Evenementenbeleid gemeente SteenbergenInhoudsopgave 1. Inleiding. Aanleiding en doel nota. Wat is een evenement? Bevoegdheid ten aanzien van evenementen. Status beleidsregel Inspraak. Evaluatie. Leeswijzer 2. Wettelijk kader/huidig beleidskader Algemene plaatselijke verordening (APV) van gemeente Steenbergen 2009. Dienstenrichtlijn/Dienstenwet Drank-en Horecawet Wegenverkeerswet 1994/BABW/RVV 1990. Verkeersregelaars. Brandbeveiligingsverordening. Vuurwerkbesluit Zondagswet Bestemmingsplan. Millennium gemeente. Kadernota toerisme en recreatie. Horecabeleid. Beleid Regionaal College van de Politieregio. Circusbeleid. Kermisbeleid. 3. Huidige situatie te Steenbergen. Welke evenementen vinden plaats in Steenbergen?. Gebruik gemeentegrond/gemeentelijke materialen. Huidige beleid. Gebruik Markt te Steenbergen voor activiteiten. Dierenwelzijn. Subsidies. Hoe verloopt momenteel het proces van de aanvraag?. 4. Gewenste situatie. 1. Ongewenste evenementen: beleid m.b.t. evenementen van bijzondere aard. 2. Beleid met betrekking tot specifieke zaken. 5. Overige aspecten. 6. Slot/samenvatting. Bijlagen. Bijlage 1; toelatingsbeleid circussen 2002 e.v. Bijlage 2; Verpachtingvoorwaarden kermissen 2011 Bijlage 3; Beleidsregel gebruik Markt d.d. 16 augustus 2005 1. Inleiding Aanleiding en doel nota Net als in veel andere gemeenten vinden in de gemeente Steenbergen jaarlijks veel evenementen plaats. Hierbij valt de denken aan muziekfestivals (Bassrulers, MUZA-feesten), sportevenementen (roparun, wielerrondes), de festiviteiten rond Koninginnedag, circussen, kermis, enz. Evenementen brengen gezelligheid, zijn goed voor de lokale economie en kunnen het imago van een gemeente ten goede komen. Aan het houden van evenementen kleven echter ook nadelen: er kan sprake zijn van overlast voor de buurt, zoals bijv. geluidsoverlast of verkeershinder (wegafsluitingen). Het is daarom van belang om als gemeentebestuur na te denken over de vraag: willen wij medewerking verlenen aan dit evenement en zo ja, onder welke voorwaarden. Deze nota probeert daarin te voorzien. Het doel van de nota is zowel extern als intern; enerzijds is de nota bedoeld om aan (potentiële) aanvragers van evenementen en omwonenden duidelijk te maken onder welke voorwaarden de gemeente Steenbergen bereid is medewerking te verlenen aan evenementen en anderzijds dient de nota als toetsingskader voor de aanvragen voor een evenementenvergunning. Het in deze nota verwoord beleid is grotendeels een weergave van het beleid zoals dat de afgelopen jaren reeds in de praktijk gevoerd is. Daarnaast worden in deze nota echter ook standpunten ingenomen ten aanzien van bepaalde zaken die tot dusverre nog niet hebben gespeeld in Steenbergen, maar wellicht in de toekomst wel aan de orde kunnen komen en tevens bevat deze nota ten aanzien van bepaalde aspecten een gewijzigd beleid. Wat is een evenement? Ten aanzien van de vraag “wat is een evenement?’ is het volgende van belang. Artikel 2:24 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2009(APV) van de gemeente Steenbergen omschrijft een evenement als: “ elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak”. In het artikel worden enkele activiteiten genoemd die niet zijn te beschouwen als evenement (bijv .bioscoopvoorstellingen, markten).In het tweede lid van artikel 2:24 wordt aangegeven welke activiteiten ook moeten worden beschouwd als zijnde een evenement (bijv. een herdenkingsplechtigheid, een optocht, een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg). Het beleid in deze nota ziet op de definitie van evenement zoals neergelegd in artikel 2:24 APV en ziet dus ook op de in het tweede lid van artikel 2:24 genoemde activiteiten. Een besloten feest (bijv. een bruiloft, bedrijfsfeest of een examenfeest ) of een voorstelling in een theater is in beginsel geen evenement. Maar als kaarten worden verkocht voor een zogenaamd “besloten” feest en er reclame voor wordt gemaakt, dan kan een dergelijk feest toch als een evenement wordt beschouwd. Ook feesten die worden gehouden in een horecabedrijf en niet behoren tot de normale bedrijfsvoering, kunnen worden aangemerkt als een evenement. Hierbij valt te denken aan een dance-event/houseparty. Tenslotte geldt dat grote sporttoernooien die verder reiken dan reguliere wedstrijden in bepaalde gevallen kunnen worden beschouwd als zijnde een evenement in de zin van de APV. Bevoegdheid ten aanzien van evenementen Op grond van de Gemeentewet en de APV is de burgemeester het verantwoordelijk bestuursorgaan ten aanzien van evenementen: de evenementenvergunning wordt verleend door de burgemeester. Ten aanzien van sommige evenementen (bijv. een wedstrijd op de weg) is het college van burgenmeester en wethouders echter het bevoegd bestuursorgaan. Deze nota is dan ook vastgesteld door beide bestuursorganen, ieder voor zover bevoegd en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd. Status beleidsregel Deze nota is een beleidsregel in de zin van de Algemene wet bestuursrecht: “ een bij besluit vastgestelde algemene regel, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift, omtrent de afweging van belangen, de vaststelling van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften bij het gebruik van een bevoegdheid van een bestuursorgaan”. Beleidsregels regelen slechts de uitoefening van bevoegdheden: de bevoegheden zelf zijn onder meer neergelegd in de APV, de Wegenverkeerswet 1994 en andere wet-en regelgeving. Het voordeel van een beleidsregel is dat ter motivering van een besluit hiernaar verwezen kan worden. Hier staat tegenover dat het bestuursorgaan in beginsel moet handelen overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigeheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen (artikel 4:84 Awb). Met andere woorden: zowel voor de gemeente als voor de burger is het beleid bindend, tenzij er sprake is van een bijzonder geval. Inspraak Op grond van de Inspraakverordening van Steenbergen besluit elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Het college en de burgemeester van Steenbergen achten inspraak ten aanzien van het evenementenbeleid op zijn plaats .Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. Uit artikel 4 van de Inspraakverordening blijkt dat op inspraak de procedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Dit betekent onder meer dat het ontwerpbesluit gedurende 6 weken ter visie ligt en dat er een eindverslag wordt opgesteld over de ontvangen zienswijzen en de reactie van het college/de burgermeester op die zienswijzen. Evaluatie Het vaststellen van beleid is een momentopname. In de praktijk kan blijken dat bepaalde keuzes niet werken of dat bepaalde zaken nader geregeld moeten worden. Het gemeentebestuur zal de uitvoering van het evenementenbeleid medio 2013 evalueren. Leeswijzer In hoofdstuk 2 zal eerst worden aangegeven welke wet-en regelgeving van toepassing is op evenementen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de huidige situatie te Steenbergen. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven hoe de gemeente Steenbergen vorm wil geven aan het evenementenbeleid. Hoofdstuk 5 bevat enkele aspecten die samenhangen met evenementen. Tenslotte worden in hoofdstuk 6 de samenvatting en conclusies weergegeven. 2. Wettelijk kader/huidig beleidskader Indien er een evenemenent wordt georganiseerd, zijn er diverse wettelijke regels van toepassing. Hieronder worden de belangrijkste weergegeven. Ook zijn er in Steenbergen in het verleden al enkele beleidsregels vastgesteld op het gebied van evenementen. Ook die worden hieronder genoemd. Algemene plaatselijke verordening (APV) van gemeente Steenbergen 2009 Deze verordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG en door de gemeenteraad vastgesteld op 5 maart 2009. De verordening is op 1 april 2009 in werking getreden. Uit artikel 2:25 blijkt dat het verboden is zonder vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. Indien er sprake is van een klein evenement, dan is geen vergunning nodig en kan worden volstaan met een melding. Onder klein evenement wordt verstaan een evenement dat voldoet aan de volgende criteria: niet meer dan 250 aanwezigen; het evenement vindt plaats tussen 08.00 en 24.00 uur; er wordt geen muziek ten gehore gebracht voor 08.00 uur of na 23.00 uur; het evenement vindt niet plaats op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of vormt anderszins een belemmering voor het verkeer en de hulpdiensten; er worden slechts kleine objecten geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10m2 per object; er is een organisator; de organisator meldt het evenement bij de burgemeester binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement. De burgemeester kan binnen 5 dagen na ontvangst van de melding besluiten het organiseren van het klein evenement te verbieden indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. Indien niet wordt voldaan aan de criteria van “klein evenement”dan dient dus een evenementenvergunning te worden aangevraagd. Uit artikel 1:18 van de APV blijkt dat een evenementenvergunning kan worden geweigerd in het belang van: de openbare orde; de openbare veiligheid; de volksgezondheid; de bescherming van het milieu. Deze weigeringronden zijn gebaseerd op de Dienstenrichtlijn (zie hierna). De gemeentelijke APV kan worden gezien als een verordening die ziet op openbare orde en overlast. Het begrip openbare orde is een open begrip. In de toelichting van de Dienstenrichtlijn wordt het begrip als volgt omschreven: “ het begrip openbare orde, zoals uitgelegd door het Hof van Justitie, omvat de bescherming tegen een werkelijke en voldoende ernstige bedreiging van een fundamenteel belang van de samenleving, en kan met name onderwerpen in verband met de menselijke waardigheid, de bescherming van minderjarigen en kwetsbare volwassenen, alsook dierenwelzijn omvatten. Evenzo omvat het begrip openbare veiligheid vraagstukken in verband met de staatsveiligheid”. Het begrip overlast komt niet voor in de Dienstenrichtlijn. Overlast kan betrekking hebben op verschillende aspecten (geluid, verkeer) en kan via de algemene gronden van artikel 1:8 APV aangemerkt worden als weigeringsgrond. Zo kan bijvoorbeeld geluidsoverlast worden geschaard onder milieu of eventueel zelfs gezondheid. Ook aspecten als verkeersveiligheid, veiligheid van personen en zedelijkheid komen niet (meer) als aparte weigeringsgrond voor in de APV en dienen te worden geschaard onder de algemene weigeringsgronden van artikel 1:8 APV. Op grond van artikel 1: 3 APV dient een vergunning minimaal 3 weken van te voren te worden aangevraagd. Op grond van het tweede lid van dat artikel kan voor bepaalde vergunningen die termijn worden verlengd tot maximaal 12 weken. In het geval van evenementenvergunningen is dat ook gebeurd: de burgemeester heeft bij besluit van 16 juni 2009 bepaald dat aanvragen voor een evenementenvergunning minimaal 12 weken van te voren moet worden ingediend. Wordt hier niet aan voldaan, dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. In uitzonderingsgevallen kan echter worden besloten de aanvraag toch te behandelen. Aan een evenementenvergunning kunnen op grond van artikel 1:4 APV voorschriften en beperkingen worden verbonden. De APV kent nog veel meer ontheffingen/vergunningen die in het kader van een evenement een rol kunnen spelen. Te denken valt aan: ontheffing geluidsinstallatie (artikel 4:6) het plaatsen van ojecten op de weg (2:10) het innemen van een standplaats (5:17). In beginsel is het niet nodig deze APV-vergunningen te verlenen naast de evenementenvergunning: de evenementenvergunning omvat ook impliciet dergelijke vergunningen/toestemmingen. Dit ondanks het feit dat deze andere vergunningen wellicht tot de bevoegdheid van het college behoren. Op grond van artikel 5:32 APV is het verboden op een terrein (geen weg zijnde) met een motorvoertuig/bromfiets een wedstrijd te houden. Het college kan terreinen aanwijzen waar dat verbod niet geldt. Op grond van artikel 5:33 APV is het verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig/bromfiets/fiets of paard. Het college kan terreinen aanwijzen waar dat verbod niet geldt. Op een aanvraag voor een evenementenvergunning dient binnen 8 weken na ontvangst te worden beslist. Deze termijn kan voor ten hoogste 6 weken worden verlengd (artikel 1:2 APV). Dienstenrichtlijn/Dienstenwet Op 28 december 2006 is de Europese Dienstenrichtlijn in werking getreden. Doel van deze richtlijn is het wegnemen van onrechtvaardige belemmeringen voor het verrichten van diensten in een ander dan het eigen EU-land, zoals hoge administratieve lasten en vergunningstelsels die beperkingen opleggen. De definitie van “dienst” is ruim: ook de evenementenvergunning valt daar in principe onder. De uit de Dienstenrichtlijn voortkomende verplichtingen zijn voor Nederland vastgelegd in de Dienstenwet. Deze wet bevat diverse bepalingen waaraan overheden moeten voldoen. Eén van die bepalingen is de implementatie van de zogenaamde lex silencio positivo (LSP). De LSP houdt in dat een vergunning of ontheffing van rechtswege is verleend als het bestuursorgaan niet binnen de beslistermijn een besluit heeft genomen. In artikel 1:9 van de APV Steenbergen is echter, vanwege de daaraan verbonden risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid, de LSP niet van toepassing verklaard op onder meer de evenementenvergunning. De Dienstenrichtlijn is in principe alleen van toepassing bij grensoverschrijdend verkeer (een dienstverlener uit het een EU-land verricht een dienst in het andere EU-land). Op het gebied van evenemenenten komt het in Steenbergen niet of nauwelijks voor dat een aanvraag wordt ingediend vanuit een ander EU-land. In theorie is het mogelijk aan Nederlandse dienstverleners zwaardere eisen te stellen dan aan dienstverleners uit andere EU-landen. Vanuit het oogpunt van rechtsongelijkheid is daar echter door de VNG niet voor gekozen: niet alleen de eis van het hebben van een vergunning geldt voor Nederlanders en andere EU-onderdanen gelijkelijk, maar ook de gronden om een vergunning te weigeren (artikel 1:8 APV) zijn voor iedereen gebaseerd op de Diensterichtlijn en dus gelijk. Drank-en Horecawet Voor het schenken van zwak-alcoholische drank buiten een horeca-inrichting is op grond van artikel 35 van de Drank-en Horecawet een ontheffing van de burgemeester nodig. De drankverstrekking mag uitsluitend plaatsvinden onder onmiddelijke leiding van een persoon die voldoet aan het gestelde in artikel 8, lid 2 van de Drank-en Horecawet (zedelijkheidseisen) en in het bezit is van de verklaring sociale hygiëne. Voor het plaatsen van een buitentap op het bij het horecabedrijf behorende terras is in beginsel geen ontheffing nodig (er van uitgaande dat het horecabedrijf een geldige Drank-en Horecavergunning heeft waar ook het terras onder valt). Wegenverkeerswet 1994/BABW/RVV 1990 Op grond van artikel 18 Wegenverkeerswet 1994 is het college bevoegd verkeersbesluiten te nemen. Het kan hier gaan om tijdelijke verkeersmaatregelen bij evenementen zoals bijvoorbeeld het tijdelijk afsluiten van een weg of het tijdelijk toestaan dat er wordt geparkeerd op een bepaalde locatie. In de Steenbergse praktijk maakt het verkeersbesluit deel uit van de evenementenvergunning. Uit artikel 2:24 en 2:25 APV blijkt dat een wedstrijd op of aan de weg onder de definitie van “evenement”valt. Uit artikel 2:25, lid 4 APV blijkt echter dat het verbod om zonder vergunning een evenement te organiseren niet geldt voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. Op grond van artikel 10 van de Wegenverkeerswet is het verboden op de weg een wedstrijd met voertuigen te houden of daaraan deel te nemen. Op grond van artikel 148 Wegenverkeerswet in samenhang met artikel 87 RVV 1990 (Reglement verkeersregels en verkeerstekens) kan van dit verbod ontheffing worden verleend. Ontheffing kan alleen worden verleend van de in artikel 87 RVV genoemde verkeersregels/verkeerstekens. Dit betekent bijvoorbeeld dat geen ontheffing kan worden verleend van de maximum snelheid (artikel 20 en 21 RVV), tenzij de weg feitelijk wordt afgesloten en daardoor niet meer onder de Wegenverkeerswet valt. Als alle wegen binnen één gemeente liggen, dan wordt de ontheffing verleend door het college. Is dat niet het geval, dan verlenen gedeputeerde staten van de provincie de ontheffing, ook al gaat het om wegen die in beheer zijn bij bijv. de betreffende gemeenten.In een dergelijk geval moet het college van de gemeente waar de route door heen loopt een verklaring van geen bezwaar afgeven. Op grond van artikel 148, lid 2 Wegenverkeerswet dient de organisator wel een verzekering af te sluiten ten aanzien van wettelijke aansprakelijkheid. Onder “wedstrijd” wordt verstaan: elk rijden met voertuigen ter vaststelling of vergelijking van prestaties hetzij van de deelnemers, hetzij van de voertuigen, hetzij van onderdelen daarvan, hetzij van bedrijfsstoffen. Van een wedstrijd is dus sprake zodra prestaties worden vastgestelde en met elkaar worden vergeleken. Ook bijv. een autopuzzeltocht waarbij het de bedoeling is zoveel mogelijk punten te verzamelen, is een wedstrijd in de zin van de Wegenverkeerswet. Hetzelfde geldt voor een snelheidswedstrijd of een wedstrijd waarbij de bestuurder van het mooist versierde voertuig in de prijzen valt. Het houden van bijv. een fietstoertocht waaraan geen wedstrijdelement kleeft is geen wedstrijd in de zin van de Wegenverkeerswet of een evenement in de zin van de APV. De wetgever heeft hierbij geen specifiek toetsingskader (weigeringsgronden) vastgesteld inzake het al dan niet verlenen van ontheffingen Uit artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1990 blijkt dat de krachtens die wet vastgestelde regels (dus de AmvB’s en ministeriële regelingen) kunnen strekken tot onder meer: Het verzekeren van de veiligheid op de weg; Het beschermen van weggebruikers en passagiers; Het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan; Het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer; Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer; Het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden; Het bevorderen van een doelmatig of zuinig energiegebruik; Verkeersregelaars In sommige gevallen zal het nodig zijn om verkeersregelaars in te zetten bij evenementen. Deze personen worden, op grond van artikel 56 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), benoemd door de burgemeester. Zij ontvangen een instructie van de politie en de politie houdt ook toezicht op de verkeersregelaars (artikel 57 BABW). Brandbeveiligingsverordening Op basis van de Brandbeveiligingsverordening 2010 van de gemeente Steenbergen dient in beginsel voor een (feest)tent waarin meer dan 50 personen zullen verblijven een tijdelijke gebruiksvergunning te worden aangevraagd bij het college. Hetzelfde geldt voor andere inrichtingen die niet vallen onder de definitie “bouwwerk”, zoals bijvoorbeeld boten. Vuurwerkbesluit Particulieren mogen in beginsel alleen vuurwerk afsteken op 31 december en 1 januari. Voor het afsteken van professioneel evenementenvuurwerk zijn gedeputeerde Staten het bevoegd gezag. De regionale brandweer is daarbij adviseur en de burgemeester moet een verklaring van geen bezwaar afgeven, waarbij hij zich normaliter laat adviseren door de lokale brandweer. Zondagswet Op grond van de Zondagswet is het verboden op zondag in de nabijheid van kerken zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, waardoor de godsdienstuitoefening wordt gehinderd. Ook is het verboden op zondag zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken dat op een afstand van meer dan 200 meter hoorbaar is. De burgemeester kan hiervan ontheffing verlenen. De Zondagswet bepaalt ook dat het verboden is voor 13.00 uur openbare vermakelijkheden te houden, daartoe gelegenheid te geven of daaraan deel te nemen. De gemeenteraad kan in een verordening dit verbod uitbreiden voor de periode na 13.00 uur (van die mogelijkheid is in Steenbergen geen gebruik gemaakt) . De burgemeester kan van het verbod ontheffing verlenen. Bestemmingsplan Het houden van een evenement op een bepaalde locatie kan in strijd zijn met het ter plaatste geldende bestemmingsplan. Het gaat hier dan zo zeer niet om eenmalige evenementen die geen of slechts geringe planologische relevantie hebben, maar om jaarlijks terugkerende grote evenementen op een bepaalde locatie die bijv. meerdere dagen duren (bijv. kermis). Vaak zullen evenementen plaatsvinden op de bestemming “verkeer” of ook op de bestemming “groenvoorzieningen”. In de meeste bestemmingsplannen in de gemeente Steenbergen is aan de voorschriften met betrekking tot deze bestemmingen toegevoegd dat de gronden met deze bestemming ook gebruikt mogen worden voor evenementen en manifestaties. Mocht dat niet het geval zijn, dan kan (op grond van artikel 4, lid 8 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) het college voor de afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning verlenen. Het betreft dan het gebruik van gronden of bouwwerken ten behoeve van evenementen met een maximum van drie per jaar en en duur van ten hoogtse vijftien dagen per evenement (het opbouwen en afbreken van voorzieningen ten behoeve van het evenement hieronder begrepen). Millennium gemeente In 2000 is door de Verenigde Naties (VN) de zogenaamde Millenniumverklaring afgegeven: hierin zijn de doelen en prioriteiten van de VN voor de 21e eeuw aangegeven. Veel van deze doelen zien op ontwikkelingssamenwerking, maar ook zijn er doelen geformuleerd ook het gebied van duurzaamheid en milieu. Op 27 september 2007 heeft de gemeenteraad van Steenbergen de gemeente uitgeroepen als Millenniumgemeente. Hierbij is aangegeven dat met name de zorg voor het milieu in de meest brede vorm van belang is. Kadernota toerisme en recreatie Op 30 oktober 2008 heeft de gemeenteraad de kadernota toerisme en recreatie vastgesteld. Uit deze nota blijkt onder meer dat de gemeente Steenbergen bekend staat om het landschappelijke karakter en het water, de rust, ruimte en natuur die daarin begrepen zijn. Dit mag worden beschouwd als haar toeristisch kapitaal. Toekomstige ontwikkelingen mogen dit kapitaal niet negatief beïnvloeden. Daarnaast wordt gestreefd naar het vergroten van de aantrekkingskracht van de kernen door het organiseren van nieuwe evenementen. Horecabeleid Op grond van artikel 2:25, lid 5 van de APV kan de burgemeester aan een evenementenvergunning het voorschrift verbinden dat gedurende het evenement en in het gebouw dan wel op het terrein waar dat evenement plaats vindt geen gebruik gemaakt mag worden van glas maar uitsluitend van onbreekbaar duurzaam kunststof glas- en vaatwerk. Op grond van 2:33a van de APV kan de burgemeester in het belang van de openbare orde of veiligheid, of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor één of meer horecabedrijven tijdelijk het gebruik van glas- en vaatwerk anders dan van onbreekbaar duurzaam kunststof materiaal (polycarbonaat) verbieden. Bij besluit van 25 augustus 2009 heeft de burgemeester bepaald dat de eis van polycarbonaat glaswerk in ieder geval geldt (zowel op het terrein/openbare plaats waarop het evenement plaats vindt als in het horecabedrijf gelegen aan die terreinen/plaatsen) tijdens de volgende evenementen: tijdens de Jaarmarkt, het Beachvolleybaltoernooi op de Markt, het Basketbaltoernooi op de Markt, tijdens de kermis op de Markt en de Westdam en tijdens Koninginnedag (te Steenbergen); tijdens de MUZA-feesten te Dinteloord (in de feesttent hoeft geen gebruik te worden gemaakt van polycarbonaat glaswerk, maar is het gebruik van ander kunststof (wegwerp) glaswerk toegestaan; en tijdens overige nader door de burgemeester aan te wijzen en als zodanig bekend te maken, grootschalige publiektrekkende evenementen. tijdens de carnavalsperiode in alle horecabedrijven in de gemeente (m.u.v. speciale tenten: hier is wegwerk plastic glaswerk toegestaan) Op grond van artikel 2:48 APV heeft het college op 25 augustus 2009 alle openbare plaatsen in de bebouwde kommen van Steenbergen aangewezen als zijnde gebieden waarin het te allen tijde verboden is om alcoholhoudende drank te gebruiken op straat of aangebroken flessen, blikjes en dergelijk met alcoholhoudende drank alsmede al dan niet leeg glaswerk, bij zich te hebben. Voor horecabedrijven gelden geluidsnormen: die zijn neergelegd in het (op de Wet milieubeheer gebaseerde) Activiteitenbesluit. Op grond van artikel 4:2 van de APV kan het college per jaar collectieve festiviteiten aanwijzen gedurende welke die geluidsnormen niet gelden. Dit betekent niet dat er helemaal geen normen gelden: op grond van lid 6 zijn er wel maximale geluidsnormen van toepassing. De hogere geluidsnormen gelden tot 02.00 uur (lid 8). Door het college worden jaarlijks normaliter voor de gehele gemeente de volgende collectieve festiviteiten aangewezen: nieuwjaarsdag (oud&nieuw), carnaval, Koninginnenacht/Koninginnedag. Daarnaast worden per kern de volgende festiviteiten aangewezen: dorpsfeest, kermis, jaarmarkt te Kruisland, Merijntje Gijzen braderie en kermis te Nieuw-Vossemeer, kermis en jaarmarkt te Steenbergen, kermis te Welberg en braderie en kermis te Dinteloord. Op grond van artikel 4:3 APV is het een inrichting toegestaan om maximaal 12 incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen van het Activiteitenbesluit niet gelden, mits de exploitant dit minimaal 2 weken van te voren meldt. Ook hiervoor gelden maximaal geluidsnormen (lid 6) en ook in dit geval geldt dat na 02.00 uur de hogere geluidsnormen niet meer van toepassing zijn (lid 7). Beleid Regionaal College van de Politieregio Op 27 maart 2008 heeft het Regionaal College van de Politieregio Midden- en West Brabant het beleid “Evenementen in de regio Midden- en West Brabant”vastgesteld. Het beleid bevat onder meer de volgende aanbevelingen: Het invoeren van een minimale aanvraagtermijn voor evenementen van 12 weken. Het regionaal hanteren van een eenduidig aanvraagformulier voor de evenementenvergunning. Het invoeren van een regionale evenementenkalender. Het werken met een quick-scan en de risico-inschattingsmethodiek Aanbeveling 1 is wel ingevoerd in Steenbergen, maar er wordt niet gewerkt met een quick-scan en de risico-inschattingsmethodiek. Circusbeleid Door de burgemeester en het college is op 19 juli 2000 beleid vastgesteld met betrekking tot de toelating van circussen. Dit beleid is op 10 juni 2002 en 22 november 2005 gewijzigd. Het beleid houdt kort samengevat – het volgende in: Voor de kern Steenbergen wordt jaarlijks aan maximaal 2 circussen een vergunning verleend. Voor Dinteloord en Nieuw-Vossemeer geldt dat er jaarlijks één evenementenvergunning voor een circus beschikbaar is. In Steenbergen is de locatie Floraplein aangewezen (alleen in de periode 1 mei-30 september), voor Dinteloord is het terrein aan de Dorus Rijkersstraat aangewezen (ook alleen in de periode 1 mei -30 september) met daarbij de kanttekening dat als alternatief terrein in Dinteloord het vrachtwagenparkeerrterrein aan de Van Heemskerckstraat is aangewezen en voor Nieuw-Vossemeer is het terrein aan de Veerweg aangewezen (periode 1 mei-30 september). Deze locaties zijn alleen geschikt voor relatief kleine circussen: zowel de tent als de wagens moeten op het terrein worden geplaatst. Voor het gebruik van het gemeentelijk terrein wordt een bijdrage van € 124,95 gevraagd. Tevens moet een waarborgsom van € 500,- worden betaald. Het eventueel gebruik van nutsvoorzieningen (alleen aanwezig in Steenbergen) en gemeentelijke materialen wordt apart in rekening gebracht. Geen vergunning wordt verleend in de periode van 4 weken voorafgaand aan de kermis in Steenbergen, Kruisland, Dinteloord, Nieuw-Vossemeer of Steenbergen-Welberg. Kermisbeleid Door de gemeenteraad zijn op 26 mei 2011 de “verpachtingvoorwaarden kermissen 2011”vastgesteld. Hieruit blijkt onder meer dat er in de gemeente Steenbergen jaarlijks 4 kermissen worden gehouden (Steenbergen, Kruisland, Nieuw-Vossemeer, Dinteloord), de kermis open mag zijn tussen 14.00 en 24.00 uur, de kermis wordt verpacht voor een periode van 5 jaar en de organisator/exploitant een WA-verzekering dient af te sluiten. De pachtsommen bedragen € 1.500,- (Nieuw-Vossemeer), € 1.900,- (Kruisland),€ 2.500,- (Dinteloord) en € 10.000,- (Steenbergen)per jaar. 3. Huidige situatie te Steenbergen Welke evenementen vinden plaats in Steenbergen? Jaarlijks komen er tussen de 150 en 200 aanvragen voor een evenementenvergunning en meldingen klein evenement binnen bij de gemeente Steenbergen. De aanvragen/meldingen variëren van buurtfeesten, braderieën, optochten, wielerrondes, muziekfestivals, kermis, circus tot truckersrit, trekkertrek, de viering van Koninginnedag, schuurfeesten en sportieve evenementen. Veel van deze evenementen vinden jaarlijks plaats. Exacte cijfers ontbreken, maar de indruk bestaat dat de meeste evenementen die tot dusverre in de gemeente Steenbergen hoofdzakelijk bezoekers treffen uit de gemeente zelf, dan wel uit de directe omgeving. Uitzondering hierop zijn het muziekfestival Bassrulers (circa 2500 bezoekers), MUZAfeesten (circa 2000 bezoekers), de Exotic Green auto rally (circa 1000 bezoekers) en de Brabantse Waldag 2011 (circa 5000 bezoekers, dit evenement rouleert in de regio): deze evenementen trekken bezoekers uit de regio/wijdere omgeving en wellicht zelfs van buiten Nederland. Gebruik gemeentegrond/gemeentelijke materialen Evenementen vinden vaak plaats op wegen en pleinen en dergelijke die in eigendom en beheer zijn bij de gemeente. Op grond van artikel 228 Gemeentewet kan voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond precariobelasting worden geheven. De gemeenteraad dient hiervoor een verordening vast te stellen. In Steenbergen is van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. Daarnaast kan op grond van artikel 229, lid 1 onder c Gemeentewet “vermakelijkheidsbelasting” worden ingevoerd: dit zijn rechten die kunnen worden geheven ter zake van het geven van vermakelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere voorziening in de vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Ook van deze mogelijkheid is in Steenbergen geen gebruik gemaakt. Dit betekent dat organisatoren van evenementen in Steenbergen geen belasting/vergoeding betalen voor het gebruik van gemeentegrond. Voor het gebruik van gemeentegrond door het circus en de kermissen wordt wel een vergoeding gevraagd (zie hetgeen is opgemerkt in hoofdstuk2). Door organisatoren kan wel gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid om materialen van de gemeente te huren: via het formulier gebruik materialen kan worden aangegeven of en hoeveel dranghekken, vlaggen, vlaggenmasten en verkeershesjes men (tegen een kleine vergoeding) wil huren. Om problemen te voorkomen, dient dit formulier door de organisator/aanvrager voor akkoord te worden getekend. Huidige beleid Naast de beleidskaders zoals geschetst in hoofdstuk 2, heeft het gemeentebestuur ook nog de volgende standpunten ingenomen: Gebruik Markt te Steenbergen voor activiteiten Op 16 augustus 2005 heeft het college als beleidsregel vastgesteld dat de Markt te Steenbergen op zaterdagen en zondagen en op feestdagen en tijdvakken als bedoeld in artikel 2 onder b van de Winkeltijdenwet, alsmede op Koninginnedag als evenementen- en activiteitenterrein beschikbaar te stellen. Verzoeken tot beschikbaar stellen van de markt op andere dagen worden, aan de hand van enkele in de beleidregel opgenomen beoordelinggronden, apart getoetst. De achterliggende gedachte van deze beleidsregel is dat de Markt een functie heeft als centrale ontmoetingsplaats en dat tijdens de genoemde dagen de verkeersfunctie (parkeren/doorgaand weggedeelte) van ondergeschikt belang is. Dierenwelzijn Op 10 juli 2002 heeft het college besloten (naar aanleiding van een brief van de VNG en de Dierenbescherming) bij de beoordeling van evenementenvergunningen het dierenwelzijn nadrukkelijker te betrekken. Subsidies In sommige gemeente wordt via het subsidiebeleid gestuurd ten aanzien van evenementen: de gemeente kan er bijvoorbeeld voor kiezen om bepaalde evenementen (van bijv. culturele aard of van sportieve aard) te stimuleren. De gemeente Steenbergen kent momenteel geen aparte subsidieregeling voor evenementen. Wel wordt er incidenteel, ten laste van reguliere begrotingsposten, wel eens een subsidie verstrekt. Hoe verloopt momenteel het proces van de aanvraag? Meldingen voor een klein evenement worden in principe afgehandeld door de medewerkers front office van de afdeling Publiekszaken. Aanvragen voor een evenementenvergunning komen binnen bij de juridisch medewerker vergunningen van de afdeling Publiekszaken. Op grond van het mandaatstatuut 2010 is deze persoon gemandateerd om de evenementenvergunning zelf te verlenen. Tot voor kort werd er niet of nauwelijks vooraf (over de aanvraag) overleg gepleegd met c.q advies gevraagd aan de lokale politie, de brandweer, de GHOR en de afdeling Realisatie en Beheer (beheer openbare weg), tenzij het een nieuw evenement betrof. Sinds kort is dat wel het geval. Daarnaast wordt een kopie van de vergunning gestuurd naar alle betrokken partijen (politie, brandweer, GHOR, VVV, GGD, busmaatschappij). De voorschriften welke worden gehanteerd zijn veelal de voorschriften die in voorgaande jaren ook werden opgelegd. 4. Gewenste situatie De gemeente Steenbergen staat positief tegenover de organsiatie van evenementen: ze zorgen voor levendigheid en gezelligheid, zijn goed voor de lokale middenstand en horeca en zetten de gemeente Steenbergen “ op de kaart”. Desalniettemin is het van belang pro-actief randvoorwaarden te formuleren ten aanzien van onder meer het soort evenementen waaraan de gemeente medewerking wenst te verlenen, eventueel het aantal evenementen per jaar en de voorschriften die de gemeente hanteert. Leidend hierbij is het toetsingskader van de APV en de Wegenverkeerswet. Zoals reeds aangegeven kan op grond van de APV een evenementenvergunning worden geweigerd in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of de bescherming van het milieu. De APV bevat geen omschrijving van hetgeen hier precies onder wordt verstaan: in het gemeentelijk evenementenbeleid kan hieraan invulling worden gegeven. Een evenementenvergunning is geen gebonden beschikking: het bestuursorgaan heeft een relatief grote mate van beleidsvrijheid als het gaat om bepalen of en zo ja onder welke voorwaarden medewerking zal worden verleend aan een bepaald evenement. Jurisprudentie over evenementenvergunningen is relatief beperkt. Daar komt bij dat de rechter in het algemeen terughoudend zal zijn in de toetsing van evenementenvergunningen. Hierna zal in de eerste plaats worden aangegeven welke evenementen in Steenbergen in beginsel niet zijn toegestaan. Daarna zal worden geschetst onder welke voorwaarden medewerking wordt verleend. 1. Ongewenste evenementen: beleid m.b.t. evenementen van bijzondere aard Als het gaat om het soort evenementen, dan wil de gemeente Steenbergen niet afwachten welke aanvragen er worden ontvangen, maar vooraf – voor zover mogelijk – vaststellen welks soort evenementen als onwenselijk worden beschouwd. Het gaat hier in ieder geval om de volgende evenementen: a. Vechtevenementen/evenementen in strijd met de menselijke waardigheid Kooigevechten en andere soortgelijke vechtevenementen waarbij niet of nauwelijks regels gelden zijn en het sportieve karakter dus niet of nauwelijks een rol speelt zijn in Steenbergen in beginsel niet toegestaan. Het gaat hier dus niet om reguliere vechtsporten zoals boksen of judo. Naar het oordeel van de gemeente zijn kooigevechten en dat soort evenementen in strijd met de openbare orde (onder meer menselijke waardigheid). Hetzelfde geldt voor andere evenementen waarbij de menselijke waardigheid in het geding is (bijv. “dwergwerpen”) De gemeente staat in beginsel uitsluitend vechtsportevenementen toe die onder auspiciën staan van koepelorganisaties die zijn aangesloten bij NOC*NSF. b. Evenementen met dieren/circus Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren gelden er regels voor onder meer het gebruik van dieren bij evenementen. Zo is het verboden om een dier als prijs, beloning of gift uit te reiken bij wedstrijden, verlotingen, weddenschappen of andere dergelijke evenementen (artikel 57). De wet bevat ook een verbod om dierengevechten te organiseren of dieren aan dierengevechten te doen deelnemen (artikel 61). Artikel 65 van de wet bevat de mogelijkheid om bij AMvB regels te kunnen stellen ten aanzien van het tonen van dieren wegens ‘recreatieve, sportieve of opvoedkundige doeleinden‘. Circussen met dieren vallen hier bijvoorbeeld onder. Deze AMvB is tot op heden nog niet totstandgekomen. In de gemeente Steenbergen zullen (het betreft hier voortzetting en invulling van het beleid uit 2002) in principe geen evenementenvergunningen worden verleend voor evenementen waarbij dieren worden mishandeld, gekweld of en waarbij tevens de gezondheid van het dier in gevaar kan komen (kamelenraces, rodeo’s met dieren. enz). Voor wat betreft circussen met dieren wordt het volgende opgemerkt. Het gemeentebestuur van Steenbergen is in beginsel van mening dat uitheemse dieren (zoals bijv. tijgers en olifanten) niet thuis horen in een circus. Op grond van de huidige wet-en regelgeving kan de gemeente dergelijke circussen echter niet weren. Voor wat betreft het beleid ten aanzien van circussen wordt het huidige beleid (zoals neergelegd in de notitie “toelatingsbeleid circussen 2002 e.v.”) voortgezet met daarbij de toevoeging dat voortaan bij voorkeur alleen een evenementenvergunning aan een circus wordt verleend dat is aangesloten bij de Vereniging voor Nederlandse Circusondernemingen (VNCO) of één van haar Europese zusterverenigingen. c. Snelheidswedstrijden met gemotoriseerde voer- en vaartuigen Snelheidswedstrijden met auto’s, motoren of andere gemotoriseerde voertuigen op de openbare weg (waarbij dus in beginsel uitsluitend of hoofdzakelijk de snelheid van het voertuig doorslaggevend is, zoals bijv. autorally´
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.