Reis- en verblijfkostenRegeling reis- en verblijfkosten (Uitvoering artikel 15:1:22 AVR) Artikel 15:1:22 AVRH (reis- en verblijfkosten) Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Begripsomschrijvingen Artikel 3 Begin en einde dienstreis Artikel 4 Gebruik van de vervoermiddelen (openbaar vervoer) Artikel 5 Reiskosten Artikel 6 Dienstreizen eigen vervoermiddelen Artikel 7 Verblijfkosten Artikel 8 Reis- en verblijfskostendeclaratie Artikel 9 Slotbepaling Artikel 10 Slotbepaling Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: dienstreis: de noodzakelijke verplaatsing van een ambtenaar binnen Nederland tot het verrichten van dienst buiten de plaats van tewerkstelling alsmede het verblijf buiten deze plaats in verband met deze dienstverrichting, ondernomen krachtens een instructie, dan wel een doorlopende of afzonderlijke lastgeving door of namens het bestuursorgaan. plaats van tewerkstelling: het gebouw, gebouwencomplex of terrein waar de ambtenaar normaal zijn functie uitoefent. bestuursorgaan: Burgemeester en wethouders, tenzij anders is bepaald. standplaats: de gemeente waar de ambtenaar is aangesteld. ambtenaar: de ambtenaar in de zin van de Arbeidsvoorwaardenregeling van de gemeente Harderwijk. Artikel 2 Aan de ambtenaar in dienst van de gemeente Harderwijk wordt een vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend terzake van dienstreizen ten behoeve van de gemeente gedaan. Artikel 3 Begin en einde dienstreis Lid 1 De vergoeding voor reiskosten wordt in de regel verleend met de standplaats als begin- en eindpunt. Lid 2 Het beginpunt van de dienstreis is de woonplaats indien de dienstreis daar aanvangt. Het eindpunt is de woonplaats indien de dienstreis daar eindigt. Artikel 4 Gebruik van de vervoermiddelen (openbaar vervoer) Lid 1 De dienstreizen worden in de regel met openbare vervoermiddelen gemaakt, langs de kortste route. Lid 2 Bij reizen met een openbaar middel van vervoer worden de werkelijke kosten vergoed tot ten hoogste hetgeen is verschuldigd voor een plaats in de hoogste klasse en op de meeste voordelige wijze. Artikel 5 Reiskosten De reiskosten worden voor zover niet anders is bepaald, vergoed tot de werkelijk als zodanig betaalde bedragen, behoudens de bevoegdheid van burgemeester en wethouders tot vermindering van een declaratie indien deze in strijd is met de bepalingen van deze regeling. Tevens heeft de ambtenaar recht op: kosten van huur van middelen van vervoer (waaronder taxi) indien deze binnen redelijke grenzen en verantwoord zijn; de kosten van vervoer van de reis- en dienstbenodigdheden als gevolg van bijzondere of algemeen opdracht meegenomen; de tol-, brug-, veer en overvaartgelden alsmede de kosten wegens stalling van fiets of bromfiets. Artikel 6 Dienstreizen eigen vervoermiddelen Ten aanzien van de dienstreizen met eigen vervoermiddelen worden door burgemeester en wethouders algemene regels vastgesteld welke zijn opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage A. Artikel 7 Verblijfkosten De verblijfkosten verband houdende met gemaakte dienstreizen worden vergoed tot de werkelijk als zodanig betaalde bedragen, met dien verstande, dat er maximaal de bedragen de bedragen uit de Reisregeling Binnenland worden vergoed. Artikel 8 Reis- en verblijfskostendeclaratie Lid 1 Burgemeester en wethouders bepalen de inrichting en regelen de indiening van de reis- en verblijfskostendeclaraties. Lid 2 De ambtenaar dient ten hoogste éénmaal per maand een declaratie in. Lid 3 De ambtenaar dient uiterlijk in de maand januari de reis- en verblijfskostendeclaratie over het afgelopen jaar in. Lid 4 De ambtenaar kan worden verplicht de bewijsstukken van de werkelijke gemaakte reis- en verblijfskosten over te leggen. Lid 5 De reis- en verblijfskostendeclaratie wordt door of namens het hoofd van de afdeling voor akkoord getekend. Artikel 9 Slotbepaling In gevallen waarin deze regeling niet of niet naar redelijkheid voorziet beslissen burgemeester en wethouders. Artikel 10 Lid 1 Deze regeling kan worden aangehaald als “Reis- en verblijfregeling 1995”. Lid 2 De rechten en verplichtingen die verleend zijn krachtens de in artikel 2 genoemde verordening blijven van kracht totdat de tijd waarvoor ze werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. Regeling reis- en verblijfkosten Artikel 15:1:22 van de AVR geeft aan dat b. en w. een nadere regeling met betrekking tot reis- en verblijfkosten kunnen treffen. Tot nu toe heeft b. en w. het rijksreisbesluit gevolgd. Deze regeling heeft echter een aantal bezwaren.Deze richten zich op de volgende punten: de ingewikkeldheid- en onduidelijkheid het onderscheid in categorieën ambtenaren (onder andere A en B) de vergoedingsregeling voor de verblijfkosten sluit niet aan op de kosten die gemaakt worden. Een commissie ad hoc, waarin de diensten waren vertegenwoordigd is nauw betrokken geweest bij de nieuwe opzet. Bij deze opzet zijn in de bijlage A de regels inzake het gebruik van eigen vervoermiddelen opgenomen (onder andere vaste reiskosten). De vergoedingsregeling betreft dienstreizen in Nederland. Voor haast nooit voorkomende buitenlandse reizen zou de Reisregeling Buitenland gehanteerd kunnen worden. Een aantal nieuwe aspecten van de nieuwe regeling zijn: er is geen onderscheid meer tussen categorieën ambtenaren (onder andere A en B ambtenaren); de dienstreis kan ook aanvangen in de woonplaats; de vergoedingen voor verblijfkosten worden op een andere manier samengesteld. In de “oude” regeling werd het rijksreisbesluit niet geheel gevolgd en werd uitgegaan van maxima schept duidelijkheid voor iedereen; sommige bedragen hoeven niet meer herzien te worden omdat de reisregeling Binnenland wordt gevolgd. Ter toelichting op enkele bepalingen moge nog het volgende dienen: Artikel 4Wij gaan er van uit dat de (incidentele) dienstreizen als regel met openbare vervoermiddelen worden gemaakt. Artikel 7De vergoedingen voor verblijfkosten volgt nagenoeg de reisregeling Binnenland. Verschillen zijn: Er is geen onderscheid in categorieën ambtenaren. Er is geen totale dagvergoeding (komt sporadisch voor). De bedragen zijn maximale bedragen, uitgangspunten zijn de werkelijke kosten. Artikel 8Dit artikel geeft de procedure aan van de reis- en verblijfkostendelaratie. De bewijsstukken van de verblijfskosten kunnen worden opgevraagd. Het vijfde lid van dit artikel geeft aan dat het afdelingshoofd, c.q. leidinggevende - primair verantwoordelijk is voor de uitvoering van de regeling. Hierbij wordt met name gekeken naar de noodzaak en doelmatigheid van de dienstreis en in mindere mate naar de reisafstanden en vergoedingsbedragen. Bijlage AArtikel 1Uitgangspunt van dit artikel is om het gebruik van eigen middelen van vervoer zoveel mogelijk te beperken. het gebruik van eigen vervoermiddelen brengt namelijk voor de ambtenaar en de gemeente meer risico mee (lichamelijk letsel). Ook kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor financiële tegemoetkoming genoemd in de artikelen 7:1, 7:2 en 7:3 indien hij tengevolge van een ongeval blijvend arbeidsongeschikt zou worden. Indien een ambtenaar een blijvende machtiging heeft om gebruik te maken van eigen middelen van vervoer dan houdt dit in dat zo verantwoord mogelijk gebruik moet worden gemaakt van het eigen middel van vervoer. Artikel 4De regeling bepaalt dat de ambtenaar voor het gebruik van eigen middel van vervoer een vergoeding krijgt op basis van het Reisregeling Binnenland. Artikel 7Het aantal categorieën is ter vereenvoudiging teruggebracht tot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.