Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2009De raad der gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2008, nr. ..; gezien het advies van de commissie Bestuur en Middelen van 24 november 2008; gelet op het bepaalde artikel 228 van de Gemeentewet; vast te stellen de besluit: Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2009 Artikel1Begripsomschrijvingen a. dagdeel :een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan. b. jaar :een kalenderjaar. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond een belasting geheven overeenkomstig de navolgende bepalingen. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder,op of boven voor de openbare dienst bestemd grond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning verleent voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is de in een kalenderjaar gelegen periode gedurende welke zich een belastbaar feit in de zin van de verordening voordoet of zal voordoen. Artikel5Tarieven 1.De belasting wordt geheven naar de tarieven en naar het aantal eenheden bepaald en berekend aan de hand van de bij deze verordening behorende Tarieventabel. 2.Voor de berekening van de belasting wordt een gedeelte van een in de Tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3.Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. 4.Voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen precariobelasting aangemerkt als een belastingaanslag. Artikel6Wijze van heffing; tijdstip verschuldigdheid 1.De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2.Het recht is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd voor de nog volle kalendermaanden die na de aanvang van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven. 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de volle kalendermaanden die na het einde van de belastingplicht, in het belastingtijdvak overblijven. Artikel7Termijnen van betaling De aanslag moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. Artikel8Vrijstellingen De in artikel 2 bedoelde belasting wordt niet geheven voor: het hebben van voorwerpen of werken, ten behoeve van eigendommen welke bij de ge- meente of haar instellingen in gebruik zijn, met uitzondering van eigendommen welke aan derden zijn verhuurd of in beheer en exploitatie zijn gegeven; het hebben van voorwerpen of werken welke, noodzakelijk voor de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak, door het rijk, de provincie, de gemeente of door waterschappen zijn aangebracht of geplaatst; verzamelbakken, zoals glascontainers, welke in het belang van het hergebruik van af- zonderlijk in te zamelen afvalstoffen bedoeld in artikel 30 van de Afvalstoffenwet op of in de voor de openbare dienst bestemde grond zijn geplaatst; brievenbussen, postzegelautomaten, telefooncellen; wegwijzers en verkeersaanwijzingen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere overeenkomstige instellingen; het hebben van voorwerpen waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd; het hebben van voorwerpen uitsluitend langs de gevel aangebracht, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,10 meter buiten de gevel steken; het hebben van voorwerpen uitsluitend gebezigd door een liefdadig doel en of door instelling of groeperingen welke een bijdrage kunnen leveren tot politieke of maatschap- pelijke bewustwording van de burgers, doch welke nog direct, noch indirect een zakelijk belang nastreven. het hebben van reclame-uitingen en aankondigingen voor een periode van maximaalvier aaneengesloten weken per jaar. Artikel9Kwijtschelding Onverminderd het bepaalde in artikel 13 wordt bij de invordering van de precariobelasting geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de precariobelasting. Artikel11Nakoming van verplichtingen De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelas- tingen (Stbl. 1959, 301) en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet, gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren belast met de heffing of de invordering van gemeente- lijke belastingen. Artikel12Rente Het bepaalde in Hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 inzake invorderingsrente vindt toe- passing op de invordering van precariobelasting. De ministeriele regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet vindt daarbij overeenkomstige toepassing. Artikel13Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in de verordening, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van zwaar- wegende aard zou leiden. Artikel14Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1.De Verordening precariobelasting 2008 van 17 december 2007, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van bekend- making. 3.In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover daarvoor de heffing van precariobelasting in die periode plaatsvindt. 4.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009. 5.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening precariobelasting 2009. Vastgesteld in de openbare vergadering vande raad van Leiderdorp op 15 december 2008, de voorzitter, M.Zonnevyllede griffier, mw. J.C. ZantinghTarieventabel behorende bij Verordening Precariobelasting 2009Rubriek Omschrijving Euro 1 BOUWWERKEN 1.1 Voor het afschutten van grond of water, per m2, per jaar 50,55 1.2 Voor het hebben van een loods, directiekeet of ander tijdelijk getimmerte, per m2, per jaar 59,75 1.3 Voor het hebben van een stelling of steiger, per m2 openbare grond of water dat hierdoor wordt overdekt, per jaar 59,75 2 WOONWAGENS EN WOONSCHEPEN 2.1 Voor het innemen van een staan- of ligplaats, per woonwagen of woonschip, per jaar 259,00 3 WEGWIJZERS EN RECLAMEBORDEN 3.1 Voor het hebben van reclame of andere aankondiging zonder kunstverlichting over de frontoppervlakte per m2, per jaar 21,45 3.2 Voor het hebben van reclame of andere aankondiging met kunstverlichting over de frontoppervlakte per m2, per jaar 31,70 4 BENZINEPOMPEN, -LEIDINGEN ENDERGELIJKE 4.1 Voor het hebben van een mantel, inhoudende een benzine- of oliepomp of lucht- en/of wateraftappunt, al dan niet in bedrijf, een loze mantel of voetstuk: 4.1.1 Voor een loze mantel met één pomp (inclusief de in- of aangebrachte vulgelegen- heid) of een mantel met een lucht- en/of wateraftappunt, of een voetstuk zonder mantel, per jaar 231,20 4.2 Voor het hebben van een vulput voor benzine, olie en dergelijke, per vulput, per jaar 71,80 4.3 Voor het hebben van een tank voor benzine, olie en dergelijke, per m2 per jaar 16,10 5 LEIDINGEN, BUIZEN, KABELS 5.1 Voor het hebben van leidingen, buizen en kabels per strekkende meter, per jaar, tot en met een totale lengte van 100 km, 1,66 5.2 Voor het hebben van leidingen, buizen, kabels per strekkende meter, per jaar, voor zover de totale lengte uitgaat boven 100 km 0,77 6 LUIFELS, BALKONS, OVERBOUWINGEN EN DERGELIJKE 6.1 Voor het hebben van een luifel, balkon, erker, uitbouw, overbouwing en dergelijke onderdelen van bouwwerken voor de in beslag genomen c.q. overdekte grond of water, tot en met 10 m2, per m2, per jaar 11,35 6.1.1 voor elke m2 meer, per m2, per jaar 4,95 7 CIRCUSSEN, KERMISSEN EN BRADERIEËN 7.1 Voor het innemen van een standplaats door circussen of kermissen, per circus of per kermis, per keer 494,40 7.2 Voor het innemen van een standplaats c.q. het hebben van kramen, podia, wagens, installaties etc. ten behoeve van braderieën, per braderie, per keer 332,75 Rubriek Omschrijving Euro 8 STANDPLAATSENDIENENDE TOT VERKOOP 8.1 Uitstallen van goederen tot en met 30 m2, per toegewezen standplaats per m2, per jaar 105,80 8.2 Uitstallen van goederen voor elke m2 boven de 30 m2, per toegewezen standplaats, per m2, per jaar 11,50 8.3 Uitstallen van goederen tot en met 30 m2, per dagdeel, per toegewezen standplaats per m2, per jaar 54,10 8.4 Indien de standplaats van gemeentewege is voorzien van een aansluiting op het elektriciteitnet. 8.4.1 Tot en met 500 watt 144,75 8.4.2 Van 501 watt tot en met 1.000 watt 290,25 8.4.3 Van 1.001 watt tot en met 1.500 watt 436,35 8.4.4 Meer dan 1.500 watt 581,80 10 DIVERSE VOORWERPEN 10.1 Voor het plaatsen van wagens, aanhangwagens, handwagens, en andere voertui- gen, uitgezonderd motorvoertuigen anders dan bedoeld in rubriek 8, per m2, per jaar 86,55 11 ALGEMEEN TARIEF 11.1 Voorwerpen waarvoor onder de bovenstaande nummers niet in een bijzonder tarief is voorzien, per m2, per jaar 79,10 Behorende bij raadsbesluit van 15 december 2008, nr. De voorzitter, M.Zonnevylle De griffier, Mw. J.C. Zantingh.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.