Verordening straatnaamgeving en huisnummering 1998Hoofdstuk1Algemene bepalingen. Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: a.openbare ruimte: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede alle bouw- en kunstwerken die daarvan onderdeel uitmaken; b.bouwwerk: b. elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld om ter plaatse te functioneren; c.gebouw: elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; complex: een afgebakend samengesteld geheel van onroerende zaken; afgebakend terrein: een terrein, waarop zich geen bouwwerken bevinden en dat afzonderlijk wordt gebruikt; ligplaats: een deel van het openbare water dat door burgemeester en wethouders is aangewezen voor het permanent afmeren van een woonschip of een woonark; g.standplaats: een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten; h.nummer: een nummer bestaande uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter of een cijfercombinatie; object: een bouwwerk, gebouw, complex, afgebakend terrein, ligplaats of standplaats; rechthebbende: ieder, die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht zodanig de beschikking heeft over een onroerende zaak, dat hij naar burgerlijk recht bevoegd is met betrekking tot die zaak te handelen als in de verordening is voorgeschreven, zomede de beheerder; l.uitvoeringsvoorschriften: l. nadere bepalingen van technische en administratieve aard. Hoofdstuk2Het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van objecten. Artikel2 1.Burgemeester en wethouders kunnen de gemeente, al dan niet op basis van bouwblokken, in wijken en buurten verdelen en duiden deze aan met nummers, zo nodig aangevuld met letters of namen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de openbare ruimte benoemen. Artikel3 1.Burgemeester en wethouders kunnen aan een object of aan een te onderscheiden deel daarvan een nummer toekennen. 2.Aan een object dat een nummer heeft gekregen, moet het nummer op een doeltreffende wijze zijn aangebracht. Artikel4 1.De door burgemeester en wethouders aan delen van de openbare ruimte toegekende namen en aan objecten toegekende nummers worden zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse aangebracht. 2.Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden aan delen van de openbare ruimte namen of aan objecten nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen. 3.Het is een ieder, die daartoe niet bevoegd is, verboden aan zijn onroerende zaak nummers toe te kennen door deze op zichtbare wijze aan te brengen. Hoofdstuk3Aanbrengen van naam- en nummerborden. Artikel5 1.Indien burgemeester en wethouders het nodig oordelen dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, straatnaamborden, huisnummer(verzamel)borden en verwijsborden aan een object, een muur, paal, schutting of andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat deze borden vanwege of op verzoek en overeenkomstig de aanwijzingen van burgemeester en wethouders worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2.De rechthebbende draagt ervoor zorg dat borden, bedoeld in het eerste lid, vanaf de openbare weg duidelijk zichtbaar en leesbaar blijven. Artikel6 1.Tenzij burgemeester en wethouders anders besluiten, is de rechthebbende van een object verplicht het nummer, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, aan te brengen op een wijze zoals in artikel 7, eerste lid, is bepaald. 2.De rechthebbende is verplicht het in het eerste lid genoemde nummer binnen zes weken na kennisgeving van het besluit van burgemeester en wethouders aan te brengen. 3.Indien een object nog niet is voltooid, is de rechthebbende verplicht het in het eerste lid genoemde nummer binnen een week na de voltooiing van het object aan te brengen. 4.Burgemeester en wethouders kunnen de in het tweede en derde lid genoemde termijn verlengen. Hoofdstuk4Uitvoeringsvoorschriften. Artikel7 1.Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast voor: het systematisch te werk gaan bij het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van objecten; het kiezen van namen voor delen van de openbare ruimte; het technisch uitvoeren en aanbrengen van naam- en nummerborden. 2.Burgemeester en wethouders stellen voorschriften vast met het oog op het interbestuurlijk en maatschappelijk belang van een systematische registratie van door hen toegekende namen en nummers. Hoofdstuk5Straf-, overgangs- en slotbepalingen. Artikel8 1.Overtreding van artikel 4, tweede en derde lid, of het niet voldoen aan het bepaalde in de artikelen 5 en 6, eerste, tweede en derde lid, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie. 2.De opsporing van de in het eerste lid strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. Artikel9 Bij het inwerkingtreden van deze verordening vervallen alle eerder vastgestelde gemeentelijke regels en voorschriften voor het benoemen van delen van de openbare ruimte en het nummeren van objecten. Artikel10 1.Namen en nummers, die op grond van de in artikel 9 genoemde regels en voorschriften aan delen van de openbare ruimte en aan objecten zijn toegekend, blijven na het inwerkingtreden van deze verordening bestaan. 2.Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften aangebrachte namen en nummers binnen een door hen te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen en nummers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening vastgestelde voorschriften. 3.Bij het wijzigen van een naam of nummer, bedoeld in het eerste en tweede lid, mogen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het nieuwe nummer gedurende een jaar worden gebruikt op de wijze bepaald in de uitvoeringsvoorschriften, bedoeld in artikel 7, eerste lid. Artikel11 Deze verordening treedt in werking op een door burgemeester en wethouders te bepalen dag. Artikel12 Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening straatnaamgeving en huisnummering 1998". Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Sint-Michielsgestel in zijn openbare vergadering van 18 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.