gig ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; sub-amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbesluit, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement waarop het betrekking heeft; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel. Artikel2De voorzitter De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van het reglement van orde; wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt. Artikel3De griffier 1.De griffier is in elke vergadering van de gemeenteraad aanwezig. 2.Bij verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een door de gemeenteraad daartoe aangewezen ambtenaar. 3.Hij kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. HOOFDSTUKII- TOELATING VAN NIEUWE LEDEN; FRACTIES Artikel4Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging 1.Het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden geschiedt door een commissie van drie leden door en uit de raad te benoemen. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en de overige daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en de processen-verbaal van de stembureaus. 2.De commissie brengt na gedaan onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de vergadering en doet daarbij een voorstel tot het nemen van een besluit. In het besluit wordt ook melding gemaakt van een eventueel minderheidsstandpunt. 3.De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering waarin hij zijn betrekking volgens de Gemeentewet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 4.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring of belofte af te leggen. Artikel5Fracties 1.Leden kunnen zich verenigen tot een groep, fractie genaamd. Zij doen hiervan mededeling aan de voorzitter, onder vermelding van de naam van de fractie en de namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger zullen optreden. 2.De mededelingsplicht geldt ook in geval van splitsing, samenvoeging of opheffing van een fractie. 3.Indien één lid zich als een fractie beschouwt, doet hij hiervan mededeling aan de voorzitter. HOOFDSTUKIII– VERGADERINGEN Paragraaf1- Tijd van vergaderen; voorbereidingen Artikel6Tijd en plaats van vergaderen 1.De vergaderingen vinden in de regel plaats op donderdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het stadhuis. 2.De voorzitter kan in bijzondere gevallen na overleg met het presidium een andere dag of een ander aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Artikel7Oproep; agenda 1.De voorzitter zendt - spoedeisende vergaderingen uitgezonderd - zoveel mogelijk zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep, onder vermelding van de dag, tijd en plaats van de vergadering, alsmede de voorstellen. 2.De oproepingsbrief vermeldt de onderwerpen die in de vergadering behandeld worden in de volgorde waarin deze aan de orde worden gesteld. 3.Aan het begin van de vergadering stelt de raad de agenda vast. 4.De raad kan bij het vaststellen van de agenda besluiten op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter, onderwerpen die niet in de oproepingsbrief zijn vermeld, aan de agenda toe te voegen. 5.De voorzitter kan na het verzenden van de oproepingsbrief zo nodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk tweemaal 24 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. 6.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij besluiten tot verwijzing naar een beeldvormende raadsbijeenkomst of tot terugzending naar burgemeester en wethouders om nadere inlichtingen of om advies. Artikel8Ter inzage leggen van stukken 1.De stukken die dienen ter toelichting van de raadsvoorstellen, worden gelijktijdig met het verzenden van de voorstellen voor de leden ter inzage gelegd. Indien na dit tijdstip stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. 2.Een lid van de raad mag een origineel van een ter inzage gelegd stuk niet buiten het stadhuis brengen. Een lid mag een kopie van een ter inzage gelegd stuk slechts voor eigen gebruik buiten het stadhuis brengen. 3.Stukken waarvoor ingevolge artikel 25, eerste dan wel tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden gelegd in het daarvoor bestemde kastje in de fractiekamer. Na inzage moet het lid van de raad de stukken weer terugleggen in het hiervoor genoemde kastje. Artikel9Openbare kennisgeving 1.De vergadering wordt door aankondiging in een of meer in de gemeente verschijnende huis-aan-huisbladen en door plaatsing op de website van de gemeente ter openbare kennis gebracht. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, de aanvangstijd en plaats van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar eenieder de agenda en de daarbij behorende voorstellen kan inzien. Paragraaf2- Orde der vergadering Artikel10Presentielijst Ieder ter vergadering komend lid tekent onmiddellijk na aankomst in de vergaderzaal de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening afgesloten. Artikel11Zitplaatsen 1.De voorzitter, de leden en de griffier, alsmede de wethouders, hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met de fractievoorzitters bij iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen. 2.De indeling kan, indien daartoe aanleiding bestaat, na overleg met de fractievoorzitters worden herzien. Artikel12Opening vergadering; quorum 1.De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 van de Gemeentewet. Artikel13Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de raadsvergadering geluid- en/of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Artikel14Verslagen 1.Van de raadsvergaderingen wordt een videoverslag gemaakt en een besluitenlijst opgesteld. 2.De ontwerpbesluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, voor zover mogelijk, aan de leden (en aan de wethouders) toegezonden gelijktijdig met de overige voorstellen. 3.Bij het begin van de vergadering wordt, voor zover mogelijk, de besluitenlijst vastgesteld. 4.De leden en de wethouders hebben het recht een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden zou bevatten of niet duidelijk weergeeft wat besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor de desbetreffende vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. 5.De besluitenlijst moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier en de ter vergadering aanwezige leden en wethouders, alsmede van de leden die afwezig waren; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest, met inbegrip van moties en amendementen; de uitslag van elke stemming, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden. 6.De besluitenlijst wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de griffier. 7.De vastgestelde besluitenlijst wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. Artikel15Ingekomen brieven; mededelingen 1.Bij de raad ingekomen brieven respectievelijk schriftelijke mededelingen die burgemeester en wethouders aan de raad wensen te doen, worden op een lijst geplaatst. 2.De raad stelt daarvan op voorstel van griffier en voorzitter de wijze van afdoening vast. Artikel16Spreekregels De leden spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. Artikel17Volgorde sprekers 1.Een lid voert slechts het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 2.De voorzitter verleent zoveel mogelijk het woord in de volgorde waarin het is gevraagd. 3.De volgorde kan worden verbroken, wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit of om een voorstel van orde in te dienen. Artikel18Aantal spreektermijnen 1.De beraadslaging over een voorstel of onderwerp geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 2.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3.Een lid mag in een termijn niet meer dan eenmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4.Het bepaalde in lid 3 is niet van toepassing op het lid dat een (sub-)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. 5.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een persoonlijk feit of over een voorstel van orde. Artikel19Spreektijd 1.De spreektijd bij een voorstel of onderwerp bedraagt per termijn ten hoogste drie minuten per lid en ten hoogste vijf minuten voor het college van burgemeester en wethouders. 2.Beantwoording van interrupties zijn in tijd uitgezonderd van de spreektijd zoals genoemd in het eerste lid. 3.Na overleg met de fractievoorzitters kan de voorzitter bij een voorstel of onderwerp een andere spreektijd hanteren. Artikel20Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn rede niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren. Interrupties zijn toegestaan, tenzij de voorzitter beslist dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal afronden. 2.Indien een lid zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het onderwerp in behandeling, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien het betrokken lid hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin dit plaatsheeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel21Beraadslaging 1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad besluiten over een of meer onderdelen van een voorstel of onderwerp afzonderlijk te beraadslagen. 2.Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde burgemeester en wethouders of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel22Deelname aan de beraadslaging door anderen 1.De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, wethouders of de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. 2.Een besluit daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een der leden van de raad genomen voordat met de beraadslaging over het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. 3.Op degene die op grond van dit artikel is toegelaten deel te nemen aan de beraadslaging, zijn de bepalingen van dit reglement van toepassing. Artikel23Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel24Beslissing Na de beraadslaging en beslissing over de eventuele amendementen wordt over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt, een eindbeslissing genomen. Paragraaf3- Procedures bij stemmingen Artikel25Stemming over zaken 1.Nadat de beraadslaging is gesloten of indien niemand het woord verlangt, brengt de voorzitter het voorstel tot besluitvorming. 2.De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel is aangenomen. 3.In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden. 4.Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 5.De voorzitter roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnend bij degene die hij daarvoor bij loting heeft aangewezen, en daarna het daarop volgende lid van de presentielijst. 6.Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. 7.De leden brengen hun stem uit door het woord "vóór" of "tegen" uit te spreken, zonder enige toevoeging. 8.Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. 9.De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel26Stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. 2.Indien op een amendement een sub-amendement is ingediend, wordt eerst over het sub-amendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3.Indien twee of meer amendementen of sub-amendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel dat het meest verstrekkende amendement of sub-amendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel27Stemming over personen 1.Wanneer een stemming over personen (aanbeveling of voordracht) moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau. 2.Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 3.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 4.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn, worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. 5.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet, worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verscheidene vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. 6.In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. 7.De voorzitter stelt in overeenstemming met het stembureau de uitslag van de stemming vast. 8.Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel28Herstemming over personen 1.Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. 2.Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen de twee personen die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd (herstemming). Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.