Besluit maatschappelijke ondersteuning 2010Het college van de gemeente Laren heeft het Besluit maatschappelijke ondersteuning 2010 vastgesteld. Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Definities In dit Besluit wordt verstaan onder: a. Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning; b. Individuele voorziening: een voorziening die individueel wordt aangeboden indien een algemene voorziening geen adequate oplossing biedt; c. Eigen bijdrage: een vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura, een persoonsgebonden budget voor rekening van de aanvrager komt; d. Eigen aandeel: een vast te stellen eigen aandeel in de kosten, dat bij de verstrekking van een financiële tegemoetkoming voor rekening van de aanvrager komt; e. Persoonsgebonden budget: een geldbedrag waarmee de aanvrager een of meer aan hem te verlenen voorzieningen kan verwerven; f. Financiële tegemoetkoming: een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de aanvrager; g. Verordening: Voorzieningenverordening maatschappelijke ondersteuning 2010; h. Aanvrager: de persoon voor wie de voorziening is bedoeld. i. Budgethouder: een persoon aan wie ingevolge deze verordening een persoonsgebonden budget is toegekend en die aan het college verantwoording over de besteding van het persoonsgebonden budget verschuldigd is; j. Overige begrippen: alle begrippen die in dit besluit worden gebruikt en niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de verordening, de Wmo en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk2Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget Artikel2Regels rond verstrekking en verantwoording 1Verstrekking van een individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2Bij de toekenning van het persoonsgebonden budget gelden in ieder geval de volgende verplichtingen: a. Het persoonsgebonden budget wordt uitsluitend gebruikt voor betaling van de geïndiceerde voorziening en de daarmee samenhangende kosten; b. De geïndiceerde voorziening die de aanvrager verwerft met het persoonsgebonden budget dient adequaat, veilig, cliëntgericht en kwalitatief verantwoord te zijn. c. De aanvrager dient een particuliere aansprakelijkheidsverzekering te hebben (afgesloten) voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan. d. De aanvrager dient een voorziening die een motorrijtuig is in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) te verzekeren overeenkomstig artikel 2 van die wet. e. De aanvrager bewaart de rekening(en) en betalingsbewijs (betalingsbewijzen) van de met het persoonsgebonden budget verworven geïndiceerde voorziening gedurende vijf jaar of, indien de normale afschrijvingsduur langer is dan deze termijn, overeenkomstig deze langere termijn en stelt deze op verzoek ter beschikking van het college. Hoofdstuk3Hulp bij het huishouden Artikel3Bruto en netto persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden 1Het bruto persoonsgebonden budget wordt berekend naar een bedrag per klasse gedurende de periode waarin de voorziening noodzakelijk is. 2Het netto persoonsgebonden budget bedraagt het verschil tussen het bruto persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 7 lid 2 van de verordening. 3Het netto persoonsgebonden budget wordt uitbetaald aan de aanvrager. 4De eigen bijdrage wordt door het college voorlopig berekend. Na ontvangst van de vaststelling van de definitieve eigen bijdrage door het CAK wordt het netto persoonsgebonden budget door het college definitief vastgesteld. Het verschil wordt nabetaald danwel verrekend of teruggevorderd. Artikel4Hoogte bruto persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden 1Het bruto persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden als bedoeld in artikel 8 onder c van de verordening wordt per klasse, per jaar als volgt vastgesteld: a. Klasse 1 1 uur per week = ( 52 x kostprijs per uur HH) x 90% b. Klasse 2 3 uur per week = (156 x kostprijs per uur HH) x 90% c. Klasse 3 5,5 uur per week = (286 x kostprijs per uur HH) x 90% d. Klasse 4 8,5 uur per week = (442 x kostprijs per uur HH) x 90% e. Klasse 5 11,5 uur per week = (598 x kostprijs per uur HH) x 90% f. Klasse 6 14,5 uur per week = (754 x kostprijs per uur HH) x 90% 2Bij additionele uren die boven klasse 6 op basis van de hardheidsclausule worden toegekend een uurbedrag van 90% van de kostprijs per uur. 3In afwijking van lid 1 en 2 kan het bruto persoonsgebonden budget worden vastgesteld op basis van het aantal uren noodzakelijke hulp bij het huishouden x 90% van de kostprijs per uur, indien de aanvrager met het bruto persoonsgebonden budget de noodzakelijk hulp bij het huishouden niet kan verwerven omdat het aantal uren noodzakelijke hulp bij het huishouden hoger ligt dan het gemiddelde aantal uren van de klasse. Artikel5Aanvangsdatum en gebruik persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden 1Een bruto persoonsgebonden budget wordt toegekend voor een periode die aanvangt op de dag van het besluit tot toekenning van de voorziening. 2Het netto persoonsgebonden budget wordt in vierwekelijkse termijnen uitbetaald. Artikel6Bijzondere verplichtingen persoonsgebonden budget hulp bij het huishouden Bij de toekenning van een bruto persoonsgebonden budget worden de aanvrager de volgende bijzondere verplichtingen opgelegd: a. de aanvrager sluit een schriftelijke overeenkomst met de persoon of instantie bij wie hij de huishoudelijke voorziening betrekt waarin ten minste de volgende afspraken zijn opgenomen: 1* declaraties voor de hulp bij het huishouden worden niet betaald indien zij niet binnen zes weken na de maand waarin de zorg is verleend bij de budgethouder zijn ingediend, 2* een declaratie van een persoon bij wie de budgethouder de hulp bij het huishouden betrekt bevat een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het uurtarief, het aantal te betalen uren, het sociaal-fiscaal nummer/burgerservicenummer en de naam en het adres van de persoon bij wie de budgethouder de hulp bij het huishouden betrekt en wordt door deze persoon ondertekend, 3* een declaratie van een instantie bij wie de budgethouder de hulp bij het huishouden betrekt, bevat het BTW-nummer van die instantie, een overzicht van de dagen waarop is gewerkt, het tarief, het aantal te betalen uren, dagdelen of etmalen en de naam en het adres van de instantie en wordt namens de instantie ondertekend. b. de aanvrager bewaart de in onderdeel a bedoelde originele overeenkomsten en declaraties en bewijsstukken van de loonbetaling gedurende vijf jaar en stelt kopieën hiervan op verzoek ter beschikking van het college. Hoofdstuk4Woonvoorzieningen Artikel7Hoogte financiële tegemoetkoming bouwkundige of woontechnische woonvoorziening en uitraasruimte De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming voor woonvoorzieningen als bedoeld in artikel 15 onder c en e van de verordening wordt vastgesteld als tegenwaarde van het bedrag zoals vermeld in de door het college geaccepteerde offerte. Het eigen aandeel in de kosten wordt hierop in mindering gebracht. Artikel8Hoogte persoonsgebonden budget voor niet bouwkundige of woontechnische woonvoorzieningen en onderhouds- en reparatiekosten 1Het persoonsgebonden budget voor een niet bouwkundige of woontechnische woonvoorziening als bedoeld in artikel 15 onder d van de verordening wordt vastgesteld op basis van 90% van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate voorziening. De eigenbijdrage wordt hierop om mindering gebracht. 2Indien een persoonsgebonden budget wordt verstrekt als bedoeld in het eerste lid, wordt een financiële tegemoetkoming per jaar verstrekt ter hoogte van de gemiddelde onderhouds- en reparatiekosten van de goedkoopst adequate voorziening Artikel9Hoogte financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in artikel 15 onder a van de verordening bedraagt maximaal € 5.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.