← Nederland

Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand (Terneuzen)

Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstandDe raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 8 en 36 van de Wet werk en bijstand; Besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand HOOFDSTUK1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: de Wet: de Wet werk en bijstand (WWB); referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum; peildatum: de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat; inkomen: het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede in sub b “een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” moet worden gelezen “de referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien. Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt, voor zover niet anders bepaald hebben dezelfde betekenis als in de WWB. Artikel2Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. HOOFDSTUK2Recht op langdurigheidstoeslag Artikel3Langdurig, laag inkomen Aan de in artikel 36, eerste lid, van de wet gestelde voorwaarde van het hebben van een langdurig, laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het inkomen per maand niet uitkomt boven de 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Artikel4Hoogte van de langdurigheidstoeslag 1.De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar: a. voor gehuwden € 500,00; b. voor een alleenstaande ouder € 450,00; c. voor een alleenstaande € 350,

  1. 2.Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum bepalend. HOOFDSTUK3Slotbepalingen Artikel5Hardheidsclausule 1.Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid. 2.In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel6Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Langdurigheidstoeslag WWB” Artikel7Inwerkingtreding Deze verordening treedt met terugwerkende kracht per 1 januari 2012 in werking, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2012, zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 15 december
  2. Besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad d.d. 8 november 2012.griffier, drs. T.A.M. Leeraert voorzitter, J.A.H. LoninkTOELICHTING Algemene toelichtingOp grond van artikel 8 lid 1 onderdeel d van de Wet werk en bijstand (WWB) dient de gemeenteraad bij verordening regels vast te stellen met betrekking tot het verlenen van een langdurigheidstoeslag. Deze regels dienen in ieder geval betrekking te hebben op de hoogte van de langdurigheidstoeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig, laag inkomen, conform het gestelde in artikel 36 lid 1 en 6 WWB. Artikelsgewijze toelichtingArtikel 1 Begripsomschrijving Begrippen die in de WWB voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis als in de WWB. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in de WWB zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening. Bij de invulling van het begrip peildatum als datum waartegen een langdurigheidstoeslag is aangevraagd wordt aangesloten bij de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB, 22-07-2008, nr. 07/2304 WWB). De toekenning kan, na aanvraag dus plaatsvinden tegen de eerst mogelijke datum na afloop van een referteperiode. Met betrekking tot het begrip ‘inkomen’ is een van de WWB afwijkende definitie opgenomen. Nu de wetgever de gemeenteraad opdracht gegeven heeft om in de verordening regels te stellen met betrekking tot het begrip ‘langdurig, laag inkomen’, is de gemeenteraad bevoegd om dit begrip voor de toepassing van artikel 36 lid 1 WWB nader te definiëren. Met de gebruikte definitie wordt aangesloten bij de reeds in de bestaande uitvoeringspraktijk gehanteerde (en ook door de wetgever bedoelde) invulling van het begrip inkomen in artikel 36 lid 1 WWB. Het netto inkomen zoals dat feitelijk in de referteperiode is ontvangen (CRvB 25-01-2011, nr. 09/1673 WWB). Artikel 2 UitvoeringDe uitvoering die berust bij het college impliceert ook dat het college nadere beleidsregels omtrent de uitvoering kan opstellen. Artikel 3 Langdurig, laag inkomenNadat belanghebbende(n) 36 maanden op een minimum inkomen is (zijn) aangewezen is er over het algemeen niet veel reserveringsruimte over. Daarom wordt hier een termijn van 36 maanden aangehouden. Dit sluit impliciet ook aan bij de termijn, zoals die gold bij laatste wijziging van het wetsartikel over de langdurigheidstoeslag. De leeftijd waarop recht bestaat op een langdurigheidstoeslag is destijds door de wetgever namelijk teruggebracht van 23 naar 21 jaar. Een belanghebbende is vanaf zijn 18e voor de WWB een zelfstandig rechtssubject. Het verschil tussen 18 en 21 jaar is dus de termijn van 36 maanden. Het begrip ‘langdurig, laag inkomen’ wordt ingevuld als een inkomen dat niet hoger is dan 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Hiermee wordt voldaan aan de nieuwe eis, zoals genoemd in artikel 36 lid 6 van de WWB en is tevens een grens gekozen die gelijkluidend is in de gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen. Ook dient te worden voldaan aan het gestelde in artikel 36 lid 4 WWB, waarin is bepaald dat er geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 WWB aanwezig mag zijn. Artikel 4 Hoogte van de langdurigheidstoeslagIn het eerste lid is de hoogte van de langdurigheidstoeslag bepaald. De hoogte is verschillend voor gehuwden, alleenstaande ouders en alleenstaanden. Deze driedeling is tot stand gekomen, omdat er ook verschillende reserveringscapaciteiten voortvloeien uit de voor de genoemde groepen geldende bijstandsnormen. Daarnaast is afstemming gezocht met de andere twee gemeenten in Zeeuws Vlaanderen. De categorieën en bedragen zijn vanaf 2012 exact hetzelfde in alle drie de gemeenten. Artikel 5 HardheidsclausuleDit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 6 CiteertitelDit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel 7 InwerkingtredingDeze verordening treedt in werking met terugwerkende kracht op 1 januari 2012.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.