← Nederland

Beleidsregels toegang schuldhulpverlening 2013 gemeente Losser (Losser)

Beleidsregels toegang schuldhulpverlening 2013 gemeente Losser Burgemeester en wethouders van de gemeente Losser; gelet op de artikelen 3 en 4 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening; overwegende dat het om redenen van rechtszekerheid en doelmatigheid wenselijk is om overeenkomstig titel 4:3 Awb (artikel 4:81 ev.) beleidsregels vast te stellen inzake het toegang verlenen tot de schuldhulpverlening, besluiten vast te stellen de Beleidsregels toegang schuldhulpverlening 2013 gemeente Losser Artikel1Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Losser; b. inwoner: ingezetene die op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens bij de gemeente Losser is ingeschreven; c. schuldhulpverlening: het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg; d. verzoeker: persoon die zich tot het college heeft gewend voor schuldhulpverlening. e. wet: wet gemeentelijke schuldhulpverlening f. budgetbeheer (BBR): instrument dat ingezet wordt als schuldhulpverlening om de schuldenpositie te stabiliseren en de betaling van primaire lasten te borgen. g. inkomen: besteedbaar inkomen h. schuldenregeling: een minnelijke of wettelijke schuldenregeling in het kader van MSNP/WSNP. Dit kan ook een andere regeling zijn met het doel om de schuldensituatie op te lossen, waarbij er naar het oordeel van Stadsbank of gemeente voor de klant onvoldoende financiële draagkracht is, om de eventuele eigen bijdrage in de kosten van de noodzakelijke budgetbeheerrekening te betalen. i. crisis: aanzegging tot huisuitzetting, aankondiging afsluiting gas, water of energie j. Stadsbank: Stadsbank Oost Nederland als uitvoerder schuldhulpverlening Artikel2Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening Alle inwoners van de gemeente Losser van 18 jaar en ouder, met uitzondering van zelfstandig ondernemers, kunnen zich tot het college wenden voor schuldhulpverlening. Artikel3Wachttijd en aanbod bij reguliere schuld Indien een persoon zich tot het college wendt voor schuldhulpverlening vindt binnen vier weken het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Artikel4Wachttijd en aanbod bij een bedreigende schuld van de primaire lasten Indien er sprake is van een bedreigende situatie vindt binnen drie werkdagen het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Onder bedreigende situatie wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektra of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. Artikel5Aanbod schuldhulpverlening

  1. Het college verleent aan verzoeker schuldhulpverlening indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Indien de noodzaak niet aanwezig wordt geacht door het college, kan een aanvraag worden geweigerd.
  2. De vorm waarin de gemeente schuldhulpverlening aanbiedt, is van meerdere factoren afhankelijk en kan dus per situatie verschillen. De factoren die een rol kunnen spelen zijn: a. zwaarte, aard en/of omvang van de schulden; b. psychosociale situatie (vaardigheden); c. houding en gedrag van verzoeker (motivatie); d. fraude; e. een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening. Artikel6Verplichtingen
  3. Verzoeker doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op schuldhulpverlening, zowel bij de aanvraag als gedurende de looptijd van het schuldhulpverleningstraject.
  4. Verzoeker is verplicht om alle medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is gedurende de aanvraagperiode en tijdens het schuldhulpverleningstraject. De medewerking bestaat onder andere uit: a. het nakomen van afspraken; b. geen nieuwe schulden aangaan; c. het zich houden aan de bepalingen van de schuldregelingsovereenkomst. Artikel7Weigeren toegang tot schuldhulpverlening of intrekken eerder besluit tot toegang schuldhulpverlening Het college kan de toegang tot de schuldhulpverlening weigeren of een eerder besluit tot toegang intrekken, indien: a. de verzoeker geen of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd in artikel 6, leden 1 en 2; b. een persoon fraude heeft gepleegd met financiële benadeling van een bestuursorgaan tot gevolg en die persoon in verband daarmee onherroepelijk strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd. Artikel8Beëindiging schuldhulpverlening Onverminderd de overige bepalingen in deze beleidsregels, kan het college besluiten tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien: a. het schuldhulpverleningstraject succesvol is afgerond; b. de schuldenaar zijn beschikbare aflossingscapaciteit niet wil gebruiken voor de aflossing van schulden; c. op grond van – zo later is gebleken – onjuiste gegevens schuldhulpverlening aan betrokkene is toegekend, terwijl indien dit ten tijde van de besluitvorming bekend was geweest bij het college, een andere beslissing zou zijn genomen; d. belanghebbende zich ten opzichte van de medewerkers, belast met werkzaamheden die voortkomen uit het schuldhulpverleningstraject, misdraagt; e. de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf te regelen dan wel in staat is de schulden zelfstandig te beheren; f. de geboden hulpverlening, gelet op de persoonlijke omstandigheden van de schuldenaar, niet (langer) passend is, en g. indien de schuldhulpverlening door het college niet langer noodzakelijk wordt geacht. Artikel9Weigeren aanvraag schuldhulpverlening of budgetbeheer in verband met recidive – hernieuwde aanvraag schuldhulpverlening
  5. Een aanvraag schuldhulpverlening of budgetbeheer kan worden geweigerd: a. indien minder dan 2 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend, door verzoeker een traject schuldregeling succesvol is doorlopen (minnelijk en/of wettelijk); b. indien minder dan 2 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend een traject schuldregeling tussentijds door toedoen van de verzoeker is beëindigd op grond van artikel 8 sub b, c of d of ingevolge artikel 7 een traject schuldhulpverlening is geweigerd of ingetrokken; c. indien minder dan 1 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend schuldhulpverlening is beëindigd op grond van artikel 8 sub e, f of g;
  6. Het eerste lid geldt niet voor het geven van informatie, advies en/of doorverwijzing. Artikel10Weigeren nieuwe aanvraag vanwege terugkomtermijn Indien minder dan 6 maanden voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend een eerdere aanvraag schuldhulpverlening door toedoen van de verzoeker is afgewezen of buiten behandeling is gelaten, wordt géén nieuwe aanvraag in behandeling genomen, tenzij er sprake is van gewijzigde en/of onvoorziene omstandigheden. Artikel11Budgetbeheer
  7. Als de Stadsbank of gemeente budgetbeheer of budgetzorg noodzakelijk vindt, neemt de gemeente voor een periode van 1 jaar de maandelijkse uitvoeringskosten voor de bijbehorende budgetbeheerrekening van de klant voor haar rekening. Deze periode van 1 jaar kan na beoordeling van de noodzakelijkheid steeds met een jaar verlengd worden. Als binnen een periode van 12 maanden nadat de budgetbeheerrekening door onvoldoende medewerking van de cliënt is beëindigd, budgetbeheer opnieuw noodzakelijk is, komen de kosten van de bijbehorende budgetbeheerrekening het eerste jaar in principe voor rekening van de client, tenzij er sprake is van een crisis.
  8. De maandelijkse uitvoeringskosten voor de bijbehorende budgetbeheerrekening worden door de gemeente het eerste jaar volledig vergoed, ongeacht het inkomen van de klant. Na het eerste jaar gelden de volgende regels: Indien het inkomen van de aanvrager lager is dan 120% van het van toepassing zijnde wettelijk minimum, vergoedt de gemeente de volledige kosten van de noodzakelijke budgetbeheerrekening. Indien het inkomen van de aanvrager gelijk of hoger is dan 120% en lager dan 130% van het van toepassing zijnde wettelijk minimum, vergoedt de gemeente de helft van de kosten van de noodzakelijke budgetbeheerrekening. Wanneer het inkomen van klant (en eventuele partner) meer is dan 130% van het van toepassing zijnde wettelijk minimum en de budgetbeheerrekening is niet gebonden aan een minnelijke en/of wettelijke schuldregeling, betaalt de klant zelf de volledige maandelijkse uitvoeringskosten van de noodzakelijke soort budgetbeheerrekening. Is er, in de situatie zoals beschreven onder a, b of c van dit lid, sprake van een schuldenregeling, dan vergoedt de gemeente gedurende de looptijd van de schuldenregeling en in de 6 maanden na einde schuldenregeling, de volledige kosten van de noodzakelijke budgetbeheerrekening.
  9. Wanneer voor de uitvoering van budgetbeheer of budgetzorg de BBR Basis rekening als adequaat wordt gezien, komen eventuele meerkosten van uitvoering van een uitgebreidere budgetbeheerrekening (BBR Totaal) voor rekening van de klant zelf. Artikel12Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden a. Het college kan in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien onverkorte toepassing daarvan aanleiding geeft of zou leiden tot onredelijkheid of onbillijkheid van overwegende aard. b. In gevallen waarin deze regeling niet voorzien, beslist het college. Artikel13Slotbepalingen a. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking en hebben terugwerkende kracht tot en met 1 januari
  10. b. Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels toegang schuldhulpverlening 2013 gemeente Losser. c. Intrekken beleidsregels schuldhulpverlening 2012 gemeente Losser. Aldus vastgesteld in de vergadering van 5 februari 2013 van het college van burgemeester en wethouders van Losser. de secretaris, de burgemeester, drs. J. van Dam Mr. drs. M. Sijbom Nota-toelichting Toelichting algemeen Deze beleidsregels betreffen regels m.b.t. toelating, inlichtingenplicht, recidive en de beëindiging van de schuldhulpverlening in Losser. De achterliggende gedachte is de behoefte aan heldere spelregels: de burger weet wat de voorwaarden zijn voor toelating tot de schuldhulpverlening en waaraan hij zich dient te houden en de gemeente op haar beurt weet welke verplichtingen zij aan de burger mag opleggen en wanneer zij de toegang tot de schuldhulpverlening kan weigeren of beëindigen. Door de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening valt de schuldhulpverlening vanaf 1 juli 2012 onder het regime van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom is het dus van belang om regels met betrekking tot toelating tot de schuldhulpverlening, het opleggen van verplichtingen en het weigeren van hulp in beleidsregels vast te leggen. De bestaande Losserse beleidsregels schuldhulpverlening 2012 zijn in deze nieuwe beleidsregels toegang schuldhulpverlening 2013 opgenomen, tezamen met de overige eisen uit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. De Stadsbank Oost Nederland is gemandateerd om de beschikkingen namens ons college af te geven. Artikelsgewijze toelichting Artikel
  11. Begripsbepalingen Dit artikel is gebaseerd op artikel 1 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Artikel
  12. Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening De schuldhulpverlening staat in beginsel open voor alle inwoners van de gemeente Losser van 18 jaar en ouder. De dienstverlening aan zelfstandigen verloopt via het Regionaal Orgaan Zelfstandigen. Een specifiek doelgroepenbeleid wordt niet gevoerd door de gemeente Losser. Met uitzondering van de situatie dat er een wachtlijst mocht ontstaan, dan hebben gezinnen met kinderen voorrang. Artikel
  13. Wachttijd en aanbod bij reguliere schuld Dit artikel behoeft geen nadere toelichting aangezien het is ontleend aan de wet. Artikel
  14. Wachttijd en aanbod bij een bedreigende schuld van de primaire lasten Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.aangezien het is ontleend aan de wet. Artikel
  15. Aanbod schuldhulpverlening In dit artikel is aangegeven dat het college schuldhulpverlening verleent indien het college schuldhulpverlening noodzakelijk acht. Op deze manier wordt enerzijds recht gedaan aan het beleidsmatige uitgangspunt van de eigen verantwoordelijkheid en de mate van financiële zelfredzaamheid van de burger. Daar waar de burger in staat moet worden geacht om de (dreigende) schuldenproblematiek zelf aan te pakken en te regelen, kan schuldhulpverlening achterwege blijven. In het tweede lid van dit artikel staat aangegeven welke factoren van invloed zijn op de uiteindelijke vorm van schuldhulpverlening. Sinds 1 januari 2013 mag het college op basis van artikel 60 c Wet werk en bijstand geen medewerking verlenen aan een (buitengerechtelijke) schuldregeling indien een vordering is ontstaan door het niet of niet behoorlijke nakomen door de belanghebbende van de verplichting, bedoeld in artikel 17, eerste lid, of de verplichtingen, bedoeld in artikel 30c, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en hiervoor een bestuurlijke boete is opgelegd, dan wel met betrekking tot het niet of niet behoorlijk nakomen van die verplichtingen aangifte is gedaan op grond van het Wetboek van Strafrecht. Dit betekent dat de fraudevordering inclusief bestuurlijke boete in zijn geheel moet worden terugbetaald en niet betrokken mag worden bij een buitengerechtelijke (minnelijke) schuldregeling. Bij een minnelijke schuldregeling kan het voorkomen dat een fraudevordering en boete slechts gedeeltelijk wordt terugbetaald. In verband met de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving die sinds 1 januari 2013 geldt en het uitgangspunt dat fraude nooit mag lonen heeft de wetgever dit artikel in de Wet werk en bijstand op laten nemen. Artikel
  16. Verplichtingen Met dit artikel wordt de eigen verantwoordelijkheid van de hulpvrager voorop gesteld. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van mensen zelf om tijdig de benodigde informatie te geven (lid 1) en medewerking te verlenen (lid 2). Dit zowel in de fase van aanvraag als gedurende de looptijd van de schulddienstverlening. Wat betreft de verplichting tot medewerking is in lid 2 een aantal verplichtingen benoemd. Dit is geen limitatieve opsomming, dit komt tot uitdrukking door de toevoeging “ onder andere”. Artikel
  17. Weigeren toegang tot schuldhulpverlening of intrekken eerder besluit tot toegang schuldhulpverlening Indien de verzoeker niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt zoals neergelegd, kan het college besluiten om schuldhulpverlening te weigeren. Het college heeft de bevoegdheid tot weigering; het is géén verplichting. Dit geeft het college met name ruimte om van een weigering of beëindiging af te zien, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. Ten aanzien van lid 2: Wij sluiten personen die fraude hebben gepleegd niet bij voorbaat uit van schuldhulpverlening, maar het feit kan wel van invloed zijn op het uiteindelijke aanbod. Omdat in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening expliciet is opgenomen dat een persoon die fraude heeft gepleegd met overheidsgeld uitgesloten kan worden van schuldhulpverlening, is deze mogelijkheid in lid 2 opgenomen. Dit artikel 7 heeft betrekking op fraude in relatie tot de toegang tot alle vormen van schuldhulpverlening. De toelichting bij artikel 5 heeft betrekking op één specifiek soort aanbod schuldhulpverlening, namelijk een buitengerechtelijke schuldregeling. Sinds 1 januari 2013 mag het college in het geval van fraude hieraan géén medewerking meer verlenen. Artikel
  18. Beëindiging schuldhulpverlening In dit artikel wordt beschreven wanneer schuldhulpverlening kan worden beëindigd. Artikel
  19. Weigeren aanvraag schuldhulpverlening of budgetbeheer in verband met recidive – hernieuwde aanvraag schuldhulpverlening In de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening staat dat het college schuldhulpverlening kan weigeren als iemand al eerder gebruik heeft gemaakt van schuldhulpverlening. In dit artikel zijn hiervoor regels en termijnen opgenomen waarbinnen iemands aanvraag kan worden geweigerd. De termijnen zijn verschillend (1 en 2 jaar) waarbij een verband is gelegd met de eerder ontvangen schuldhulpverlening en de mate van verwijtbaarheid van de klant. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom iemand binnen de termijnen toch een hernieuwde aanvraag schuldhulpverlening doet zoals bijv. echtscheiding of ontstane werkloosheid. Doet iemand binnen de termijn een hernieuwde aanvraag schuldhulpverlening dan wordt een beoordeling gemaakt van de situatie van de klant. Hierbij speelt de eerder verleende schuldhulpverlening en/of de contacten daaromtrent mee. Is de recidive verwijtbaar dan kan verzoeker binnen de termijn niet in aanmerking komen voor schuldhulpverlening, met uitzondering van het geven van informatie, advies en/of een doorverwijzing. De grote beleidsvrijheid zoals aan de gemeente gegeven om een dergelijke recidivebepaling op te nemen, ontslaat de gemeente niet van de verplichting om, daar waar een onevenredige situatie ontstaat voor de burger, af te wijken van het bepaalde van artikel 9 indien nodig. Indien de burger als een niet-kunner moet worden beschouwd en (nog) niet financieel zelfredzaam is, dan zal coulant worden omgegaan met deze termijnen. Uitgangspunt is en blijft evenwel het bepaalde in dit artikel. Artikel
  20. Weigeren nieuwe aanvraag vanwege terugkomtermijn Deze terugkomtermijn geldt wanneer een aanvraag schuldhulpverlening of budgetbeheer is afgewezen of buiten verdere behandeling is gelaten omdat betrokkene tijdens het proces van aanvraag geen nadere informatie verstrekt. Een nieuwe aanvraag wordt dan binnen 6 maanden niet in behandeling genomen, tenzij er sprake is van gewijzigde, onvoorziene omstandigheden. Het stijgen van de schulden en/of toegenomen incassoactiviteiten van schuldeisers worden niet gezien als gewijzigde, onvoorziene omstandigheden omdat dit een te verwachten gevolg is van het niet betalen van schulden. Artikel
  21. Budgetbeheer Met ingang van 1 januari 2012 worden met betrekking tot budgetbeheer Beleidsregels schuldhulpverlening 2012 gemeente Losser gehanteerd in de uitvoeringspraktijk. Die regels zijn toen opgesteld om de klant vanwege zijn eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van zijn schulden (gedeeltelijk) mee te laten mee betalen aan een oplossing voor zijn schuldenproblematiek. Deze beleidsregels worden nu opgenomen in de Beleidsregels toegang schuldhulpverlening 2013 gemeente Losser. Artikel
  22. Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden Dit artikel spreekt voor zich. Artikel
  23. Slotbepalingen De beleidsregels treden in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari
  24. Hiermee worden de bestaande beleidsregels schuldhulpverlening 2012 gemeente Losser ingetrokken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.