Verordening raad van Wmo-vragersRaadsbesluit De raad van de gemeente Nieuwegein; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 augustus 2006; gelet op artikel 12 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en op de visienota die vastgesteld is op 16 februari 2006; b e s l u i t : vast te stellen: “de verordening Raad van WMO-vragers”. Artikel1Begrippen 1.In deze verordening wordt verstaan onder: College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein; Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Nieuwegein; Wmo: de Wet maatschappelijke ondersteuning; Vragers: mensen die maatschappelijke ondersteuning vragen en mogelijk toekomstige vragers van maatschappelijke ondersteuning; Representatieve organisaties van vragers: plaatselijke en regionale patiënten-, gehandicapten- en cliëntenorganisaties, organisaties van mantelzorgers; organisaties van dak- en thuislozen, organisaties van ouderen, organisaties van jongeren en andere organisaties van vragers op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die naar het oordeel van het college representatief zijn. Raad van Wmo-vragers (verder te noemen “de raad”): een adviesorgaan dat bestaat uit (toekomstige) vragers en vertegenwoordigers van representatieve organisaties vragers, met taken en bevoegdheden zoals omschreven in deze verordening. 2.Voor zover niet anders is bepaald, worden de begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning. Artikel2Doelstelling 1.De raad adviseert zoals bedoeld in artikel 12 Wmo. 2.De raad bevordert een goede uitvoering en voortgang van de Wmo. 3.Met de instelling van de raad wordt beoogd om de kennis en ervaring van vragers te betrekken bij de beleidsvorming en de uitvoering van de Wmo en daardoor een meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de Wmo-dienstverlening. Artikel3Taken 1.De raad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college over de ontwerpbeleidsplannen in het kader van de prestatievelden Wmo en de uitvoering daarvan. 2.De raad is alert op ontwikkelingen en knelpunten bij de uitvoering van de Wmo en geeft deze signalen door aan het college. 3.De raad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college over de werkterreinen van de gemeente die verwant zijn met maatschappelijke ondersteuning. Daartoe worden met name gerekend: Ondersteuning en dienstverlening Welzijn en participatie Wonen, volkshuisvesting en ruimtelijke ordening Woonomgeving en veiligheid Verkeer en vervoer Communicatie Artikel4Samenstelling van de raad 1.De raad bestaat uit minimaal 14 en maximaal 20 leden. 2.De zetels van de raad zijn als volgt verdeeld over de verschillende doelgroepen: • Verschillende fysieke functiebeperkingen 3 tot 4 • GGZ (of hun vertegenwoordigers) 1 tot 2 • Verstandelijk gehandicapten (of hun ouders/vertegenwoordigers) 1 tot 2 • Dak- en thuislozen 1 • Senioren 3 tot 4 • Mantelzorgers 2 tot 3 • Platform wijknetwerken 2 • Cliëntenraad SZ&A 1 • Jongerenraad 1 3.De raad heeft een onafhankelijk voorzitter. De leden kiezen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter. Artikel5Aanwijzing en zittingsduur 1.Voor het werven van de leden en de voorzitter wordt door de gemeente een oproep met profielschets geplaatst in de lokale of regionale media. 2.Kandidaten voor de raad zijn ervaringsdeskundigen op het brede terrein van de Wmo en hun vertegenwoordigers, al dan niet namens representatieve organisaties van vragers. Daarbij wordt ernaar gestreefd dat de samenstelling van de raad een afspiegeling is van de diversiteit van de lokale bevolking. De leden zijn woonachtig in de gemeente Nieuwegein. Voor de voorzitter is dit niet noodzakelijk. 3.De raad verzorgt zowel de selectie van de leden en de voorzitter als de voordracht aan het college. 4.Bij de oprichting van de raad dragen de Seniorenraad en het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten de kandidaten aan het college aan voor de zetels “Senioren” en “Mensen met fysieke functiebeperkingen”. Het college draagt zorg voor een onafhankelijke beoordelingscommissie voor sollicitaties naar de overige zetels in de raad en een vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad toetst deze onafhankelijkheid. 5.Het college benoemt op basis van de voordracht de leden van de raad. 6.De leden nemen deel aan de raad op persoonlijke titel, zonder last of ruggespraak. 7.De voorzitter en de leden van de raad worden benoemd voor de duur van vier jaar. 8.De voorzitter en de leden van de raad kunnen eenmalig worden herbenoemd voor de duur van vier jaar. Wanneer zij na de eerste periode niet aftreden, wordt de benoeming automatisch gecontinueerd voor de tweede periode. 9.De benoeming eindigt voorts op verzoek van betrokkenen of door verhuizing buiten de gemeente Nieuwegein. De benoeming van de voorzitter eindigt niet door verhuizing buiten de gemeente Nieuwegein. Artikel6Organisatie 1.De raad heeft een plenair overleg, themawerkgroepen en een werkgroepenberaad. 2.Alle leden van de raad nemen deel aan het plenair overleg. 3.De samenstelling van de themawerkgroepen gebeurt naar inzicht van de raad. Zowel leden van de raad als niet-leden kunnen participeren in de werkgroepen. 4.Bij de oprichting van de raad worden de leden van de Seniorenraad en de leden van het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten de werkgroepleden van de themawerkgroepen van de raad. 5.Alle themawerkgroepleden nemen deel aan het werkgroepenberaad. 6.Het werkgroepenberaad bewaakt de samenhang van de resultaten van de themawerkgroepen en zorgt voor de onderlinge verbondenheid van de werkgroepleden. 7.Zowel het plenair overleg als de themawerkgroepen en het werkgroepenberaad kunnen deskundigen uitnodigen of derden raadplegen wanneer dit voor de advisering van belang is. Artikel7Werkwijze en adviestermijnen 1.Voorafgaand aan de besluitvorming vraagt het college advies over de in artikel 3 van deze verordening genoemde werkterreinen. 2.Binnen zes weken nadat daarom verzocht is, brengt de raad advies uit. 3.In het advies van de raad worden ook de eventuele minderheidsstandpunten vermeld. Meerderheids- en minderheidsstandpunten worden daarbij met aantallen vermeld. 4.Het advies van de raad wordt toegevoegd aan het ambtelijk voorstel zoals dat ter besluitvorming aan het college wordt voorgelegd. 5.Indien het college een beslissing neemt die afwijkt van het advies van de raad dan brengt zij dit gemotiveerd schriftelijk ter kennis van de raad. 6.Indien naar het oordeel van het college advisering vooraf zal leiden tot een ongewenste vertraging in de dienstverlening zal een en ander achteraf in de raad ter discussie worden gesteld. 7.Wanneer de raad besluit een gevraagd advies niet uit te brengen, wordt dit besluit meegedeeld aan het college met opgave van de redenen van dit besluit. Artikel8Vergaderingen, besluitvorming en verslaglegging 1.Het plenair overleg van de raad vergadert ten minste zes keer per jaar. 2.De voorzitter bepaalt plaats, datum en tijdstip van de vergaderingen. 3.De plenaire vergaderingen zijn openbaar. 4.De besluiten van de raad worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Wanneer de stemmen staken geeft de raad een verdeeld advies. 5.Voor een geldige stemming is de aanwezigheid van tenminste de helft van het aantal leden vereist. 6.De voorzitter heeft geen stemrecht. 7.Besluiten en adviezen van de raad worden schriftelijk vastgelegd. 8.De raad brengt jaarlijks voor 1 april aan het college verslag uit van de werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. In dit verslag wordt in ieder geval melding gemaakt van de in de vergadering behandelde onderwerpen en van de uitgebrachte adviezen. Artikel9Faciliteiten en budget 1.Voor het uitvoeren van de taken van de raad worden van gemeentewege beschikbaar gesteld: een contactfunctionaris voor de aansluiting met het bestuurlijke besluitvormingsproces; een medewerker voor de ondersteuning van het plenair overleg van de raad en de ondersteuning van het werkgroepenberaad. Deze medewerker is secretaris voor onder meer de organisatie van de vergaderingen, de administratie en het notuleren. De omvang van deze ondersteuning is 18 uur per week; vergaderruimte voor het plenair overleg en voor het werkgroepenberaad; toegang tot openbare informatie en gegevens; vergoeding van de hulpmiddelen die mensen met een functiebeperking nodig hebben om de vergaderingen bij te wonen (bijvoorbeeld een doventolk); een budget voor: de onkosten van de leden van het plenair overleg en de onkosten van de werkgroepleden die geen lid zijn van de raad (telefoonkosten, schrijfmateriaal, computerkosten); het organiseren van bijeenkomsten met de achterban; deskundigheidsbevordering (informatiemateriaal, het bijwonen van informatieve bijeenkomsten, het uitnodigen van deskundigen); een jaarlijkse activiteit en/of attentie voor de leden van het plenair overleg en voor de werkgroepleden die geen lid zijn van de raad. 2.De omvang van het in lid 1e. en lid 1f. van dit artikel genoemde budget wordt jaarlijks in de gemeentebegroting vastgelegd. 3.De raad legt jaarlijks verantwoording af van de uitgaven. Dit financieel verslag maakt deel uit van het jaarverslag genoemd onder artikel 8 lid 8 van deze verordening. Artikel10Overige bepalingen 1.De raad kan klachten over de uitvoering van deze verordening schriftelijk indienen bij het college. 2.In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college, gehoord de raad. Artikel11Inwerkingtreding en intrekking verwante verordeningen en regelingen 1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007, onder het voorbehoud dat de Wmo op dat moment door de Eerste Kamer is goedgekeurd. 2.Onder het voorbehoud dat deze verordening op 1 januari 2007 in werking treedt, worden de “Regeling voor de Seniorenraad 2002” en de “Verordening cliëntenparticipatie integraal gehandicaptenbeleid Gemeente Nieuwegein 2002” ingetrokken per 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.