← Nederland

Verordening houdende regels betreffende de verdeling van woonruimte en het wijzigen van de woonruimtevoorraad gemeente Sliedrecht 2011 (Sliedrecht)

Verordening houdende regels betreffende de verdeling van woonruimte en het wijzigen van de woonruimtevoorraad gemeente Sliedrecht 2011De raad van de gemeente Sliedrecht; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 13 september 2011; b e s l u i t : vast te stellen de ‘Verordening houdende regels betreffende de verdeling van woonruimte en het wijzigen van de woonruimtevoorraad gemeente Sliedrecht 2011’ Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: wet: de Huisvestingswet; besluit: het Huisvestingsbesluit; woonruimte: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub b van de wet bepaalde; huurprijs: het daaromtrent in artikel 1, lid 1, sub j van de wet bepaalde; huurprijsgrens: het daaromtrent in artikel 6, lid 3, van de wet bepaalde; aftoppingsgrens: de grens als bedoeld in artikel 20, lid 2 van de Wet op de huurtoeslag; regio: gebied bestaande uit het grondgebied van de gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht; huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; inkomen: het rekeninkomen zoals bedoeld in artikel 1, onder i van de Wet op de huurtoeslag; huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet; eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde; onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, die geen eigen toegang heeft en die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; zelfstandige woonruimte: woonruimte als bedoeld in artikel 1, onder c, van de wet, welke een eigen toegang heeft en dat door een huishouden bewoond kan worden zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte. inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; voorrangsverklaring: verklaring op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte; huisvestingsprofiel: de omschrijving van het type huisvesting dat voor een woningzoekende met een voorrangsverklaring van toepassing is; dienstwoning: woonruimte bestemd voor bewoning in het kader van de uitoefening van een functie bij een instelling of bedrijf; ambtswoning: woonruimte bestemd voor bewoning in het kader van de uitoefening van een ambt. Hoofdstuk2Verdeling van woonruimte Paragraaf2.1Werkingsgebied Artikel2.1.1Vergunningplichtige woonruimten Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing op voor verhuur vrijkomende woonruimten in beheer of in eigendom van een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet met een huurprijs beneden de huurprijsgrens. Artikel2.1.2Afperking vergunningplicht In afwijking van het bepaalde in artikel 2.1.1 is dit hoofdstuk niet van toepassing op: woonruimten als bedoeld in artikel 6, lid 1, van de wet; onzelfstandigeimten. Paragraaf2.2Huisvestingsvergunning Artikel2.2.1Vereiste huisvestingsvergunning Het is verboden zonder een huisvestingsvergunning een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1 in gebruik te nemen voor bewoning. Het is verboden een woonruimte als bedoeld in artikel 2.1.1 voor bewoning in gebruik te geven aan een huishouden dat niet beschikt over een huisvestingsvergunning. De in het eerste en het tweede lid bedoelde verboden zijn niet van toepassing voor woonruimte van een eigenaar met wie het college van Burgemeester en Wethouders een overeenkomst als bedoeld in 1 heeft geslotenrt Artikel2.2.2Aanvragen van een huisvestingsvergunning Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen aanvraagformulier. Op of bij het aanvraagformulier geven burgemeester en wethouders aan welke gegevens de aanvrager moet verstrekken en welke bewijsstukken hij moet overleggen. Artikel2.2.3Verlenen van de huisvestingsvergunning Burgemeester en wethouders verlenen de huisvestingsvergunning indien: de aanvrager van de vergunning 18 jaar of ouder is, en; de aanvrager de Nederlandse nationaliteit bezit, of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld, of beschikt over een geldige verblijfstitel, en; het inkomen van het huishouden in redelijke verhouding staat tot de huur van de woonruimte, in de zin dat bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor een woonruimte met een rekenhuur burgemeester en wethouders gebruikmaken van de meest recente inkomensgegevens van de woningzoekende. Indien de aanvraag voor een huisvestingsvergunning betrekking heeft op een dienstwoning wordt de huisvestingsvergunning verleend aan degene aan wie die woonruimte door de bevoegde instelling of het bevoegde bedrijf in verband met zijn functie bij die instelling of dat bedrijf is toegewezen. Het bepaalde in lid 1, onder c blijft in dat geval buiten toepassing. Indien de aanvraag voor een huisvestingsvergunning betrekking heeft op een ambtswoning wordt de huisvestingsvergunning verleend aan degene aan wie die woonruimte in verband met zijn ambt is toegewezen. Het bepaalde in lid 1, onder c blijft in dat geval buiten toepassing. In de huisvestingsvergunning vermelden burgemeester en wethouders in ieder geval: de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; de naam van de vergunninghouder; het aantal personen dat zich in de woonruimte zal vestigen; de termijn waarbinnen van de vergunning gebruik kan worden gemaakt. Burgemeester en wethouders zenden de eigenaar van de woonruimte een afschrift van de stingsvergunning. Artikel2.2.4Vruchteloze aanbieding In afwijking van het in artikel 2.2.3 bepaalde wordt de vergunning verleend, indien de wonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in lid 2 weergegeven procedure gedurende twee maanden vruchteloos is aangeboden aan woningzoekenden die op grond van artikel 2.2.3, lid 1 een huisvestingsvergunning voor die woning kunnen verkrijgen. De eigenaar moet de woonruimte gedurende de in lid 1 genoemde termijn tenminste twee maal te huur hebben aangeboden door middel van een advertentie in een in de gemeente verschijnend dag- of weekblad. Deze advertentie moet in ieder geval bevatten: het adres van de woonruimte; de overeenkomstig artikel 26, lid 2, van de wet bepaalde huurprijs van de woonruimte; de mededeling dat degenen die voldoen aan het bepaalde in artikel 2.2.3, lid 1, sub c de voorkeur ieten. De in het vorige lid genoemde termijn begint te lopen op de datum van plaatsing van de eerste advertentie die voldoet aan het hier bepaalde. Artikel2.2.5Intrekken van de huisvestingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een huisvestingsvergunning intrekken, indien: de vergunninghouder de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft niet binnen de door burgemeester en wethouders gestelde termijn in gebruik heeft genomen; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens, waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Artikel2.2.6Niet verlenen van de huisvestingsvergunning De huisvestingsvergunning wordt niet verleend indien de aanvrager voor de door hem te betrekken woonruimte aanspraken op huurtoeslag maakt of zal maken voor een woonruimte met een huurprijs die de aftoppingsgrens te boven gaat, tenzij burgemeester en wethouders daar positief over hebben geadviseerd. Artikel2.2.7Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de in artikel 2.2.3, lid 1, sub c genoemde voorwaarde: voor door hen aan te wijzen groepen woningen of woningcomplexen; ter bevordering an de doorvstroming. Paragraaf2.3Voorrang bij woningtoewijzing Artikel2.3.1Voorrangsverklaring Burgemeester en wethouders kunnen een voorrangsverklaring verlenen op grond waarvan een woningzoekende met een ernstig huisvestingsprobleem met voorrang in aanmerking kan komen voor de toewijzing van een woonruimte. Artikel2.3.2Toegang tot de voorrangsregeling Toegang tot de voorrangsregeling heeft de woningzoekende die: een maatschappelijke binding heeft met de regio in de zin dat hij op het moment van de aanvraag blijkens de Gemeentelijke Basisadministratie tenminste twee jaar onafgebroken ingezetene is van de regio, dan wel daar gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene van is geweest, en; ingevolge de normen als geformuleerd in de Wet op de huurtoeslag wat het inkomen én het vermogen betreft, behoort tot de doelgroep van het volkshuisvestingsbeleid. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in lid 1, onder a genoemde vereiste van maatschappelijke binding met de regio. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder a en b hebben geen toegang tot de voorrangsregeling woningzoekenden die inwonend zijn en bewoners van onzelfstandige woonruimte, anders dan in een opvanginstelling in de regio. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b, na voorafgaande afstemming met het Drechtstedenbestuur andere normen stellen wat het inkomen en het vermogen betreft indien de situatie op de woningmarkt in de regio Drechtsteden daar aanleiding voor geeft. Het vereiste van maatschappelijk binding met de regio zoals genoemd in lid 1, onder a geldt voor de duur van één jaar, gerekend vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening en kan na verkregen toestemming van het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland telkens met één jaar worden verlengd. Artikel2.3.3Aanvragen van een voorrangsverklaring Een aanvraag voor een voorrangsverklaring wordt ingediend bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen aanvraagformulier. De woningzoekende die een voorrangsverklaring aanvraagt, is verplicht de gegevens te verstrekken die naar het oordeel van burgemeester en wethouders noodzakelijk zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. Op of bij de het aanvraagformulier geven burgemeester en wethouders aan welke gegevens de aanvrager moet verstrekken en welketukken. Artikel2.3.4Inhoud van de voorrangsverklaring Burgemeester en wethouder vermelden in een voorrangsverklaring de volgende zaken: de erkenning dat de woningzoekende aan wie de voorrangsverklaring is verleend dringend behoefte heeft aan woonruimte binnen de door burgemeester en wethouders aangegeven termijn; het huisvestingsprofiel dat voor de desbetreffende woningzoekende van toepassing is, onder de mededeling dat de voorrang beperkt is tot woonruimte die past binnen het huisvestingsprofiel; de termijn waarbinnen van de voorrangsverklaring gebruik kan worden gemaakt; of de voorrangsverklaring lokaal of regionaal geldt. Artikel2.3.5Uitvoering Burgemeester en wethouders leggen in beleidsregels vast welke uitgangspunten gelden voor de uitvoering van de voorrangsregeling. Artikel2.3.6Bemiddeling Burgemeester en wethouders bemiddelen bij eigenaren van woonruimte om te bewerkstelligen dat woningzoekenden met een voorrangsverklaring een woonruimte verkrijgen overeenkomstig het bepaalde in artikel 2.3.4, onder b, c en d. Burgemeester en wethouders kunnen deze bemiddeling nader vorm geven in de in artikel 2.4.1 bedoelnkomsten. Artikel2.3.7Wijziging, intrekking, vervallen voorrangsverklaring Bij gewijzigde omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van een voorrangsverklaring te wijzigen. De woningzoekende ontvangt in dat geval een nieuwe voorrangsverklaring onder intrekking van de eerder afgegeven verklaring. Burgemeester en wethouders kunnen een voorrangsverklaring intrekken, indien: aan de vereisten voor het verkrijgen van een voorrangsverklaring niet meer wordt voldaan; de voorrangsverklaring is afgegeven op grond van gegevens waarvan de woningzoekende wist dat zij onjuist of onvolledig waren. De voorrangsverklaring vervalt van rechtswege: na het verstrijken van de termijn genoemd in artikel 2.3.4, onder c; indien de woningzoekende een hem aangeboden woning die past binnen het in artikel 2.3.4, onder b genoemde huisvestingsprofiel heeft geweigerd. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten tot verlenging van de in artikel 2.3.4, onder c genoemde termijn, indien daar naar hun oordeel gegn voor zijn. Paragraaf2.4Overeenkomst en klachtenregeling Artikel2.4.1Overeenkomst Burgemeester en wethouders kunnen met een eigenaar van woonruimte een overeenkomst sluiten over het in gebruik geven daarvan. De overeenkomst is een aanvulling op de verordening en dient een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte te bevorderen. De inhoud van de overeenkomst wordt bekend gemaakt aan de inwoners van de gemeente en aan andere belanghebbenden. De overeenkomst regelt de instelling van een commissie ex artikel 4, lid e wet. Paragraaf2.5Lokaal maatwerk Artikel2.5.1Lokaal maatwerk Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van het oplossen van specifieke knelpunten op de lokale woningmarkt besluiten in uitzonderlijke gevallen, voor een beperkte tijdsduur en na voorafgaande afstemming met het Drechtstedenbestuur lokaal maatwerk toe te passen bij de verdeling van woonruimte. In een besluit als bedoeld in het eerste lid geven burgemeester en wethouders ten minste aan: welke motivering aan het lokale maatwerk ten grondslag ligt; op welke categorie(

  1. en)woonruimte en zo mogelijk op welk aantal de maatregel betrekking heeft; op welke categorie(
  2. en)woningzoekenden de maatregel betrekking heeft; voor welke tijdsduur het lokale maatwerk van toepassing is. Indien een besluit als bedoeld in het eerste lid strekt tot het stellen van bindingseisen als bedoeld in artikel 13b van de Huisvestingswet is hiervoor voorafgaande toestemming nodig van het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland. Hoofdstuk3Wijziging van de woonruimtevoorraad Paragraaf3.1Omzettingsvergunning Artikel3.1.1Werkingsgebied Het bepaalde in deze paragraaf is van toepassing op alle woonruimten en gebouwen die woonruimte(
  3. n)bevatten. Artikel3.1.2Vereiste omzettingsvergunning Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte, aangewezen in artikel 3.1.1 om te zetten of om te laten zetten van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur. Artikel3.1.3Aanvragen van een omzettingsvergunning De aanvraag voor een vergunning tot omzetting wordt door de eigenaar van het pand ingediend bij burgemeester en wethouders, via een daartoe door hen beschikbaar te stellen formulier. Burgemeester en wethouders vermelden op of bij het aanvraagformulier welke gegevens of bescheiden de aanvrager moet verstrekken met het oog op de beoordeling van de aanvraag. Bij de aanvraag moeten minimaal de navolgende gegevens worden verstrekt: de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; bewijs van eigendom van de woning; het aantal kamers dat voor verhuur wordt gerealiseerd en/of in stand gehouden; het aantal personen dat tijdelijk maximaal gehuisvest wordt; een inrichtingstekening van de bestaande zelfstandige woonruimte een inrichtingstekening van de onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur; eeen overzicht van de te treffen voorzieningen in et kader van de brandveiligheid in de te verhuren kamers en alle verkeersruimten. De aanvraag wordt beoordeeld volgorde van ontvangst. De datum van binnenkomst bij de gemeente Sliedrecht is hiervorslaggoor doevend. Artikel3.1.4Beslistermijn Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een omzettingsvergunning binnen twaalf weken na de dag waarop de aanvraag is ontvangen. Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid bedoelde termijn voor ten hoogste twaalf weken verlengen. Artikel3.1.5Criteria voor vergunningverlening In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor maximaal 5 % van de in een straat aanwezige woonruimten een omzettingsvergunning worden verleend als bedoeld in artikel 3.1.2. In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor maximaal 5% van de in een woongebouw aanwezige woonruimten en per woonlaag een omzettingsvergunning worden verleend als bedoeld in artikel 3.1.2. Voor de toepassing van de 5%-norm als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste en tweede lid , worden de woonruimten en/of woongebouwen in eigendom van Tablis Wonen buiten beschouwing gelaten. Op de toewijzing van de woningen in eigendom van Tablis Wonen is hoofdstuk 2 ‘Verdeling van woonruimte’ van deze verordening van toepassing. Deze woningen zijn niet bestemd voor en worden niet gebruikt voor kamerverhuur. Voor de toepassing van de 5%-norm geldt dat in een straat en/of woongebouw met minder dan 20 woonruimten, dat een omzettingsvergunning kan worden verleend voor tenminste één woonruimte. In overige gevallen vindt voor de berekening van het toegestane maximum aantal per straat en/of woongebouw te vertrekken omzettingsvergunningen een afronding naar beneden plaats op een geheel getal. In verband met te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu wordt clustering van kamerverhuurpanden niet toegestaan en kan slechts een omzettingsvergunning worden verleend, indien geen omzettingsvergunning voor kamerverhuur is afgegeven voor een woonruimte van een aangrenzende woonruimte op een aangrenzend perceel. In verband met de te vrezen aantasting van de woonkwaliteit en het leefmilieu kan voor een zelfstandige woonruimte een omzettingsvergunning worden verstrekt voor de tijdelijke huisvesting van maximaal 4 personen. Een onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur moet minimaal kunnen beschikken over een (gezamenlijke) verblijfsruimte om te wonen, koken en eten en een eigen verblijfsruimte om te slapen voor elke tijdelijk te huisvesten persoon. De omzetting van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte mag niet strijdig zijn met het bestemmingsplan. Bij strijdigheid met het bestemmingsplan kan alleen een omzettingsvergunning worden verleend, indien deze strijdigheid kan worden weggenomen middels een omgevingsvergunning of herziening van het bestemmingsplan. De omzetting van een zelfstandige naar een onzelfstandige woonruimte mag niet strijdig zijn met het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken en de bij dan wel krachtens de Woningwet gegeven regels. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in het eerste, tweede en vijfde lid gebieden en/of woongebouwen aanwijzen waarvoor het percentage als bedoeld in het eerste lid en tweede lid lager wordt vastgesteld en/of de afstandsgrens zoals bedoeld in het vijfde lid in verband met clustering meer moet bedragen dan de naastgelegen woning. Een aanwijzing als bedoeld in lid 9 geldt voor de duur van 3 jaar. Aansluitend aan de periode van 3 jaar kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing verlengen met een periode van telkens 3 jaar. Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte voor kamerverhuur, indien: a. de gevraagde omzetting strijdig is met de criteria genoemd in het eerste tot en met negende lid gegeven; b. de gevraagde omzetting strijdig is met de krachtens lid 10 gegeven criteria; c. vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen dat het verlenen van de vergunning leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op het geordende woon- en leefklimaat in de straat, het woongebouw of de omgeving van de woonruimte, waarop de aanvraag beytrekking heeft. Artikel3.1.6Voorschriften en beperkingen Burgemeester en wethouders kunnen aan een omzettingsvergunning voorschriften en beperkingen verbinden: ten aanzien van het aantal in een zelfstandige woonruimte maximaal te realiseren en in stand te houden ruimten voor kamerverhuur; in het kader van goed verhuurderschap; in het kader van brandveiligheid; in hn geordend woon- t belang van ee geordend woon- In de vergunning vermelden burgemeester en wethouders in ieder geval: dat de vergunning van rechtswege vervalt indien daar niet binnen één jaar na de datum van afgifte gebruik van is gemaakt; de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; de eigenaar-vergunninghouder; het maximum aantal kamers voor verhuur te realiseren en/of in stand te houden; het aantal personen dat maximaal gehuisvest mag worden; de opgelegde compensatie. Artikel3.1.7Persoonlijk karakter en duur van de vergunning De vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in een onzelfstandige woonruimte ten behoeve van kamerverhuur is persoonsgebonden en niet overdraagbaar geldt zolang als de onzelfstandige huisvesting voortduurt, maar met een maximum van vijf jaar. Artikel3.1.8Intrekking Burgemeester en wethouders kunnen een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 intrekken indien: niet binnen één jaar nadat de beschikking onherroepelijk is geworden, is overgegaan tot omzetting; de vergunning is verleend op grond van door de vergunninghouder verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren; de aan de vergunning verbonden voorschriften niet worden nagekomen; de houder van een omzettingsvergunning als bedoeld in artikel 3.1.2 zich niet als een goed verhuurder gedraagt; vaststaat of redelijkerwijs moet worden aangenomen, dat het in stand houden van de vergunning voor het omzetten van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte leidt tot een verstoring van een geordend woon- en leefmilieu van het gebouw en/of de omgeving van het gebouw waarop de vergunning betrekking heeft; de houder van een omzettingsvergunning het gebruik van het pand waarvoor de omzettingsvergunning is verleend, heeft beëindigd. Hoofdstuk4Verdere bepalingen Artikel4.1Strafbepaling Degene die handelt in strijd met het bepaalde in artikel 2.2.1 en artikel 3.1.2 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste vier maanden of geldboete van de derde categorie. De genoemde strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. Artikel4.2Handhaving Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen personen. De opsporing van de in artikel 3.1 strafbaar gestelde feiten is, behalve aan de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren en de in artikel 75, lid 2 van de wet aangewezen ambtenaren opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met het toezicht op de naleving zijn belast, voor zover zijopsporingsambtenaar zijn. Artikel4.3Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders beslissen naar eigen, redelijk oordeel in gevallen waarin deze verordening niet voorziet en in gevallen waarin de toepassing van de verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Artikel4.4Overleg bij wijziging Bij de voorbereiding van een besluit tot wijziging van deze verordening overleggen burgemeester en wethouders met de in de gemeente werkzame, ingevolge artikel 70, eerste lid, of artikel 72, eerste lid, van de Woningwet (Stb 1991, 439) toegelaten instellingen en met andere daarvoor naar hun oordeel in aanmerking komende organisaties die binnen de gemeente op het gebied van de woonruimteverdeling werkzaam zijn. Hoofdstuk5Overgangs- en slotbepalingen Artikel5.1Overgangsbepaling Een aanvraag om een huisvestingsvergunning of voorrangsverklaring, die vóór of op de dag van inwerkingtreding van deze verordening is ingediend, wordt behandeld volgens het voordien geldende recht, indien dit voor de aanvrager gunstiger is. Artikel5.2Overgangsbepaling bij omzettingsvergunning Aanvragen om een omzettingsvergunning als bedoeld in de artikelen 3.1.2 en 3.1.3, die zijn ingediend voor het tijdstip waarop deze verordening van kracht wordt en waarop op genoemd tijdstip nog niet is beschikt, worden behandeld volgens het voordien geldende recht, indien dit voor de aaanvrager gunstiger is. Artikel5.3Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Huisvestingsverordening gemeente Sliedrecht 2011” Artikel5.4Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 november 2011; Op de dag van inwerkingtreding van deze verordening wordt ingetrokken de ‘Huisvestingsverordening gemeente Sliedrecht 2005'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad op 25 oktober 2011. de griffier de voorzitterA. Overbeek A.G.M. van de Vondervoort

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.