herindicatie heeft plaatsgevonden. Artikel28Intrekking besluit Financiële Tegemoetkomingen Gehandicapten Het Besluit Financiële Tegemoetkomingen Voorzieningen Gehandicapten gemeente Nieuwegein 2004 wordt ingetrokken Artikel29Citeerwijze Dit besluit wordt aangehaald als Uitvoeringsbesluit Wmo. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 2 juni 2009 Burgemeester en wethouders van Nieuwegein, De secretarisP.C.M.van Elteren de burgemeesterC.M.de VosBijlageImarktconforme prijslijst voor kleine woningaanpassingen Prijzen per 01-01-2010 Totaalprijs DE PRIJS IS INCL BTW, arbeid, winst & risico ( 3 %) en algemene kosten ( 7 %) in EURO 1. Wandbeugel 30 CM Linido LI2611.030 74 2. Wandbeugel 40 CM Linido LI2611.040 76 3. Wandbeugel 50 CM Linido LI2611.050 78 4. Wandbeugel 60 CM Linido LI2611.060 82 5. Wandbeugel 70 CM Linido LI2611.070 85 6. Wandbeugel 80 CM Linido LI2611.080 88 7. Wandbeugel 90 CM Linido LI2611.090 88 8. Wandbeugel 100 CM Linido LI2611.100 91 9. Wandbeugel 110 CM Linido LI2611.110 106 10. Wandbeugel 120 CM Linido LI2611.120 111 11. Wandbeugel 130 CM Linido LI2611.130 114 12. Wandbeugel 140 CM Linido LI2611.140 118 13. Wandbeugel 150 CM Linido LI2611.150 188 14. Wandbeugel 160 CM Linido LI2611.160 193 15. Wandbeugel 170 CM Linido LI2611.170 195 16. Wandbeugel 180 CM Linido LI2611.180 198 17. Wandbeugel 190 CM Linido LI2611.190 199 18. Wandbeugel 200 CM Linido LI2611.200 203 19 Vaste beugel 50 CM Linido LI2601.050 128 20 Vaste beugel 60 CM Linido LI2601.060 131 21 Vaste beugel 70 CM Linido LI2601.070 133 22 Vaste beugel 80 CM Linido LI2601.080 136 23 Vaste beugel 90 CM Linido LI2601.090 137 24 Opklapbare beugel 50 CM Linido LI2603.250 156 25 Opklapbare beugel 60 CM Linido LI2603.260 158 26 Opklapbare beugel 70 CM Linido LI2603.270 160 27 Opklapbare beugel 80 CM Linido LI2603.280 163 28 Opklapbare beugel 90 CM Linido LI2603.290 168 29 Statief voor opklapbare beugel Linido LI2608.000 143 30 Hulppootset voor opklapbare beugel LI2614.200 69 31 Wastafel beugel Linido LI2606.000 (700x500mm) 269 32 Wastafel beugel Linido (afwijkende maten) 69 33 Hoekwandbeugel linido LI2611.003 141 34 Hoekwandbeugel linido LI2611.004 141 35 Wandbeugel 45 graden linido LI2611.007 107 36 Wandbeugel 45 graden linido LI2611.008 111 37 trapspilbeugel linido LI2611.011 160 38 trapspilbeugel linido LI2611.012 160 39 Kozijnbeugel linido LI2619.045 ( uitsluitend in wit ) 89 40 Horizontale Hoekwandbeugel linido LI2640.000 178 41. Triangel linido LI2612.000 126 42. Wegzwenkbare papegaai linido LI2613.000 254 1. Douchezitting linido LI2201.200, muurbevestiging 253 2. Douchezitting linido LI2202.200, muurbevestiging, met rugleuning 261 3. Douchezitting linido LI2203.200, muurbevestiging, met rugleuning en armleggers 402 5. DUBBELE hulppootset voor douchezitting linido LI2214.201 114 6. Douchezitting op vloerstatief, vaste zithoogte linido LI2244.000 729 7. Douchezitting op vloerstatief, instelbare zithoogte linido LI2254.000 802 1. Verhoogd closet Sphinx 43 SV (4+) 327 2. Verhoogd closet Sphinx 73 AO (6+) 358 3. Verhoogd closet Sphinx 73 PK (6+) 327 4. Verhoogd closet Sphinx 83 AO (10+) 374 5. Verhoogd closet Sphinx 83 PK (10+) 345 6. Closetzitting Eurobase zonder deksel 44 7. Closetzitting Pressalit VOOR ERGONOMISCHE ZITTING 111 8. MEERPRIJS STORTBAK vervangen 175 Thermostatische douchemengkraan Gustavsberg TK35 (TK30=langere levertijd) 1. • bestaande leidingen h.o.h. 120 mm / 150 mm 310 2. Thermostatische douchemengkraan met kunststof hendel Gustavsberg TK32 460 • bestaande leidingen h.o.h. 120 mm / 150 mm 3. THERM BADmengkraan met douche-aansl en hendel Gustavsberg TK37 526 Douchemengkraan met korte hendel (EKA206), 90 mm 4. • EK09 (leidingen h.o.h. 120
- mm)245 5. • EK26 (leidingen h.o.h. 150
- mm)253 Douchemengkraan met lange hendel (EKA230), 170 mm 6. • SK09 (leidingen h.o.h. 120
- mm)264 7. • SK26 (leidingen h.o.h. 150
- mm)270 8. Keukenmengkraan met HOGE UITLOOP Grohe 33898 Euroeco (op blad) 269 Keukenmengkraan met korte hendel (EKA206), 90 mm (op wand) 9. • EK07 (draaibare onderuitloop 160
- mm)294 10 • EK08 (draaibare onderuitloop 200
- mm)294 Keukenmengkraan met korte hendel (EKA230), 170 mm (op wand) 11 • SK07 (draaibare onderuitloop 160
- mm)323 12 • SK08 (draaibare onderuitloop 200
- mm)323 13 Keukenmengkraan met korte hendel en HOGE UITLOOP EK75 op BLAD 360 14 Wastafelmengkraan EK03 met korte hendel (EKA206), 90 mm 258 15 Wastafelmengkraan SK03 met lange hendel (EKA230), 170 mm 272 16 Wastafelmengkraan met HOGE UITLOOP EK 15 292 17 Fonteinkraan met kunststof hendel SK55 159 18 Wasmachinekraan met kunststof hendel SK60 126 19 Glijstangcombinatie Grohe, Relexa plus, 28674000 152 Aansluitpunt scootmobiel GIJS VAN DE POL 234 Aansluitpunt traplift GIJS VAN DE POL 345 Tussenmeter 137 20 Kleine drempelplaat , afmeting tot ± 2m2, tranenplaat met ondersteuning 225 21 Houten drempelplaat voor binnenzijde 63 22 verwijderen drempel en plaatsen platte strip 53 23 Houten gelakte leuning per meter inclusief beugels 69 24 Slipsafe. Tot 5 m² basisprijs 387 Tot 10 m² 457 BijlageIIProtocol “Indicatieadvisering voor Hulp bij het Huishouden” van het Centrum Indicatiestelling Zorg, van december 2006 VoorwoordDe basis voor deze Wmo richtlijn Hulp bij het huishouden is het CIZ protocol huishoudelijke verzorging voor de indicatiestelling AWBZ en het protocol Gebruikelijke Zorg, beide uit 2005. De functie Huishoudelijke Verzorging (HV) is per 1 januari 2007 uit de AWBZ gehaald en in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) als Hulp bij het Huishouden (HH) opgenomen. Om tot deze Wmo richtlijn te komen is het AWBZ protocol Huishoudelijke Verzorging en Gebruikelijke Zorg aangepast op basis van de Wmo modelverordening en modelbeleidsregels van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze modelverordening en modelbeleidsregels zijn bedoeld voor gemeenten als hulpmiddel voor het opstellen van een eigen Wmo verordening en beleidsregels. In de toelichting op de modelverordening stelt de VNG: “In deze modelverordening is vormgegeven aan het compensatiebeginsel zonder de regels van de Wet voorzieningen gehandicapten en de regels rond de functie huishoudelijke verzorging uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) geheel los te laten. Dit is van belang om niet een vacuüm te laten ontstaan, te meer daar het overgangsrecht zoals geregeld in de Wmo bestaande cliënten maximaal één jaar het behoud van de oude rechten op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten of de Wet voorzieningen gehandicapten biedt.” Het is de verwachting dat in de toekomst gemeenten eigen beleid zullen gaan maken wat mogelijk meer af zal wijken van de functie huishoudelijke verzorging zoals die was in de AWBZ. InleidingDe gemeente heeft de plicht om burgers met beperkingen in staat te stellen om een huishouden voeren. Hiertoe behoort zowel de hulp bij het huishouden als de Wmo-woonvoorzieningen. In de modelverordening wordt er van uitgegaan dat: “een persoon pas behoefte kan hebben aan hulp bij het huishouden indien dat huishouden in een voor hem geschikte woning is gesitueerd.” Dit betekent dat woonvoorzieningen voorliggend kunnen zijn op Hulp bij het huishouden, bijvoorbeeld een woningsanering of het plaatsen van een wasmachine op een verhoging. De hulp bij het huishouden kan in 3 vormen als voorziening worden verstrekt: Hulp bij het huishouden als algemene voorziening Hulp bij het huishouden in natura Persoonsgebonden budget (PGB) voor hulp bij het huishouden Ad. 1 In de modelverordening is dit omschreven als: “een snelle en eenvoudige dienstverleningsoplossing zonder veel administratieve rompslomp voor gemeente en aanvrager. Gedacht moet worden aan het vormen van direct beschikbare hulp bij het huishouden vanuit bijvoorbeeld een wijksteunpunt met name voor eenvoudige werkzaamheden, al dan niet op basis van een kortdurende hulpbehoefte.” De regels voor algemene voorzieningen zijn de volgende: Het gaat om een voorziening die in tijd een korte duur heeft; Het gaat om een voorziening die betrekking heeft op lichte, niet complexe zorg; Of het gaat om een voorziening ten behoeve van een incidentele zorgbehoefte. Denk hierbij bijvoorbeeld aan lichte, niet complexe zorg, zoals tijdelijke hulp bij het huishouden na een ziekenhuisopname. Het is niet mogelijk om een algemene voorziening als PGB te ontvangen. Er wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Ad. 2/3 Het primaat ligt bij de hulp bij het huishouden als algemene voorziening. Cliënten kunnen in aanmerking komen voor hulp bij het huishouden in natura of PGB als de hulp bij het huishouden als algemene voorziening een onvoldoende oplossing biedt of niet beschikbaar is. Ad. 1/2/3 Gemeenten kunnen de hulp bij het huishouden aanbieden in uren of in klassen. Gemeenten kunnen de maximale geldigheidsduur van de indicatie bepalen. 1. Uitgangspunten voor Hulp bij het huishouden1.1. Als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden Hulp bij het huishouden is aan de orde als er beperkingen zijn bij het voeren van een huishouden. Dat kan zich uiten in vervuiling (van de woning of van kleding), verwaarlozing (gezondheidsrisico’s, persoonlijke verzorging, voeding en vocht) of ontreddering van zichzelf of van afhankelijke huisgenoten waardoor het functioneren in huis maar ook buitenshuis belemmerd wordt. 1.2. Onderdelen van hulp bij het huishouden Hulp bij het huishouden kan als voorziening veelomvattend zijn. Het kan gaan van het motiveren tot of aansturen van, tot het instrueren en zonodig overnemen van: Het zorgen voor eten en drinken: aanschaffen van voedingsmiddelen, bereiden en tot zich doen nemen van voeding en drinken, afvoeren van vuilnis. De essentiële hygiëne van de huishouding: schone bedden, kleding, sanitair, vloeren stofzuigen en dweilen. Incidentele werkzaamheden als het schoonhouden van ramen, kasten et cetera. Verzorgen van dieren en planten. Het verzorgen van de aanwezige hulpbehoevende personen (volwassenen en kinderen). De veiligheid van en de regie over het huishouden. 1.3. De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijkOnder een leefeenheid wordt verstaan “alle bewoners die een gemeenschappelijke woning bewonen met als doel een duurzaam huishouden te voeren”. De leefeenheid is primair zelf verantwoordelijk voor het eigen huishouden, met inbegrip van het bevorderen en instandhouden van gezondheid, levensstijl en de wijze waarop de huishouding wordt gevoerd. Hulp bij het huishouden is er als aanvulling op de eigen mogelijkheden. Als er sprake is van kamerverhuur, rekenen we de huurder van de betreffende ruimte niet tot het huishouden. Als mensen zelfstandig1Denk aan woongroepen, kamerverhuur, hat-eenheden, meerdere generaties in een huis. samenwonen op een adres en gemeenschappelijke ruimten delen, veronderstellen we dat het aandeel in het schoonmaken van die ruimten bij uitval van een van de leden wordt overgenomen door de andere leden van een leefeenheid. Het eventuele positieve advies voor HH betreft dan alleen de eigen woonruimte (kamers) van de zorgvrager en een evenredig deel van het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimten. Er zijn situaties die op een grensgebied liggen. Bij kloostergemeenschappen bijvoorbeeld is wel sprake van een leefeenheid, maar is over het algemeen een taakverdeling, die zich niet leent voor overname. In die situatie kan wel geadviseerd worden voor bijvoorbeeld het schoonmaken van de eigen kamer indien men dit zelf niet meer kan. Gemeenschappelijke ruimten die kenmerkend voor kloosters zijn kunnen niet worden geadviseerd omdat zij het niveau sociale woningbouw te boven gaan (bibliotheken, gebedsruimten, gemeenschapsruimten, refters) en behoren tot de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenschap. 1.4. Onderscheid Hulp bij het huishouden, OB en ABDe begeleiding bij Hulp bij het huishouden is gericht op motiveren, aansturen, instrueren en zo nodig het overnemen van het huishouden. Ondersteunende Begeleiding (OB) is aan de orde wanneer er structurele regieproblemen zijn die zich uiten op meerdere gebieden van het dagelijks leven en de sociale redzaamheid in het algemeen in het geding is. Activerende Begeleiding (AB) is aangewezen als min of meer duurzame verbetering van het functioneren in het algemeen wordt beoogd. Leeftijd of het niet gewend zijn aan huishoudelijk werk kunnen invloed hebben op het vermogen van andere leden uit de leefeenheid om huishoudelijke taken over te nemen. Als dit noodzakelijk is door uitval van een van de leden kan aan de gezonde anderen een instructie worden gegeven voor het aanleren van vaardigheden op huishoudelijk gebied. Ook het trainen van huisgenoten om bepaalde huishoudelijke handelingen te verrichten of om te gaan met huishoudelijke hulpmiddelen valt als activiteit onder de Hulp bij het huishouden: instructie. Het gaat dan om een kortdurende indicatie voor beperkte tijd, waarin de noodzakelijke huishoudelijke vaardigheden worden aangeleerd. 1.5. Voorliggende voorzieningenDe wetgever beschouwt een aantal voorzieningen als voorliggend; dat wil zeggen dat wanneer een adequate oplossing wordt geboden door het gebruik maken van deze voorzieningen, deze optie voorgaat op een Wmo-voorziening. Van algemeen gebruikelijke voorzieningen dient gebruik te worden gemaakt voorzover die beschikbaar en passend zijn: Tot de algemeen gebruikelijke voorzieningen behoren (niet limitatieve lijst): kinderopvang (crèche, kinderdagverblijf, overblijfmogelijkheden op school); voor- en naschoolse opvang; oppascentrale; maaltijddienst; hondenuitlaatservice; boodschappendienst. De voorliggende voorziening moet beschikbaar en passend zijn. Als dit niet het geval is, dan is er geen sprake van een voorliggende voorziening. De indicatiesteller moet de sociale kaart goed in beeld hebben, zodat adequaat beoordeeld kan worden of een voorliggende voorziening daadwerkelijk beschikbaar en passend is. Niet relevant is of men gebruik wil maken van een voorliggende voorziening. Het is in principe ook niet relevant welke kosten aan de voorliggende voorziening zijn verbonden, tenzij sprake zou kunnen zijn van een zogenaamd extreem laag inkomen als geldt bij het begrip algemeen gebruikelijk: een inkomen dat door kosten op grond van de ziekte of het probleem onder de bijstandsnorm uitkomt of dreigt uit te komen door deze kosten. Het is echter afhankelijk van het gemeentelijk beleid, of dit toegepast wordt en hoe. 1.6. Ruilzorg In de Wmo-modelbeleidsregels staat, overgenomen uit het protocol van overdracht, betreffende uitruil van zorg het volgende: “Onder ruilzorg wordt zorg verstaan waarbij de cliënt een indicatie heeft voor huishoudelijke verzorging maar in de praktijk een andere vorm van AWBZ-zorg ontvangt, bijvoorbeeld persoonlijke verzorging. Voor ruilzorg bestaat geen wettelijke basis2Een uitzondering vormt het meervoudige persoonsgebonden budget (bijvoorbeeld combinaties van huishoudelijke verzorging en persoonlijke verzorging). Binnen de PGB-spelregels van de AWBZ mag de cliënt schuiven tussen de zorgfuncties.. Het gaat hierbij om ontstane gedragslijnen. Dergelijke gedragslijnen (al dan niet neergelegd in protocollen) vinden geen basis in de AWBZ en overige relevante wet- en regelgeving. Het gemeentebestuur is juridisch niet gebonden aan deze gedragslijnen. Het verdient aanbeveling dat de gemeente hierover een standpunt inneemt, bijvoorbeeld in het visiedocument. Leidend voor het college is de indicatie en niet de daadwerkelijk geleverde zorg.” Uitruil van zorg betekende in de AWBZ dat de functie HV waarvoor gebruikelijke zorg van toepassing was uitgeruild kon worden tegen een AWBZ functie waarop gebruikelijke zorg niet van toepassing was. Wat veel voorkwam was de uitruil van PV en HV. Een lid van de leefeenheid verleende persoonlijke verzorging aan de hulpvrager en kon ervoor kiezen om persoonlijke verzorging uit te ruilen tegen de functie huishoudelijke verzorging: de gebruikelijke zorger voerde de taken op het gebied van de PV uit, de AWBZ voerde de HV uit. Het uitruilen van AWBZ-zorg en Wmo-zorg is niet mogelijk. Gemeenten kunnen wel in de verordening opnemen dat het in bepaalde situaties, bijvoorbeeld bij dreigende overbelasting van een gebruikelijke zorger die zijn of haar partner persoonlijke verzorging biedt, mogelijk is om Hulp bij het huishouden toe te kennen ondanks dat er sprake is van gebruikelijke zorg. 1.7. Particuliere huishoudelijke hulpParticuliere zorg was onder de AWBZ geen voorliggende voorziening. Niemand kon worden gedwongen zelf te voorzien in een verzekerde voorziening. Het was een keuze van verzekerde zelf. Onder de Wmo ligt dit anders. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om particuliere hulp bij een bepaald inkomen als voorliggende voorziening aan te duiden. Ook kunnen gemeenten stellen dat als cliënten al jaren particuliere hulp hebben, en zij na het ontstaan van beperkingen Hulp bij het huishouden aanvragen, er geen sprake is van meerkosten. In de beslisboom Hulp bij het huishouden is het als volgt opgenomen als variant:3Een variant is een afwijking van de standaard instelling van de beslisboom waarmee gemeenten hun eigen beleid kunnen bepalen. Als een cliënt minder dan 9 maanden van een jaar particuliere hulp heeft gehad en de reden van de aanvraag is gelegen in het feit dat het financieel niet meer haalbaar is of er een andere moverende reden is dan wordt de particuliere hulp niet als algemeen gebruikelijk beschouwd. Als een cliënt 9 maanden van een jaar particuliere hulp heeft en, op moment van de aanvraag, nog steeds hulp heeft die activiteiten overneemt (waarmee de cliënt bij het voeren van het huishouden problemen ondervindt) dan wordt de particuliere hulp als algemeen gebruikelijk beschouwd voor de overgenomen activiteiten en volgt er een negatieve indicatie. Als een cliënt 9 maanden van een jaar particuliere hulp heeft en, op moment van de aanvraag, nog steeds hulp heeft die niet alle activiteiten overneemt (waarmee de cliënt bij het voeren van het huishouden problemen ondervindt) dan kan er een indicatie komen voor de activiteiten die niet overgenomen worden. 1.8. RevaliderenWanneer bepaalde aandoeningen die de oorzaak vormen voor de huishoudelijke beperkingen naar de mening van de (CIZ-) arts nog behandelmogelijkheden biedt, kan in de regel geen Hulp bij het huishouden positief worden geadviseerd. Het gaat hierbij dan met name om Moeilijk Objectiveerbare Aandoeningen (MOA) en psychische aandoeningen. HH kan in een dergelijke situatie immers antirevaliderend werken. Wel kan HH naast een te volgen behandeling of revalidatie positief worden geadviseerd. Hierover is afstemming met de behandelaar nodig. Een dergelijk indicatie(advies) heeft dan in principe een korte geldigheidsduur, afgeleid van de duur van het behandel- of revalidatietraject. 1.9. Technische hulpmiddelen en woonvoorzieningenEr is geen positief advies voor Hulp bij het huishouden als de problemen van de cliënt afdoende kunnen worden opgelost met technische hulpmiddelen of woonvoorzieningen. Hulpmiddelen kunnen bestaan uit algemeen gebruikelijke huishoudelijke apparatuur, zoals een wasmachine of stofzuiger. Deze hulpmiddelen dienen uit oogpunt van verantwoorde werkomstandigheden ook voor een helpende aanwezig te zijn. Daarnaast kan gebruik gemaakt worden van al aanwezige hulpmiddelen, zoals een droogtrommel of een afwasmachine. Als dergelijke apparaten niet aanwezig zijn maar wel een adequate oplossing zouden bieden voor het probleem, is de aanschaf van deze hulpmiddelen voorliggend op het inzetten van hulp. Woonvoorzieningen kunnen bijvoorbeeld keukenaanpassingen of het plaatsen van een verhoging voor een droger/wasmachine betreffen maar ook woningsanering. Hulpmiddelen kunnen ook gefinancierd zijn uit een andere betalingsregeling, gericht op of aangepast aan de handicap van de cliënt (AWBZ, Regeling hulpmiddelen of Wmo). 2. Gebruikelijke Zorg Gebruikelijke zorg is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het huishouden. Gebruikelijke zorg is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die gemeenschappelijk een woning bewoont. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. 2.1. Gezondheidsproblemen of (dreigende) overbelasting Een indicatiesteller kan besluiten dat een huisgenoot of partner geen gebruikelijke zorg kan leveren als deze zodanige gezondheidsproblemen heeft dat de indicatiesteller redelijkerwijs moet concluderen dat de betreffende taken niet door hem uitgevoerd kunnen worden. Een indicatiesteller moet altijd onderzoeken of een leefeenheid, gegeven de voor die leefeenheid geldende gebruikelijke zorg, door de (chronische) uitval van een gezinslid niet alsnog onevenredig belast wordt en overbelasting dreigt. Wanneer partner of huisgenoot gezondheidsproblemen en beperkingen heeft of door de combinatie van een (volledige) werkkring of opleiding en het voeren van het huishouden overbelast dreigt te raken, zullen de (medische) gegevens ter onderbouwing daarvan door de betrokkene moeten worden aangeleverd. Het CIZ moet zich daar dan een geobjectiveerd oordeel over vormen. Wanneer de dreigende overbelasting wordt veroorzaakt door een combinatie van werk en gebruikelijke zorg en andere activiteiten dan werk en huishouden, gaan werk en gebruikelijke zorg voor. Het beoefenen van vrijetijdsbesteding kan op zich geen reden zijn om een indicatie te geven voor gebruikelijke zorg. In geval de leden van een leefeenheid dreigen overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de zieke partner/huisgenoot, kan een indicatie worden gesteld op de onderdelen die normaliter tot de gebruikelijke zorg worden gerekend. In eerste instantie zal die indicatie van korte duur zijn om de leefeenheid de gelegenheid te geven de onderlinge taakverdeling aan de ontstane situatie aan te passen. Hetzelfde geldt als een partner/ouder ten gevolge van het plotseling overlijden van de andere ouder dreigt overbelast te raken door de combinatie van werk en verzorging van de inwonende kinderen. 2.2. Fysieke afwezigheidIndien de huisgenoot van een zorgvrager vanwege werk fysiek niet aanwezig is wordt hiermee bij de indicatieadvisering uitsluitend rekening gehouden, wanneer het om aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen gaat. De afwezigheid van de huisgenoot moet een verplichtend karakter hebben en inherent zijn aan diens werk; denk hierbij aan offshore werk, internationaal vrachtverkeer en werk in het buitenland. Wanneer iemand aaneengesloten perioden van tenminste zeven etmalen van huis is, is er in die periode feitelijk sprake van een éénpersoonshuishouden en kan er geen gebruikelijke zorg worden geleverd. 2.3. Huishoudelijke taken: uitstelbaar en niet uitstelbaarOnder huishoudelijke taken vallen zowel de uitstelbare als de niet-uitstelbare taken. Het verzorgen van –overigens gezonde- kinderen valt ook onder de Hulp bij het huishouden. Niet-uitstelbare taken zijn maaltijd verzorgen, de kinderen verzorgen, afwassen en opruimen; Wel-uitstelbare taken zijn boodschappen doen, wasverzorging, zwaar huishoudelijk werk: stofzuigen, sanitair, keuken, bedden verschonen. 2.4. Bijdrage van kinderen aan het huishoudenIn geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan gaat de indicatiesteller ervan uit, dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken. Kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding. Kinderen tussen 5-12 jaar worden naar hun eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen, kleding in de wasmand gooien. Kinderen vanaf 13 jaar kunnen, naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen, bed verschonen. Taken van een 18-23 jarigeVan een meerderjarige gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt. Een 18-23 jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. De huishoudelijke taken voor een éénpersoonshuishouden zijn: schoonhouden van sanitaire ruimte, keuken en een kamer, de was doen, boodschappen doen, maaltijd verzorgen, afwassen en opruimen. Te normeren naar 2 uur uitstelbare, zware huishoudelijke taken en 3 uur lichte, niet uitstelbare huishoudelijke taken per week. Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden. 3. Normering huishoudelijke taken in minuten .4De normtijden zoals die hier worden gepresenteerd zijn afgeleid van de in de indicatiepraktijk van het CIZ gebruikelijke. Deze normeringen zijn van oorsprong ontwikkeld binnen de setting van de thuiszorg.3.1. Huishoudelijke werkzaamhedenVoor de huishoudelijke verzorging zijn standaardindicaties ontwikkeld die ook gebruikt kunnen worden bij de hulp bij het huishouden en zijn opgenomen in bijlage 1. In deze paragraaf wordt per activiteit een normtijd aangegeven. 3.1.1. Boodschappen voor het dagelijkse leven doenTOTAAL 1 maal per week 60 min p/w Boodschappenlijst samenstellen Boodschappen inkopen en opslaan - wekelijks Factoren meer/minder hulp: Indien het cliëntsysteem bestaat uit meer dan 4 personen, of er zijn kinderen < 12 jaar, kan er 2x per week boodschappen worden geïndiceerd; +30 min, wanneer afstand tot de winkels groot is, 3.1.2. Maaltijdverzorging: bereiding broodmaaltijd/warme maaltijdTOTAAL warm 30 min p.k TOTAAL brood 15 min p.k. Broodmaaltijd klaarzetten Tafel dekken en afruimen Koffie/thee zetten Afwassen (machine-handmatig) Eten bereiden - voorbereiden - koken Opslaan en beheer levensmiddelenvoorraad Afwassen en opruimen Factoren meer/minder hulp Aanwezigheid kinderen < 12 jaar: + 20 min per keer. 3.1.3. Licht poetswerk in huis: kamers opruimenTOTAAL 60-90 min p.w. Activiteiten Afwassen, indien geen maaltijdvoorbereiding is geïndiceerd Handmatig: 15 – 30 minuten per keer Machine in- en uitruimen: 10 minuten per keer Hand en spandiensten Opruimen Totaal dagelijkse beurt interieur is afhankelijk van de grootte van de woning en de specifieke kenmerken van het cliëntsysteem: 15 tot 40 minuten per keer Stof afnemen/ragen Bedden opmaken Factoren meer/minder hulpPG problematiek/communicatieproblemen. Aantal kinderen onder de 12. Huisdieren: bij allergie: eerst sanering. Allergie voor huisstofmijt, COPD: in gesaneerde woning. Ernstige beperkingen in gebruik van armen en handen. Alleen de kamers die in gebruik zijn, worden schoongehouden. Voor een cliëntsysteem zonder kinderen max. 20 min per keer, voor een cliëntsysteem met kinderen < 12 max. 30 min per keer. Frequentie: In principe max. 3 maal per week 20-30 min. Dit betekent dat iemand die naast overname zwaar huishoudelijk werk 1.5 ook overname van licht huishoudelijk werk 1.4 nodig heeft, in de praktijk één klasse boven de klasse voor 1.5 uitkomt. Dus klasse 2 (klein huis, tot 3 kamers/seniorenwoning/ 1 persoon) of 3 (groot huis/3 kamers of meer/ tweepersoons huishouden) 3.1.4. Huishoudelijke werkzaamheden: stofzuigen, wc/badkamer schoonmaken TOTAAL Zwaar huishoudelijk werk: de omvang van de benodigde ondersteuning is meer afhankelijk van de grootte en inrichting van de woning dan van de aanwezigheid van een extra persoon. 1 persoonshuishouden/ < 2 kmrs klasse 1 1x per 3 uur in de 14 dgn, 2 persoonshuishouden/ > 3 kmrs klasse 2 Stofzuigen Schrobben dweilen soppen: sanitair en keuken Bedden opmaken/verschonen Opruimen huishoudelijk afval Factoren meer /minder hulp: zie ook onder 4.1.3. nIn grote woningen met hoge bezettingsgraad, vervuilingsgraad, COPD problematiek5Na sanering. of aanwezigheid van jonge kinderen is een hogere klasse reëel. Verzorgen van huisdieren valt in de marge van de klasse. Frequentie: Met de genoemde verrichtingen worden de wekelijkse activiteiten bedoeld. 3.1.5. Verzorging kleding/linnengoed TOTAAL 1 pers. 60 min 2 pers. 90 min per week Kleding en linnengoed sorteren en wassen in wasmachine Centrifugeren, ophangen, afhalen, Was drogen in droogmachine Vouwen, strijken6Alleen bovenkleding., opbergen Ophangen/afhalen wasgoed Factoren meer minder werk Aantal kinderen < 16 jaar + 30 min per kind per week. Bedlegerige patiënten + 30 min. Extra bewassing i.v.m. overmatige transpiratie, incontinentie, speekselverlies enz.: + 30 min. Frequentie: eenmaal per week, huishoudens met kleine kinderen maximaal 3x per week. 3.2. Organisatie van het huishouden3.2.1. Opvang en/of verzorging van kinderen/volwassen huisgenoten (anderen helpen met zelfverzorging) en anderen helpen bij het bereiden van maaltijden De grondslag ligt bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de ouderrol op zich te nemen. TOTAAL Tot max. van 40 uur aanvullend op eigen mogelijkheden Wassen en aankleden Hulp bij eten en/of drinken Maaltijd voorbereiden Sfeer scheppen, spelen Opvoedingsactiviteiten Factoren meer/minder werkAantal kinderen -/+. Leeftijd kinderen -/+. Gezondheidssituatie/functioneren kinderen/huisgenoten. Aanwezigheid gedragsproblematiek +. Samenvallende activiteiten7Activiteiten die tegelijkertijd kunnen worden uitgevoerd. -. Klasse: afhankelijk van de situatie, indien kinderen < 6 jaar gecombineerd met HH activiteiten tot een max. omvang van 40 uur per week. 3.2.2. Normering activiteiten ten behoeve van de verzorging van kinderen Deze normtijden worden gebruikt bij het berekenen van de totale benodigde tijd voor de activiteiten met betrekking tot kinderen. Hiervoor wordt de normtijd vermenigvuldigd met het aantal keer per dag en het aantal keer per week. Dit levert dan de totaaltijd op van de activiteiten met betrekking tot kinderen. Naar bed brengen 10 min per keer per kind Uit bed halen 10 min per keer per kind Wassen en kleden 30 min per dag per kind Eten en/of drinken geven 20 min per maaltijd Babyvoeding (flesje/potje) 10 min per keer per kind Naar school/crèche brengen/halen 15 min per keer per gezin Het is hierbij mogelijk om taken te combineren. Als kinderen op hetzelfde tijdstip naar bed gaan, telt dat voor 1 keer en niet per kind. De frequentie is gerelateerd aan de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind. 3.2.3. Dagelijkse organisatie van het huishoudenTOTAAL 30 min p.w. administratieve werkzaamheden t.b.v. klant8Alleen in combinatie met andere huishoudelijke activiteiten, valt bij beperkt regelvermogen onder OB. organisatie huishoudelijke activiteiten plannen en beheren van middelen m.b.t. het huishouden Factoren meer/minder werk: Communicatieproblemen. Aantal huisgenoten, vooral kinderen < 16. (psychosociale) problematiek bij meerdere gezinsleden. Frequentie 1 x per week klasse 1-2. 3.3. Hulp bij ontregelde huishouding, in verband met psychische stoornissen 3.3.1. Psychosociale begeleiding, tevens observerenTOTAAL In combinatie met activiteiten onder 1 en 2 30 min p.w. Formuleren doelen/bijstellen doelen met betrekking tot het huishouden Helpen handhaven/verkrijgen/herkrijgen structuur in het huishouden Helpen handhaven vergroten van zelfredzaamheid m.b.t. budget Begeleiden ouders bij opvoeding kinderen9Eerst mate van gebruikelijke zorg bepalen; vervolgens overlap met OB en Jeugdzorg. Begeleiden kinderen10Idem. 3.3.2. Advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden TOTAAL 30 min per keer instructie omgaan met hulpmiddelen Instructie licht huishoudelijk werk Instructie textielverzorging -boodschappen doen -koken Factoren meer/minder werk: nCommunicatieproblemen +. Frequentie: 3 x per week max. 6 weken 3.4. Deskundigheid per activiteitEr zijn gemeenten die de geadviseerde activiteiten per deskundigheid gespecificeerd willen hebben: HH1: Hulp bij huishoudelijke werkzaamheden HH2: Hulp bij de organisatie van het huishouden HH3: Hulp bij een door een psychische stoornis ontregeld huishouden Activiteiten Deskundigheid 1.1 Boodschappen doen HH1 1.2 Maaltijd bereiden: broodmaaltijd HH1 1.3 Maaltijd bereiden: warme maaltijd HH1 1.4 Licht poetswerk in huis: kamers opruimen HH1 1.5 Huis schoonmaken, stofzuigen, wc/badkamer reinigen HH1 1.6 Kleding/linnengoed wassen (“de was doen”) HH1 1.7 Huishoudelijke spullen in orde houden (kleding, apparaten, etc.) HH1 2.1 Anderen in huishouden helpen met zelfverzorging HH2 2.2 Anderen helpen bij bereiden maaltijden, etc. HH2 2.3 Dagelijkse organisatie van het huishouden HH2 3.1 Psychosociale begeleiding; tevens observeren HH3 3.2 Advies, instructie, voorlichting (gericht op het huishouden) HH3 4. Veelgestelde vragen4.1. Maaltijdverzorging en boodschappen doen in de Wmo Maaltijdbereiding en boodschappen doen vindt niet structureel plaats binnen de Wmo hulp bij het huishouden. Cliënten moeten voor de maaltijdbereiding en boodschappen in eerste instantie een beroep doen op de eventueel aanwezige –meerderjarige, gezonde- huisgenoten (gebruikelijke zorg). Als deze door beperkingen in het zelfzorgvermogen de warme maaltijd niet kunnen verzorgen, moet worden nagegaan welke mogelijkheden mantelzorg, vrijwilligers en voorliggende of algemeen gebruikelijke voorzieningen bieden. Te denken valt aan kant en klaarmaaltijden, gemeentelijke maaltijdvoorziening, boodschappendiensten of bezorging aan huis. Indien voorliggende voorzieningen niet tegemoet kunnen komen aan de eisen van een, door een arts voorgeschreven, dieet, kan deze taak in de thuissituatie worden geadviseerd. In leefeenheden met jonge (<12 jr. ) kinderen kan in een crisissituatie voor een beperkte periode, in combinatie met activiteit 2.1. een indicatie gesteld worden. Als de huisgenoten door onvoldoende kennis of vaardigheden niet in staat zijn om te koken, wordt hen aangeboden om het koken te leren. De geldigheidsduur is afhankelijk van de situatie maar maximaal 6 weken. 4.2. Opvang en verzorging van kinderen bij uitval van een van de oudersOuders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. De ouders zorgen voor de opvoeding van hun kinderen. Dit houdt in: het zorgen voor hun geestelijk en lichamelijk welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van hun persoonlijkheid (en naar draagkracht voorzien in de kosten van dit alles). Deze zorgplicht strekt zich uit over opvang, verzorging, begeleiding en opvoeding die een ouder (of verzorger), onder meer afhankelijk van de leeftijd en verstandelijke ontwikkeling van het kind, normaal gesproken geeft aan een kind, inclusief de zorg bij kortdurende ziekte. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke zorg voor de kinderen over. Gebruikelijke zorg voor kinderen omvat in ieder geval de aanwezigheid van een verantwoordelijke ouder of derde persoon conform de leeftijd en ontwikkeling van het kind. Opvang valt niet onder de Hulp bij het huishouden. Verzorging van de kinderen kan, zonodig, wel onder de Hulp bij het huishouden vallen. Eigen oplossingen gaan voorIndien nodig dient de ouder gebruik te maken van de voor hem/haar geldende regeling voor zorgverlof. De indicatiesteller onderzoekt, in geval er mantelzorg aanwezig is, wat in redelijkheid met mantelzorg kan worden opgevangen. Is dit niet mogelijk dan dient de ouder gebruik te maken van (een combinatie van ) crèche, opvang op school, buitenschoolse opvang, gastouder ed. (de zogenaamde algemeen gebruikelijke voorliggende voorzieningen). Het verplichte gebruik van alternatieve opvangmogelijkheden voor kinderen is redelijk, onafhankelijk van de financiële omstandigheden. Voorkomen van crisis en ontwrichtingZijn deze mogelijkheden reeds maximaal gebruikt of afwezig, of is er slechts kortdurend overbrugging nodig in noodgevallen, dan kan Hulp bij het huishouden worden ingezet. Structurele opvang van kinderen valt niet onder de Hulp bij het huishouden. Niet-structurele opvang van kinderen kan alleen bij ontwrichting of calamiteiten tot een indicatie(advies) voor Hulp bij het huishouden voor een beperkte tijd leiden. Verzorging van de kinderen kan, zonodig, wel een onder de Hulp bij het huishouden vallen. 4.3. Uitval van ouder in éénoudergezinIndien er sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin, of beide ouders ondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de kinderen, wordt er eerst nagegaan wat mantelzorg opvangt, en wat vrijwilligers als vervangende mantelzorg, voorliggende voorzieningen en algemeen gebruikelijke voorzieningen kunnen opvangen. Oppas en opvang van gezonde kinderen vallen in principe niet onder de Wmo, daarvoor zijn andere, algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen voorhanden. Wel is er een indicatie mogelijk voor de verzorging van de kinderen conform leeftijd. Gebruik van kinderopvang/crèche als voorliggende voorziening voor oppas en opvang van gezonde kinderen tot 5 dagen per week is redelijk. Indien indicatiesteller zich ervan heeft vergewist dat de voorliggende algemeen gebruikelijke voorzieningen niet aanwezig of niet toepasbaar zijn of zijn uitgeput is bij uitval van de ouder in een éénoudergezin afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind een advies voor Hulp bij het huishouden mogelijk tot 40 uur per week voor oppas en opvang van gezonde kinderen. Een dergelijke indicatie is in principe van korte duur (maximaal 3 maanden), de periode waarin een eigen oplossing moet worden gevonden. 4.4. Ouderlijke zorgplicht bij echtscheiding Bij echtscheiding vervalt het samenwonen en daarmee dus ook de gebruikelijke zorg voor het huishouden en de onderlinge persoonlijke verzorging van partners. De zorgplicht voor de kinderen verdwijnt niet. Bij uitval van de verzorgende ouder moet wel onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheid van opvang van de kinderen door de niet thuiswonende ouder door te kijken naar de voor de rechtbank vastgelegde afspraken tussen de ex-echtgenoten. Voor die perioden dat de kinderen bij de verzorgende -uitgevallen- ouder zijn kan er dan een indicatie voor opvang zijn. Als de zorgplicht door de niet-verzorgende ouder kennelijk niet wordt nagekomen, beschouwen we de situatie als een éénoudergezin. 4.5. Huishoudelijke verzorging in terminale situaties.In terminale of andere chronische situaties waarin gebruikelijke zorgers zwaar belast worden met zorgtaken kunnen de normeringen betreffende gebruikelijke zorg soepeler worden gehanteerd. 4.6. Hulp bij het huishouden boven de 75 jaarWanneer in redelijkheid niet (meer) kan worden verondersteld dat een nieuwe taak als het huishouden nog is te trainen of aan te leren, zoals bij ouderen op hoge leeftijd (> 75 jaar) kan, indien nodig, hulp voor die zwaar huishoudelijke taken worden geïndiceerd die anders tot de gebruikelijke zorg zouden worden gerekend. 4.7. Hulp bij het huishouden bij huisstofmijtallergieBij allergie voor huisstofmijt zal er advisering rond het saneren van de woning plaatsvinden door de daartoe bevoegde instanties, i.c. de CARA/COPD verpleegkundige (VP AIV). Een vraag naar Hulp bij het huishouden zal dus pas aan de orde zijn wanneer sanering van de woning reeds heeft plaatsgevonden. Voor het stofvrij houden van de woning kan één klasse extra worden geïndiceerd. Tijdnormering Hulp bij het huishouden. HH alleenstaande (seniorenwoning/ flat)Nr activiteiten minuten uren klasse 1.1 boodschappen doen voor het dagelijks leven 60 p week 1u K1 1.2 broodmaaltijd bereiden 15 p keer 1u45 K1 1.3 warme maaltijd bereiden 30 p keer 3u30 K2 1.4 licht huishoudelijk werk (kamers opruimen etc) 60 p week 1u K1 1.5 zwaar huishoudelijk werk (huis schoonmaken, stofzuigen, wc/badkamer reinigen etc) 90 p week 1u30 K1 1.6 de was doen (kleding/linnengoed wassen) 60 p week 1u K1 1.7 huishoudelijke spullen in orde houden - Veel voorkomende combinaties minuten uren klasse 1.4 + 1.5 licht + zwaar 150 2u30 K2 1.4 + 1.6 licht + was 120 2u K2 1.5 + 1.6 zwaar + was 150 2u30 K2 1.4 + 1.5 + 1.6 licht + zwaar + was 210 3u30 K2 1.2 + 1.4 + 1.5 + 1.6 brood
(7x)+ licht + zwaar + was 315 5u15 K3 HH alleenstaande (eengezinswoning)Nr activiteiten minuten uren klasse 1.1 boodschappen doen voor het dagelijks leven 60 p week 1u K1 1.2 broodmaaltijd bereiden 15 p keer 1u45 K1 1.3 warme maaltijd bereiden 30 p keer 3u30 K2 1.4 licht huishoudelijk werk (kamers opruimen etc) 60 p week 1u K1 1.5 zwaar huishoudelijk werk (huis schoonmaken, stofzuigen, wc/badkamer reinigen etc) 180 p week 3u K2 1.6 de was doen (kleding/linnengoed wassen) 60 p week 1u K1 1.7 huishoudelijke spullen in orde houden - Veel voorkomende combinaties minuten uren klasse 1.4 + 1.5 licht + zwaar 240 4u K3 1.4 + 1.6 licht + was 180 3u K2 1.5 + 1.6 zwaar + was 240 4u K3 1.4 + 1.5 + 1.6 licht + zwaar + was 300 5u K3 1.2 + 1.4 + 1.5 + 1.6 brood
(7x)+ licht + zwaar + was 405 6u45 K3 HH twee-/meerpersoonshuishouden (woonsituatie niet van belang)Nr Activiteiten Minuten Uren Klasse 1.1 Boodschappen doen voor het dagelijks leven 60 p week (evt +) 1u K1 1.2 Broodmaaltijd bereiden 15 p keer (evt +) 1u45 K1 1.3 Warme maaltijd bereiden 30 p keer (evt +) 3u30 K2 1.4 Licht huishoudelijk werk (kamers opruimen etc) 90 p week (evt +) 1u30 K1 1.5 Zwaar huishoudelijk werk (huis schoonmaken, stofzuigen, wc/badkamer reinigen etc) 180 p week (evt +) 3u K2 1.6 De was doen (kleding/linnengoed wassen) 90 p week (evt +) 1u30 K1 1.7 Huishoudelijke spullen in orde houden - Veel voorkomende combinaties Minuten Uren Klasse 1.4 + 1.5 Licht + zwaar 270 4u30 K3 1.4 + 1.6 Licht + was 180 3u K2 1.5 + 1.6 Zwaar + was 270 4u30 K3 1.4 + 1.5 + 1.6 Licht + zwaar + was 360 6u K3 1.2 + 1.4 + 1.5 + 1.6 Brood
(7x)+ licht + zwaar + was 465 7u45 K4 ‘evt +’ houdt in, dat extra tijd geïndiceerd kan worden bij grotere leefeenheden, aanwezigheid kleine kinderen, extra bewassing etc HH overige activiteiten alleenstaanden/twee- of meerpersoonsleefeenhedenNr Activiteiten Minuten Uren Klasse 2.1 Anderen helpen in huis met zelfverzorging tot max 40 uur p week 2.2 Anderen helpen in huis bij bereiden maaltijd 2.3 Dagelijkse organisatie van het huishouden 30 p week 0u30 K1 3.1 Psychologische begeleiding 30 p week 0u30 K1 3.2 Advies, instructie, voorlichting*als AIV om huishouden aan te leren; dan geen tijd voor AIV adviseren, maar aan te leren activiteiten adviseren in tijd en AIV aanklikken om aan te geven dat het om aanleren van die activiteiten gaat. 30 p keer (max 3 keer p week, 6 weken) 1u30 K1 *