← Nederland

Uitvoeringsregels Aansluitverordening riolering (Heerlen)

Uitvoeringsregels Aansluitverordening rioleringHoofdstuk1.Begripsomschrijvingen uitwerkingsbesluit UITVOERINGREGELS AANSLUITVERORDENING RIOLERING Burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen Gelet op het bepaalde in artikel 6 Aansluitverordening Riolering Gemeente Heerlen 2011 zoals door de gemeenteraad vastgesteld op 04 oktober 2011 (2011/10558) Artikel1 Begripsomschrijvingen Voor deze uitvoeringsregels zijn de begripsomschrijvingen van de “Aansluitverordening riolering gemeente Heerlen 2011” van toepassing. Hoofdstuk2.De vergunning Artikel2 Vergunningplicht Indien meer dan één aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand dient te worden gebracht, alsmede wanneer meer dan één aansluiting dient te worden gewijzigd, is het tweede lid en derde lid voor iedere aansluiting of wijziging afzonderlijk van toepassing. Indien de rechthebbende voor de aansluiting van meer dan één particuliere afvoerleiding op het openbaar riool een aansluitvergunning aanvraagt, wordt voor deze aanvragen tezamen één vergunning verleend, waarin alle aansluitingen afzonderlijk worden vermeld. In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met betrekking tot: het tot stand brengen van de aansluiting; het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de aansluitleiding; sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende; de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de aansluiting is bedoeld indien het een tijdelijke aansluiting betreft,( bijv. afvoer bronneringswater of de aansluiting van een tijdelijke bouwwerk) Artikel3 De vergunningaanvraag Bij de aanvraag van een aansluitvergunning dienen conform een door het college vast te stellen aanvraagformulier de volgende gegevens door de rechthebbende te worden verstrekt: de naam en het adres van de rechthebbende; de dagtekening; de aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning betreft; de ligging van het aan te sluiten perceel: aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen huisnummer Is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel; aansluiting aangegeven op een situatieschets 1:1000 of grotere schaal; voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft, de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij dient te worden aangegeven of niet verontreinigd wa-ter, zoals regen- of koelwater, en/of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industri-eel afvalwater zal worden afgevoerd; voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft, of er daarnaast hemelwater zal worden afgevoerd; het aangesloten verhard oppervlak op de hemelwaterafvoerleidingen per aansluiting; van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens: het leidingverloop en de dimensionering; de ligging en dimensionering van de hemelwatervoorziening; de hoogteligging en het materiaal van de aansluiting ter plaatse van het aansluitpunt; een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen de droogweer- en hemelwater-afvoerleidingen; de wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden gemarkeerd. Indien de gegevens bedoeld in het eerste lid, reeds zijn vastgelegd in de voor het perceel afgegeven bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer, kan bij de aanvraag van een aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning. Artikel4 Voorwaarden van de aansluitvergunning Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk indien: de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis) lager ligt dan de boven-zijde van het openbaar riool, vermeerderd met 500 mm plus de benodigde hoogte voor het afschot (1:100) van de aansluitleiding (zij-inlaten zijn niet toegestaan!); de hoogteligging van de aansluitleiding het noodzakelijk maakt dat b.v. kabels en leidingen van nutsbedrijven moeten worden omgelegd. Dit zal dan een diepere ligging van de aansluitleiding tot gevolg hebben; de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan 300 mm boven de kruin van de straat, tenzij via een pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt aangesloten; de diameter van het particulierriool groter is dan ø160 mm, tenzij de noodzaak van een grotere diameter is aangetoond door middel van een rioleringsberekening en het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding over voldoende capaciteit beschikt om alsdan de hoeveelheid te lozen afvalwater te kunnen afvoeren; de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig c.q. gepland is; de in de bouwverordening en/of aansluitverordening opgenomen hemelwatervoorziening voor opvang en infiltratie van hemelwater niet voldoet aan de minimaal benodigde netto inhoud van 2 m3 (20 mm) per 100 m2 verhard oppervlak; het particulier riool nabij de perceelgrens niet is voorzien van een ontstoppingsstuk met een minimale doorsnede van 125 mm; de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en/of bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is verleend, of niet aan de geldende algemene regels is voldaan; het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen afvalwater en/of schoon water te kunnen afvoeren; het lozing van niet verontreinigd drainagewater betreft die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd; een bouwvergunning of een vergunning op grond van de Wet milieubeheer voor het aan te sluiten perceel is geweigerd. Een aansluiting zonder aansluitvergunning wordt gezien als onrechtmatig en kan op kosten van de rechthebbende door of namens de gemeente verwijderd worden. Artikel5 Intrekken of wijzigen aansluitvergunning De aansluitvergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: a.ter verkrijging van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt b.op grond van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekken of wijzigen van de vergunning wordt gevorderd door het algemeen belang ter bescherming waarvan de vergunning is vereist c . de bepalingen van de Aansluitverordening, de Uitvoeringsregels en/of de aan de vergunning verbonden voorschriften, niet zijn of worden nagekomen. d.het gebruik van de aansluiting waarvoor vergunning is verleend wordt beëindigd. e.het gebruik van de aansluiting niet overeenkomstig de bij de aanvraag voor de vergunning verstrekte gegevens wordt gebruikt. Hoofdstuk3.De aansluiting Artikel6 Het verzoek tot aanleg of wijziging perceelaansluitleiding 1.De rechthebbende aan wie een aansluitvergunning is verleend verzoekt de gemeente de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop die vergunning betrekking heeft uit te voeren. De rechthebbende dient een daartoe schriftelijk verzoek in te dienen. 2.Bij het verzoek tot aansluiting dienen in ieder geval de volgende gegevens door de rechthebbende te worden vermeld: de naam en het woonadres van de rechthebbende; het nummer van de aansluitvergunning; Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit naast de in het tweede lid bedoelde gegevens bij het verzoek tot aansluiting te vermelden. 4.Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na de ontvangst van het verzoek geeft de gemeente de ligging van het aansluitpunt door aan de rechthebbende. 5.Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na de ontvangst van het verzoek stelt de gemeente zoveel mogelijk in overleg met rechthebbende een termijn vast voor uitvoering van de aansluiting. Bij vaststelling van het tijdstip van uitvoering wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met het door de rechthebbende gewenste tijdstip. De afspraak zal door de gemeente aan de rechthebbende worden bevestigd. 6.Indien de rechthebbende binnen 1 jaar na verlening van de aansluitvergunning geen verzoek tot aansluiting of wijziging van de aansluiting heeft gedaan vervalt de aansluitvergunning van rechtswege. Artikel7 Uitvoering aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding 1.De uitvoering van de aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding, inclusief de aansluiting van het particulier riool op de perceelaansluitleiding, vindt niet plaats anders dan door of vanwege de gemeente. 2.In afwijking van lid 1, kan het college na overleg met de rechthebbende in de aansluitvergunning vastleggen dat de rechthebbende zelf de aansluiting uitvoert. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt na melding aan het college dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen niet aan het zicht. 3.In afwijking van lid 1, voor perceelaansluitingen niet zijnde een woning, kan de uitvoering van de werkzaamheden in eigen beheer worden uitgevoerd. De aanleg van een perceelaansluiting door een erkend aannemer in de grond-, weg- en waterbouwsector is slechts dan toegestaan, nadat daartoe door of vanwege het college toestemming is verkregen. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt na melding aan het college dat de aansluiting is uitgevoerd, gedurende drie werkdagen niet aan het zicht. 4.Voor de perceelaansluiting dient gebruik te worden gemaakt van de navolgende gecertificeerde materialen: H.W.A. (overloop hemelwatervoorziening) dient aangelegd te worden met bruine p.v.c.-buizen; D.W.A. (droogweerafvoer/afvalwater) dient aangelegd te worden met grijze p.v.c.-buizen. Na uitvoering dient een duidelijke revisie volgens het standaardformulier van de gemeente Heerlen te worden opgemaakt, waarin de ligging van de leiding ten opzichte van het gebouw of andere vaste herkenbare punten wordt vastgelegd. Artikel8 Uitvoeringshandelingen door de vergunninghouder/rechthebbende 1.Indien de gemeente niet in staat wordt gesteld de aansluiting te controleren, wordt de aanvrager geacht zonder vergunning te hebben gehandeld en aansprakelijk gesteld voor de daaruit voortvloeiende schades. 2.Indien door of in opdracht van de gemeente op particulier terrein een pompinstallatie, inspectieput of mini-zuivering (zogenaamde “IBA”) is geplaatst ten behoeve van de afvoer van afval- of regenwater dient de perceelseigenaar of gebruiker van het perceel deze installatie vrij toegankelijk te houden. Dit houdt onder andere in: de pompinstallatie mag niet worden ingebouwd de pompinstallatie dient te allen tijden vrij toegankelijk te zijn de deksels van inspectie- of pompputten dienen te allen tijden zichtbaar in het maaiveld te liggen. Indien door of in opdracht van de gemeente op particulier terrein een open voorziening (greppel etc.) voor de afvoer/doorvoer en/of behandeling van regenwater is aangebracht dient de perceelseigenaar of gebruiker van het perceel deze voorziening intact te laten en vrij toegankelijk te houden. 4.Bij ophogingen van particulier terrein waarin zich inspectie- en/of pompputten en/of een open voorziening voor de afvoer/doorvoer en/of behandeling van regenwater bevinden dient de vergunninghouder of rechthebbende dit minimaal 4 weken voor aanvang van de ophogingswerkzaamheden bij de gemeente te melden. De gemeente verzorgt de aanpassingen aan de inspectie- of pompputten en/of open voorziening. Indien de ophogingen het openbaar riool constructief overbelasten kan toestemming tot ophoging geweigerd worden. De kostenverdeling voor deze aanpassingen zijn voor rekening van de rechthebbende zoals omschreven in artikel 9. Hoofdstuk4.Beheer en Onderhoud Artikel9 Beheer, Onderhoud, Renovatie en Vervanging 1.Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de perceelaansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij de betreffende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik van het particulier riool, in welk geval de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen: het via deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding of het openbaar riool veroorzaken; het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding of het openbaar riool aantasten. Alle kosten met betrekking tot het particulier riool komen voor rekening van de rechthebbende. 4.Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het openbaar riool. Artikel10 Calamiteiten 1.Bij een verstopping of een andere storing in het particulier riool onderzoekt de rechthebbende of het een verstopping of een storing betreft in het particulier riool of in de perceelaansluitlei-ding. 2.Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is van een verstopping of storing in het particulier riool dient de rechthebbende deze verstopping of storing zelf te verhelpen. Voor het verhelpen van de verstopping of een andere storing bestaat de mogelijkheid dat de rechthebbende gebruik maakt van de bij de gemeente onder contract staande rioleringsbe-heerbedrijf. Dit bedrijf is op de hoogte van de handelswijze van de gemeente en informeert de rechthebbende over zijn rechten en plichten. 3.Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek wordt vermoed dat sprake is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding, neemt de rechthebbende contact op met de gemeente voor het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden. 4.Indien de rechthebbende, of in opdracht van de rechthebbende een rioleringsbeheerbedrijf die niet onder contract staat bij de gemeente, zonder toestemming van de gemeente de verstopping of een andere storing in de perceelaansluitleiding heeft verholpen vindt zonder afdoende bewijs (foto’s en/of inspectiegegevens) geen verrekening van de gemaakte kosten plaats. 5.Bij het door de gemeente verrichten van de in lid 3 bedoelde werkzaamheden dient de rechthebbende of gebruiker, voordat met de werkzaamheden wordt gestart, tevoren schriftelijk akkoord te gaan met de voorwaarde dat de kosten van de werkzaamheden aan hem in rekening worden gebracht, indien blijkt dat de verstopping en/of storing betrekking heeft op het particulier riool. Hoofdstuk5.Verwijdering aansluiting, sloop Artikel11 Zorgplicht 1.Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen dat (bijvoorbeeld) verzanding van het openbare riool en de perceel-aansluitleiding wordt voorkomen. 2.Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan verbonden kosten en de andere bijkomende kosten verhalen op de rechthebbende. 3.Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in kennis te stellen. 4.Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende vergunning ingetrokken. Deze beleidsregels kunnen worden aangehaald als “Uitvoeringsregels aansluitverordening riolering 2011”. Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders der gemeente Heerlen van 29 november 2011. gemeentesecretaris, burgemeester,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.