Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ 2013 gemeente Oudewater De raad van de gemeente Oudewater; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 12 maart 2013; gelet op artikel 8, lid 1, onderdeel b, en artikel 18 van de Wet werk en bijstand, artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20, tweede lid IOAW, en artikel 35, eerste lid, onderdeel b en artikel 20, tweede lid IOAZ, van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Maatregelenverordening WWB, IOAW, IOAZ 2013 gemeente Oudewater Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven in deze verordening en de toelichting, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB) de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. 2 In deze verordening wordt verstaan onder: a. Het college: het college van burgemeester en wethouders van Oudewater b. Uitkering: de algemene en bijzondere bijstand op grond van de WWB alsmede een uitkering op grond van de Ioaw en Ioaz. c. Uitkeringsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in artikel 5, onderdeel c WWB of de uitkeringsgrondslag als bedoeld in de artikel 5 IOAW/IOAZ. d. Maatregel: het verlagen van de uitkering alsmede het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van een uitkering op basis van artikel 18 WWB of artikel 20 IOAW/IOAZ. e. Benadelingsbedrag: De uitkering waarop over een langere periode of tot een hoger bedrag een beroep is gedaan ten gevolge van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan Artikel2Het besluit tot opleggen van een maatregel In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval vermeld: de reden van de maatregel, de datum van aanvang van de maatregel, de duur van de maatregel, het percentage waarmee de uitkering wordt verlaagd of geweigerd, het bedrag waarmee de uitkering wordt verlaagd of geweigerd en, indien van toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel. Artikel3Afzien van het opleggen van een maatregel 1 Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien: a. elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of b. de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden. 2 Het college kan afzien van het opleggen van een maatregel indien het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3 Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk in kennis gesteld. Artikel4Ingangsdatum en tijdvak 1 De maatregel wordt toegepast met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot maatregel aan de belanghebbende is kenbaar gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende uitkeringsnorm. 2 In afwijking van het eerste lid kan de maatregel worden toegepast met ingang van een eerdere datum voor zover uitbetaling van de uitkering over die periode nog niet heeft plaatsgevonden.5 Artikel5Berekeningsgrondslag 1 De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm. 2 In afwijking van het eerste lid wordt, indien van toepassing, de verlaging toegepast op 6a. de uitkeringsnorm vermeerderd met de op grond van artikel 12 WWB verleende bijzondere bijstand; of b. de verleende bijzondere bijstand indien de verwijtbare gedraging van belanghebbende, in relatie met zijn recht op bijzondere bijstand daartoe aanleiding geeft. Artikel6Samenloop en recidive 1 Indien sprake is een gedraging die schending oplevert van meerdere in deze verordening genoemde verplichtingen, dan wordt de zwaarste maatregel toegepast. 2 Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in deze verordening genoemde verplichtingen, dan worden de verlagingen die gelden voor de verschillende gedragingen bij elkaar opgeteld tot een maximum van 100% van de uitkeringsnorm. 3 De duur van de maatregel wordt verdubbeld indien belanghebbende zich schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging binnen 12 maanden na bekendmaking van een besluit waarmee een maatregel is opgelegd. 4 Voor de toepassing van het derde lid wordt met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 3 lid 2 van deze verordening. Hoofdstuk2Niet nakomen van de verplichtingen met betrekking tot arbeidsinschakeling Artikel7Indeling in categorieën De gedragingen van belanghebbenden, waardoor de verplichtingen op grond van de artikelen 9, 9a of 55 van de WWB, artikelen 37 of 38 van de IOAW/IOAZ, de verplichtingen op grond van artikel 30c, tweede en derde lid wet SUWI, de verplichtingen tot medewerking op grond van artikel 25, 23 en 31 van de Wet inburgering (Wi) niet of onvoldoende zijn nagekomen of blijk is gegeven van onvoldoende besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 18, lid 2 WWB, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.