Lokaal gezondheidsbeleid 2013-2016Raadsvergadering : 26 juni 2013 Agendanummer : 16 De raad van de gemeente Berkelland; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 mei 2013; gezien het advies van de Welzijnsraad ingekomen 24 april 2013; b e s l u i t : in te stemmen met de nota lokaal gezondheidsbeleid 2013 – 2016 "Voorkomen is beter dan genezen" en de daarin genoemde kaders; hiervoor structureel € 10.000,-- in de gemeentebegroting op te nemen. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 2 juli 2013de griffier, de voorzitter, Toelichting raadsvoorstel Raadsvergadering: 26 juni 2013 agendapunt : 16 Onderwerp : Vaststellen van het kader lokaal gezondheidsbeleid 2013-2016 Toelichting Hierbij bieden wij u het kader lokaal gezondheidsbeleid 2013-2016 ter besluitvorming aan. Wij hebben geprobeerd zoveel mogelijk te voldoen aan veronderstelde wensen van de verschillende lezers. Het is een korte nota geworden voor degenen die zich voor de behandeling hiervan willen beperken tot de kern. Voor degenen die (op onderdelen) behoefte hebben aan nadere achtergrondinformatie zijn een aantal bijlagen toegevoegd. Dit beleidsplan is tot stand gekomen in samenwerking met de gemeenten in de regio Achterhoek en de GGD. Probleemstelling: Er zijn grote groepen mensen die te weinig bewegen, nog steeds roken, veel drinken en meer eten dan goed voor ze is. In combinatie met stress leidt een ongezonde leefstijl tot suiker-, hart- en vaatziektes en/of overgewicht met allerlei fysieke en psychische aandoeningen. Gelet op onze (wettelijke) verantwoordelijkheid willen wij onze inwoners aansporen tot een actieve en gezonde levensstijl. Dat willen we doen op basis van een nog op te stellen (regionaal) uitvoeringsplan dat gebaseerd is op de lokale beleidskaders, zoals die in de samenvatting van de nota zijn opgenomen. Hoe willen we onze doelstelling bereiken? Korte interventies hebben een beperkt effect. Daarom willen we ook programma’s van langere duur laten uitvoeren. Uitgangspunten voor de interventies in het op te stellen uitvoeringsprogramma zijn: intersectoraal (binnen de zorg en tussen sectoren/organisaties); bewezen effectief; kostenprikkelend; gericht op de landelijke speerpunten; aansluitend bij initiatieven in de wijk/buurt/kern; aansluitend bij de doelgroep, met extra aandacht voor kwetsbare mensen. Financiering. Voor de uitvoering van de vast te stellen interventies wordt zoveel mogelijk gezocht naar financiering binnen bestaande budgetten. Om onze doelstelling te bereiken gaan we ervan uit dat hiervoor extra middelen nodig zijn. Op dit moment is nog niet te beoordelen hoeveel budget nodig is. We ramen de kosten vooralsnog op € 10.000,00 per jaar. Voor uitvoerige achtergrondinformatie verwijzen wij u naar de nota lokaal gezondheidsbeleid “Voorkomen is beter dan genezen”. Ook is het uitgebrachte advies van de Welzijnsraad bijgevoegd, waarbij een aantal suggesties/aanbevelingen zijn gedaan. Wij zullen de mogelijkheden hiervan onderzoeken en eventueel opnemen in het uitvoeringsplan. Voorkomen is beter dan genezen Preventief werken aan gezondheid via: de leefstijl de sociale en fysieke leefomgeving de beschikbaarheid van gezondheidszorgvoorzieningen Inhoudsopgave (leeswijzer) Inleiding Samenvatting Kaders Doelstelling gezondheidsbeleid Gezondheid gerelateerde beleidsontwikkelingen Denkrichting voor uitvoeringsprogramma FINANCIEN Bijlage 1: Definities van volksgezondheid en preventie Bijlage 2: Gezondheid van cijfers naar programmapunten Bijlage 3: Gezondheidsbeleid en andere beleidsterreinen Bijlage 4: Uitvoering gezondheidsbeleid 2009 - 2012 Inleiding Op grond van de Wet publieke gezondheid is de gemeenteraad verplicht eens per 4 jaren een lokaal gezondheidsbeleidsplan vast te stellen. Hierin moet worden opgenomen wat de gemeentelijke doelstellingen zijn en welke acties hiervoor worden ondernomen ter realisering van de doelen. Vooral dient hierbij gedacht te worden aan de werkterrreinen jeugdgezondheidszorg, ouderengezondheidszorg en algemene infectieziektebestrijding. Het college van burgemeester en wethouders moet de totstandkoming en de continuiteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg bevorderen. Ook bevordert het college de afstemming met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening. Onze doelstelling/taak is op een integrale manier de gezondheid van onze inwoners te beschermen en te bevorderen.Dit willen we onder andere doen door mensen aan te sporen tot een actieve en gezonde levensstijl. Dit is belangrijk voor maatschappelijke participatie, sociale activering en samenhang en bevordering van welzijn. Wij willen dit zoveel mogelijk vanuit een wijk, kerngerichte benadering. Uitgangspunt is de eigen kracht en verantwoordelijkheid van de inwoners. Op langere termijn verwachten wij hierbij een kostenbesparing op zorg te kunnen bereiken. De Achterhoek is een regio met samenhang, een eigen identiteit en veel onderlinge betrokkenheid. Dat zijn goede ingrediënten om de komende jaren, zo nodig samen te blijven investeren in een gezondere leefstijl voor alle inwoners met extra aandacht voor de kwetsbare groepen in combinatie met de toepassing van bewezen effectieve leefstijlinterventies. Dit beleidsplan is dan ook tot stand gekomen in samenwerking met de gemeenten in de regio Achterhoek en de GGD. Het nog op te stellen uitvoeringsplan wordt gebaseerd op de lokale beleidskaders en de regionale overeenkomsten. De uitvoering vindt zoveel mogelijk lokaal, kern- en wijkgericht plaats. De adviezen van onafhankelijke (nationale) adviesorganen geven aan dat: de kosten van ons zorgstelsel uit de hand lopen door vooral ook de vergrijzing; de sociaal economische gezondheidsverschillen, dat zijn de tweedeling tussen gezonde en ongezonde mensen en de kloof tussen rijk en arm, nog steeds groeien; de landelijke aanpak moet verschuiven van “zorg en ziekte” naar werken aan “gezondheid en gedrag”(van zz naar gg), met een hoofdrol voor preventie en gerichte leefstijlinterventies; gezondheidszorg een gezamenlijke taak is van “preventie”, “verzorging en ondersteuning” en “geneeskundige behandeling”. De onderlinge samenhang vergt samenwerking en regie. De bronnen voor dit opgestelde beleidsplan zijn: de speerpunten uit de landelijke preventienota “Gezondheid dichterbij” (mei 2011); het sociaal profiel van de provincie Gelderland dat in juni 2012 is vastgesteld; de nationale en regionale Toekomst Verkenning Volksgezondheid 2010 (VtV); de vierjaarlijkse GGD monitor en de adviezen van de Raad voor volksgezondheid en zorg (RVZ). Procedure Het beleidsplan Volksgezondheid wordt als beleidskader in de colleges van de acht gemeenten van de regio Achterhoek besproken en ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraden. Dit zal op verschillende tijdstippen gebeuren. Na de vaststelling van dit beleidskader wordt een (regionaal) uitvoeringsplan opgesteld voor de projecten die gezamenlijk door acht of een deel daarvan worden opgepakt, waarbij nader wordt bepaald welke initiatieven mogelijk alleen op lokale schaal worden opgepakt. Het uitvoeringsprogramma wordt door het college vastgesteld. Daarin worden de inhoudelijke onderwerpen apart uitgewerkt. Regionale projecten hebben een schaalvoordeel. Er wordt aansluiting gezocht bij Achterhoek 2020. Bij de verdere uitwerking heeft elke gemeente dus ruimte voor een lokale invulling. SAMENVATTING Er zijn grote groepen mensen die te weinig bewegen, nog steeds roken, veel drinken en meer eten dan goed voor ze is. In combinatie met stress leidt een ongezonde leefstijl tot suiker-, hart- en vaatziektes en/of overgewicht met allerlei fysieke en psychische aandoeningen. Preventie van vermijdbare ziekten De Wet publieke gezondheid (Wpg) stelt gemeenten (mede)verantwoordelijk voor de preventie van de gezondheid, inclusief de zogeheten “welvaartziektes”. Iedereen weet dat voorkomen beter is dan genezen. De welvaartsziektes: zijn het gevolg van de moderne, en steeds vaker kant en klare, voeding met een forse toename aan vetten, zouten en suikers. worden versterkt door het gebrek aan beweging in ons doen en laten (auto en digitalisering). zijn chronisch en drukken een zwaar stempel op de rest van je leven. zijn (en dat is het goede nieuws…) vermijdbaar, maar dat kost mensen moeite en kwetsbare groepen worden het snelst getroffen. Gedragsverandering Voor preventie is een ander gedrag nodig. Iedereen vindt zijn eigen gezondheid belangrijk en is daar zelf verantwoordelijk voor. Toch neemt de omvang van de moderne ziektes toe. Het is moeilijk om gezond te leven. Verkeerde voeding ligt overal voor het grijpen. Gasgeven (autorijden) gaat mensen makkelijker af dan stappen (wandelen) of trappen(fietsen). Samenwerking Preventie vergt een intersectorale aanpak, met een gezamenlijke inzet van beschikbare budgetten/ financieringsbronnen. De gemeente is het overheidsorgaan, dat de regie voert. Voor een doelmatige bescherming en bevordering van de gezondheid moeten de vele instellingen, instanties en organisaties duurzaam gaan samenwerken. Deze partners dienen hun eigen belangen ondergeschikt te maken aan dit algemene belang. Rol GGD De GGD is voor de uitvoering van het gezondheidsbeleid de wettelijk aangewezen instantie. Zij werken op regionale schaal voor, namens en in opdracht van de gemeenten. De GGD krijgt haar geld via de gemeenten. We hebben de lijn ingezet dat de GGD geen uitvoeringsorganisatie moet zijn, maar een adviserende en ondersteunende. KADERS Randvoorwaarden en uitgangspunten zijn: Mensen zijn en blijven zelf verantwoordelijk voor hun eigen gezondheid en krijgen waar dat nodig is ondersteuning van de gemeente om die eigen verantwoordelijkheid te kunnen nemen. De uitvoering van de ondersteuning moet zoveel mogelijk aansluiten bij de wijk- en kerngerichte aanpak en bij de 3 transities. Wij sluiten hierbij aan bij de door de raad vastgestelde Visienota transities Sociaal Domein. De regie voor het ontwikkelen en uitvoeren van een lokaal gezondheidsbeleid ligt bij de gemeente. Dit is van belang voor de verbinding van de Volksgezondheid met de andere beleidsterreinen (Wmo, jeugd, onderwijs, sport, arbeid, verkeer, milieu, ruimtelijke ordening, openbare orde en veiligheid, rampenbestrijding). Het beleid is gericht op de hele bevolking, met als doelgroepen: De verschillende leeftijdscategorieën; Inwoners met een relatief lage sociaal economische status; laaggeletterden; uitkeringsgerechtigden en ouderen (voor het eerst nu expliciet in de Wpg art. 5a). Interventies richten zich op drie gezondheidsfactoren: leefstijl, met als speerpunten: overgewicht, diabetes, depressie, roken en schadelijk alcoholgebruik. Naast deze landelijke onderwerpen is seksuele gezondheid (van vooral jeugd en risicogroepen) een aanvulling. fysieke en sociale (en virtuele) omgeving, moet minimaal voldoen aan de wettelijke normen voor de verschillende milieuonderdelen en bevordert, waar mogelijk,daarmee een duurzaam leefmilieu van de volksgezondheid . beschikbaarheid van gezondheidszorgvoorzieningen, waarbij de gemeente het aanbod stimuleert op de volgende onderdelen: de aanwezigheid van 1e en 2e lijnszorgvoorzieningen voor zijn inwoners; de doorverwijzing van de 1e lijn naar de 0e lijn (gemeentelijke sport en welzijnsvoorzieningen) samenwerking in de zorgketen. Over de hele preventieketen is de GGD adviseur volksgezondheid voor de gemeente. Dit vraagt: enerzijds regie door de gemeente (met ook stuurkracht) over de GGD. en anderzijds een sterke adviesfunctie van de GGD onder andere op het terrein van verstrekking van epidemiologische gegevens. Voor de effectieve ketengerichte aanpak wordt de samenwerking met Caransscoop (de Regionale Ondersteuningsstructuur van de 1e lijnszorg), de 1e lijn zelf en de zorgverzekeraar(
(2010)geeft gemeenteambtenaren en lokale professionals van preventieorganisaties handvatten om de thema’s roken, depressie, overgewicht, alcohol en seksuele gezondheid op te nemen in het lokale gezondheidsbeleid. Belangrijke elementen zijn een integrale aanpak en een gezonde leefomgeving. Voorts is het van belang om meer inwoners met een lage sociaaleconomische status en meer inwoners van niet-westerse afkomst te bereiken. Gebruik meer erkende interventies In de regio Noord- en Oost-Gelderland wordt geen optimaal gebruik gemaakt van de landelijk beschikbare, erkende interventies. Steeds meer interventies zijn door de Erkenningscommissie van het Centrum Gezond Leven (CGL) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) beoordeeld op kwaliteit en effectiviteit. Vooral het aantal interventies dat is erkend als ‘goed beschreven’ of ‘theoretisch goed onderbouwd’ is de afgelopen jaren flink gegroeid. Daarnaast is door het CGL een beperkt aantal interventies erkend als ‘waarschijnlijk effectief’ of ‘bewezen effectief’. Sommige landelijk erkende interventies worden al wel regionaal ingezet, vele andere nog niet. Regionale preventieorganisaties gebruiken niet-beoordeelde interventies, waarvan weinig bekend is over de werkzaamheid. De organisaties kunnen kwaliteit en effectiviteit van deze niet-beoordeelde regionale interventies inzichtelijk maken, door ze goed te evalueren en voor erkenning in te dienen bij het CGL. Pas integraal gezondheidsbeleid toe Via integraal gezondheidsbeleid kan de gemeente het haar inwoners gemakkelijk maken om zich gezond te gedragen (bijvoorbeeld door voldoende speeltuintjes, zitbanken en fietspaden aan te leggen en door geen alcohol te schenken op plekken waar jeugd komt). Daarnaast kan de gemeente mensen die dat nodig hebben, stimuleren, gebruik te maken van diverse voorzieningen (bijvoorbeeld door mensen via het zorgloket hierop te attenderen). Gemeenten hebben twee belangrijke bestuurlijke instrumenten om het integraal gezondheidsbeleid vorm te geven. De eerste is de nota lokaal gezondheidsbeleid, waaraan verschillende beleidsterreinen van een gemeente hun inbreng kunnen leveren. Als tweede biedt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) diverse mogelijkheden. Dat komt onder andere omdat deze wet gericht is op het vergroten van de leefbaarheid, op goede informatieverstrekking en op mensen die onvoldoende zelfredzaam zijn. De kern van de Wmo is dat iedereen kan meedoen in de samenleving. Geef kwetsbare mensen extra aandacht Het is belangrijk dat gemeenten, om gezondheidsachterstanden aan te pakken, bij de uitvoering van hun gezondheidsbeleid expliciet aandacht besteden aan mensen uit kwetsbare groepen. Dit zijn onder andere mensen met een laag inkomen en mensen met een niet-westerse achtergrond, maar ook mensen die niet zelfredzaam zijn. De gemeente kan mensen uit deze kwetsbare groepen ondersteunen met speciale voorzieningen en regelingen. Verbeter samenhang tussen gemeentelijk gezondheidsbeleid en eerstelijnszorg Gemeenten kunnen de preventieve en curatieve zorg stimuleren om met elkaar af te stemmen en samen te werken. De gemeente kan partners uit de eerstelijnszorg, die een functie vervullen in bestaande structuren, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), een Stichting Welzijn Ouderen of een gezondheidscentrum, bij elkaar brengen. Mogelijke thema’s voor samenwerking zijn opvoedingsondersteuning, valpreventie, aanpak overgewicht, diabetes, overmatig alcoholgebruik, vroege opsporing psychische problematiek, voorkomen van vroegtijdig schoolverlaten en ondersteuning van jongeren die opgroeien met een ernstig of langdurig ziek familielid. Versterk netwerkbenadering tussen gemeenten onderling Netwerkbenadering of ‘concerted action’ betekent dat gemeenten een gezamenlijk en samenhangend actieprogramma opstellen, gebaseerd op de best beschikbare kennis. Partners die een belangrijke taak hebben bij de uitvoering van dit actieprogramma zijn vertegenwoordigd en er is sprake van een eenduidige regie. De gemeente voert de regie, desgewenst met ondersteuning van de GGD. Hierbij zijn politieke wil en een lange adem belangrijke randvoorwaarden. Beleidsnota’s Hier volgen samenvattingen van belangrijke landelijke, provinciale en regionale beleidsnota’s op basis waarvan de gemeenten hun lokaal gezondheidsbeleid (mede) vorm en inhoud kunnen geven. Delandelijke beleidsnota volksgezondheid In de nota Gezondheid dichtbij (mei 2011) benoemt de minister de landelijke prioriteiten die aanknopingspunten bieden voor het gemeentelijk gezondheidsbeleid. Deze moeten gemeenten in hun eigen nota’s in acht nemen. Het kabinet staat voor eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht van mensen. De kabinetsvisie is uitgewerkt in drie thema’s: Vertrouwen in gezondheidsbescherming Zorg en sport dichtbij in de buurt Zelf beslissen over leefstijl De vijf speerpunten uit de preventienota 2006 blijven belangrijk. Dit zijn overgewicht, diabetes, depressie, roken en schadelijk alcoholgebruik. Het accent ligt op bewegen. Uitgangspunten van het kabinet Gezondheid moet weer iets van de Nederlander zelf worden. Dat betekent terughoudendheid met ge- en verboden, ongevraagd advies en keuzebeperkingen vanuit de overheid. Er komt een omslag van ‘gezond moeten leven’ naar ‘makkelijker toegankelijk maken van gezonde keuzes’. Vertrouwen in gezondheidsbescherming Verschillende risicofactoren voor de gezondheid kunnen mensen zelf niet of moeilijk beïnvloeden, bijvoorbeeld op het terrein van crisisbeheersing en infectieziektebestrijding. Zorg en sport dichtbij in de buurt Herkenbare en toegankelijke zorgvoorzieningen in de buurt of digitaal bereikbaar (eHealth) kunnen bijdragen aan het bevorderen van gezondheid. Evenals tijdige signalering van gezondheidsrisico's en toepassing van effectieve interventies en innovatieve behandelwijzen. Het kabinet wil dat iedereen veilig kan sporten, bewegen en spelen in de buurt. Hiervoor zijn voldoende en laagdrempelige voorzieningen nodig. Het kabinet geeft hier samen met gemeenten, de sportsector en private partijen een positieve impuls aan. Beweegmogelijkheden in de buurt die aansluiten bij de wensen van ouderen, moeten worden gestimuleerd. Er dient tevens aandacht te zijn voor eenzaamheid van ouderen en voor goede voeding. Zelf beslissen over leefstijl Als het om leefstijl gaat, schrijft de overheid mensen zo min mogelijk voor wat ze wel of niet mogen. Mensen maken zelf keuzes. Die keuzes worden gemaakt in een omgeving waarin de gezonde keuze gemakkelijk is. Diverse maatschappelijke sectoren en gemeentelijke beleidsterreinen dragen hieraan bij. Extra aandacht voor jeugd De jeugd heeft de toekomst. Hier besteedt het kabinet extra aandacht aan. Naast bevordering van (het aanleren van) een gezonde leefstijl, vroege signalering van risico's en inzet op weerbaarheid om dagelijkse verleidingen te weerstaan, vindt het kabinet dat het stellen van grenzen en het stimuleren van een gezonde basis bij de jeugd gerechtvaardigd zijn. Het kabinet zet in op het positief stimuleren van gezond gedrag en op het ontwikkelen van weerbaarheid. Hierbij verdienen drie thema’s extra aandacht: gezond gewicht, door sport, spel en bewegen en een verantwoord voedingspatroon riskant en problematisch middelengebruik, en seksuele gezondheid. Ouders en opvoeders zijn als eerste verantwoordelijk voor het gezond opgroeien van hun kinderen. Ze hebben een voorbeeldfunctie en moeten consequent normen en grenzen stellen. Publiek private samenwerking (PPS) Het kabinet ziet publiek private samenwerking van betrokken partijen (gemeenten, bedrijfsleven, gezondheidsorganisaties en onderwijs) als een kansrijk middel om de gezonde keuze maximaal aantrekkelijk en toegankelijk te maken. Gemeenten aan zet De gemeente is de bestuurslaag die het dichtste bij de burger staat. Daarom zijn gemeenten beter in staat om maatwerk te leveren, in te spelen op de leefwereld van de burgers en rekening te houden met de specifieke lokale omstandigheden. Steeds meer participatievoorzieningen worden naar gemeenten overgeheveld. Voor effectief beleid is het van belang het beleidsplan Wmo goed af te stemmen met de nota gezondheidsbeleid. De uitgangspunten van het kabinet kunnen goed worden gebruikt door gemeenten. Dit betekent: Inzetten op spelen, bewegen en sporten; Jeugd benoemen als belangrijke doelgroep voor het lokaal gezondheidsbeleid; Stimuleren van publiek private samenwerking op lokaal niveau; Verbindingen leggen tussen verschillende beleidsterreinen en gezondheid; Een bijdrage leveren aan het realiseren van ‘gezondheid in de buurt’. Gezondheidsbevordering Gezondheidsbevordering is vooral een taak van de gemeenten die daarvoor, via het Gemeentefonds, financiële middelen ontvangen. De rijksoverheid heeft ondersteuningsprogramma's voor lokaal gezondheidsbeleid opgezet. De komende jaren wordt gestopt met (massamediale) campagnes. Preventie van welvaartsziekten effectief en efficiënt georganiseerd; advies Raad voor Volksgezondheid & Zorg, dec. 2011 De organisatie van preventie van welvaartsziekten staat in geen verhouding tot de ziektelast. Meer effectiviteit en efficiency in de organisatie van preventie van welvaartsziekten begint met versterking van het eigenaarschap bij de landelijke en de lokale overheid en bij zorgverzekeraar. Landelijk en lokaal zal preventie van welvaartsziekten steviger worden aangepakt. Het aandeel van ongezonde leefstijl in de ziektelast van kanker, diabetes en hart- en vaatziekten (31% voor mannen, 23% voor vrouwen, vooral bij laag opgeleiden) zal daardoor afnemen. Mensen leven langer in gezondheid. Publieke gezondheid en curatieve zorg worden niet langer als aparte domeinen gezien. Gemeente en zorgverzekeraars zullen samen gezondheidsplannen op wijk/buurtniveau gaan maken en uitvoeren, ook op locaties die nog niet eerder waren ontdekt. Daarvoor komt, onder voorwaarden, 1% van het budget voor curatieve zorg beschikbaar. Aanbevelingen 1.Versterk het eigenaarschap van gezondheid bij zorgverzekeraars Maak ook voor verzekeraars sturen op gezondheidsdoelen tot uitgangspunt: Stel een preventiefonds in, gefinancierd uit premiemiddelen. Dit fonds wordt gevuld met 1% van de premiemiddelen van de Zvw. Met dit bedrag wordt lokaal/regionaal gezondheidsbeleid betaald Onderzoek gezondheidsprikkels in de ex ante ( “van te voren”) risicoverevening. Verruiming van de mogelijkheden voor geïndiceerde preventie in het basispakket voor de zorgverzekering. 2. Versterk het gezondheidsbeleid van de gemeente Creëer met een “weetplicht” van gemeenten een juist gevoel van urgentie; Gemeenten zijn de formele eigenaar van volksgezondheid op lokaal niveau, maar systematische preventie van welvaartsziekten (zoals bij infectieziekten) is er nog onvoldoende. Er lijkt weinig gevoel van urgentie. Toch is de gemeente de aangewezen partij om leiding te geven aan een brede aanpak binnen de gemeentelijke organisatie en aan mobilisering van andere partijen (scholen, bedrijfsleven, sport, zorg). Centraliseer de huidige subsidiemiddelen voor de implementatie van preventieve interventies bij het RIVM. Gemeenten moeten GGD’en ruimte geven voor ontwikkeling en toepassing van hun professionaliteit op het terrein van welvaartsziekten. 3. Neem zelf een actieve rol Stimulansen voor gemeenten en verzekeraars zijn kosteneffectiever als de Minister duidelijke visie en opvattingen over het belang van gezondheid uitdraagt. Wees duidelijk over welvaartsziekten. Verruim de gezondheidsbescherming. Verhoog de accijns op tabak en alcohol en onderzoek de mogelijkheden om met een vettax en/of een hogere BTW op voedsel gezond gedrag te bevorderen. Samenvatting Welvaartsziekten, dus gezondheidsschade door leefgewoonten die samenhangen met de moderne welvaart, komen er in het preventiebeleid bekaaid vanaf, in vergelijking met infectieziekten en ongevallen. Dit is niet in verhouding met de omvangrijke ziektelast die ze veroorzaken. Betere leefgewoonten zouden niet alleen de levensverwachting, maar ook het aantal gezonde jaren en het aantal jaren zonder beperking of chronische aandoeningen kunnen vergroten. Nu zien we dat de levensverwachting (veel) sterker stijgt dan het aantal jaren zonder beperking of chronische ziekte. Preventie heeft in dit perspectief van stijgende zorgvraag dus ook grote maatschappelijke voordelen, in termen van productiviteit en participatie, betaald en onbetaald. Preventie is een van de oplossingen voor de stijgende zorguitgaven en de knelpunten op de arbeidsmarkt die nu snel op ons afkomen. Transitie Jeugdzorg In het Regeerakkoord 2010 is een ingrijpende wijziging van het jeugdstelsel afgesproken. Het kabinet brengt uiterlijk in 2016 alle vormen van jeugdzorg onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Zo kunnen gemeenten sturen op lokaal samenhangende zorg voor gezinnen en jeugdigen. Conform de Bestuursafspraken 2011–2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor de huidige provinciale (geïndiceerde) jeugdzorg incl. de jeugdbescherming en de jeugdreclassering, de jeugdzorgPlus (gesloten jeugdzorg), geestelijke gezondheidzorg voor jeugdigen (jeugd-GGZ), zorg voor jeugd met een licht verstandelijk beperking (jeugd-LVB). Met de verschuiving van de jeugdzorg naar gemeenten wil het kabinet er voor zorgen dat het jeugdstelsel eenvoudiger wordt. Dat is nodig om een snellere en effectievere inzet van ondersteuning of hulp mogelijk te maken. De jeugdzorg moet beter aansluiten bij de eigen kracht en de sociale netwerken van jeugdigen en hun ouders of verzorgers. Ook moet voorkomen worden dat ouders en jeugdigen verdwalen in het systeem. Het nieuwe stelsel kent door één wettelijk kader en één financieringssysteem voor de jeugdzorg meer doelmatigheid en maakt meer integrale zorg in geval van meervoudige problematiek beter mogelijk. Gemeenten krijgen een grote mate van beleidsvrijheid. (bron: transitieagenda jeugdzorg, maart 2012; gezamenlijke agenda van Rijk/VNG/IPO) Transitie Decentralisatie begeleiding Hierbij gaat het om de overheveling van extramurale begeleiding, incl. vervoer naar de Wmo. Vanaf 2014 worden gemeenten hiervoor verantwoordelijk. Deze decentralisatie biedt kansen om de ondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie dichterbij de inwoners te organisaren. Gemeenten zijn in staat de eigen kracht en mogelijkheden van de inwoners en hun sociale netwerk aan te spreken en maatwerk in de directe omgeving te realiseren.Ook kunnen zij verbindingen leggen met andere Wmo-voorzieningen en andere gemeentelijke domeinen zoals reintegratie, de bijstand en het woonbeleid. Begeleiding wordt zo meer doelmatig en effectief georganiseerd. Er gelden geen individuele rechten en een verzekerde zorgplicht maar een gemeentelijke compensatieplicht conform art. 4 van de Wmo. Het gaat op dit moment landelijk in de Awbz om circa 180.000 mensen met een CIZ-indicatie voor extramrale begeleiding. In de Awbz worden zes groepen onderscheiden: ouderen met somatische en of psychogeriatrische problematiek volwassenen met psychische problematiek mensen met een verstandelijke beperking mensen met een zintuigelijke beperking mensen met een lichamelijke of chronische ziekte en jongeren met psychiatrische problematiek in combinatie met opvoed- en opgroeiproblemen. Transitie Passend onderwijs Het kabinet wil dat leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, beter worden geholpen. Scholen zijn vanaf 1 augustus 2014 verplicht een passende onderwijsplek te bieden aan leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De Tweede Kamer heeft in maart 2012 ingestemd met het wetsvoorstel passend onderwijs. Het wetsvoorstel ligt nu ter goedkeuring in de Eerste Kamer. De geplande bezuiniging van € 300 miljoen op passend onderwijs gaat niet door. Dit is besloten in het Begrotingsakkoord 2013. De 5 fracties in de Tweede Kamer (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) en het demissionaire kabinet hebben daarover in april 2012 overeenstemming bereikt. Voor elk kind een passende onderwijsplek. Ook kinderen die extra aandacht nodig hebben, zoals leerlingen met een handicap of een gedragsstoornis, hebben recht op goed onderwijs. Op dit moment moeten ouders vaak zelf op zoek naar een passende onderwijsplek voor hun kind. Vanaf augustus 2014 moeten scholen ervoor zorgen dat er voor elk kind dat extra ondersteuning nodig heeft een passende plek is (zorgplicht). Dat kan zijn op de school waar de ouders hun kind hebben aangemeld, maar ook op een andere school die beter kan inspelen op de ondersteuning die het kind nodig heeft, in het regulier of in het speciaal onderwijs. De school van aanmelding is ervoor verantwoordelijk om de leerling een passende plek aan te bieden. De landelijke indicatiestelling en de rugzak verdwijnen. In plaats daarvan organiseren en financieren de samenwerkende scholen de ondersteuning die een kind in de klas nodig heeft. De schoolbesturen werken samen in een samenwerkingsverband om dit te realiseren (bron: site passend onderwijs, Rijksoverheid) Conceptwetsvoorstel Jeugdwet,18 juli 2012 De evaluatie van de Wet op de jeugdzorg en de analyse van de parlementaire werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg laten belangrijke tekortkomingen van het huidige stelsel zien: een te grote druk op gespecialiseerde zorg; tekortschietende samenwerking rond kinderen en gezinnen; afwijkend gedrag wordt onnodig gemedicaliseerd; het kosten opdrijvend effect als afgeleide van deze knelpunten. Dit wetsvoorstel voorziet in een decentralisatie van alle ondersteuning, hulp en zorg voor jeugd en ouders naar gemeenten, zowel bestuurlijk als financieel. Gemeenten zijn hierdoor beter in staat om integraal beleid te ontwikkelen en maatwerk te bieden, afgestemd op de lokale situatie en uitgaand van de mogelijkheden en de behoeften van de individuele jeugdigen en hun ouders. Door de verantwoordelijkheid voor een positief opvoed- en opgroeiklimaat, voor preventie, voor vroegsignalering tot en met de (zware) gespecialiseerde zorg en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering bij gemeenten te leggen, wordt het makkelijker verbindingen te leggen tussen zorg, onderwijs, werk en inkomen, sport en veiligheid. De regering wil een samenleving met daarin een jeugdstelsel dat de zorgrelaties tussen mensen onderling vooropstelt. Zorgrelaties tussen mensen, binnen het gezin, in familie-, buurt- of andere informele of gemeenschapsverbanden vormen een belangrijk en natuurlijk vehikel voor sociale cohesie en een bron van sociaal kapitaal. Zorgen voor elkaar versterkt de individuele en collectieve vermogens in de samenleving; een zichzelf versterkend proces. De overheid dient dit proces zoveel als mogelijk te faciliteren en er daarbij voor te waken dat zij deze zorgtaken niet overneemt. Die cultuuromslag leidt er ook toe dat we anders tegen de zorg aankijken dan we gewend zijn. Het gaat om een visie op de pedagogische civil society waarin ieder kind een veilige omgeving om zich heen heeft, waarin de school, de naschoolse opvang, de sportclub en de buurt een belangrijke rol spelen. Investeren in een positieve opvoeding, talentontwikkeling en een succesvolle schoolloopbaan ligt aan de basis van welbevinden, economische zelfstandigheid en democratisch burgerschap. Eén gezondheidsmonitor voor lokaal en landelijk beleid Om de verschillende landelijke en lokale gegevensbronnen regionaal, landelijk en in de tijd met elkaar te kunnen vergelijken is het nodig die gegevensverzamelingen op elkaar af te stemmen. Om dit mogelijk te maken werken het RIVM, GGD Nederland en het CBS nauw samen. Met als doel: één gezondheidsmonitor met vergelijkbare gegevens op alle niveaus. Het CBS verzamelt jaarlijks gegevens over gezondheid van de gehele bevolking via een landelijke gezondheidsenquête. Door gegevens samen te voegen over vier jaar kunnen regionale vergelijkingen worden gemaakt. Voor de lokale monitors werken de GGD’en met gestandaardiseerde vragenlijsten aan efficiënter en betere kwaliteit van onderzoek. De omvang van deze gegevensverzameling is uniek. De Lokale en Nationale Monitor gezondheid (LNM) bestaat uit de Monitor Jeugdgezondheid: kinderen van0 tot 19 jaar, de Monitor Volksgezondheid: volwassenen van 19 tot 65 jaar en de Monitor Gezondheid Ouderen:ouderen vanaf 65 jaar. In verband met verschillen in de manier waarop gegevens worden verzameld en verschillende uitvraagmomenten is het niet mogelijk op basis van de LNM landelijke cijfers te berekenen voor bijvoorbeeld de VTV. Met één gezondheidsmonitor behoort dit tot de verleden tijd. Gestart wordt met de harmonisering van de monitors voor volwassenen en ouderen. De monitor voor jeugd volgt later . Met de in gang gezette ontwikkeling krijgen gemeenten: • De beschikking over referentiecijfers op landelijk, regionaal en lokaal niveau door afstemming en samenvoeging van gegevensbronnen. • Vergelijkbare cijfers door uniformiteit in cijfers en begrippen en uniforme werkwijzen van GGD’en. • Ruimte voor lokale invulling: verdiepend onderzoek en analyses op lokaal niveau. • Via verrijking de beschikking over meer gegevens voor beleid. Kortom, meer doelmatigheid en efficiëntere werkwijzen, waarbij GGD´en en CBS gebruikmaken van elkaars expertise. (bron: GGD Nederland Ouderengezondheidszorg In 2009 is in de Wet Publieke Gezondheid een nieuw artikel gevoegd. Op het niveau van lokale overheden kan het beste worden aangesloten bij de behoeften van de ouderen zelf. Bij de uitvoering van artikel 5a Wpg is het dan ook belangrijk dat de ouderen zelf centraal gesteld worden. Op het gebied van ouderengezondheidszorg worden al veel activiteiten aangeboden en ouderen maken vaak ook gebruik van bestaande (lokale) voorzieningen zowel binnen de zorg (huisartsenzorg, thuiszorg) als daar buiten (maatschappelijke ondersteuning). Het is dus niet zo zeer een kwestie van het ontwikkelen van een nieuw aanbod als wel dat gemeenten bestaande voorzieningen en structuren beter op elkaar moeten laten aansluiten, waarbij de gemeenten vanuit een regierol de betreffende partijen beter met elkaar verbinden. Het is van belang om aan te sluiten bij de behoeften van ouderen en het al aanwezige aanbod. De kunst is om vanuit het gezondheidsbeleid verbindingen te leggen tussen de sectoren preventie,curatie en welzijn. Informatie over gezondheidsbevordering en preventie is te vinden op www.loketgezondleven.nl (Bron: Brief minister 2009 / Reminder: aanhaken bij Ouderengezondheidszorg,GGD Nederland) Beleidsbrief Sport: “Sport en Bewegen in Olympisch perspectief” VWS, mei 2011 Visie sport- en beweegbeleid Sporten en bewegen zijn voor veel mensen een populaire vorm van vrijetijdsbesteding. Het is goed voor de gezondheid maar vooral ook leuk om te doen. Wekelijks zijn miljoenen mensen direct of indirect betrokken bij sport- en beweegactiviteiten. Ze nemen zelf deel aan deze activiteiten, leveren hier als vrijwilliger een actieve bijdrage aan of ze leven mee met (top)sporters langs de lijn, of via de media. Sporten en bewegen dragen bij aan sociale en educatieve doeleinden zoals de ontwikkeling en weerbaarheid van kinderen, het leren over sportiviteit en respect, maatschappelijke participatie, maar ook aan het verbeteren van de leefbaarheid in de buurt. Het kabinet hecht veel waarde aan sport en bewegen als basis voor een gezonde en actieve leefstijl, waarbij de keuzevrijheid en veiligheid van mensen voorop staat. Topsport heeft een grote toegevoegde waarde voor de samenleving. Het levert ons, behalve medailles, een gevoel van trots op en het inspireert tot het verleggen van de eigen grenzen. Topsportevenementen brengen een enorme publieke belangstelling met zich mee. Het werven en organiseren van evenementen kan een grote maatschappelijke en economische meerwaarde hebben. De evenementen dragen onder andere bij aan het nationale trots, Holland Branding, toerisme, het stimuleren van vrijwilligerswerk en het professionaliseren van de topsport. Prioriteiten voor nieuw beleid Er zijn drie prioriteiten te benoemen voor het sport- en beweegbeleid waar dit kabinet de komende jaren het verschil wil gaan maken: 1.Sport en bewegen in de buurt De ambitie van het kabinet is dat iedere Nederlander, jong of oud, met of zonder beperking, veilig kan sporten en bewegen in de eigen buurt. Om te bereiken dat het lokale sport- en beweegaanbod aansluit op de vraag van bewoners is het belangrijk dat er lokaal slimme verbindingen gelegd worden tussen onder andere sport, school, zorg, welzijn en het bedrijfsleven. 2. Werken aan een veiliger sportklimaat Om veilig en met plezier te kunnen sporten, 3. Uitblinken in sport Het kabinet ondersteunt de ambitie van de georganiseerde sport om als Nederland bij de beste 10 topsportlanden van de wereld te horen. Het kabinet wil daarnaast de economische betekenis van sport beter benutten, zowel in de breedtesport als in de topsport. Sport is namelijk een goed platform voor innovatie en biedt kansen voor ondernemerschap en export. De gouden driehoek van sport, bedrijfsleven en wetenschap moeten we versterken en van meer economische betekenis laten zijn. Ten slotte omarmt dit kabinet de Olympische ambitie van Nederland en heeft het streven om de Olympische en Paralympische Spelen van 2028 naar Nederland te halen. Extra middelen bestrijding Overgewicht bij kinderen In het Begrotingsakkoord 2013 is afgesproken dat van de extra middelen voor preventie en palliatieve zorg (€ 100 miljoen vanaf 2013) een bedrag van € 26 miljoen zal worden besteed aan het tegengaan van obesitas bij kinderen De middelen zullen worden ingezet voor het versterken en intensiveren van bestaande programma’s gericht op het bevorderen van een gezonde leefstijl van de jeugd. De inzet is primair gericht op voeding en bewegen, maar daar waar mogelijk wordt - aansluitend bij de omslag in het leefstijlbeleid - een verbredingslag gemaakt naar andere leefstijlthema’s. Hoofdlijnen zijn: Jongeren op gezond gewicht: intensiveren op en ook na 2014 continueren van het Convenant Gezond Gewicht, door eerder op te schalen en de aansluiting met de lokale zorgsector te verbeteren (€ 3 miljoen). Hierbij kan het gaan om obesitas maar ook om andere eetstoornissen zoals anorexia. Gezonde school: de aanpak behelst zowel de doorontwikkeling van de gezonde schoolmethode, als ook het meer inzetten op de “voorschool”, een doorlopende leerlijn gezond gewicht, behoud van kennis over voeding en gezond gedrag (waaronder bewegen) binnen het primair onderwijs en het verspreiden van interventies gericht op een gezonde schoolomgeving (€ 5 miljoen). Geoormerkte verhoging van de Sportimpuls (onderdeel van het programma Sport en Bewegen in de Buurt) voor het kopiëren van interventies die gericht zijn op de aanpak van overgewicht bij kinderen (€ 2 miljoen). Impuls individueel contactmoment voor adolescenten (vanaf 14 jaar) en evt. aanvullende (collectieve) activiteiten voor leerlingen in voortgezet en middelbaar onderwijs door de jeugdgezondheidszorg (€ 15 miljoen). Betere informatievoorziening via centra voor Jeugd en Gezin over een gezonde leefstijl aan ouders en jeugd (stichting opvoeden.
- nl)(€ 1 miljoen) (bron: brief VWS, 25 juni 2012) Handreiking Gezonde Gemeente De digitale Handreiking Gezonde Gemeente is dé verzamelplaats van informatie voor gemeentelijk gezondheidsbeleid. U vindt informatie, tips en voorbeelden om uw beleidsproces in te richten en om de preventie van gezondheidsproblemen in de gemeente concreet te maken Wat vindt u in deze handreiking? Context en randvoorwaarden van gemeentelijk gezondheidsbeleid. Beleidscyclus met de belangrijkste aandachtspunten tijdens het voorbereiden, het formuleren van doelen, het uitvoeren en het evalueren. Zes themadelen om de preventieve aanpak lokaal concreet te maken van: roken, overgewicht, depressie, alcohol, seksuelegezondheid en letsel. Interventieoverzichten met aanbevolen interventies per thema. Checklists om snel de informatie te selecteren die voor u van belang is. De mogelijkheden voor adviesenondersteuning bij gemeentelijk gezondheidsbeleid op rij en tips voor het gebruik van de handreiking. (bron: www.loketgezondleven.
- nl)Zichtbare schakel: wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt. Nieuwsbericht | 07-06-2012 De ministeries van Binnenlandse Zaken en (Volksgezondheid, Welzijn en Sport stellen via het gemeentefonds structureel € 10 miljoen beschikbaar voor projecten rond wijkverpleegkundigen. Door het geld rechtstreeks aan gemeenten beschikbaar te stellen kunnen wijkverpleegkundigen gebiedsgericht ingezet worden. Gemeenten kunnen per stad, wijk of buurt maatwerk bieden. Het ZonMw programma 'Zichtbare schakel: wijkverpleegkundige voor een gezonde buurt' wordt hiermee in een nieuwe vorm voortgezet. Dat programma werd begeleid en gefinancierd via een rijksbijdrage aan ZonMw, een zelfstandig bestuursorgaan voor zorgonderzoek en zorginnovatie. Uit een tussenrapportage van het programma blijkt dat de wijkverpleegkundige een grote betekenis heeft in het tijdig signaleren van dreigende gezondheidsproblemen of overbelasting van mantelzorgers. De inzet leidt tot betere samenwerking tussen de diverse (zorg)organisaties in de buurt. De meeste samenwerking speelt zich af tussen de huisarts, de thuiszorg en welzijnsorganisaties Centra voor jeugd en gezin in gemeenten, een samenwerkingsproject met gemeentelijke rekenkamers, 13 juni 2012 Het CJG is geen zelfstandige organisatie, maar is ontworpen als een netwerkorganisatie waarbinnen jeugdgezondheidszorg (Jgz) voor 0- tot 19-jarigen wordt aangeboden, en opvoed- en opgroeiondersteuning aan kinderen tot 23 jaar en hun ouders/verzorgers. In en rond het CJG werken bestaande instellingen die met jeugd te maken hebben (zoals onderwijsinstellingen, Bureau Jeugdzorg, welzijnswerk, buurtwerk, jongerenwerk, de jeugdgezondheidszorg, politie en justitie, Haltbureaus enzovoort) met elkaar samen. Op die manier moeten CJG’s voorkomen dat ouders en kinderen worden geconfronteerd met hulpverleners die niet op de hoogte zijn van elkaars werkzaamheden. Het CJG heeft tot doel om snel, goed en gecoördineerd advies te bieden, en vervolgens te zorgen voor hulp op maat. In het onderzoek hebben wij samen met gemeentelijke rekenkamercommissies gekeken naar de manier waarop 42 gemeenten hun CJG’s organisatorisch en financieel hebben vormgegeven. Ook hebben we onderzocht in hoeverre er samenwerking tot stand is gekomen binnen het netwerk van hulpverleners en wat daarvan de resultaten zijn. Conclusie: Gemeenten en hulpverleners hebben de afgelopen jaren veel energie gestoken in het realiseren van CJG-inlooppunten. De uitvoering van deze afspraken staat vaak nog in de kinderschoenen en als het gaat om de verantwoording daarover moet er nog het nodige gebeuren. Het is, zo benadrukken gemeenten en hulpverleners, nog te vroeg om de CJG’s af te rekenen op hun prestaties. Belangrijkste bevindingen Uit het onderzoek komen verscheidene zaken naar voren die bij de CJG’s nog ontbreken c.q. verbetering behoeven. Wat bij de CJG’s vooralsnog ontbreekt, is om te beginnen een referentiekader aan de hand waarvan de doelmatigheid en doeltreffendheid van een CJG kan worden beoordeeld en waar nodig aan- of bijgestuurd kan worden. Wij hebben in de eerste plaats vastgesteld dat vaak niet of onvoldoende in toetsbare termen is geformuleerd welke taken het CJG precies heeft en welk maatschappelijk effect de gemeente daarmee wil bereiken. Een verbeterpunt betreft verder de bekendheid van het CJG. Deze blijkt in veel gemeenten nog onvoldoende. Een goede risicosignalering en zorgcoördinatie worden belemmerd doordat er onvoldoende gebruik wordt gemaakt van domein overstijgende instrumenten zoals de digitale verwijsindex risicojongeren (waarmee kan worden opgespoord welke professionals contact hebben met een kind) en gezamenlijk casusoverleg. Ook zijn in veel gemeenten nog niet alle relevante partners betrokken bij de risicosignalering en bij de afspraken over zorgcoördinatie. Een ander verbeterpunt betreft de eenheid van het CJG. Veel CJG’s hebben nog te zeer het karakter van een bedrijfsverzamelgebouw, waarin elke hulpverlener denkt en handelt vanuit zijn eigen organisatie of zorgdomein. Een gezamenlijke ‘CJG-identiteit’ is er over het algemeen nog niet. Om het CJG (of een organisatie zoals het CJG) op termijn zijn beoogde ‘poortwachtersfunctie’ te kunnen laten vervullen in het nieuwe stelsel van jeugdzorg, is gegeven de bevindingen in het onderzoek aandacht vereist voor de volgende ontwikkelpunten: versterken van de sturingskracht van de gemeente; versterken van de signaleringsfunctie; verbreden van de zorgcoördinatie; ontwikkelen van de CJG-identiteit (externe bekendheid en interne betrokkenheid); aandacht voor potentiële tegenstelling binnen het CJG tussen preventie en hulp bij zware problematiek. Provincie Gelderland Sociaal beleid De provincie Gelderland draagt op een flexibele en vraaggerichte manier bij aan het aanpakken van de grote maatschappelijke uitdagingen. Ze zet zich in voor leefbaarheid, actief burgerschap, gezondheid, zorg, en jeugd. De dynamiek van maatschappelijke ontwikkelingen is groot en op onderdelen ongewis. Er zijn vele betrokken actoren van uiteenlopende aard: overheden en politiek, marktpartijen, maatschappelijke organisaties, burgers, particuliere initiatieven en groeperingen. De sociaal-maatschappelijke opgaven zijn omvangrijk en complex, maar de rol van de provincie op sociaal terrein is beperkt. De eerste beleidsverantwoordelijkheid ligt bij gemeenten en maatschappelijke organisaties en oplossingen moeten vrijwel altijd tot stand worden gebracht in samenwerking en partnerschap. De bijdrage van de provincie sluit daar op aan, zij signaleert en agendeert. Doelen en resultaten liggen dan ook niet voor vele jaren vast maar sluiten aan op de kansen en ontwikkelingen van het moment. De provincie Gelderland brengt de maatschappelijke vraagstukken in beeld waarbij een lokale aanpak (alleen) niet volstaat of waar tijdelijke extra ondersteuning of extra impuls nodig is. De provincie brengt partijen bij elkaar en draagt bij aan een gemeenschappelijke aanpak. De uitvoering van het nieuwe Sociaal Profiel start per 2013, 2012 was een transitiejaar waarin aandacht was voor afbouw, ombouw, opbouw en voorbereiding. De provincie signaleert twee trends die uitgangspunt zijn voor het nieuwe sociaal profiel van de provincie Gelderland.De transformatie; Mensen worden meer aangesproken op hun eigen keuzes en verantwoordelijkheden en moeten zelf in beweging komen om opgewassen te raken tegen de gewone (of ongewone) gebeurtenissen in het leven. Als tweede ziet de provincie een wijzigende bevolkingssamenstelling. Tekorten op de arbeidsmarkt, arbeidsmigratie, ontgroening en vergrijzing van de bevolking maken dat er nieuwe uitdagingen op ons afkomen. De demografische ontwikkelingen worden nog eens versterkt door een langzaam voortschrijdende urbanisatie: jonge gezinnen trekken steeds meer naar grotere stedelijke omgevingen. Provinciaal Beleidskader Jeugd 2013-2016….de toekomst! Arnhem, 27 juni 2012 De Gelderse doelen op hoofdlijnen zijn: kinderen en opvoeders centraal de jeugdzorg transformeren samen doen ervaring en kennis gebruiken en delen en het goede behouden De provincie voert de wet uit en verbetert daar waar kan. Gemeenten zijn als ontvangende partij verantwoordelijk voor het nieuwe stelsel. Zij voeren de regie over de inrichting en uitvoering van het nieuwe stelsel. Zij moeten de ruimte krijgen een visie te ontwikkelen en aan te geven hoe zij de jeugdzorg willen integreren in het nieuwe stelsel voor jeugd. Daarbij zullen verbindingen worden gelegd met bestaande en nieuwe (gedecentraliseerde) gemeentelijke taken. Verder moeten zij alles in gereedheid brengen om de jeugdzorg te ontvangen en tot een slagvaardige uitvoering van het nieuwe stelsel te komen. Om deze functies optimaal te kunnen vervullen, worden op lokaal en op bovenlokaal niveau verbindingen aangegaan. Zo worden voor de verschillende opgaven passende schaalgroottes gecreëerd. Iedere gemeente, iedere regio, werkt in haar eigen kaders en transitieplannen uit op welke wijze zij deze rol invulling geven; welke keuzes worden gemaakt en welke inzet wordt gepleegd. Provincie: zorgvuldig beëindigen van taken, zorgvuldig overdragen door kennis te delen De provincie wil gemeenten bij dit proces ondersteunen. Wij willen gemeenten helpen door vanuit onze ervaring met de jeugdzorg mee te denken en mee te werken, waar mogelijk, nodig en gewenst. In het overdrachtsproces staat voor ons zorgvuldigheid voorop. Kinderen mogen niet de dupe worden van de overdracht. Gelderland Sport De provincie wil met haar sportbeleid investeren in een gezond, vitaal en aantrekkelijk Gelderland. Meer sportende inwoners die er een gezonde en een actieve leefstijl op na houden. Ook wil de provincie eraan bijdragen van Gelderland een “Sportland” te maken en sporttalenten de ruimte geven zich tot topsporter te ontwikkelen. Vanaf 1 augustus 2012 kunnen bedrijven, gemeenten en (sport)organisaties gebruik maken van de nieuwe subsidieregeling Gelderland Sport! De provincie Gelderland stelt subsidies beschikbaar voor sportieve bewegingsruimte, actieve senioren, sport en gezondheid bij jeugd, talentontwikkeling en sportevenementen in de kernsporten judo, volleybal, wielersport, paardensport en atletiek (inclusief wandelen); Kennis en innovatie en vitale werknemers. (bron: www.Gelderland.
- nl)Regio Achterhoek Achterhoek Agenda 2020 Een innovatief, ambitieus en duurzaam plan voor de toekomst van de Achterhoek dat naadloos aansluit op agenda’s en toekomstvisies van provincie, rijk en Europa. Op 30 november 2011 ondertekenden 150 partijen (overheid, ondernemers en maatschappelijke organisaties, de drie 0’
- s)het Convenant Achterhoek 2020, dat hun samenwerking en inspanning voor de agenda 2020 bekrachtigde. De Agenda werkt vanuit vier thema’s: Innovatieve & duurzame economie, Slim & snel verbinden, Vitale leefomgeving en Kansrijk platteland. Het gezondheidsbeleid van de Achterhoekse gemeenten heeft de meeste raakvlakken met de werkplaats Vitale Leefomgeving. T.a.v. gezondheid wordt er vanuit de Vitale werkplaats gewerkt aan 2 thema’s; Gezondheid en zelfmanagement en Met een Gezonde jeugd naar een Vitale Toekomst. Regionale aanpak transitie decentralisaties In Regioverband is de wens en het voornemen geuit de decentralisaties gezamenlijk op te pakken. Het bundelen van krachten bespaart kosten, samen hebben de gemeenten meer kennis en kwaliteit in huis, gezamenlijke inkoop levert financiële voordelen op, regionaal werkende aanbieders hoeven niet met elke gemeente afspraken te maken, dit maakt het mogelijk zoveel mogelijk middelen voor de directe zorg te reserveren en zo min mogelijk voor overhead en een gezamenlijke lobby richting Den Haag en provinvcie is sterker. Regionale samenwerking hoeft niet in te houden dat er geen lokale keuzes gemaakt kunnen worden. De gemeenten kiezen voor een projectmatige aanpak. Integrale Jeugdgezondheidszorg Gemeenten zijn gezamenlijk met de GGD en de thuiszorgorganisaties aan het onderzoeken hoe de organisatie van de jeugdgezondheidszorg te veranderen. Het gaat niet slecht maar een andere, integrale organisatievorm is beter uitgerust op de toekomst en de ontwikkelingen rond de jeugdzorg. Voor het onderzoek naar een nieuwe wijze van organisatie zullen gezamenlijke randvoorwaarden moeten worden gesteld: de jeugdige en zijn ouders/verzorgers staan centraal er is sprake van een doorlopende lijn van preventieve zorg en monitoring jeugdigen van -9 maanden tot 23 jaar. verplichtingen en wettelijke kaders staan aan de basis van een model integrale jgz optimale aansluiting op de (door)ontwikkeling van het CJG: een voor jeugdigen en ouders/verzorgers herkenbaar lokaal loket optimale aansluiting bij de jeugdzorg er is bij voorkeur één uitvoeringsorganisatie Jgz binnen het CJG de Jgz levert conform de door gemeenten gestelde kaders, budget en verantwoordingsplicht minstens budgettair neutraal ten opzichte van de huidige situatie. Wel is er ruimte voor pilots. Op basis van een onderzoeksrapport zijn de aanbevelingen van de stuurgroep en de reacties van GGD en thuiszorg besproken in het portefeuillehouders overleg volksgezondheid (juli en okt. 2012) Binnen het Algemeen Bestuur van de GGD is inmiddels duidelijk geworden dat een definitieve nieuwe vorm vooralsnog niet haalbaar is, zulks in afwachting van de transitie jeugdzorg. Wel is er ruimte voor uitvoering van pilots gecreëerd op lokaal/regionaal niveau. BIJLAGE 4 Uitvoering gezondheidsbeleid 2009-2012 In de nota lokaal gezondheidsbeleid 2009-2012 staat vermeld dat er tweejaarlijks een voortgangsrapportage aan de gemeenteraad ter kennisname wordt aangeboden. In verband met de naderende volgende nota lokaal gezondheidsbeleid hebben wij u gemeld dat wij u om praktische redenen tegelijk met deze nota zullen rapporteren over de uitvoering van het gezondheidsbeleid over de volledige periode 2009 tot en met 2012. We hebben destijds aangesloten bij de speerpunten van de Rijksnota “Kiezen voor gezond leven”, waarbij als vijf grootste gezondheidsbedreigers zijn genoemd” Roken; schadelijk alcoholgebruik; overgewicht; diabetes, depressie. Op basis van de GGD-onderzoeken is toen besloten om naast de reguliere door de GGD en Yunio uit te voeren preventietaken, vooral aandacht te besteden aan: Alcoholmatiging jeugd Terugdringen van overgewicht (jeugd, volwassenen) Vroegtijdig signaleren en voorkomen van eenzaamheid (ouderen) Vroegtijdig signaleren en voorkomen van bewegingsproblemen (ouderen) Voor het gemeentelijk uitvoeringsprogramma is hierbij uitgegaan van de activiteiten die diverse organisaties al in hun aanbod hebben. Vanuit onze visie op sport wordt deelname van de jeugd gestimuleerd, mede door het subsidiëren op basis van het aantal jeugdleden. Ook vindt sportstimulering plaats door het organiseren van activiteiten door de Sport Federatie Berkelland. Bij de GGD en Yunio gaat het hierbij om de uitvoering van hun wettelijke basistakenpakket op het gebied van collectieve preventie, infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. Daarnaast verstrekken wij jaarlijks subsidie voor de uitvoering van het zogenaamde maatwerkdeel, dat zich met name richt op de thema’s taal, opvoeding en voeding. Ons college streeft er naar steeds gezondheidsaspecten integraal mee te nemen bij beslissingen op allerlei terreinen die direct van invloed zijn op de gezondheid van de bevolking. In het format van de B en W –adviezen is hiervoor het onderdeel “gezondheidsaspecten” standaard opgenomen. Alcoholmatiging Jeugd Vanaf 2005 is het project ‘Alcoholmatiging Jeugd in de Achterhoek’ uitgevoerd. Het project heeft goede resultaten geboekt. Het aantal kinderen dat op de basisschool wel eens alcohol drinkt, is fors afgenomen, evenals hoe vaak en hoe veel zij drinken. Het aantal jongeren onder de 16 dat alcohol drinkt, is eveneens zeer sterk gedaald. In 2003 was in de Achterhoek het actueel gebruik in klas 2 van het voortgezet onderwijs nog 56%, in 2011 17%. Voor klas 4 was dit resp. 86% en 71%. In klas 4 is vooral zichtbaar dat zodra kinderen 16 zijn, alcoholgebruik begint. Veel vijftienjarige 4e klassers drinken nog niet; eenmaal 16 drinken zij snel vaak en veel. Wij hebben tot en met 2011 meegedaan in het regionale project. Om de investeringen van de afgelopen jaren niet verloren te laten gaan hebben we borgingsafspraken gemaakt. Het doel van de borging is dat via een onderhoudsbasis van activiteiten minimaal de behaalde resultaten worden vastgehouden. De borging houdt in dat de betrokken organisaties IrisZorg, Halt, politie en GGD activiteiten vanuit hun basistaken blijven uitvoeren. Ook wij houden de aandacht voor alcoholmatiging jeugd vast. Deze activiteiten zijn vastgelegd in een borgingsnotitie. In 2012 hebben we gesprekken gevoerd met de bedrijven/instellingen/verenigingen waar jongeren beneden 16 jaar zonder problemen alcohol kunnen krijgen. Dit bleek uit een in 2011 gehouden mysteryshoponderzoek. We zetten de gesprekken met alle secoren die alcohol verkopen in 2013 voort in combinatie met het geven van voorlichting over de uitvoering van de Nieuwe Drank- en Horecawet. Hierbij hopen wij te komern tot een betere handhaving van het alcoholverstrekkingenbeleid aan jongeren. De herziene Drank- en Horecawet is vanaf 2013 van kracht en geeft de gemeente nieuwe bevoegdheden en verantwoordelijkheden om een preventief alcoholmatigingsbeleid te voeren. Bewegen voor ouderen Door Betula worden met behulp van vrijwilligers sport- en spelactiviteiten georganiseerd. (Zwemmen, koersbal en gym) Verminderen van eenzaamheid bij ouderen Vanaf 2009 is door Betula een ouderenadviseur, nu welzijnsconsulent, ingezet met als belangrijke pijler de (persoonlijke) ondersteuning van ouderen in hun welzijn in de breedste zin van het woord. De pijler spitst zich toe op het afleggen van huisbezoeken voor individuele ondersteuning, het signaleren van knelpunten en/of leemtes en de coördinatie van de seniorenvoorlichting. Door vrijwillige ouderenadviseurs/seniorenvoorlichters worden jaarlijks huisbezoeken afgelegd waarbij zij informatie geven op het gebied wonen, welzijn, zorg en financiën. Daarnaast coördineert Betula de maaltijdverstrekking aan ouderen. Vrijwilligers bezorgen maaltijden, gecombineerd met een dagelijks praatje. Wanneer de deelnemer niet thuis wordt aangetroffen of de deur niet open doet, meldt de vrijwilliger dit bij Betula. Van hieruit wordt dan actie ondernomen. Dit heeft een belangrijke signaleringsfunctie. Ook is door Betula het project noabercontact gestart. Het project bevordert en regelt contact tussen vragers, die behoefte hebben aan contact, begeleiding of praktische hulp en plaatsgenoten, bij voorkeur in wijk of buurt. Daarnaast worden er regelmatig, ontspanningsmiddagen en eetcafés georganiseerd voor ouderen en alleenstaanden. Huiselijk geweld Tot en met 2010 hebben wij geparticipeerd in het project Huiselijk Geweld Achterhoek. Doel van het project was het zo snel mogelijk signaleren, opsporen en blijvend stoppen van huiselijk geweld en hulp bieden aan slachtoffers, daders en kinderen. Het onderwerp huiselijk geweld heeft binnen de gemeente en diverse hulpverleningsinstellingen inmiddels een duidelijke structuur gekregen. Hierbij bestaan korte lijntjes met het Steunpunt Huiselijk Geweld. Daarnaast is de burgemeester belast met het nemen van besluiten over het tijdelijk huisverbod. Het onderwerp staat nog steeds geregeld op de agenda van het ambtelijk overleg Openbare Geestelijke Gezondheidszorg. (OGGz) Op dit moment is de invoering van de wet meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling actueel. Hartveilig wonen. Bij een acute stilstand in de bloedsomloop, telt iedere minuut, waarvan 6 minuten cruciaal zijn. Belangrijke tijd verstrijkt tot professionele hulpverleners arriveren. Begin 2010 zijn wij gestart met het project Hartveilig wonen ofwel “burenhulp”. Het project gaat over de gecoördineerde inzet van geschoolde gecertificeerde AED-vrijwilligers bij een hartstilstand. De gezondheidswinst is in de eerste minuten na een circulatiestilstand te behalen. Daarbij spelen reanimeren, het gebruik van een AED (Automatische Externe Defibrillator) in combinatie met een vrijwilligersnetwerk een belangrijke rol. Er moeten hiervoor voldoende AED’s op openbare plaatsen beschikbaar zijn. De vrijwilligers worden ingezet door middel van het Landelijke Reanimatie Oproepsysteem (LROS) vanuit de gemeenschappelijke meldkamers. Vrijwilligers uit de directe omgeving van de patiënt krijgen in voorkomende situaties een sms-bericht met een bijbehorende tekst. Over 2012 waren 546 vrijwillige hulpverleners beschikbaar en 48 openbare AED’s. In 2012 zijn er 29 reanimatiemeldingen met vrijwilligers gedaan. De gemiddelde leeftijd van het slachtoffer lag rond 62 jaar. Het slagingspercentage is 22 procent. Dit is een aanzienlijke gezondheidswinst ten aanzien van de situatie voor invoering van het project. Wij hebben voor het aanjagen van het project over de jaren 2011, 2012 en 2013 een tegemoetkoming in de kosten toegezegd tot en met 2013. Wij gaan er hierbij vanuit dat na 2013 het systeem zelfstandig verder gaat, zonder gemeentelijke financiële ondersteuning. Depressiepreventie jongeren In 2012 hebben wij in samenwerking met de GGD en AGORA Academische werkplaats een onderzoek uitgevoerd naar depressiepreventie bij jongeren. De hoofdvraag was hoe het aantal jongeren in Berkelland met depressieve gevoelens verminderd kan worden. In Berkelland heeft 1 op de 10 middelbare scholieren last van depressieve gevoelens (voorstadium van depressie) De volgende oorzaken worden hiervoor aangegeven: Het missen van een luisterend oor thuis, het hebben van een zorgtaak thuis ( door ziekte/verslaving van gezinsleden), echtscheidingsproblematiek en eenzaamheid vanwege gebrekkige sociale aansluiting. Over dit onderwerp is een minisymposium georganiseerd, waarbij door 45 aanwezigen van diverse organisaties is gezocht naar mogelijkheden om depressie bij jongeren in Berkelland nog beter te voorkomen. Hiervoor zijn een aantal verbeterpunten aangedragen. Zo liggen er verbetermogelijkheden bij de toeleiding vanuit scholen naar professioneel aanbod. Hiervoor is bijvoorbeeld een snelle intake en voldoende terugkoppeling belangrijk. Daarnaast kunnen ouders en docenten beter ondersteund worden in het signaleren van problemen en het bieden van een luisterend oor. Ook liggen er kansen door beter aan te sluiten bij de belevingswereld van jongeren zelf en hun vrienden. De gemeente kan mogelijk als medefinancier meer invloed uitoefenen op de aanwezigheid en kwaliteit van het preventie-aanbod.