← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010 (Leiderdorp)

Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010De raad der gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 november 2009, nr. 19; gezien het advies van de commissie Bestuur en Maatschappij van 23 november 2009; gelet op het bepaalde in artikel 228 en artikel 229, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2010 Artikel1Begripsomschrijvingen a.dag : een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan. b.week : een periode van zeven achtereenvolgende dagen; c.maand : een kalendermaand; d.jaar : een kalenderjaar e.vergunning : een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting worden de volgende belastingen en rechten geheven: een belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond; rechten voor de door of vanwege de gemeente in verband standplaatsen verleende diensten. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemd grond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Vrijstellingen De in artikel 2 bedoelde belasting wordt niet geheven voor: het hebben van voorwerpen of werken, ten behoeve van eigendommen welke bij de gemeente of haar instellingen in gebruik zijn, met uitzondering van eigendommen welke aan derden zijn verhuurd of in beheer en exploitatie zijn gegeven; het hebben van voorwerpen of werken welke, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de provincie, de gemeente of door waterschappen zijn aangebracht of geplaatst; verzamelbakken, zoals glascontainers, welke in het belang van het hergebruik van afzonderlijk in te zamelen afvalstoffen bedoeld in artikel 30 van de Afvalstoffenwet op of in de voor de openbare dienst bestemde grond zijn geplaatst; brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen; wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen; het hebben van voorwerpen waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd; het hebben van voorwerpen uitsluitend langs de gevel aangebracht, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,10 meter buiten de gevel steken; het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd door een liefdadig doel of door instelling of groeperingen welke een bijdrage kunnen leveren tot politieke of maatschappelijke bewustwording van de burgers, en welke nog direct, noch indirect een zakelijk belang nastreven. het hebben van reclame-uitingen en aankondigingen voor een periode van maximaal vier aaneengesloten weken per jaar; evenementen die openbaar toegankelijk zijn en die worden georganiseerd ten behoeve van de Leiderdorpse bevolking en die worden georganiseerd door een instelling zonder winstoogmerk. Artikel5Maatstaf van heffing en tarief 1.De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel6Berekening van de precariobelasting 1.Indien een tarief per oppervlakte van toepassing is, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 2.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 3.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt indien in de vergunning een oppervlakte is bepaald of aangeduid, die oppervlakte in aanmerking genomen tenzij blijkt dat de oppervlakte groter is. 4.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij het zesde lid van overeenkomstige toepassing is. 5.Indien in de tarieventabel voor een voorwerp tarieven voor verschillende tijdseenheden zijn opgenomen, wordt de precariobelasting berekend op de voor de belastingplichtige meest voordelige wijze. 6.Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel7Belastingtijdvak 1.Het belastingtijdvak is de in een kalenderjaar gelegen periode gedurende welke zich een belastbaar feit in de zin van de verordening voordoet of zal voordoen. 2.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is in afwijking van het eerste lid, het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het gedeelte van de periode van de vergunning gelegen in het kalenderjaar. Artikel8Wijze van heffing; tijdstip verschuldigdheid De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd voor de nog volle kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de volle kalendermaanden die na het einde van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven. 4.Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. 5.Voor de toepassing van het bepaalde in het eerste lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting aangemerkt als een belastingaanslag. Artikel10Termijnen van betaling 1.De aanslag moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting. Artikel11Nakoming van verplichtingen De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelas-tingen en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet, gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren belast met de heffing of de invordering van gemeente-lijke belastingen. Artikel12Rente In afwijking van de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze een bedrag van € 23,-- niet te boven gaat. Artikel13Hardheidsclausule Het college is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, welke zich bij de toepassing van deze verordening mochten voordoen. Artikel14Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1.De Verordening precariobelasting 2009 van 15 december 2008, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekend-making. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2010. 4.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting 2010. Artikel999 Vastgesteld in de openbare vergadering vande raad van Leiderdorp op 14 december 2009,de voorzitter, M.Zonnevyllede griffier, mw. J.C. Zantingh2009i00997Tarieventabel behorende bij Verordening Precariobelasting 2010Rubriek Omschrijving Euro 1 BOUWWERKEN Het tarief bedraagt voor: 1.1 het afschutten van grond of water, per afgeschut gebied: 1.1.1 tot € 500 m2, per m2, per jaar 51,18; 1.1.2 van 500 m2 tot 2000 m2, per m2, per jaar 10,24; 1.1.3 boven 2000 m2, per m2, per jaar 2,05. 1.2 het hebben van een loods, directiekeet, container of ander tijdelijk getimmerte, per m2, per jaar 60,50; 1.3 het hebben van een stelling of steiger, per m2 per jaar 60,50. 2 WOONWAGENS EN WOONSCHEPEN Het tarief bedraagt voor: 2.1 het innemen van een staan- of ligplaats, per woonwagen of woonschip, per jaar 262,23. 3 WEGWIJZERS EN RECLAMEBORDEN Het tarief bedraagt voor: 3.1 het hebben van reclame of andere aankondiging zonder kunstverlichting, per m2 frontoppervlakte, per jaar 21,72; 3.2 het hebben van reclame of andere aankondiging met kunstverlichting, per m2 frontoppervlakte, per jaar 32,10. 4 BENZINEPOMPEN, -LEIDINGEN EN DERGELIJKE Het tarief bedraagt voor: 4.1 het hebben van een mantel, inhoudende een benzine- of oliepomp of lucht- en/of wateraftappunt, al dan niet in bedrijf, een loze mantel of voetstuk: 4.1.1 een loze mantel met één pomp (inclusief de in- of aangebrachte vulgelegenheid) of een mantel met een lucht- en/of wateraftappunt, of een voetstuk zonder mantel, per jaar 234,09; 4.2 het hebben van een vulput voor benzine, olie en dergelijke, per vulput, per jaar 72,70; 4.3 het hebben van een tank voor benzine, olie en dergelijke, per m2 per jaar 16,30. 5 LEIDINGEN, BUIZEN, KABELS Het tarief bedraagt voor: 5.1 het hebben van leidingen, buizen en kabels per strekkende meter tot en met een totale lengte van 100 km, per jaar 1,68, 5.2 vermeerderd met 0,78 per strekkende meter uitgaande boven 100 km, per jaar. 6 LUIFELS, BALKONS, OVERBOUWINGEN EN DERGELIJKE Het tarief bedraagt voor: 6.1 het hebben van een luifel, balkon, erker, uitbouw, overbouwing en dergelijke onderdelen van bouwwerken voor de in beslag genomen c.q. overdekte grond of water, tot en met 10 m2, per m2, per jaar € 11,49, 6.1.1 vermeerderd voor de oppervlakte uitgaande boven 10 m2 met € 5,01 per m2, per jaar. Rubriek Omschrijving Euro 7 CIRCUSSEN, KERMISSEN EN BRADERIEËN Het tarief bedraagt voor: 7.1 het innemen van een standplaats door circussen of kermissen, per circus of per kermis, per keer € 500,58; 7.2 het innemen van een standplaats c.q. het hebben van kramen, podia, wagens, installaties etc. ten behoeve van braderieën, per braderie, per keer € 336,91. 8 STANDPLAATSEN DIENENDE TOT VERKOOP Het tarief bedraagt voor: 8.1 Het voor de verkoop van goederen innemen van een toegewezen standplaats tot en met 10 m2, per m2, 8.1.1 per dag 5,00; 8.1.2 per maand 11,00; 8.1.3 per jaar 107,12. 8.2 het voor de verkoop van goederen innemen van een toegewezen standplaats van 10 m2tot en met 30 m2, 8.2.1 per dag 15,00; 8.2.2 per maand 33,50; 8.2.3 per jaar 321,37. 8.3 elke m2 boven de 30 m2, 8.3.1 per dag 2,50; 8.3.2 per maand 5,00; 8.3.3 per jaar 50,00. 8.4 Het recht als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt, voor zover betrekking hebbend op de stroomvoorziening, per standplaats, bij een totale capaciteit van de aldaar aanwezige elektrische installaties van 8.4.1 niet meer dan 500 watt, 8.4.1.1 per dag 5,00; 8.4.1.2 per maand 15,00; 8.4.1.3 per jaar 146,55. 8.4.2 501 watt tot en met 1.000 watt, 8.4.2.1 per dag 10,00; 8.4.2.2 per maand 30,00; 8.4.2.3 per jaar 293,87. 8.4.3 1.001 watt tot en met 1.500 watt, 8.4.3.1 per dag 15,00; 8.4.3.2 per maand 45,00; 8.4.3.3 per jaar 441,80. 8.4.4 meer dan 1.500 watt, 8.4.4.1 per dag 20,00; 8.4.4.2 per maand 60,00; 8.4.4.3 per jaar 589,07. 10 DIVERSE VOORWERPEN Het tarief bedraagt voor: 10.1 Voor het plaatsen van wagens, aanhangwagens, handwagens, en andere voertuigen, uitgezonderd motorvoertuigen anders dan bedoeld in rubriek 8, per m2, per jaar 87,63 11 ALGEMEEN TARIEF Het tarief bedraagt voor: 11.1 Voorwerpen waarvoor onder de bovenstaande nummers niet in een bijzonder tarief is voorzien, per m2, per jaar € 80,08 Behorende bij raadsbesluit van 14 december 2009, nr. De griffier, Mw. J.C. Zantingh.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.