Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2005De raad der gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel van 23 november 2004, nr. 229; gezien het advies van commissie 1 van 6 december 2004; gelet op het bepaalde in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2005 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet - zijnde mobiele kampeer-onderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto’s toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan we gebezigd worden als verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden; niet - beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn dan verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van hetzelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan. Artikel2 Ter zake van het houden van verblijf met overnachten binnen de gemeente in hotels, pensions, vakantieonderkomens, mobiele onderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten en op vaste standplaatsen tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als in-gezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn opgenomen, wordt onder de naam “toeristenbelasting” een directe belasting geheven. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ruimten dan wel op hem ter beschikking staande terreinen. 2.De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. 3.Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belas-tingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 verblijf houdt. Artikel4Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene die als verpleegde of verzorgde in een inrichting tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevende of van ouden van dagen verblijft; aan groepen van personen met een educatieve doelstelling; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c,d,f,g,h, van voor-noemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen. De belastingplichtige genoemd in artikel 3 lid 1 en 3 is verplicht om jaarlijks het toegezonden aangifteformulier in te vullen op basis van het aantal overnachtingen die gebaseerd zijn op het bijgehouden nachtregister. Artikel6Belastingtarief Het tarief bedraagt per overnachting euro 1,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.