Horecabeleid Gemeente SteenbergenSamenvatting.
(2011)in te laten gaan. Dit komt omdat bij het ontvangen van de regels al twee ontheffingen zijn verleend. Het zou niet eerlijk zijn tegenover de laatste organisator aan te geven dat alcohol tegen een vaste entreeprijs niet meer is toegestaan. Om te voorkomen dat de consumpties tegen veel te lage prijzen worden verkocht zal de voorwaarde worden opgenomen dat alcoholhoudende dranken enkel tegen betaling per consumptie mogen worden verstrekt. Om rechtsongelijkheid tussen de verschillende evenementen te voorkomen, moeten deze regels standaard aan alle ontheffingen worden verbonden. Voortaan zullen onderstaande voorwaarden in alle ontheffingen worden opgenomen: alcoholhoudende dranken mogen enkel tegen betaling per consumptie of door middel van consumptiebonnen worden verstrekt. 6.3 Drank- en Horecaverordening Op basis van artikel 149 van de Gemeentewet mag de gemeenteraad een verordening opstellen. De Raad heeft in 1997 een Drank- en Horecaverordening vastgesteld. Deze verordening ziet alleen toe op horecabedrijven die slechts alcoholvrije drank verstrekken. Deze bedrijven moeten volgens de verordening een verlof aanvragen. Hierdoor zal het bedrijf aan een aantal voorwaarden uit het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet moeten voldoen, net als de horecabedrijven die alcoholhoudende drank verstrekken. De Drank- en Horecaverordening is geen verordening zoals wordt vernoemd in de Drank- en Horecawet. Deze Wet (artikel 23) heeft het alleen over het opstellen van een verordening die betrekking heeft op het bedrijfsmatig verstrekken van alcohol. In die zin kan de keuze voor de titel ‘Drank- en Horecaverordening’ verwarrend werken. De Algemene plaatselijke verordening is inmiddels voor wat betreft de begripsomschrijving ingrijpend aangepast waardoor de Drank- en Horecaverordening overbodig is geworden. Een horecabedrijf in de zin van de Apv 2009 is een bedrijf waarin bedrijfsmatig, of in omvang alszijnde bedrijfsmatig, logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren en spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt. Hierdoor vallen alle omschreven bedrijven uit de Apv onder de exploitatievergunningplicht, ook coffeeshops. Daardoor is het mogelijk ook de Wet Bibob (hierover in een volgend hoofdstuk meer) op de aanvraag toe te passen. Op deze manier wordt voorkomen dat bedrijven criminele activiteiten ontplooien. 6.3.1 BeleidsuitgangspuntDe Drank- en Horecaverordening intrekken vanwege het feit dat deze niet meer actueel en overbodig is. Deze bevoegdheid ligt volgens de Gemeentewet bij de gemeenteraad. 6.4 Wet Bibob Bibob staat voor Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur. Overheden (zoals gemeenten) kunnen op grond van deze wet de achtergrond van een bedrijf of persoon onderzoeken bij een af te geven of afgegeven vergunning of een subsidie of bij het gunnen van een overheidsopdracht. Als sprake is van criminele antecedenten of als er sprake is van het witwassen van gelden afkomstig uit strafbare feiten, kan de vergunning, subsidie of opdracht worden geweigerd. Zo wordt voorkomen dat de overheid ongewild criminaliteit ondersteunt en een vermenging van boven- en onderwereld ontstaat. AchtergrondIn 1996 constateerde de Parlementaire Enquêtecommissie Opsporingsmethoden (Van Traa) dat criminele organisaties in bepaalde gevallen afhankelijk zijn van vergunningen, subsidies of aanbestedingen. Deze worden soms misbruikt ten behoeve van criminele activiteiten. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie en het ontstaan van machtsposities met witgewassen geld. Ook komt het voor dat legale personen of bedrijven overtredingen begaan of misdrijven plegen met vergunningen of subsidies. Of dat er ingeschreven wordt op overheidsopdrachten met als doel illegaal verkregen vermogen wit te wassen. Met de Wet Bibob kunnen bestuursorganen malafide ondernemers buiten de deur houden en zo een bijdrage leveren aan gezond en integer ondernemerschap. Bureau BIBOB voert een onderzoek uit naar de integriteit van aanvragers of gegadigden, en adviseert het bestuursorgaan hierover. (bron: website van het Ministerie van Justitie: http://www.justitie.nl/onderwerpen/criminaliteit/bibob/) 6.4.1 WerkwijzeDe gemeente Steenbergen gebruikt sinds 2007 regionaal vastgestelde aanvullende Bibob -vragenformulieren. Deze formulieren zijn toegespitst op de verschillende rechtsvormen, zoals eenmanszaak, vof, bv etcetera. In de tussenliggende periode zijn deze meermalen aangepast. Op dit moment worden de meest recente formulieren gebruikt. 6.4.2 Bibob -beleidslijnOp 1 maart 2004 is de ‘BIBOB-beleidslijn betreffende vergunningen voor horecabedrijven en seksinrichtingen’ van de gemeente Steenbergen in werking getreden. De Wet BIBOB schrijft voor dat het bestuursorgaan de beslissing heeft om al dan niet een Bibob -onderzoek aan te vragen. Vanwege deze keuzevrijheid is bepaald dat er beleidsregels opgesteld worden. Door deze regels is het voor de burgers en exploitanten duidelijk wanneer er om een Bibob -onderzoek wordt gevraagd. In de beleidslijn wordt de Wet BIBOB in de volgende gevallen van toepassing verklaard. De vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet (DHW) voor het uitoefenen van het horecabedrijf of slijtersbedrijf; de vergunning op basis van artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening voor de exploitatie van een horecabedrijf; de vergunning op grond van artikel 3:4 van de Algemene plaatselijke verordening voor de exploitatie van een seksinrichting en/of escortbedrijf; een uitzondering wordt gemaakt voor vergunningen die worden verleend aan verenigingen en/of stichtingen. Dit betekent dat het bevoegd gezag zowel bij de verlening van de vergunning alsook bij het toezicht op de naleving ervan steeds zal onderzoeken of de weigerings,- of intrekkingsgronden uit artikel 3 van de Wet Bibob van toepassing zijn. Op grond van dit artikel kan het bevoegd gezag een vergunning weigeren of intrekken indien er sprake is van ernstig gevaar dat de vergunning mede gebruik wordt cq. zal worden voor: het benutten van voordelen uit strafbare feiten; het plegen van strafbare feiten; danwel dat een redelijk vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de aangevraagde danwel verleende vergunning een strafbaar feit is gepleegd (bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of omkoping). De BIBOB-beleidslijn is als bijlage D aan dit beleid toegevoegd. Een beslissing die pas genomen door het College op 7 september 2010, is dat per de nieuwe aanpassing van de Apv ook de grow/smartshops exploitatievergunningplichtig zijn. Door het aanpassen van de Bibob-beleidslijn moeten deze inrichtingen ook worden getoetst aan de Wet Bibob. 6.4.3 Wijziging van Bibob -beleidslijnOp 31 oktober 2006 is besloten om ten aanzien van de uitvoering van het Bibob -toetsingsbeleid een aantal aanvullende afspraken te maken. Deze afspraken zijn kenbaar gemaakt aan de Koninklijke Horeca Nederland en zijn in overleg met de regionaal Bibob-coördinator tot stand gekomen. De afspraken zijn: Bibob -toetsingen achterwege te laten uitsluitend indien sprake is van wijziging in de sfeer van leidinggevenden (zoals vermeld op de Drank- en Horecavergunning); Bibob -toetsingen wel uit te voeren indien sprake is van wijziging van de ondernemer en ook indien binnen een bestaande horecaonderneming, zijnde een rechtspersoon sprake is van interne mutaties van personen die (formeel aantoonbare) macht uitoefenen binnen zo’n rechtspersoon; de mogelijkheid tot uitvoering van een Bibob -toets bij ernstige vermoedens van misbruik van vergunningen of oneigenlijke beleidsuitgangspuntling van zaken ten tijde van de vergunningaanvraag,-cq. verlening nadrukkelijker te overwegen. 6.4.4 Tussentijdse Bibob-toetsingArtikel 3 van de Wet Bibob geeft het bevoegd gezag de bevoegdheid om een vergunning te weigeren dan wel een bestaande vergunning in te trekken. Men kan daartoe besloten als de afgegeven beschikking wordt gebruikt om bijvoorbeeld; strafbare feiten te plegen; als er sprake is van een ernstig gevaar. 6.
- Samengevat Voor het schenken van zwak-alcoholhoudende drank buiten het horecabedrijf of terras is een tapontheffing nodig. Vanwege het vermoeden van alcoholmisbruik tijdens KPJ-schuurfeesten zal er in de tapontheffing een voorwaarde worden opgenomen met betrekking tot de prijs,- entreeverhouding. De regels met betrekking tot het gebruik van kunststof duurzaam glaswerk tijdens aangewezen evenementen blijven gehanteerd vanwege de milieuwinst en onbreekbaarheid. De gemeenteraad zal worden voorgesteld om de drank- en horecaverordening in te trekken/af te schaffen. Dit komt omdat de nieuwe Algemene plaatselijke verordening in werking is getreden waardoor het mogelijk is om horecabedrijven goed te kunnen toetsen. De genoemde verordening biedt daar geen mogelijkheid toe. De gemaakte afspraken en de beleidslijn met betrekking tot de Wet Bibob zullen gevolgd blijven worden. Een tussentijdse toetsing is bij bepaalde gevallen altijd mogelijk.
- Paracommercie Een paracommercieel horecabedrijf is een vorm van oneerlijke concurrentie. Dit zijn instellingen die buiten hun doelstelling om horeca- en recreatieve diensten verlenen aan publiek. Het gaat hierbij om instellingen van wie de activiteiten geheel of grotendeels liggen op het terrein van onder andere gezondheidszorg, welzijn, godsdienstuitoefening, cultuur, sport, onderwijs, defensie of andere overheidsactiviteiten. Het verstrekken van drank en eten mag alleen als dat plaats vindt in het kader van de doelstelling van de stichting of vereniging. 7.1 Sluitingstijd paracommercie De huidige Algemene plaatselijke verordening biedt geen mogelijkheid om aparte sluitingstijden voor de paracommerciële horeca vast te stellen. Het is gebleken dat de paracommerciële horeca bijna nooit gebruik maakt van de uiterste openingstijd van 02:00 uur. Daardoor heeft men onnodige ruimte die nooit gebruikt wordt en kan er sprake zijn van concurrentievervalsing. Een paracommercieel horecabedrijf, zoals een kantine van een voetbalvereniging, hoeft niet tot na middennacht open te zijn. De kantine van een voetbalvereniging moet alleen de mogelijkheid bieden om met de tegenstander of met eigen spelers op de overwinning een drankje te drinken. Het moet niet de bedoeling zijn om een paracommercieel bedrijf te gebruiken als regulier (commercieel) café. Koninklijke Horeca Nederland (en de afdeling Groot Steenbergen) hebben aangegeven graag te zien dat in de Apv wordt opgenomen dat een paracommercieel bedrijf een uur na de sportactiviteiten gesloten moet zijn. In dit beleid hebben wij deze bepaling nog verder uitgebreid. Wij zullen een sluitingstijd om 0:00 uur vaststellen voor donderdag tot en met zondag. Voor vrijdag en zaterdag tot 0:30 uur. 7.1.1 BeleidsuitgangspuntDit beleid beoogt het sluitingstijd voor de paracommerciële horeca hooguit te beperken tot 24:00 uur. Dit houdt in dat als de sportactiviteiten tot 23:00 uur duren de deuren om 0:00 uur gesloten te zijn. Tot dit tijdstip mag er tevens alcohol worden geschonken. Deze sluitingstijd heeft alleen betrekking op de kantine c.q de plaats waar alcohol geschonken mag worden. Op dit beleidsuitgangspunt wordt echter een uitzondering gemaakt van het nieuwe sluitingstijdstip; Tijdens grote sporttoernooien/meerdaagse sportwedstrijden of voorstellingen mag een vereniging maximaal 4 maal per jaar geopend zijn tot 01.00 uur (en is het schenken van alcoholhoudende drank tot deze tijd toegestaan). Als een vereniging gebruik wil maken van deze mogelijkheid zal zij tijdig een verzoek moeten indienen bij de burgemeester. De Algemene plaatselijke verordening zal op dit punt aangepast moeten worden. De gemeenteraad zal een wijziging worden voorgesteld. 7.2 Nadere voorschriften Drank en Horecawet Op grond van de bepaling in artikel 4 DHW zijn burgemeester en wethouders bevoegd aan een Drank- en Horecavergunning die wordt afgegeven aan een rechtspersoon die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard voorschriften en beperkingen te verbinden. De gedachtegang hierachter is het beperken van de concurrentie tussen bovengenoemde rechtspersonen en reguliere horeca. Het betreft hier een bevoegdheid van het gemeentebestuur en geen verplichting. Voorschriften en beperkingen zijn alleen maar noodzakelijk indien de plaatselijke situatie daartoe aanleiding geeft en de mededinging uit oog van het economische verkeer als onwenselijk moet worden beschouwd. Deze criteria houden in dat het gemeentebestuur bij verlening van elke vergunning de belangen van de al gevestigde horecaondernemingen in ogenschouw neemt. Niet in alle gevallen zijn voorschriften en beperkingen nodig. Bij iedere aanvraag dient in principe een belangenafweging gemaakt te worden of het noodzakelijk is voorwaarden en beperkingen te stellen gezien de plaatselijke en regionale omstandigheden in het kader van het voorkomen van oneerlijke mededinging. De resultaten van dit onderzoek worden schriftelijk neergelegd en meegewogen bij de beslissing. Daarom hebben wij er voor gekozen om als er geen aanleiding voor bestaat geen voorschriften of beperkingen te verbinden aan de Drank- en Horecavergunning. Bij het niet opnemen van voorschriften of beperkingen is er altijd nog het bestuursreglement. Een bestuursreglement heeft als doel een waarborg te bieden dat de verstrekking van alcoholhoudende drank in de inrichting gedurende de openingstijden vanuit een oogpunt van sociale hygiëne te allen tijde geschiedt door op dit gebied gekwalificeerde personen. Een paracommerciële inrichting moet in haar bestuursreglement onder andere artikelen opnemen die paracommercie moet voorkomen. Een paracommerciële inrichting moet opnemen dat er geen horeca-activiteiten zal worden uitgeoefend ten behoeve van bijeenkomsten die worden gehouden wegens gebeurtenissen in de privé-sfeer van leden (bijvoorbeeld een bruiloft) en bijeenkomsten voor niet-leden en dat er slechts horeca-activiteiten zullen worden uitgeoefend ten aanzien van personen die bij de activiteiten van de paracommerciële inrichting in de ruimste zin van het woord betrokken zijn. Bovendien dient een paracommerciële inrichting zich bij het vaststellen van het bestuursreglement te houden aan het model van de NOC*NSF. Ten aanzien van het bestuursreglement hanteert het college dit modelbestuursreglement als uitgangspunt van de beoordeling of een vergunning op grond van artikel 4 kan worden verleend. 7.3 Instructie Verantwoord Alcoholgebruik (IVA) De Drank- en Horecawet schrijft voor dat paracommerciële instellingen, die alcohol schenken en daarvoor een vergunning hebben, over gekwalificeerd barpersoneel moeten beschikken. Dat betekent dat tijdens de openingstijden van de bar altijd of een leidinggevende of een gekwalificeerde barvrijwilliger aanwezig moet zijn. Eén van deze twee is dan op dat moment verantwoordelijk voor de gang van zaken van de bar. Een leidinggevende is iemand die beschikt over de Verklaring Sociale Hygiëne. Volgens de wet moet elke vereniging beschikken over twee, op de vergunning vermelde, leidinggevenden. Als er altijd een leidinggevende aanwezig is tijdens de openingstijden van de bar dan is het niet noodzakelijk dat de barvrijwilligers gekwalificeerd worden. Op momenten dat er geen leidinggevende aanwezig is, moet er wel een gekwalificeerde barvrijwilliger aanwezig zijn. NOC*NSF en sportbonden vinden het belangrijk dat barvrijwilligers, die zelfstandig bardiensten moeten draaien, de Instructie Verantwoord Alcoholgebruik hebben gevolgd. Doel van de instructie is om barvrijwilligers kennis bij te brengen over het verantwoord schenken van alcohol en deze te toetsen middels een test. Een gemeente die goed van de wet op de hoogte is, zal niet zo gauw akkoord gaan met een paracommerciële instelling die zijn eigen regels en instructies heeft opgesteld. Daarom stelt men voor dat bij paracommerciële instellingen de barvrijwilligers een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik moeten hebben gevolgd. Bij de aanvraag van een vergunning dient deze instructie te worden overlegd. In het model-bestuursregelement die wij hanteren is tevens in artikel 7 (maar ook in artikel 5) geregeld dat barvrijwilligers de Instructie Verantwoord Alcoholgebruik moeten hebben gevolgd. Bij de aanvraag van een vergunning dient deze instructie te worden overlegd. Hoewel bij de gemeente Steenbergen geen signalen bekend zijn waaruit blijkt dat er bijvoorbeeld aan jongeren alcohol wordt verstrekt of dat er doorgeschonken wordt bij dronken bezoekers zijn wij toch van mening dat het model-bestuursreglement gehanteerd moet blijven worden. 7.3.1 BeleidsuitgangspuntBlijven hanteren dat barvrijwilligers de Instructie Verantwoord Alcoholgebruik gevolgd moeten hebben om op deze manier kennis bij te brengen over het verantwoord schenken van alcohol. Koninklijke Horeca Nederland (en afdeling Groot Steenbergen) zou graag zien dat barvrijwilligers ook tijdens evenementen de IVA gevolgd moeten hebben. Er bereiken ons geen signalen dat er sprake is van alcoholmisbruik. Daarnaast is het feit dat organisatoren zich met betrekking tot openbare orde en veiligheid en brandwerendheid al aan een heleboel regels moeten houden. Om die redenen stellen wij de IVA nog niet verplicht voor barvrijwilligers bij evenementen. 7.4 Bestuursreglement Paracommerciële horeca-instellingen dienen voor het verkrijgen van een Drank - en Horecavergunning te beschikken over een zogenaamd “bestuursreglement” (artikel 9 Drank- en Horecawet). In het reglement worden afspraken en voorschriften beschreven over het schenken van alcohol. De gemeente moet het bestuursreglement toetsen. De volgende elementen moeten verplicht in het reglement worden vastgelegd: Hoe het bestuur waarborgt dat de verstrekking van alcoholhoudende drank geschiedt door personen die voldoende kennis en inzicht hebben in sociale hygiëne; Het bestuur stelt kwaliteitseisen op voor barvrijwilligers over verantwoord alcoholgebruik (waaronder het gevolgd moeten hebben van een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik);- Op welke dagen en tijdstippen alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Deze dagen en tijdstippen moeten duidelijk zichtbaar in de horecalokaliteit worden aangegeven; Hoe het toezicht op de naleving van de inhoud van het reglement zal plaatsvinden. Andere onderwerpen die in het bestuursreglement kunnen worden opgenomen, zijn onderstaand opgesomd. Wij kiezen er echter niet voor om deze regels verplicht op te laten stellen: Regels omtrent omgaan met agressie en normafwijkend gedrag, tegengaan van druggebruik en seksuele intimidatie; Beperkingen aan het assortiment alcoholhoudende drank; Beleid ter promotie van alcoholvrije drank; Voorschriften over de prijsverhouding tussen alcoholhoudende en alcoholvrije drank. 7.5 Samengevat De sluitingstijden voor een paracommerciële inrichting zullen worden beperkt tot 0:00 uur. Voor vrijdag en zaterdag tot 00:30 uur. Zij hebben nog wel de mogelijkheid om 4 maal per jaar tot 01:00 uur geopend te zijn (en is het schenken van alcohol toegestaan). Wij kiezen er niet voor om extra voorschriften in de Drank- en Horecavergunning op te nemen. Dit komt doordat het bestuursreglement voldoende beperkingen biedt. Wel zal in de vergunning extra verwezen worden naar dit vigerende reglement. Het bestuursreglement moet bij deze inrichtingen voldoen aan het model dat de NOC*NSF hanteert. De gemeente Steenbergen hanteert dit model. Het volgen van een Instructie Verantwoord Alcoholgebruik voor barvrijwilligers zal niet verplicht worden gesteld. Dit komt omdat wij van mening zijn dat de onderwerpen van deze instructie overeenkomen met de verplichte Verklaring Sociale Hygiëne.
- Geluid Alle horecabedrijven vallen onder de Wabo. Het Besluit en Regeling onder deze wet, het Besluit en de Regeling Omgevingsrecht, maakt een onderscheid tussen vergunningen en meldingen. De meeste horecabedrijven vallen onder het Activiteitenbesluit (Besluit Algemene Regels voor Inrichtingen Milieubeheer), zijn daarmee meldingsplichtig. Er is daarom geen Omgevingsvergunning, activiteit milieu nodig. Als een exploitant zijn bedrijf begint of verandert, moet hij zorgen dat hij een melding indient. In sommige gevallen is het nodig dat een geluidsonderzoek wordt gevraagd. Dit kan in gevallen waarvan er een sterk vermoeden is dat er geluidsoverlast kan ontstaan. Uit dit rapport moet blijken of/op welke wijze het bedrijf kan voldoen aan de geluidsvoorschriften en welke geluidsreducerende maatregelen hiervoor eventueel genomen dienen te worden. 8.1 Geluid bij normale bedrijfsvoering Alle horecabedrijven in de gemeente Steenbergen zullen moeten voldoen aan de wettelijke geluidsnormen. Deze zijn opgenomen in het eerder genoemde Activiteitenbesluit. In de hieronder vermelde tabel 1 zijn de wettelijke geluidsnormen weergegeven, waaraan een horeca-inrichting bij normale bedrijfsvoering moet voldaan. Geluidsnormen in dB(A) Dag (07.00 - 19.00 uur) Avond (19.00 - 23.00 uur) Nacht (23.00 - 07.00 uur) LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 45 40 LAr,LTLT in aan- of inpandige gevoelige gebouwen 35 30 25 LAmax op gevel van gevoelige gebouwen 70 65 60 LAmax in aan- of inpandige woningen 55 50 45 Aanvullend op de verleende melding kunnen er maatwerkvoorschriften worden opgesteld. In dit kader moet er gedacht worden aan de verplichting om ramen en deuren gesloten te houden of het verplichten van het aanschaffen van een geluidsbegrenzer. In dit laatste geval zal de begrenzer door het bevoegd gezag moeten worden verzegeld. 8.2 Collectieve festiviteiten Collectieve festiviteiten zijn festiviteiten waarop de geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit niet van toepassing zijn. Zie artikel 4:2 van onze Algemene plaatselijke verordening (Apv). In dit artikel staat vernoemd dat het college per kalenderjaar een aantal van deze dagen kan aanwijzen voor alle kernen binnen de gemeente Steenbergen. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Daarnaast kan het college gelijk een nieuwe collectieve festiviteit toekennen zodra zij vind dat dat nodig is. Voorbeelden van collectieve festiviteiten zijn bijvoorbeeld carnaval, jaarmarkten, Koninginnedag, oud en nieuw. Het toewijzen van de dagen betekent niet dat geluidsnormen onduldbaar mogen worden overschreden. De gemeente Steenbergen hanteert de volgende normen tijdens een collectieve festiviteit: Geluidsnormen in dB(A) 07.00 - 19.00 uur 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 02.00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op 1,5 meter 65 60 40 8.3 Incidentele festiviteiten (12-dagen regeling) Naast de collectieve aangewezen dagen staat in de Apv (artikel 4:3) vermeld dat het een inrichting is toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij genoemde voorschriften niet van toepassing zijn. Dit wordt een incidentele festiviteit genoemd. Een incidentele festiviteit is een festiviteit die aan één of slechts een klein aantal inrichtingen is gebonden, bijvoorbeeld een optreden met live muziek bij een café. De houder van de inrichting moet ten minste twee weken voor de aanvraag van de festiviteit het college daarvan in kennis hebben gesteld. Hiervoor is een meldingsformulier ontwikkeld. De exploitant mag maar 12 dagen per jaar een dergelijke festiviteit houden. Belangrijk is om te vermelden dat bij het ten gehore brengen van muziekgeluid de ramen en deuren gesloten moeten blijven, behoudens het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. Ook bij deze festiviteiten geldt dat het niet betekent dat geluidsnormen onduldbaar mogen worden overschreden. De gemeente Steenbergen hanteert de volgende normen tijdens een incidentele festiviteit: Geluidsnormen in dB(A) 07.00 - 19.00 uur 19.00 - 23.00 uur 23.00 - 02.00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen op 1,5 meter 65 60 40 8.4 Geluid op terrassen Artikel 4:6 van de Apv geeft aan dat een ontheffing nodig is als men toestellen of geluidsapparaten in werking heeft, of handelingen verricht, die leiden tot overlast voor omwonenden of voor de omgeving. Het gaat hier om versterkte muziek. Onversterkte muziek moet voldoen aan de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit. 8.5 Samengevat Alle horecabedrijven vallen onder de Wabo. Deze wet maakt een onderscheid tussen vergunningen en meldingen. De meeste horecabedrijven vallen onder het Activiteitenbesluit (Besluit Algemene Regels voor Inrichtingen Milieubeheer), zijn daarmee meldingsplichtig. Deze inrichtingen moeten zich houden aan de geluidsnormen uit dit besluit. Tijdens incidentele festiviteiten en Collectieve festiviteiten mag er volgens de Algemene plaatselijke verordening meer geluid gemaakt worden. Uitgangspunt hierbij is dat de normen bij normale bedrijfsvoering niet onduldbaar mogen worden overschreden. Op terrassen mag er niet zo maar muziek ten gehore worden gebracht. Er wordt onderscheid gemaakt tussen versterkt en onversterkte muziek. Voor versterkte muziek moet een ontheffing worden aangevraagd. Onverstrekte muziek moet voldoen aan de normen uit het Activiteitenbesluit.
- Relatie met de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo); De Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) is per 1 oktober 2010 ingegaan. Deze Wet brengt ca. 25 regelingen samen die de fysieke leefomgeving betreffen. Het gaat hierbij om bouw-, milieu-, natuur- en monumentenvergunningen, die opgaan in één vergunning, de zogenaamde Omgevingsvergunning. Zo hebben burgers en ondernemers nog maar te maken met één loket, één beschikking en één procedure. De aanvraag kan digitaal worden gedaan en behandeld. Zo werkt het ministerie van Volkhuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) aan de verbetering van de dienstverlening door de overheid. (bron: website van het ministerie van VROM). De Drank- en Horecawet is niet opgenomen in de Wabo. Daardoor is het geen wettelijke taak om een aanvraag voor een Drank- en Horecavergunning te coördineren met een Wabo-vergunning. De gemeente Steenbergen kiest er echter voor om dit wel te doen. Zo zal een Wabo-aanvraag, onderdeel bouwen, voor bijvoorbeeld een restaurant samenlopen met de Drank- en Horecavergunning. Hierdoor hoeft de aanvrager niet meerdere keren zijn, bijvoorbeeld, adresgegevens aan ons te overleggen. Ook de bouwtekeningen kunnen in de meeste gevallen gebruikt worden om te kunnen toetsen aan het Besluit eisen inrichtingen Drank- en Horecawet. 9.1 Beleidsuitgangspunt / Samengevat Wabo-aanvragen per ingang van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht te blijven coördineren met de aanvragen voor de exploitatie van een horecabedrijf of slijterij. Dit kan inhouden: de aanvraag voor een Drank- en Horecavergunning en/of; de aanvraag voor een exploitatievergunning.
- Jongeren De 18 gemeenten in West-Brabant hebben gezamenlijk het initiatief genomen een brede preventieve campagne te starten gericht op alcohol en Jeugd. Door de regionale werkgroep (voorbereidingswerkgroep) Alcohol en Jeugd, bestaande uit de ambtenaren volksgezondheid van de gemeenten Baarle-Nassau, Drimmelen en Steenbergen, de ambtenaar integrale veiligheid van de gemeente Breda en medewerkers van Novadic-Kentron en GGD West-Brabant is de uitvoeringsnota ‘Niet praten maar samen doen’ opgesteld. Het provinciaal overleg (POV) heeft op 25 september 2008 ingestemd met de uitvoeringsnota. Hierin zijn de 8 actiepunten vertaald in SMART-doelstellingen en concrete inspanningen. Het POV heeft gemeenten, Novadic-Kentron en GGD een brief gestuurd (26 november 2008) met het verzoek voldoende menskracht vrij te maken om de activiteiten op te starten en de gestelde doelen te halen. Intussen zijn er werkgroepen ingericht en is men meer concreet aan de slag. In gezamenlijkheid is gekomen tot het ‘Plan van Aanpak Regionale aanpak Alcohol en Jeugd West-Brabant’ waarbij zijn opgenomen: 8 actiepunten uit de uitvoeringsnotitie*; een communicatieplan betreft een 9e actiepunt (link met actiepunt 5 uit de uitvoeringsnotitie); en een evaluatieplan (link met actiepunt 8 uit de uitvoeringsnotitie). De 8 actiepunten houden het volgende in.: Afstemming regelgeving op basis van Drank- en Horecawet; Afstemming handhaving (relatie met HALT-aanpak); Afspraken met Voedsel- en Warenautoriteit; Overleg met ziekenhuizen (protocollering aanpak alcoholintoxicatie); Klankbordgroep van jongeren en ouders; Grensoverschrijdende aanpak (afstemming Belgische buurgemeenten); Aanpak hokken en keten; Evaluatie onderzoek (zie hoofdstuk10). Het plan van aanpak voorziet in een integrale regionale aanpak van alcoholmatiging in het hele werkgebied die ook een lokale inbedding vereist. 10.1 Samengevat Regionaal en lokaal wordt nauw samengewerkt met relevante partners, zoals: politie, jongerenwerk, bureau Halt, Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) en Openbaar Ministerie (OM). Hierbij wordt ieders expertise en netwerk benut. Landelijk wordt expertise betrokken van relevante instellingen als het Trimbos-instituut, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en het Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid (STAP). Voorlichting en educatie aan jongeren zal plaatsvinden aan de hand van dit beleid. Lijst met gebruikte afkortingen gebruikte afkortingen Apv Algemene plaatselijke verordening DHW Drank- en Horecawet GGD De ruim 400 Nederlandse gemeenten hebben de wettelijke taak om de gezondheid van burgers te bevorderen en beschermen tegen ziekten en calamiteiten. Deze taak is neergelegd bij de GGD. De “GGD” zelf staat voor Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst. De GGD’en vormen een landelijk dekkend netwerk HALT HALT staat voor Het ALTernatief. Het is een Nederlandse instantie waarin de gemeenten samenwerken met politie en justitie om kleine vergrijpen - zoals vernieling, (winkel)diefstal of overlast met vuurwerk - gepleegd door jongeren van 12 tot 18 jaar, snel af te doen met een eenvoudige straf, meestal een leerstraf of een werkstraf. Zo kunnen jongeren rechtzetten wat zij fout hebben gedaan, zonder dat zij in aanraking komen met het Openbaar Ministerie. IVA Instructie verantwoord Alcoholgebruik KHN Koninklijke Horeca Nederland KPJ Katholieke Plattelands Jongeren La, max Maximale geluidsniveau Lar, lt Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT). Het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in de loop van een bepaalde periode. MUZA-feesten De naam 'Muza' is oorspronkelijk een afkorting van Muziek Zaterdag. Dit omdat de eerste Muza's één dag duurden en altijd op zaterdag vielen. Het ging hier om de plaatselijke harmonie aangevuld met lokale en regionale artiesten die in de openlucht een concert verzorgden in het midden van het dorp. In latere edities wordt het acroniem als daadwerkelijke naam gebruikt en wordt het evenement uitgebreid naar drie dagen: donderdag, vrijdag en zaterdag. Dit in verband met de zondagsrust in het traditioneel gereformeerde dorp. NOC*NSF Nederlands Olympisch Comité*Nederlandse Sport Federatie. Novadic Kentron Een verslavingszorginstelling met meer dan 1.000 medewerkers, 230 opnameplaatsen, een budget van 64 miljoen euro en meer dan 10.000 cliënten per jaar. OM Openbaar Ministerie RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu SMART-doelstellingen Doelstellingen worden vaak te vaag en vrijblijvend geformuleerd als wensen, intenties, of goede voornemens. Om succesvol leiding te geven moet men zoveel mogelijk SMART doelen stellen. SMART staat voor: Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. STAP Nederlands Instituut voor Alcoholbeleid. STAP is een kennisinstituut voor alcoholbeleid. STAP wil ertoe bijdragen dat de schade als gevolg van alcoholgebruik aantoonbaar wordt teruggedrongen Trimbos-instutuut Het Trimbos-instituut zet zich in voor het verbeteren van de geestelijke gezondheid door het delen van kennis. Het Trimbos behandelt niet. VWA Voedsel en Warenautoriteit. Een inspectiedienst werkend onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Sinds de kabinetsformatie heet dit ministerie: ‘Economische Zaken, Landbouw en Innovatie” Wabo Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Bibob Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur Wm Wet milieubeheer. Deze Wet stelt regels aan de milieugevolgen die ontstaan als gevolg van het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten. Deze wet is sinds 1 oktober 2010 opgegegaan in de Wabo. Bijlagen standaardvoorschriften exploitatievergunning Terrasregels Standaardvoorschriften tapontheffing Overwegingen met betrekking tot het gebruik van duurzaam glaswerk Bibob-beleidslijn A: standaardvoorschriften exploitatievergunning Aan deze exploitatievergunning zijn de volgende bepalingen en voorschriften verbonden: Deze vergunning is persoonsgebonden en derhalve niet overdraagbaar; Deze vergunning vervalt bij wijziging van het hiervoor omschreven karakter van het bedrijf; Het horecabedrijf dient (behoudens een eventueel separaat te verlenen nachtvergunning) voor het publiek gesloten te zijn van 02.00 uur tot 06.00 uur (bij paracommerciële horecabedrijven gelden andere openingstijden); Vergunninghouder is gehouden alles in het werk te stellen om te voorkomen dat in het horecabedrijf dan wel in de onmiddellijke omgeving daarvan drugs worden verhandeld en/of gebruikt; terras op openbare grond De exploitatie van het bij het bedrijf behorende terras dient te geschieden overeenkomstig de bepalingen van de bestaande terrasregels volgens artikel 2:10 van de Algemene plaatselijke verordening; indien geen terras: Deze vergunning geeft niet het recht tot het exploiteren van een terras; indien terrasexploitatie: Het is niet toegestaan het bij het bedrijf behorende terras te exploiteren gedurende tijden dat het bedrijf voor het publiek gesloten dient te zijn en in elk geval niet tussen 02.00 uur en 09.00 uur; Vergunninghouder dient erop toe te zien dat bezoekers geen glazen, flessen of ander breekbaar serviesgoed dan wel blikjes met alcoholvrije of alcoholhoudende dranken mee naar buiten nemen, anders dan voor het gebruik op het bij het bedrijf behorende terras; Vergunninghouder draagt zo nodig zorg voor een toereikende en adequate mogelijkheid tot het ordentelijk stallen van fietsen en bromfietsen direct voor of naast het horecabe drijf op een zodanig wijze dat daardoor de vrije doorgang voor het voetgangersverkeer ter plaatse gewaarborgd blijft; In het kader van de (brand-)veiligheid dienen de toe- en uitgangen, alsmede alle nooduitgangen van het horecabedrijf, steeds over de volle breedte te worden vrijgehouden; Vergunninghouder dient de uit het horecabedrijf vertrekkende personen er zo nodig op enigerlei wijze op te attenderen geen onnodig stemgeluid te maken dan wel op andere wijze lawaai te maken dat kan leiden tot klachten van omwonenden; Gedurende de tijd dat in het horecabedrijf bezoekers aanwezig zijn dienen ramen en deuren gesloten te zijn; deuren dienen zonder gebruik te maken van enig los voorwerp direct geopend te kunnen worden. B: Terrasregels C: Standaardvoorschriften tapontheffing Aan deze ontheffing zijn de volgende voorschriften verbonden: nabij de plaats waar de zwak-alcoholhoudende drank zal worden verstrekt moet op een duidelijk leesbare en zichtbare wijze aan het publiek kennis worden gegeven, dat aan personen beneden de leeftijd van 16 jaar geen alcoholhoudende drank wordt verstrekt; alcoholhoudende dranken mogen enkel tegen betaling per consumptie worden verstrekt; het gebruiken van glaswerk voor het tijdens bovengenoemde activiteit verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank is niet toegestaan; gedurende de tijd dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt, mag geen sterke drank aanwezig zijn, noch worden toegelaten dat zodanige drank aan het publiek wordt verstrekt; personen beneden de leeftijd van 16 jaar mogen terzake van het verstrekken vanzwak-alcoholhoudende drank geen dienst doen gedurende de tijd dat van deze ontheffing gebruik wordt gemaakt; verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank dient plaats te vinden onder de onmiddellijke leiding van een of meer van de hieronder genoemde personen, die allen beschikken over een verklaring Sociale hygiëne; verstrekking van zwak-alcoholhoudende drank dient plaats te vinden onder de onmiddellijke leiding van…, geboren op… te … met SVH-verklaringsnr.:… en, geboren op …..te …. met SVH-verklaringsnr; personen die in kennelijke staat van dronkenschap verkeren of die door hun gedrag aanstoot geven, moeten worden geweerd of verwijderd; gedurende de tijd dat van de ontheffing gebruik wordt gemaakt moet voor het publiek steeds alcoholvrije drank verkrijgbaar zijn; een afschrift van dit besluit dient steeds op het verkooppunt van de zwak-alcoholhoudende drank aanwezig te zijn en op vordering van de politie terstond te worden getoond. Een extra bepaling voor het verplicht gebruik van duurzaam glaswerk zal worden opgenomen en tijde van de aangewezen evenement die genoemd zijn in paragraaf 6.2.1 van dit stuk. De bepaling zal dan luiden: “het gebruiken van glaswerk voor het tijdens bovengenoemde activiteit verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank is niet toegestaan”. D: Overwegingen m.b.t. het gebruik van duurzaam glaswerk Overwegingen Het gebruik van polycarbonaatglazen (retourglazen) is gebonden aan een aantal voor- en nadelen die hieronder worden opgesomd (bron: rapport universiteit Utrecht, augustus 2005, kenmerk: P-UB-2005-09). Dit rapport is opgesteld naar aanleiding van de vraag van Koninklijke Horeca Nederland. Voordelen Retourglazen leveren milieuwinst op ten opzichte van wegwerpbekers;- retourglazen zijn beter voor de openbare orde en veiligheid; retourglazen kunnen een spin-off hebben op andere milieuvriendelijke maatregelen. Het is bijvoorbeeld aannemelijk dat bezoekers door het gebruik van retourglazen de organisatie van het evenement als milieuvriendelijk zullen inschatten en dus een positief imago toekennen; de geserveerde drank blijft langer koel; retourglazen zijn licht van gewicht. Nadelen Retourglazen zijn duurder in aanschaf; retourglazen zijn in gebruik duurder dan wegwerpglazen vanwege een andere logistiek; door krasjes in het materiaal is de hygiënische kwaliteit onzeker; door het materiaal kan de consumptie er minder aantrekkelijk uitzien; door het materiaal kan de consumptie verminderen. Het feit blijft dat voor overheden de aspecten milieuwinst en onbreekbaarheid het zwaarst wegen. Daarentegen weegt voor consument en ondernemer de kwaliteit van de consumptie het zwaarst. Het kostenaspect weegt voor de horecaondernemer het zwaarst. Toenmalig minster Pronk heeft in een brief van 18 oktober 2000 aan lokale overheden gevraagd om zich in te spannen om het milieubewuste gebruik van retourglazen te bevorderen. Dit om grote hoeveelheden afval, een slordige omgeving bij evenementen en grondstofverspilling tegen te gaan. Als gevolg hiervan is in veel gemeentes een proces op gang gekomen waarbij de voorkeur en/of verplichting van hard plastic retourglazen aan organisatoren wordt voorgelegd. Het gebruik van retourglazen wordt mede daardoor verplicht gesteld bij het schenken op buitenevenementen. In combinatie met deze brief hebben zich in 2002/2003 meerdere incidenten plaatsgevonden in het uitgangsgebied waarbij gebroken glas is gebruikt als wapen. In juni 2003 is toen besloten over te gaan op het gebruik van retourglas. Kosten voor ondernemers laag Ondernemers kunnen meerdere acties ondernemen om de kosten van de aanschaf van de retourglazen zo laag mogelijk te houden. Zij kunnen de retourglazen ook huren, collectief aankopen of zorgen dat de glazen beschikbaar worden gesteld met behulp van een sponsor. Deze laatste kan dan zijn logo op de glazen laten drukken. Daarnaast kan men ook besluiten op statiegeld te heffen in een beschermde locatie, zoals feesttent of café. Bij statiegeldglazen maakt het niet uit of dat een bezoeker het glas meeneemt, er wordt toch winst gemaakt. Er zijn modellen retourglazen aanwezig zie speciale stapelgroeven hebben, daardoor beschadigen de glazen minder snel aan de buitenkant. Er kan ook overwogen worden om een eigen bedrijflogo of naam van het evenement op de glazen te laten drukken zodat het een ‘collecters-item’ wordt. Conclusie De voordelen van het gebruik van retourglazen wegen zwaarder dan de nadelen. De huidige regels blijven hanteren. E: Bibob-beleidslijn