Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2009De raad der gemeente Leiderdorp; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2008, nr. ..; gezien het advies van de commissie Bestuur en Middelen van 24 november 2008; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2009 Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. Dag : de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt. b. Maand :een kalendermaand. c. Kwartaal : een kalenderkwartaal Artikel2Belastbaar feit Onder de naam marktgelden worden rechten geheven ter zake van: een recht voor het innemen van een standplaats op de markt, als bedoeld in afdeling 3 van de Marktverordening: een recht voor de door of vanwege de gemeente in verband met de markt verleende diensten Artikel3Belastingplicht De rechten als bedoeld in artikel 2 worden geheven van diegene aan wie de standplaats is toe- gewezen. Artikel4Tarieven 1.De marktgelden worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende Tarieventabel. 2.Voor de berekening van de marktgelden wordt een gedeelte van een in de Tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Wijze van heffing, tijdstip verschuldigdheid 1.De marktgelden worden geheven door middel van een mondelinge of een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. 2.Het recht in bedoeld artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd op het moment dat de stand- plaats is toegewezen. 3.Het recht in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel6Termijnen van betaling De marktgelden moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 5: mondeling wordt gedaan, op het moment van doen van kennisgeving: schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel7Kwijtschelding Onverminderd het bepaalde in artikel 11 wordt bij de invordering van de marktgelden geen kwijtschelding verleend. Artikel8Nadere regels door het college van burgmeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van marktgelden. Artikel9Nakoming van verplichtingen De verplichtingen bedoeld in de artikelen 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelas- tingen (Stbl. 1959, 301) en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990, dan wel bedoeld of van toepassing verklaard in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 246a van de Gemeentewet, gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren belast met de heffing of de invordering van gemeen- telijke belastingen. Artikel10Rente 1.Het bepaalde in Hoofdstuk V van de Invorderingswet 1990 inzake de invorderingsrente vindt toepassing op de invordering van marktgelden. 2.De ministeriele regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 vindt daarbij overeenkomstige toepassing. 3.In afwijking van de in het tweede lid genoemde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze een bedrag van € 23,-- niet te boven gaat. Artikel11Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in de verordening, indien strikte toepassing ervan tot onbillijkheden van zwaar- wegende aard zou leiden. Artikel12Inwerkingtreding en citeertitel 1.De Verordening marktgelden 2008 van 17 december 2007, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde ingang van heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekend- making. 3.In afwijking in zoverre van het in het voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de marktgelden in die periode plaatsvindt. 4.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2009. 5.De verordening kan worden aangehaald als Verordening marktgelden 2009. Vastgesteld in de openbare vergadering vande raad van Leiderdorp op 15 december 2008, de voorzitter, M.Zonnevyllede griffier, mw. J.C. ZantinghTarieventabel behorende bij Verordening Marktgelden 2009Rubriek Omschrijving Euro HOOFDSTUK 1 MAATSTAF EN TARIEF STANDPLAATSEN 1.1 Het recht, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor iedere hele of gedeelde strekkende meter grond waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats: 1.1.1 per dag 3,25 1.1.2 per kalendermaand 11,80 1.1.3 per kalenderkwartaal 29,80 1.2 In afwijking van het gestelde in 1.1 bedraagt voor kooplieden die voor de eerste maal een standplaats innemen op een markt in Leiderdorp gedurende de eerste drie maanden het recht, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, voor iedere hele of gedeelde strekkende meter grond waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats: 1.2.1 per dag 2,60 1.2.2 per kalendermaand 8,60 1.2.3 per kalenderkwartaal 21,55 1.3 Het recht, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor iedere hele of gedeelde strekkende meter grond waarover een standplaats wordt ingenomen, gemeten langs de frontbreedte van de standplaats voor standwerkers, per week 3,15 1.4 Het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3.1 van de Marktverordening Leiderdorp bedraagt: 66,30 HOOFDSTUK 2 MAATSTAF EN TARIEF STROOMVOORZIENING 2.1 Het recht als bedoeld in artikel 2, onderdeel b bedraagt, voor zover betrekking hebbend op de stroomvoorziening, per standplaats, indien de totale capaciteit van elektrische installaties 2.1.1 niet meer bedraagt dan 500 watt: per dag 1,25 per kalendermaand 4,45 per kalenderkwartaal 12,00 2.1.2 meer bedraagt dan 500 watt doch niet meer dan 1.000 watt per dag 2,25 per kalendermaand 8,05 per kalenderkwartaal 22,10 2.1.3 meer bedraagt dan 1.000 watt doch niet meer dan 1.500 watt per dag 3,35 per kalendermaand 12,45 per kalenderkwartaal 33,65 2.1.4 meer bedraagt dan 1.500 watt per dag 4,55 per kalendermaand 16,45 per kalenderkwartaal 44,75 Behorende bij raadsbesluit van 15 december 2008, nr. De voorzitter, M.Zonnevylle De griffier, mw. T.C. Zantingh
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.