Beleidsregels categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicaptenHet college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 35 lid 4 van de Wet werk en bijstand, de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Beleidsregels categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten Artikel1 Begripsomschrijvingen 1.In dit besluit wordt verstaan onder: Wet: Wet werk en bijstand; college: burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden. 2.Begrippen die in deze regeling worden gebruikt hebben dezelfde betekenis als in de wet. Artikel2Algemeen Onverminderd paragraaf 2.2 van de wet, komt de alleenstaande of het gezin in aanmerking voor categoriale bijzondere bijstand als bedoeld in 35 lid 4 van de wet. Dit indien is voldaan aan de voorwaarden en er geen sprake is van de uitsluitingsgrond. Artikel3Voorwaarden Onverminderd artikel 18, eerste lid van de wet zijn de volgende voorwaarden van toepassing: De alleenstaande of het gezin dient te voldoen aan twee van de vier hierna genoemde voorwaarden: in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag om bijstand een uitkering als bedoeld in artikel 118a van de Zorgverzekeringswet hebben ontvangen (Compensatie Eigen Risico); in het kalenderjaar voorafgaand aan de aanvraag om bijstand een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2 van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten hebben ontvangen (Wtcg); over een Wmo-voorziening anders dan voor hulp in de huishouding, een Rea-voorziening, een voorziening in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten of een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer; te beschikken over een indicatiebesluit voor thuiszorg gedurende zes maanden of langer. Het inkomen is niet hoger dan 110 procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, als bedoeld in de wet. Het vermogen is niet hoger dan de toepasselijke vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid van de wet. Artikel4Draagkracht De gebruikelijke draagkrachtberekening voor bijzondere bijstand blijft achterwege. Draagkracht wordt als volgt vastgesteld: bij een inkomen > 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm is sprake van voldoende draagkracht en daarmee geen recht op de bijstand; bij een inkomen < 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm (of gelijk aan) is sprake van onvoldoende draagkracht. Artikel5Uitsluitingsgrond Onverminderd artikel 13, eerste lid, van de wet, heeft de alleenstaande of het gezin geen recht op de categoriale bijzondere bijstand, bedoeld in artikel 2, indien de alleenstaande of het gezin in een inrichting verblijft. Artikel6Hoogte van de bijstand De hoogte van de bijstand bedraagt € 150,00 per alleenstaande of het gezin. Artikel7Aanvraag 1.Een aanvraag kan ingediend worden van 1 januari van het betreffende kalenderjaar tot en met 31 januari van het kalenderjaar dat hierop volgt. 2.De categoriale bijzondere bijstand dient schriftelijk te worden aangevraagd, door middel van een aanvraagformulier en onder bijvoeging van de noodzakelijke geachte bewijsstukken. 3.In afwijking van het tweede lid, kan het college categoriale bijzondere bijstand toekennen zonder voorafgaande aanvraag, indien: bij eerdere aanvraag is vastgesteld dat belanghebbende recht op categoriale bijzondere bijstand heeft; of belanghebbende niet in staat is zelf een aanvraag in te dienen; een aanvraag naar het oordeel van het college niet noodzakelijk is, omdat op rond van de al bekende gegevens redelijkerwijs geen twijfels bestaan over het recht op categoriale bijzondere bijstand. Artikel8Citeerwijze Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels categoriale bijzondere bijstand voor chronisch zieken en gehandicapten. Artikel9Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking op de dag na de datum van bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.