Verordening maatschappelijke ondersteuning Sittard-Geleen 2008De raad van de gemeente Sittard-Geleen gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006, nr. 351) en gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het noodzakelijk is het verlenen van voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning bij verordening te regelen; besluit vast te stellen: de “Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Sittard-Geleen 2008”. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente sittard-Geleen 2008 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: a. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; b. Compensatiebeginsel: de opdracht aan het gemeentebestuur om personen met aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek door het treffen van voorzieningen een gelijkwaardige uitgangspositie te verschaffen zodat zij zelfredzaam zijn en in staat tot maatschappelijke participatie; c. Beperkingen: moeilijkheden die een persoon heeft met het uitvoeren van activiteiten; d. Persoon met beperkingen: een persoon die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen ondervindt bij het uitvoeren van activiteiten op het gebied van het voeren van het huishouden, bij het normale gebruik van de woning, bij het verplaatsen in en om de woning, bij het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en het op basis daarvan aangaan van sociale verbanden; e. Mantelzorger: een persoon, die mantelzorg verleent als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b. van de wet.; f. Zelfredzaamheid: het lichamelijk, verstandelijk, geestelijk of financiële vermogen om voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken; g. Maatschappelijke participatie: normale deelname aan het maatschappelijke verkeer, te weten het voeren van een huishouden, het normale gebruik van de woning; het zich in en om de woning verplaatsen; het zich zodanig verplaatsen dat aansluiting wordt gevonden bij regionale, bovenregionale en landelijke vervoersystemen; het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en onderhouden van sociale verbanden om op die manier deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven; h. Algemene voorziening: een voorziening die wordt geleverd op basis van directe beschikbaarheid, een beperkte toegangsbeoordeling en die een snelle, regelarme en adequate oplossing biedt voor de beperkingen die een persoon ondervindt; i. Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt; j. Eigen bijdrage: een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een financiële tegemoetkoming of een persoonsgebonden budget betaald moet worden en waarop de regels van het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen van toepassing zijn; k. Voorziening in natura: een voorziening die in eigendom, in bruikleen, in huur of in de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt verstrekt; l. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven en waarop de in deze verordening en het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen te stellen regels van toepassing zijn; m. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager; n. Algemeen gebruikelijk: naar geldende maatschappelijke normen tot het gangbare gebruiks- dan wel bestedingspatroon van een persoon als de aanvrager behorend; o. Meerkosten: kosten van een mogelijk krachtens de wet te verlenen voorziening, voor zover dit deel van de kosten uitgaat boven voor die persoon als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten van een dergelijke voorziening; p. Huisgenoot: edere meerderjarige met wie de aanvrager duurzaam gemeenschappelijk een woning bewoont; q. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is; r. inkomen: Het inkomen als genoemd in artikel 4.2 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006; 450). Onder het norminkomen wordt verstaan het inkomen gerelateerd aan de bruto IOAW-grondslagen (voor personen jonger dan 65 jaar) en de bedragen van het bruto-ouderdomspensioen uit de AOW s. Aanvrager: een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g onderdeel 4, 5 en 6 van de Wet. Artikel2Beperkingen 1.Een voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: deze langdurig noodzakelijk is om de beperkingen op het gebied van het voeren van het huishouden, het verplaatsen in en om de woning, het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en bij het ontmoeten van medemensen en op basis daarvan sociale verbanden aangaan op te heffen of te verminderen; deze, naar objectieve maatstaven gemeten, als de goedkoopst adequate voorziening kan worden aangemerkt; deze in overwegende mate op het individu is gericht. 2.Geen voorziening wordt toegekend: indien de voorziening voor een persoon als de aanvrager algemeen gebruikelijk is; indien een voorziening als algemeen gebruikelijk wordt aangemerkt. Het college zal in het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning vastleggen welke voorzieningen als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt. indien de aanvrager geen woonplaats als bedoeld in artikel 10, eerste lid en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek heeft in de gemeente Sittard-Geleen; voor zover de ondervonden problemen bij het normale gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw; voor zover er aan de zijde van de aanvrager geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan het optreden van de beperkingen waarvoor de voorziening wordt aangevraagd; voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de aanvrager voorafgaand aan het moment van beschikken heeft gemaakt; indien een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder krachtens deze, dan wel krachtens de aan deze verordening voorafgaande Verordening voorzieningen gehandicapten is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet is verstreken, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen. Hoofdstuk2Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen Artikel3Keuzevrijheid Een individuele voorziening kan verstrekt worden in natura, als financiële tegemoetkoming en als persoonsgebonden budget. Het college stelt vast in welke situaties de keuze tussen deze voorzieningen wordt geboden aan de hand van de in het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen neergelegde criteria. Artikel4Voorziening in natura Indien een voorziening in natura wordt verstrekt is de bruikleenovereenkomst, huurovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente Sittard-Geleen en de aanvrager van toepassing. Artikel5Financiële tegemoetkoming Bij verstrekking van een financiële tegemoetkoming worden de toepasselijke voorwaarden zoals genoemd in het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen in de beschikking opgenomen. Artikel6Persoonsgebonden budget 1.Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingskosten, zoals vastgelegd in het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen; op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst persoonsgebonden budget gemeente Sittard-Geleen van toepassing. 2.De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld. 3.Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen. 4.Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager. 5.Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, wordt door de budgethouder een ingevuld en door de budgethouder ondertekend verantwoordingsformulier PGB aan het college overgelegd. 6.Het college kan op basis van de ingediende verantwoordingsformulieren PGB aan de budgethouder bewijzen vragen van de op het verantwoordingsformulier vermelde bedragen en controleert deze op rechtmatigheid en doelmatigheid. 7.De budgethouder is verplicht desgevraagd de noodzakelijke stukken, zoals genoemd in het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen, op verzoek van het college binnen de in het Besluit Nadere Regelen vermelde termijn te verstrekken. 8.Na ontvangst van de in het vorige lid genoemde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen. Artikel7Eigen bijdragen Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet is een aanvrager, ouder dan 18 jaar, een eigen bijdrage verschuldigd afgestemd op het inkomen. Het college legt in het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen de omvang van deze eigen inbreng vast. Hoofdstuk3Hulp bij het huishouden Artikel8Vormen van hulp bij het huishouden De door het college, ter compensatie van beperkingen ten gevolge van ziekte of gebrek bij het voeren van een huishouden, te verstrekken voorziening kan bestaan uit: een algemene voorziening waaronder algemene hulp bij het huishouden; hulp bij het huishouden in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan hulp bij het huishouden. Artikel9Primaat van de algemene hulp bij het huishouden 1.Een persoon, als aanvrager, kan voor de in artikel 8, onder a vermelde voorziening in aanmer-king worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek of problemen bij het uitvoeren van de mantelzorg [respijtzorg] het uitvoeren van een of meer huishoudelijke taken onmogelijk maken en de algemene hulp bij het huishouden dit snel en adequaat kan oplossen. 2.Een persoon, als aanvrager, kan voor de in artikel 8, onder b en c vermelde voorzieningen in aanmerking worden gebracht als de in het eerste lid genoemde voorziening een onvoldoende oplossing biedt of niet beschikbaar is. Artikel10Gebruikelijke zorg In afwijking van het gestelde in artikel 9 komt een persoon als aanvrager niet in aanmerking voor hulp bij het huishouden als tot de leefeenheid waar deze persoon deel van uitmaakt een of meer huisgenoten behoren die wel in staat zijn het huishoudelijk werk te verrichten. Artikel11Omvang van de hulp bij het huishouden De omvang van de voorziening huishoudelijke verzorging wordt uitgedrukt in klassen, waarbij de volgende klassen met de daarbij behorende uren kunnen worden toegekend: Klasse 1: 0 tot en met 1,9 uur per week; Klasse 2: 2 tot en met 3,9 uur per week; Klasse 3: 4 tot en met 6,9 uur per week; Klasse 4: 7 tot en met 9,9 uur per week; Klasse 5: 10 tot en met 12,9 uur per week; Klasse 6: 13 tot en met 15,9 uur per week. Artikel12Omvang van het persoonsgebonden budget De bedragen die per klasse in de vorm van een persoonsgebonden budget worden verstrekt, worden jaarlijks door het college vastgesteld en vastgelegd in het Besluit Nadere Regelen Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Sittard-Geleen. Hoofdstuk4Woonvoorzieningen Artikel13Vormen van woonvoorzieningen De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het voeren van een huishouden, te verstrekken woonvoorziening kan bestaan uit: een algemene woonvoorziening; een woonvoorziening in natura; een persoonsgebonden budget te besteden aan een woonvoorziening; een financiële tegemoetkoming in de kosten van een woonvoorziening. Artikel14Primaat algemene woonvoorzieningen en recht op individuele woonvoorzieningen 1.Een persoon als aanvrager kan voor de in artikel 13, onder a vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek het treffen van een woonvoorziening noodzakelijk maken en de algemene woonvoorziening dit snel en adequaat kan oplossen. 2.Een persoon als aanvrager kan voor de in artikel 13, onder b, c, en d vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien de in het vorige lid genoemde oplossing niet aanwezig is of niet tot een snelle en adequate oplossing leidt. Artikel15Soorten individuele woonvoorzieningen. De in artikel 13, onder b, c en d genoemde voorzieningen kunnen bestaan uit: een tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten; een woonvoorziening in de vorm van een bouwkundige aanpassing een niet bouwkundige of niet woontechnische woonvoorziening; een uitraasruimte. Artikel16Het primaat van de verhuizing. 1.Een persoon als aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 13 onder 2 sub a in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren. 2.Een persoon als aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 13 onder 2b. en c. in aanmerking worden gebracht wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is Artikel17aanpassing bestaande woning 1.Een persoon als aanvrager kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 15, onder a in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek het normale gebruik van de woning belemmeren en die belemmeringen ‘slechts’ kunnen worden weggenomen door middel van een woonvoorziening bedoeld in artikel 15, aanhef en onder b, onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.