MonumentenverordeningDe raad van de gemeente Tubbergen, gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 26 november 2004, nr. 7221; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988; besluit vast te stellen de volgende: MONUMENTENVERORDENING Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a. monument: 1.zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2.terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1; b. gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2; c. gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen; d. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken; e. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers; f. kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst; g. monumentencommissie: de door het college ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid; h. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument. Artikel2Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel3De aanwijzing tot gemeentelijk monument [Vervallen] Artikel4Termijnen advies en aanwijzingsbesluit [Vervallen] Artikel5Mededeling aanwijzingsbesluit [Vervallen] Artikel6Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst [Vervallen] Artikel7Wijzigen van de aanwijzing [Vervallen] Artikel8Intrekken van de aanwijzing [Vervallen] Artikel9Verbodsbepaling Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. Artikel10Vergunning Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften: een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Artikel11Termijnen advies en vergunningverlening [Vervallen] Artikel12Kerkelijk monument Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. Artikel13Intrekken van de vergunning 1.De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen; niet binnen één jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning gebruik wordt gemaakt. 2.Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie. Artikel14Vergunning voor beschermd rijksmonument 1.Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om vergunning voor een beschermd rijksmonument met de naar voren gebrachte zienswijzen aan de monumentencommissie na afloop van de termijn van 14 dagen, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de Monumentenwet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.