Beleidsregels bomenverordening Beleidsregels bomenverordening Artikel1:Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder: verordening: bomenverordening 2010 structuurbomen: ook alle structuurbomen van de overheid zoals opgenomen in het bomenbeleidsplan behoren hiertoe. Andere voorbeelden: laanbomen, houtwallen,dijkbeplanting. c.boomzone: bijvoorbeeld een landschap, landgoed, wijk, begraafplaats, bos, c. buitenplaats Artikel2:Kaart “ beschermd groen” 1.In geval van een verschil tussen kaart en register is de kaart doorslaggevend, omdat deze meestal het duidelijkste de ruimtelijke effecten weergeeft 2.De kaart zal als onderdeel van alle beslissingen in het omgevingsbeleid meegewogen worden. Artikel3De aanvraag De schriftelijke aanvraag voor vergunning voor het vellen van de beschermde boom bestaat uit: 1) Naam en adresgegevens aanvrager/eigenaar 2) Locatie aanduiding van de te vellen beschermde boom 3) Beschrijving van de boom (soort, omvang) 4) Motivering aanvraag * Indien de aanvraag vanwege maatschappelijk belang is vormt de Bomen Effect Analyse (BEA) een onderdeel van de aanvraag * Indien de aanvraag conform artikel 5 lid 2c van de vergunning is, is het rapport opgesteld door de boomdeskundige bij de aanvraag bijgevoegd. Artikel4:Criteria Tot maatschappelijk zwaarwegend belang behoren: Bouw en andere werkzaamheden van algemeen belang Een project van algemeen belang dat in beginsel alle inwoners van een kern of bebouwingscluster voordeel oplevert en de steun heeft van het College van burgemeester en wethouders. Daarnaast is gekeken naar alternatieve ruimtelijke en boomkundige oplossingen om de beschermde boom/bomen te behouden. 1) Een bomen effect analyse (BEA) over de ruimtelijke inpassing van de beschermde boom/bomen en/of alternatieven voor boombescherming wordt ter motivering bij de aanvraag ingediend. 2) De BEA wordt door een onafhankelijk en gecertificeerd boomdeskundige opgesteld. b. Gevaar Indien een beschermde boom in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de beschermde boom bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen en/of vergunning verlenen om: overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen en een rapport opgesteld door een boomdeskundige aan te bieden aan het bevoegd gezag Overlast Bepaalde verschijnselen die worden veroorzaakt door bomen (blad- en vruchtval) of samengaan met de aanwezigheid van bepaalde boomsoorten (wortelopdruk, honingdauw, eikenprocessierups) kunnen als overlast worden ervaren. Slechts in een beperkt aantal gevallen zal deze overlast zodanig zijn dat dit reden is voor het verlenen van een vergunning voor het kappen van een beschermde boom/bomen: -indien schade aan bouwwerken ontstaat die redelijkerwijs niet te voorkomen is door andere oplossingen dan rooien van de boom of -er sprake is van ernstige, meervoudige overlast die niet anders te bestrijden is dan door rooien van de boom/ bomen. Daarbij geldt dat: 1) eerst aantoonbaar gekeken is naar alternatieve ruimtelijke en boomkundige oplossingen om de beschermde boom te behouden; 2) de boomdeskundige maatstaven voor instandhouding door een onafhankelijk en gecertificeerd boomdeskundige zijn opgesteld en ter motivering bij de aanvraag ingediend; 3) toestemming van het bevoegd gezag noodzakelijk is voor het verlenen van een vergunning in verband met overlast. 2.Structuurbomen Ten behoeve van het behoud van vitale structuurbomen behoudt de gemeente Mill en Sint Hubert zich het recht voor om bomen behorende tot de structuurbomen welke in een slechte technische staat verkeren te kappen en/of te vervangen of hiervoor vergunning te verlenen. De gemeente hanteert de volgende richtlijn: Tot het achtste jaar na aanplant bestaat de mogelijkheid een kwijnende boom te vervangen. Herplant vindt plaats met een boom van dezelfde boomsoort met een boommaat die gelijk is aan de maat van de overige nog vitale bomen binnen de structuurbomen, mits deze van gelijke leeftijd zijn als de kwijnende boom. Indien de kwijnende boom een boom in een rij/groep oudere bomen betreft, dan bestaat de herplant uit een boom van dezelfde boomsoort met een boommaat gelijk aan die van de kwijnende boom. Vanaf het achtste jaar na aanplant dient de oplossing in eerste instantie te worden gezocht in onderhoudsmaatregelen, zoals groeiplaatsverbetering. Wanneer onderhoudsmaatregelen hebben plaatsgevonden, wordt de boom de eerstvolgende drie jaren, jaarlijks gecontroleerd via een V.T.A.-controle (Visual Tree Assessment). Indien na deze drie jaar blijkt, dat de boom er in vitaliteit niet op vooruit is gegaan, of er zelfs op achteruit is gegaan, dan wordt alsnog overgegaan tot herplant. Wanneer meer dan 10 jaar leeftijdsverschil zit tussen de te herplanten boom en de aanwezige structuurboom, dan wordt herplant achterwege gelaten. Indien het aantal bomen binnen de structuurbomen door uitval is gereduceerd tot minder dan de helft van het oorspronkelijke aantal bomen, dan dienen de uitgevallen/gekapte bomen alsnog vervangen te worden (maat 30/35). Bovenstaande geldt niet voor onderhoudswerkzaamheden ter behoud van de structuurbomen (onderhoudswerkzaamheden zoals dunnen). 3.Boomzones Voor het kappen van bomen binnen de aangegeven boomzones worden de regels gehanteerd zoals opgenomen bij de Boswet. ·Indien het aantal bomen binnen de boomzone door uitval/kap is gereduceerd tot minder dan de helft van het oorspronkelijke aantal bomen, dan dienen de uitgevallen/gekapte bomen alsnog vervangen te worden (maat 30/35). Artikel5:Bijzondere vergunningsvoorschriften 1.Aan de vergunning wordt het standaard voorschrift verbonden dat niet tot vellen mag worden overgegaan tot de dag nadat de bezwaar- of beroepstermijn is afgelopen. Indien gedurende de bezwaar- of beroepstermijn een bezwaar of beroep is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht één week nadat op dat bezwaar of beroep is beslist. 2.Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan in uitzonderlijke gevallen het voorschrift behoren dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door burgemeester en wethouders te geven aanwijzigen moet worden herplant. 3.Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan aan de vergunning het voorschrift worden verbonden dat een geldelijke bijdrage gestort dient te worden in het gemeentelijk herplantfonds. 4.In het voorschrift als bedoeld in het tweede lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. 5.Tot de aan de vergunning te verbinden voorwaarden kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van de beschermde boom op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk geworden zijn of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende gewaarborgd is. 6.Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit artikel is opgelegd, alsmede diens rechtopvolger, is verplicht daaraan te voldoen. Artikel 6: Vervaltermijn vergunning De vergunning vervalt indien niet binnen maximaal één jaar na het onherroepelijk zijn van de vergunning gebruik is gemaakt. In het geval het een vergunning voor het vellen van meer dan één beschermde boom betreft, is de vergunning voor alle beschermde bomen slechts één jaar geldig, ook als in fasen geveld wordt of één of enkele beschermde bomen al geveld zijn. Artikel 7: Herplantplicht 1.Herplantplicht bomen Indien uit de beslisboom in figuur 1 naar voren komt, dat herplant verplicht is, dan gelden de hieronder vermelde uitgangspunten:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.