Verordening verrekening bestuurlijke bioete bij recidive VERORDENING VERREKENING BESTUURLIJKE BOETE BIJ RECIDIVE Artikel1Begripsbepalingen 1 Begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB). 2 In deze verordening wordt verstaan onder: de wet : Wet werk en bijstand; college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rozendaal; bijstandsnorm : de toepasselijke bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de wet; beslagvrije voet : beslagvrije voet, als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; recidiveboete : bestuurlijke boete, als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de wet; gelden : geldbedrag waarover belanghebbende beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Artikel2Verrekenen bij voldoende gelden 1.Indien belanghebbende redelijkerwijs over gelden kan beschikken ter hoogte van ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm, verrekent het college de recidiveboete gedurende drie maanden met de algemene bijstand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. 2.Indien belanghebbende redelijkerwijs niet kan beschikken over gelden ter hoogte van ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm, maar hij redelijkerwijs wel kan beschikken over gelden ter hoogte van tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm, verrekent het college de recidiveboete gedurende twee maanden met de algemene bijstand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. Het is aan belanghebbende om aan te tonen dat hij redelijkerwijs niet over voldoende gelden kan beschikken. 3.Aansluitend op verrekening als bedoeld in het tweede lid, verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende maand op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. 4.Tot het inkomen, bedoeld in het derde lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de wet. 5.De verrekening, als bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de recidiveboete is opgelegd. Artikel3Verrekenen bij geen of onvoldoende gelden 1.Indien belanghebbende redelijkerwijs niet kan beschikken over gelden ter hoogte van ten minste tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm, verrekent het college de recidiveboete gedurende een maand met de algemene bijstand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. Het is aan belanghebbende om aan te tonen dat hij redelijkerwijs niet over gelden ter hoogte van ten minste tweemaal de toepasselijke bijstandsnorm kan beschikken. 2.Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekent het college de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de wet. 4.De verrekening, als bedoeld in het eerste lid, geschiedt vanaf het moment van de dagtekening waarop de recidiveboete is opgelegd. Artikel4Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet In afwijking van de artikelen 2 en 3 kan het college de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien sprake is van dringende redenen. Daarvan wordt de belanghebbende schriftelijk mededeling gedaan. Artikel5Eerder opgelegde bestuurlijke boetes De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, als bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de wet, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete. Artikel6Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 26 juli 2013 en werkt terug tot en met 1 januari 2013. Artikel7Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. Aldus besloten in de openbare vergadering van de gemeenteraad van Rozendaal d.d. 25 juni 2013, de griffier (wnd.), J.van Rooij de voorzitter drs. J.H. Klein Molekamp
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.