Beleidsregels boeteoplegging WWB,IOAW en IOAZ 2013 gemeente VelsenArtikel 1: Begrippen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: WWB: Wet werk en bijstand IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen Awb: Algemene wet bestuursrecht Benadelingsbedrag: Het in artikel 18a, lid 4 en in artikel 20a lid 4 van de IOAW en de IOAZ bedoelde ten onrechte of tot een te hoog ontvangen bedrag aan uitkering Niet nader omschreven begrippen in deze beleidsregels hebben dezelfde betekenis als in de in het eerste lid genoemde wetten. Artikel 2: Waarschuwing in plaats van boete Als er de eerste keer binnen twee jaar sprake is van schending van de inlichtingenplicht, zonder dat er teveel bijstand of uitkering is betaald, geeft het college een schriftelijke waarschuwing. Toelichting: Het gaat hier om de zgn. nulfraude. Volgens artikel 18a, lid 4 WWB en artikel 20a lid 4 IOAW/Z kan het college dan volstaan met een waarschuwing als de belanghebbende in de afgelopen twee jaar niet eerder een waarschuwing heeft gehad. Dat geldt ook als een Rechtmatigheidsonderzoeksformulier (ROF) niet binnen de gestelde termijn wordt ingeleverd. Voor het bepalen van de termijn van twee jaar wordt gerekend vanaf de startdatum van de boetewaardige gedraging. Een waarschuwing telt niet mee voor eventuele recidive. Bij de tweede en volgende keer nulfraude binnen de tweejaarstermijn wordt een boete van € 150 opgelegd. Artikel 3: Afstemming van de boete Het college stelt de boete vast op 50% van het benadelingsbedrag als a. er sprake is van verminderde verwijtbaarheid: b. de omstandigheden van persoon en gezin daartoe aanleiding geven. het college ziet geheel of gedeeltelijk af van het opleggen van een boete bij dringende redenen. Bij recidive zijn de vorige leden van overeenkomstige toepassing. Toelichting: De hoogte van de boete wordt op grond van artikel 5:46 Awb nader afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van persoon en gezin. De ernst van het feit vloeit rechtstreeks uit de gedraging voort. De wet heeft hieraan het rechtsgevolg van de bestuurlijke boete verbonden. Er zal dan ook niet snel aanleiding voor afstemming zijn. Verminderde verwijtbaarheid kan leiden tot een lagere boete. NB een hogere boete wegens verzwarende omstandigheden mag niet worden opgelegd. Voorbeelden van verminderde verwijtbaarheid staan in het Besluit aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW wetgeving (Stbl. 2012/484): - betrokkene verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden die niet tot het normale levenspatroon behoren en die emotioneel zo ontwrichtend waren dat het niet (volledig) verstrekken van inlichtingen hem niet (volledig) valt toe te rekenen; - betrokkene verkeerde (tijdelijk) in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen; - betrokkene heeft weliswaar niet (tijdig) aan zijn inlichtingenplicht voldaan, maar heeft uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voor de overtreding werd geconstateerd. Dit is een niet limitatieve opsomming. Uit het oogpunt van duidelijkheid en uitvoerbaarheid wordt, als is vastgesteld dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, de boete verlaagd tot 50% van het benadelingsbedrag, zonder allerlei niet of nauwelijks te beredeneren gradaties. Bij de weging van de gevolgen van de boeteoplegging voor de omstandigheden van persoon en gezin kan worden gedacht aan de financiële gevolgen en aan de effecten die dat heeft op bijvoorbeeld de (minderjarige) kinderen. Er moet wel sprake zijn van zeer bijzondere omstandigheden voor tot matiging (tot 50%) van de boete kan worden overgegaan. Het alleen hebben van een financieel nadeel mag niet leiden tot een lagere boete. Deze weging gebeurt op het moment dat de boete wordt opgelegd. Dringende redenen. Van het opleggen van een boete kan ook (gedeeltelijk) worden afgezien bij dringende redenen. Het moet om een uitzonderlijke situatie gaan, waarbij het opleggen van een boete leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de belanghebbende. Afzien van boete. Bij ontbreken van verwijtbaarheid wordt geen boete opgelegd (artikel 5:41 Awb). Dat geldt ook als er sprake is van een rechtvaardigheidsgrond (artikel 5.5 Awb) of ingeval van overlijden van de dader. Recidive. Als de belanghebbende binnen vijf jaar na het onherroepelijk worden van de eerste overtreding nogmaals de inlichtingenplicht schendt, is er sprake van recidive. De boete is dan in beginsel 150% van het benadelingsbedrag. De hiervoor besproken wegingsfactoren zijn vervolgens van toepassing alvorens de boete wordt vastgesteld. Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.