← Nederland

Bomenverordening Steenbergen 2010 (Steenbergen)

Obsah (5)Artikel 6Artikel 8Artikel 9Artikel 12Artikel 17

Bomenverordening Steenbergen 2010De raad der gemeente Steenbergen; in behandeling genomen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 27 april 2010 Gelet op de artikelen 108 en 147 lid 1 van de G

. Artikel 4: zakelijk karakter vergunning Lid 1: Opgenomen om bijvoorbeeld bij verkoop de nieuwe eigenaar te kunnen verplichten de vergunningsvoorschriften na te komen, zoals bijvoorbeeld een herplantingplicht. Artikel 5: Vergunning ex lege Lid 1:

Artikel 6

: Weigeringgronden Lid 1: Het gaat hier om een discretionaire bevoegdheid van het college. In alle gevallen moet het college een belangenafweging maken. In afweging dient genomen te worden de redenen van verwijdering tegenover de in artikel 6 genoemde belangen. Bij de beoordeling van de zwaarte van de redenen van verwijdering wordt gebruik gemaakt van de tabellen A; mate van overlast en B; categorieën van overlast van de nota ‘Bomenbehoud Steenbergen 2010’. Bij beoordelingen van kapaanvragen is altijd sprake van maatwerk per situatie Situaties die als reden voor verwijdering kunnen fungeren zijn; Indien de houtopstand door de staat waarin deze verkeert naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders de omgeving ontsiert; Indien de houtopstand naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders een gevaar veroorzaakt voor de gehele omgeving; de houtopstand niet tot volle wasdom kan komen gezien de (te verwachten) omvang van de houtopstand in relatie tot de omgeving en waarin de houtopstand naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders onevenredig veel overlast oplevert; de houtopstand verwijderd moet worden in het kader van bodemsanering, bouwwerkzaamheden en herinrichtingwerkzaamheden waarbij de houtopstand niet behouden kan worden. de houtopstand blijkens verklaring van de GGD onaanvaardbare risico's oplevert voor de volksgezondheid. Genoemde situaties worden door het college afgewogen tegenover de in artikel 6 genoemde belangen. Lid 2: Aangezien uit art. 2 lid 1 i.o. art 1 onder L blijkt dat verplanten ook onder de vergunningplicht valt, is het in het eerste lid van dit artikel opgenomen. Lid 3: Het verbinden van een herplant voorwaarde aan een kapvergunning is algemeen bekend en aanvaard in de rechtspraktijk. Tot de voorwaarden kunnen behoren een termijn waarbinnen de herplant dient plaats te vinden, maat van de beplanting en soort. Artikel 7: Waardevolle en Monumentale bomenlijst Lid 1:

Lid 2: Indien de aanvrager van mening is dat er sprake is van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid dient de aanvrager dit aantoonbaar te kunnen maken. Gevraagd kan worden om een rapportage gemaakt door een deskundige op het gebied van bomen. Lid 3:

Lid 4: Het mandaat tot het vaststellen van de bomenlijst en de kaart ‘beschermde groenelement’ is overgedragen door de gemeenteraad aan het college van Burgemeester en wethouders. Lid 5,6,7:

Artikel 8

: Vergunningsvoorschriften Lid 1: Dit artikel is opgenomen om te vermijden dat de boom al feitelijk is gekapt voordat derden kennis van de kapvergunning hebben kunnen nemen. Overigens moet worden opgemerkt dat een derde belanghebbende ook zelf uitstel van kappen kan bewerkstelligen. Hij doet dit door aan de rechter een voorlopige voorziening te vragen, inhoudende opschorting van een kapvergunning. Lid 2: Opgenomen uit natuurbeschermingsoogpunt voor bijzondere flora en fauna in en rond een houtopstand. Lid 3:

Lid 4: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat burgemeester en wethouders onder bepaalde voorwaarden ook de bevoegdheid hebben om aan een kapvergunning een compensatiebedrag te verbinden. Deze betalingsverplichting mag alleen worden opgelegd wanneer wordt voldaan aan de voorwaarde dat het betaalde bedrag wordt gebruikt voor herplanting. Lid 5,6,7:

Artikel 9

: Bekendmaking Om belanghebbenden in de gelegenheid te stellen een procedure te starten tegen een te verlenen kapvergunning, wordt de ontvangst van de aanvraag, zodra hij in behandeling kan worden genomen, gepubliceerd in een huis-aan-huisblad of een ander . Derden-belanghebbenden kunnen op deze manier vroegtijdig ervan kennis nemen en worden in de gelegenheid gesteld om hun bedenkingen tegen het voornemen tot een te verlenen kapvergunningen in te dienen. Deze bedenkingen worden dan in de afweging van de belangen nadrukkelijk meegewogen, waarna de indiener van de bedenkingen middels het toezenden van het op aanvraag genomen besluit wordt geïnformeerd. Desgewenst kan hij vervolgens gebruik maken van de hem ten dienste staande rechtsmiddelen van bezwaar, beroep en voorlopige voorziening. Het indienen van bedenkingen is een beperkte regeling. Deze regeling ziet niet toe op het bepleiten van belangen, maar slechts op het verifiëren van de gegevens die tot een afwijzing of anderszins bezwarende beschikking kunnen leiden. In het bezwaarschrift van aanvrager of belanghebbenden wegen andere belangen. Wanneer er reden is te veronderstellen dat tussen gemeente en aanvrager verschil van mening kan bestaan over de gegevens die de aanvrager zelf betreffen, is de gemeente verplicht op grond van het bepaalde in artikel 4:7 Algemene wet bestuursrecht de aanvrager hierover te raadplegen. Als verwacht wordt dat belanghebbende bezwaar kan hebben tegen de te verlenen beschikking en die beschikking zou steunen op gegevens en belangen die de belanghebbende betreffen, terwijl die gegevens niet door hem zelf ter zake zijn verstrekt, krijgt hij de gelegenheid zijn zienswijzen kenbaar te maken. Indien het indienen van bedenkingen niet heeft geleid tot een voor belanghebbende aanvaardbare beschikking, dan kan hij alsnog een bezwaarschrift indienen. In situaties waarbij het noodzakelijk is dat met spoed een boom moet worden geveld – b.v. bij gevaarzetting of ziekte – hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid te bepalen dat de vergunning onmiddellijk van kracht wordt. Het zou immers in dergelijke situaties bijzonder ongewenst zijn de bezwaarperiode af te wachten alvorens de vergunning van kracht wordt. Het eveneens publiceren van besluiten tot het verlenen van kapvergunningen is bedoeld om zorgvuldig te zijn naar alle (derde)belanghebbenden. Artikel 10: vervaltermijn vergunning Om te voorkomen dat er misbruik van oude kapvergunningen wordt gemaakt, is de mogelijkheid opgenomen een maximum termijn te stellen aan het gebruik van de vergunning. Het beleid met betrekking tot het verlenen van vergunningen kan immers veranderen. Daarnaast groeien ook bomen verder waardoor de afweging om al of niet een kapvergunning te verstrekken zich in de loop van de tijd kan wijzigen. Tenslotte mag de periode van één jaar ook worden gehanteerd om, kijkend naar de seizoenen, een juist moment te kiezen voor het kappen van de boom. Indien de directe noodzaak niet speelt, is het aan te bevelen te wachten met kappen tot het moment, dat de boom niet meer of nog niet in het blad staat. Zo nodig kunnen burgemeester en wethouders de termijn verlengen met ten hoogste 1 jaar. Een verzoek om verlenging (binnen de looptijd van het eerdere besluit) wordt gepubliceerd als een ontvangen aanvraag. De beslissing tot verlenging is een appelabel besluit. Artikel 11: financiële compensatie/instandhoudingplicht Lid 1,2,3,4:

Artikel 12

: schadevergoeding Artikel 17 van de Boswet schrijft voor, dat de verordening een orgaan moet aanwijzen, dat beslist met betrekking tot ingediende schadeclaims. Uit het oogpunt van efficiency is het college van burgemeester en wethouders hiertoe het meest geëigende orgaan. Het afwijzen van een kapvergunning kan bijvoorbeeld voor betrokkene aanleiding zijn een schadeclaim bij de gemeente in te dienen. Echter slechts in uitzonderlijke situaties zal eventuele schade niet ten laste mogen blijven van betrokkene. Een schadeclaim is door de rechter tot op heden zelden of nooit toegekend en lijkt voor een theoretisch geval gedacht. Dit schijnbaar overbodige artikel wordt echter door een formele wet (Boswet) voorgeschreven. Artikel 13: Bescherming houtopstanden Ter wille van volledigheid en duidelijkheid is dit artikel expliciet opgenomen. Artikel 14: Burenrecht Artikel 5:42 lid 2 Burgerlijk Wetboek biedt de mogelijkheid om in een verordening de minimale afstand tot de erfgrens waarop zonder toestemming van de buren bomen mogen worden geplant, te bepalen op een afstand kleiner dan 2 meter en voor heesters en heggen op een afstand kleiner dan een halve meter. Teneinde een betere bescherming aan bomen, struiken en heesters te bieden is in de verordening de minimale grens voor bomen vastgesteld op 1 meter en voor heesters en struiken 0.5 meter gehanteerd. Artikel 15: Bestrijding van iepziekte Lid 1,2: Dit artikel is nodig geworden nu het Besluit bestrijding iepziekte is opgeheven en de Minister de gemeenten zelf de bevoegdheid heeft gelaten om tegen de ziekte op te treden. Dit artikel zal met name toegepast kunnen worden met betrekking tot de bestrijding van iepziekte. Artikel 16: ziekte, aantasting en gevaar

Artikel 17

: verhouding tussen kap- en bouw- of aanlegvergunning Naar aanleiding van vele praktijkproblemen tussen de verschillende verordeningen is dit artikel opgenomen. Lid 1: Juist in het ontwerpstadium kunnen bouw- en aanlegplannen nog worden gewijzigd en aangepast aan voorhanden en te behouden beplantingen. Een standaardinventarisatie van aanwezige beplantingen als vast onderdeel iedere bouw- of aanlegaanvraag is raadzaam. Ook kan dit ertoe leiden, dat kapaanvragen buiten behandeling gesteld kunnen worden omdat de b.v. bouwplannen waarom een boom zou moeten sneuvelen, nog slechts in het prille begin zijn (geen bouwvergunning, nog geen wijziging bestemmingsplan). Goed overleg met de aanvrager kan leiden tot het gewenst resultaat. Lid 2: Door het tegelijkertijd afgeven van de verschillende vergunningen wordt vermeden dat de gemeente zichzelf in moeilijke situaties manoeuvreert, bijvoorbeeld het redelijke wijze niet meer of slechts gedeeltelijk aanvullend kunnen zijn van een kapvergunning op de reeds afgegeven bouwvergunning. Lid 3: Het is vaste rechtspraak dat er niet vroegtijdig gekapt mag worden als plannen nog niet definitief zijn, zowel in juridische als financiële zin. Lid 4: Indien de aanwezigheid van waardevolle houtopstand bewust of opzettelijk is verzwegen, kan dit artikel zeker toepassing vinden. In dit verband moet de gemeente echter wel rekening houden met de werking van artikel 3:2 Awb: bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. Straf- ,overgangs- en slotbepalingen Artikel 18: Strafbepaling Lid 1: Volgens artikel 154 Gemeentewet kan op overtreding van een gemeentelijke verordening een boete worden gesteld van ten hoogste ∈ 2268,-- (f 5.000) (2' categorie) of ten hoogste drie maanden hechtenis. Indien het strafbare feit is begaan door een rechtspersoon kan de rechter een geldboete opleggen van ten hoogste ∈ 4537 (f 10.000) (3' categorie). De rechter legt de straf op in overeenstemming met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoonlijke omstandigheden van de dader, zoals daarvan tijdens de terecht zitting is gebleken. De boomwaarde is dan ook één van de vele factoren die meewegen, en wel om het financiële in de uitspraak te doen laten doorklinken. Veel gemeenten gaan bij opzettelijke, illegale kap uit van de volle boomwaarde van de gevelde boom. Artikel 19: Toezicht op naleving De zin van de Boomverordening is zeer beperkt als de verordening niet wordt gehandhaafd. Met de invoering van de 3' tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Awb, 1 juli 1997) wordt de positie van de toezichthouders geformaliseerd. De Awb kent de volgende bevoegdheden toe: betreden van plaatsen, met medeneming van de benodigde apparatuur, en het zich doen vergezellen door andere personen; vorderen van inlichtingen; van inzage van zakelijke gegevens en bescheiden, het maken van kopieën hieronder begrepen; onderwerpen van zaken aan onderzoek, opneming en monster neming alsmede het openen van verpakkingen en het zonodig meenemen van zaken; onderzoeken van vervoermiddelen en hun lading en van de bestuurder vorderen van inzage van wettelijke voorgeschreven bescheiden alsmede daartoe doen stilhouden en naar een andere plaats doen overbrengen van het vervoermiddel. Toezichthouders zijn niet bevoegd tot het opmaken van proces-verbaal. Artikel 20: Inwerkingtreding Dit is een standaard bepaling Artikel 21: Overgangsbepalingen Dit is een standaard bepaling

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.