Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2003Paragraaf1Ambtelijke bijstand Artikel1 1.Een raadslid wendt zich tot de griffier of een ambtenaar met een verzoek om: feitelijke informatie van geringe omvang; inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn als bedoeld in de Wet Openbaarheid van Bestuur. 2.Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist. 3.Een raadslid wendt zich tot de griffier met een verzoek om bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand. 4.De bijstand, bedoeld in het derde lid, wordt verleend door de griffier of een medewerker van de griffie. Indien de gevraagde bijstand niet door de griffier of een medewerker van de griffie kan worden verleend kan de griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. Artikel2 1.Een ambtenaar verleent op verzoek van de griffier of de secretaris ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, lid 3. 2.De secretaris kan beslissen dat de ambtelijke bijstand geweigerd wordt indien: het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad; dit het belang van de gemeente kan schaden; het bijstand, bedoeld in artikel 1, derde lid, betreft en de fractie van het betreffende raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt van het aan deze fractie op grond van artikel 5, lid 2, beschikbaar gestelde aantal uren ambtelijke bijstand. 3.Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. 4.Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek. Artikel3 1.Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij of de griffier hiervan mededeling aan de secretaris. 2.Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak. Artikel4 1.Elke raadsfractie heeft per jaar recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, lid 3, te verlenen door de griffier of een medewerker van de griffie. De totaal beschikbare capaciteit wordt gelijkelijk over alle fracties verdeeld. 2. Elke raadsfractie heeft per jaar recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, lid 3, te verlenen door de reguliere ambtelijke organisatie. De totaal beschikbare capaciteit wordt gelijkelijk over alle fracties verdeeld. 3. Jaarlijks voor 1 december verstrekt de griffier een overzicht van het aantal uren ambtelijke bijstand als bedoeld in lid 1 en lid 2 waarop de fracties voor het daaropvolgende jaar recht hebben. 4. De griffier houdt een register bij van de verleende ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, lid 3, waarin per verzoek om bijstand wordt opgenomen: welk raadslid om bijstand heeft verzocht; over welk onderwerp om bijstand is verzocht; welke ambtenaar de bijstand heeft verleend; hoeveel tijd het verlenen van de bijstand heeft gekost; de reden waarom een verzoek is geweigerd. Artikel5 1.Indien het zeteltal van een fractie dan wel het aantal fracties ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt het recht op ambtelijke bijstand met ingang van de eerste dag van de maand na de verkiezingen. 2.Bij splitsing van een fractie tijdens de zittingsperiode wordt het op grond van artikel 4, eerste en tweede lid, vastgestelde recht op ambtelijke bijstand voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden. 3.Bij samenvoeging van fracties tijdens de zittingsperiode wordt het op grond van artikel 4, eerste en tweede lid, vastgestelde recht op ambtelijke bijstand voor de nieuwe fractie bepaalt door de som van de aan de oorspronkelijke fracties toegekende rechten op ambtelijke bijstand. Artikel6 1.De griffier verstrekt na afloop van elk kwartaal per fractie een overzicht van de aan die fractie verleende ambtelijke bijstand aan de fractievoorzitter. Dit overzicht geeft ook aan op hoeveel uren ambtelijke bijstand de fractie in dat jaar nog recht heeft. 2.Het recht op ambtelijke bijstand is aan het kalenderjaar gebonden. Niet-genoten ambtelijke bijstandsuren kunnen niet worden overgeheveld naar een volgend dienstjaar. 3.De griffier verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register. Artikel7 1.Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden. 2.Indien het college of leden van het college informatie wensen over een dergelijk verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid. Paragraaf2Fractieondersteuning Artikel8 1.Elke fractie heeft het recht om ten behoeve van fractieactiviteiten om niet gebruik te maken van lokaliteiten in het gemeentehuis. 2.Onder gebruik van lokaliteiten is tevens begrepen de personele inzet van bodedienst en de verstrekking van koffie en thee. 3.De bode is belast met de toewijziging van de verschillende ruimten. 4.Indien een fractie buiten de in het vergaderschema opgenomen fractievergaderingen gebruik wenst te maken van een ruimte in het gemeentehuis, wordt dit voornemen tenminste 10 dagen van tevoren kenbaar gemaakt aan de griffier. Artikel9 1.Voor het inzien van raadsstukken, documentatie en vakliteratuur wordt om niet een leeskamer ter beschikking gesteld aan alle raads- en burgercommissieleden. 2.Deze ruimte is voorzien van een koffieapparaat en een kopieermachine, welke om niet gebruikt kan worden. Artikel10 1. Uitsluitend ten behoeve van fractieactiviteiten kan elke fractie om niet gebruik maken van de kopieerfaciliteiten van het gemeentehuis 2.Het aantal gemaakte kopieën worden per fractie geregistreerd. Jaarlijks ontvangen de fractievoorzitters een overzicht van de per fractie gemaakte kopieën. Artikel11 Jaarlijks bij de begrotingsbehandeling zal worden bezien in hoeverre een financiële bijdrage voor de fractieondersteuning noodzakelijk en financieel haalbaar is Paragraaf3Slotbepaling Artikel12 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2003. Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 30 januari 2003, DE RAAD VOORNOEMD, de voorzitter,de griffier.Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 De verordening is niet bedoeld om formele barrières op te werpen die het verlenen van bijstand aan raadsleden juist bemoeilijkt. Indien het gaat om het verzoek om informatie van feitelijke aard, dan wel inzage in of afschrift van openbare documenten, kan een raadslid contact opnemen met de griffier of een ambtenaar uit de reguliere ambtelijke organisatie. Het begrip document wordt hier overigens gebruikt in de betekenis die het in de Wet openbaarheid bestuur heeft. Met openbaar wordt bedoeld openbaar in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur. Voor niet openbare documenten wordt een regeling gegeven in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Er is voor gekozen de griffier te noemen als centrale functionaris. Het bestaan van het instituut griffie en de ontvlechting van de posities van de raad en het college, die bij de dualisering zijn beslag heeft gekregen, leidt ertoe dat de ambtelijke organisatie parallel ontvlochten wordt. Omdat de griffier geen zeggenschap heeft over de reguliere ambtelijke organisatie zal de secretaris de ambtenaar die de bijstand verleent moeten aanwijzen. De ontvlechting van posities leidt in dit geval dus noodzakelijk tot een verdergaande formalisering van de regeling omtrent ambtelijke bijstand. De bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend. Het is niet mogelijk in de verordening hiervoor vaste termijnen op te nemen in verband met de verschillen in aard en omvang van de werkzaamheden voor een verzoek. De griffier ziet er op toe dat er voortgang blijft in het proces. In de gehele verordening is er voor gekozen een onderscheid aan te brengen tussen ambtenaren en medewerkers van de griffie. Als er over ambtenaren gesproken wordt, worden ambtenaren van de reguliere ambtelijke organisatie bedoeld die onder gezag van het college staan en worden dus niet griffiemedewerkers bedoeld. Dit neemt niet weg dat ook medewerkers van de griffie ook ambtenaren in de zin van de Ambtenarenwet zijn. Op grond van het tweede lid is er bij twijfel een rol voor de secretaris weggelegd. Deze zal moeten beslissen of het een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a en b betreft. Artikel 2 Beoordeling of één van de in artikel 2 genoemde weigeringsgronden zich voordoet vindt in eerste instantie plaats door de gemeentesecretaris als hoofd van de reguliere ambtelijke organisatie. In dit artikel is verder aangegeven dat de uiteindelijke beslissing over het niet verlenen van ambtelijke bijstand is voorbehouden aan de burgemeester. Het ligt in de rede dat hij hierover overleg voert met de secretaris en de griffier (en indien nodig ook het betrokken raadslid). Uiteraard kan de raad via de gebruikelijke weg hierover de burgemeester verzoeken verantwoording af te leggen (artikel 180 Gemeentewet). Artikel 3 Ook indien - naar de mening van het raadslid - op onvoldoende wijze aan zijn of haar verzoek om hulp gehoor wordt gegeven kan de zaak aan een hogere instantie worden voorgelegd: de burgemeester is daar gezien zijn eigenstandige positie in het gemeentelijke bestuur de meest aangewezen instantie voor. Wel dient het betrokken raadslid of de griffier hierover eerst overleg te voeren met de secretaris. Artikel 4 Het recht op ambtelijke bijstand komt toe aan elk individueel raadslid. Om praktische redenen is er voor gekozen om de omvang van het recht op bijstand niet te koppelen aan individuele raadsleden maar een totaalrecht per fractie vast te stellen. Door aan iedere raadsfractie een vooraf bepaalde hoeveelheid uren op ambtelijke bijstand door de griffier en de reguliere ambtelijke organisatie toe te kennen wordt een extra garantie geboden dat dit recht ook geëffectueerd kan worden. Het biedt de organisatie bovendien de mogelijkheid enigszins grip te houden op de omvang van de werkzaamheden. Deze begrenzing geldt niet voor eenvoudige informatieverschaffing als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a en b. Deze hulp kan onbeperkt verleend worden. Het register dat door de griffier wordt bijgehouden maakt het mogelijk na te gaan hoe vaak er al een beroep is gedaan op de ambtelijke organisatie en kan een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van de behoefte aan deze voorzieningen. Voor 2003 is de totale beschikbare capaciteit voor ondersteuning van de raad in kaart gebracht. Naast de ambtelijke bijstand als bedoeld in deze verordening wordt daarin ook rekening gehouden met de diverse griffiers- en notulistenfuncties alsmede de ontwikkeling van het instrumentarium voor wat betreft de dualisering. Dit levert het volgende overzicht op. Totaal Griffier GGZ BZ Midd. BMO Structureel: Raads-/Commissiegriffier(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.