Urgentieregeling WERV - Gemeenten 2013 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal; gelet op: artikel 17 van de Huisvestingsverordening Veenendaal 2013; Besluit: vast te stellen de Urgentieregeling WERV – Gemeenten 2013 Hoofdstuk 1 Algemeen Urgentie is een vangnet op woninggebied. Voorrang op woonruimte wordt slechts in uitzonderlijke gevallen toegekend. Essentieel voor het urgentietraject is dat zo min mogelijk woningzoekenden door het krijgen van een urgentieverklaring inbreuk maken op het in de Huisvestingsverordening omschreven verdeelsysteem. Om voor een woonurgentie in aanmerking te kunnen komen moet aan alle onderstaande criteria worden voldaan: De aanvrager is minimaal gedurende 1 jaar ingezetene van één van de WERV-gemeenten: Wageningen, Ede, Rhenen of Veenendaal. En staat ingeschreven in de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA) van één van deze gemeenten; De aanvrager beschikt over zelfstandige woonruimte binnen één van de WERV gemeenten. Een aanvraag die wordt ingediend vanuit onzelfstandige en/of niet-legale woonruimte kan niet leiden tot een positief besluit ten gunste van de aanvrager. Er is sprake van een acute woonnoodsituatie: Er moet een absolute noodzaak zijn om binnen een half jaar te verhuizen en het probleem kan niet op eigen kracht en/of binnen die periode worden opgelost. Er dient een directe relatie te bestaan tussen probleem en woonsituatie. De huidige woning is niet geschikt (te maken) om het probleem op te lossen. Een andere woning in de WERV-gemeenten is binnen een half jaar absoluut vereist; De acute woonnoodsituatie moet zijn ontstaan binnen de WERV gemeenten; De acute woonnoodsituatie moet buiten de schuld van de betrokkene zijn ontstaan en deze kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor het ontstaan ervan. Eigen verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de acute woonnoodsituatie kan zowel uit een handelen als een nalaten voortvloeien. De acute woonnoodsituatie was voor betrokkene niet te voorzien ofwel betrokkene was niet in staat tijdig maatregelen te nemen om de acute woonnoodsituatie te voorkomen. Verder was de betrokkene niet in staat daarop te anticiperen. In uitzonderlijke situaties kan de toepassing van de regel “buiten eigen schuld” niet gerechtvaardigd zijn; De aanvrager kan deze acute woonnoodsituatie niet zelf oplossen; De woningzoekende heeft aantoonbaar eerst zelf naar een oplossing van zijn probleem gezocht, alvorens een urgentie aan te vragen. Andere oplossingen kunnen zijn: een kamer huren, inwoning bij derden, sociaal pension, crisisopvang, een woning kopen, particuliere huur. Een alleenstaande wordt geacht binnen zes maanden alternatieve woonruimte te vinden, bijvoorbeeld door kamerbewoning of inwoning bij derden. Een urgentie wordt in het geval van een alleenstaande niet verstrekt, tenzij hier zwaarwegende medische redenen toe zijn. Bij een echtscheiding/verbreken samenleving zonder kind(eren) worden de voormalige partners door de urgentiecommissie gezien als twee alleenstaande woningzoekenden en wordt er geen urgentie toegekend. Hoofdstuk 2 Urgentiegronden Op één van de volgende urgentiegronden kan een urgentieverklaring afgegeven worden: Medisch: medisch geïndiceerden zijn woningzoekenden die in verband met een geobjectiveerde medische aandoening permanent ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering ondervinden in combinatie met de huidige zelfstandige woonsituatie. Sociaal: sociaal geïndiceerden zijn woningzoekenden die in verband met (psycho)sociale problemen permanent ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering ondervinden in combinatie met de huidige zelfstandige woonsituatie. Financieel: financieel geïndiceerden zijn woningzoekenden die aantoonbaar buiten hun eigen schuld door acute en onvoorziene omstandigheden te maken hebben met een grote inkomensachteruitgang waardoor de huidige zelfstandige woonruimte niet langer betaalbaar is. Echtscheiding/verbreken samenleving: woningzoekenden die van echt scheiden of hun samenleving verbreken en die de hoofdzorg van één of meerdere kinderen onder de 21 jaar toebedeeld hebben gekregen. Ruimtetekort in de huidige woonsituatie als gevolg van zwangerschap, gezinsuitbreiding, gezinshereniging/-vorming, inwoning door kinderen en/of derden en het woonachtig zijn in niet legale woonruimte op bijvoorbeeld een camping zijn onvoldoende voor het verkrijgen van een woonurgentie. Ook het moeten verlaten van een (huur)woning met tijdelijk (huur)contract is onvoldoende voor het verkrijgen van een woonurgentie. 2.1 Medische indicatie Ingezetenen van een van de WERV-gemeenten, die vanwege medische redenen in een onhoudbare woonsituatie verkeren kunnen in aanmerking komen voor urgentie. De medische aandoening moet een duidelijke relatie hebben met de woonsituatie en gerelateerd zijn aan de noodzaak tot een oplossing binnen een maximale termijn van een half jaar. Voorwaarde is dat de medische klacht door de huidige huisvestingsomstandigheden ernstige hinder veroorzaakt of verslechtert. De aanvrager moet aantoonbaar onder behandeling zijn van een specialist, niet zijnde een huisarts. Er moet door de aanvrager worden aangetoond dat de medische aandoening door de huidige woonsituatie wordt verergerd (oorzakelijk verband). Door onderzoek moet aangetoond worden dat er een noodzaak tot verhuizing binnen een half jaar is. Er kan bij een onafhankelijke externe deskundige advies worden gevraagd over de noodzaak tot verhuizing in relatie tot de medische aandoening en de woonsituatie. Voor eventuele noodzakelijke aanpassingen in de huidige of toekomstige woning kan de woningzoekende een verzoek doen bij het WMO-loket (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) van de (woon)gemeente. 2.2 Sociale indicatie Sociaal geïndiceerden zijn ingezetenen van een van de WERV-gemeenten die in verband met sociale problemen, in combinatie met omstandigheden in de huidige woning, dringend op korte termijn een andere woning nodig hebben. Alleen in zeer uitzonderlijke situaties waarbij sprake is van ernstige psychische en/of sociale problematiek kan een beroep worden gedaan op een sociale indicatie. De sociale problematiek dient al geruime tijd bij een op dat gebied werkzame instantie bekend te zijn en zij dienen die problematiek te onderschrijven. De sociale en/of psychische omstandigheden moeten een duidelijke relatie hebben met de woonsituatie en er moet een noodzaak zijn tot een oplossing binnen een termijn van een half jaar. Over deze omstandigheden kan schriftelijk advies van een externe deskundige gevraagd worden. Ook kan er advies gevraagd worden van andere (hulpverlenende) instanties. 2.3 Financiële indicatie Een uitdrukkelijke voorwaarde voor toepassing van deze regel is dat de aanvrager aan kan tonen dat deze financiële situatie buiten eigen schuld ontstaan is, en dat er sprake is van de zorgplicht voor één of meer kinderen die jonger dan 21 jaar zijn. Onvrijwillig werklozen of arbeidsongeschikten welke de eigen woning niet meer kunnen betalen, kunnen hiertoe behoren. Van financiële omstandigheden, op grond waarvan urgentie kan worden toegekend, kan sprake zijn indien de aanvrager, buiten eigen schuld om, als gevolg van plotseling optredend ernstig inkomstenverlies of faillissement, de lasten van zijn bestaande woonruimte redelijkerwijs niet meer kan dragen. De voorwaarde dat de situatie buiten eigen schuld om is ontstaan en niet te voorzien was door de aanvrager blijft hierbij van kracht. 2.4 Echtscheiding/ verbreken samenleving Om in aanmerking te komen voor een urgentie op grond van echtscheiding/ verbreken samenleving moet aan alle onderstaande voorwaarden worden voldaan: De aanvraag moet binnen twee maanden na de gerechtelijke uitspraak of het verbreken van de samenleving worden ingediend; De aanvraag kan alleen plaatsvinden vanuit zelfstandige en legale huisvesting; De poging om het huur- annex kooprecht van de huidige woning te behouden is niet geslaagd; De aanvrager moet de hoofdzorg voor één of meerdere kinderen onder de 21 jaar toebedeeld hebben gekregen en het (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.