← Nederland

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Best 2013 (Best)

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Best 2013 De raad van de gemeente Best; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 april 2013, nr.INT13-1796; gelet op artikel 147 eerste lid van de gemeentewet en artikel 8, eerste lid, onderdeel i, en artikel 60b van de Wet werk en bijstand; besluit vast te stellen de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Best 2013 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel

  1. Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: WWB: Wet werk en bijstand; Het college: het college van burgmeester en wethouders van de gemeente Best; De raad: de gemeenteraad van de gemeente Best; Beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475evan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; - Recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand; -Verrekenen:verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en bijstand. Hoofdstuk 2 Artikel
  2. Verrekenen De recidiveboete wordt 3 maanden verrekend zonder inachtneming van de beslagvrije voet. In afwijking van het voorgaande lid kunnen burgemeester en wethouders: de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen of; de recidiveboete voor een kortere termijn zonder inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen of; de recidiveboete verrekenen met inachtneming van een hogere beslagvrije voet. De in de vorige volzin genoemde mogelijkheden kunnen slechts worden toegepast, indien er sprake is van dringende redenen, die leiden tot een situatie van kennelijk onredelijke en onbillijke aard. Artikel
  3. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes Artikelen 2 is van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete. Hoofdstuk 3 Slotbepalingen Artikel
  4. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel
  5. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Best
  6. Aldus besloten in de raad van Best in zijn vergadering van 27 mei 2013 De griffier, De voorzitter, M.J.H.J. Baijens drs. A.G.T. van Aert Toelichting Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Algemeen deel Op 1 januari 2013 is de ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving’ in werking getreden. Voor de Wet werk en bijstand (WWB) introduceert deze wet de bestuurlijke boete bij een schending van de inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en wethouders (verder college) is verplicht de bestuurlijke boete met de lopende uitkering te verrekenen. In beginsel moet bij deze verrekening de bescherming van de beslagvrije voet in acht genomen worden. Is echter sprake van een bestuurlijke boete wegens recidive, dan kan het college besluiten gedurende maximaal drie maanden met de beslagvrije voet te verrekenen. De WWB verplicht de gemeenteraad in een verordening nadere regels te stellen over de bevoegdheid de beslagvrije voet tijdelijk buiten werking te stellen bij verrekening van de recidiveboete. Gemeenten krijgen daarmee de ruimte een afweging te maken van situaties of omstandigheden waarin het buiten werking stellen van de beslagvrije voet niet proportioneel wordt geacht. De nieuwe bevoegdheid kan op veel verschillende manieren worden ingevuld. De gemeente Best kiest ervoor om geen algemene categorieën aan te wijzen waarbij de beslagvrije voet tijdens verrekening van de recidiveboete wel van toepassing is. Het gaat immers om een boete bij recidive: de belanghebbende heeft voor de tweede maal zijn inlichtingenplicht geschonden, voor een aanzienlijk benadelingbedrag, waarbij volledige verrekening proportioneel wordt geacht. In de verordening wordt wel aangegeven dat er van verrekening met de beslagvrije voet wordt afgezien, als er sprake is van dringende redenen die leiden tot een situatie van onredelijke en onbillijke aard. Door een individuele beoordeling te maken rondom de verrekening, houdt het college rekening met de omstandigheden in de individuele situatie. Door dit maatwerk is er balans tussen de aanscherping van de handhaving, en de zorgplicht van de gemeente. De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich slechts uit over het al dan niet in acht nemen van de beslagvrije voet bij verrekening van de recidiveboete. Terugvordering van ten onrechte verstrekte uitkering als gevolg van een schending van de inlichtingenplicht, wordt een wettelijke verplichting. Bij verrekening van de terugvordering dient echter altijd rekening gehouden te worden met de beslagvrije voet. Artikelsgewijze toelichting Artikel
  7. Begrippen In deze bepaling zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste behoeven geen nadere toelichting. Verrekenen De WWB kent een ruimer begrip van verrekenen dan het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Voor de duidelijkheid is daarom een aparte begripsbepaling opgenomen in de verordening. Artikel
  8. Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet In principe wordt 3 maanden verrekend zonder inachtneming van de beslagvrije voet. Hoewel het hier gaat om een herhaaldelijke schending van de inlichtingenplicht, zijn echter situaties denkbaar waarin volledige verrekening met de beslagvrije voet niet aanvaardbaar wordt geacht. Het gaat daarbij altijd om individuele omstandigheden waaraan het college zal moeten toetsen. Van dringende redenen die leiden tot een situatie van onredelijke en onbillijke aard is niet snel sprake. Het gaat slechts om incidentele gevallen, waarbij de behoeftige omstandigheden waarin de belanghebbende en diens gezinsleden verkeren op geen enkele andere wijze te verhelpen zijn. Er is dus geen sprake van dringende redenen als de belanghebbende beschikt over voldoende middelen om de periode te overbruggen. Hierbij kan het ook gaan om bezit dat ten gelde kan worden gemaakt. Het enkele feit dat het belanghebbende door de verrekening aan middelen ontbreekt om in het bestaan te voorzien, is op zich geen voldoende voorwaarde om te kunnen spreken van dringende redenen. Dit is pas het geval als er iets bijzonders en uitzonderlijks aan de hand is, en er, na afweging van alle relevante omstandigheden, onaanvaardbare sociale en/of financiële consequenties zijn. Door lid 2 wordt de mogelijkheid tot maatwerk in speciale individuele situaties geboden. Artikel
  9. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes In artikel 60b, derde lid, van de WWB is bepaald dat de bevoegdheid om te verrekenen met de beslagvrije voet ook van toepassing is op eerder opgelegde bestuurlijke boetes voor zover op het moment van verrekening van de recidiveboete, die eerdere boetes nog niet zijn betaald. Mocht het college die eerdere, nog openstaande boetes gaan verrekenen, dan regelt artikel 3 dat de bepalingen in deze verordening van overeenkomstige toepassing zijn. Artikel
  10. Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen nadere toelichting. Artikel
  11. Citeertitel Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.