Verordening participatie schoolgaande kinderen WwbDE RAAD DER GEMEENTE EPE gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 maart 2013; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel g, artikel 8 lid 2 onderdeel d en artikel 35 lid 5 van de Wet werk en bijstand; overwegende, dat het van wezenlijk belang wordt geacht dat kinderen zich door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en daarin niet belemmerd worden door de financiële positie van de ouder(s), dat gemeenten daaraan dienen bij te dragen door het voeren van beleid, gericht op inkomensondersteuning van ouders met schoolgaande kinderen; BESLUIT Vast te stellen de Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe; de raad: de gemeenteraad van de gemeente Epe; de wet: de Wet werk en bijstand; maatschappelijke participatie: het deelnemen aan activiteiten met een sportief, educatief, sociaal dan wel cultureel karakter door schoolgaande kinderen van ouders met een laag inkomen; voorziening: een vorm van financiële ondersteuning of ondersteuning in natura, gericht op de maatschappelijke participatie van schoolgaande kinderen van ouders met een laag inkomen, ter bevordering van maatschappelijke participatie; schoolgaand kind: ten laste komende kind van een ouder met een laag inkomen, voor wie de leer- of kwalificatieplicht, bedoeld in artikel 4 van de Leerplichtwet, geldt; laag inkomen: een inkomen tot 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Artikel2Toepassingsbereik De gemeenteraad beschouwt het als zijn taak om de maatschappelijke participatie te bevorderen en het aantal schoolgaande kinderen dat belemmeringen ondervindt in die participatie door de financiële positie van hun ouders, terug te dringen. Deze verordening stelt regels over de wijze waarop de in het eerste lid genoemde taak door het college wordt uitgevoerd, met inbegrip van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip maatschappelijke participatie. Hoofdstuk2Beleid met betrekking tot maatschappelijke participatie Artikel3Verantwoordelijkheid college Het college zet zich in voor het tot stand komen en ondersteunen van diensten door rechtspersonen die naar zijn oordeel bijdragen aan maatschappelijke participatie. Het college biedt voorzieningen aan, die gericht zijn op maatschappelijke participatie. Het college werkt bij het bevorderen van maatschappelijke participatie samen met natuurlijke en rechtspersonen, voor zover die samenwerking naar het oordeel van het college daaraan bijdraagt. Artikel4Verslag raad Het college informeert de raad jaarlijks over de maatschappelijke participatie. Artikel5Maatschappelijke participatie in andere gemeentelijke regelingen Voor zover in een andere gemeentelijke regeling reeds is voorzien in een wettelijke grondslag voor ondersteuning van de maatschappelijke participatie, wordt die regeling geacht mede uitvoering te geven aan de opdracht, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de wet. Regelingen als bedoeld in het eerste lid zijn: Meedoenregeling: Minima en hun gezinsleden kunnen een bedrag van € 75,- per persoon per jaar voor sociaal- maatschappelijke of culturele activiteiten ontvangen. Doelgroep voor deze regeling: inkomen niet hoger dan 120 % van het wettelijk minimum inkomen (NB: deze regeling geldt dus ook voor volwassenen); Het Schoolfonds is een bijdrage aan ouders/verzorger(s) van kinderen van 4 tot 18 jaar. De bijdrage is bestemd voor schoolgerelateerde zaken. Tot de doelgroep van het Schoolfonds behoren ouders met een inkomen tot 120 % van het wettelijk minimum inkomen. Voor kinderen op de basisschool wordt een bijdrage ontvangen van € 100,-; voor kinderen op het voortgezet onderwijs € 150, - (bedragen per jaar per schoolgaand kind); De gemeente Epe heeft in 2009 een eenmalige startsubsidie toegekend van € 20.000,- voor de oprichting van Leergeld Epe. Stichting Leergeld Nederland heeft als missie het voorkomen van sociale uitsluiting van kinderen uit gezinnen met minimale financiële middelen (tot 120% van het wettelijk minimum loon). Stichting Leergeld biedt de mogelijkheid om kinderen in de leeftijd van 4 tot 18 jaar te laten deelnemen aan binnen en buitenschoolse activiteiten. Er is sprake van een goede samenwerking tussen gemeente en Stichting Leergeld. Jaarlijks wordt onderzocht op welke wijze de gemeente Stichting Leergeld inhoudelijk en financieel kan ondersteunen. Er is specifiek beleid voor huishoudens met minderjarige kinderen in samenwerking met lokale ketenpartners, in principe wordt niet overgegaan tot ontruiming van een woning als er minderjarige kinderen deel uitmaken van het huishouden (notitie “plan integrale schuldhulpverlening” 2012) . Pafagraaf3Slotbepalingen Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag volgend op die van de openbare bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.