Regeling reis- en verblijfkosten Kempengemeenten 2011Reis- en verblijfkosten (dienstreizen) Regeling reis- en verblijfkostenvergoeding Artikel 1 Begripsomschrijvingen Artikel 2 Toestemming Artikel 3 Begin en einde van de dienstreis Artikel 4 Vergoedingen reiskosten Artikel 5 Vergoeding verblijfkosten Artikel 6 Vergoeding in verband met extra reis- en/of verblijf Artikel 7 Declaraties Artikel 8 Onvoorziene gevallen Artikel 9 Inwerkingtreding en overgangsbepalingen Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder: Medewerker: de ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR/UWO; Dienstreis: reis die direct voortvloeit uit de taakstelling van de medewerker of die hem expliciet wordt opgedragen; Standplaats: de gebruikelijke plaats van tewerkstelling van waaruit de medewerker zijn werkzaamheden verricht; Afdelingshoofd P&O: het hoofd van de afdeling Personeel en Organisatie van de Gemeenschappelijke Regeling Samenwerking Kempengemeenten (GRSK). De medewerker heeft voor het maken van een dienstreis toestemming nodig van zijn leidinggevende. De standplaats is het begin- en eindpunt van de dienstreis. De medewerker plant, indien mogelijk, de dienstreis zodanig dat deze zowel wat betreft kosten als tijd vanuit werkgeversoogpunt optimaal is. Als dat aan de orde is, dan kan afgeweken worden van het gestelde in het vorige lid. De dienstreizen dienen met de goedkoopste vorm van openbaar vervoer te worden gemaakt. De bewijsstukken van de gemaakte kosten worden met de declaratie ingeleverd. Indien het gebruik van openbaar vervoer niet mogelijk of doelmatig is mag de medewerker gebruik maken van een eigen vervoermiddel, een en ander ter bepaling van zijn leidinggevende. De kosten worden vergoed overeenkomstig en met inachtneming van de desbetreffende bepalingen in de Reisregeling Binnenland. Indien het gebruik van openbaar vervoer wel mogelijk en doelmatig is, dan kan de leidinggevende in bijzondere gevallen het gebruik van een eigen vervoermiddel toestaan. De kosten worden vergoed overeenkomstig en met inachtneming van de desbetreffende bepalingen in de Reisregeling Binnenland. In afwijking van de Reisregeling Binnenland komen parkeerkosten in aanmerking voor vergoeding met dien verstande dat deze conform de belastingregelgeving belast worden ten laste van de medewerker. Burgemeester en wethouders danwel het dagelijks bestuur van de Samenwerking Kempengemeenten kunnen in bepaalde gevallen een vaste vergoeding toekennen indien er sprake is van een vrijwel permanent gebruik van een eigen vervoermiddel voor dienstdoeleinden. De in verband met een dienstreis gemaakte verblijfkosten worden vergoed overeenkomstig en met inachtneming van de desbetreffende bepalingen in de Reisregeling Binnenland. Indien de medewerker met toestemming van de leidinggevende meer dan eenmaal per dag naar zijn standplaats moet reizen, wordt die tweede reis als dienstreis aangemerkt. Indien de medewerker met toestemming van de leidinggevende als gevolg van een verlenging van de ingeroosterde tijd met minimaal twee uren, niet in staat is zijn avondmaaltijd thuis te gebruiken, worden de kosten van de avondmaaltijd vergoed. Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing. De leidinggevende is verantwoordelijk voor de inhoudelijke controle op de ingediende declaraties. Het afdelingshoofd P&O bepaalt de wijze waarop de declaraties worden ingediend en vergoed. In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan het afdelingshoofd P&O een bijzondere voorziening treffen. Deze regeling kan aangehaald worden als “Regeling reis- en verblijfkostenvergoeding Kempengemeenten 2011” en treedt in werking met ingang van 1 november
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.