Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Mill 2010Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen Mill 2010 UITVOERINGSRegeling gemeentelijke belastingen MILL EN SINT HUBERT 2010 Het college van burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert; gelet op de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990 in verbinding met de artikelen 231, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, en 237 van de Gemeentewet, op artikel 160 van de Gemeentewet, op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsmede op het betreffende artikel van de in de gemeente Cuijk geldende belastingverordeningen, waarin aan het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid is toegekend nadere regels te geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen; b e s l u i t : vast te stellen de: Uitvoeringsregeling met betrekking tot de heffing en de invordering van gemeentelijke belastingen in de gemeente Mill en Sint Hubert 2010 (Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen 2010) Artikel1 Algemene bepaling Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 6, 7, 8, 13 en 14 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de artikelen 29 en 31 van de Invorderingswet 1990, artikel 162 van de Gemeentewet, artikel 4:81 van Algemene wet bestuursrecht en de artikelen in de belastingverordening van de gemeente Cuijk op grond waarvan het college van burgemeester en wethouders nadere regels kan geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onderscheiden gemeentelijke belastingen. De op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen bedoeld in artikel 233 van de Gemeentewet, worden voor de toepassing van deze regeling aangemerkt als bij wege van aanslag geheven belastingen, met dien verstande dat wordt verstaan onder de aanslag of de voorlopige aanslag: het gevorderde, onderscheidenlijk het voorlopig gevorderde bedrag. Artikel 2 blijft bij de op andere wijze geheven gemeentelijke belastingen buiten toepassing. Artikel2 Aangifte De belastingplichtige voor: toeristenbelasting; rioolheffing; aan wie niet binnen zes maanden na afloop van het belastingjaar of kalenderjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd, is gehouden binnen één maand na het verstrijken van die zes maanden bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van een aangiftebiljet. Als formulier van het aangiftebiljet Toeristenbelasting wordt vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage TB1 opgenomen model. Als formulier van het aangiftebiljet Rioolheffing vastgesteld het formulier dat in overeenstemming is met het in bijlage RH1 opgenomen model. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen dienen de in het aangiftebiljet gevraagde gegevens duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden ingevuld. Het aangiftebiljet wordt ondertekend en met de daarbij gevraagde bescheiden ingeleverd toegezonden. Artikel 3 Regels voor ontheffing van de verplichting tot het toevoegen van een accountantsverklaring bij de aangifte toeristenbelasting en gebruik van nachtverblijfregister. Bij de aangifte dient een verklaring, van een accountant, die is ingeschreven in het accountantsregister, zoals bedoeld in de Wet op de Accountants-administratieconsulenten, te worden gevoegd, waaruit blijkt dat de aangegeven ontvangen vergoedingen in overeenstemming zijn met de maatstaf van heffing zoals bedoeld in artikel 4 van de “Verordening toeristenbelasting 2010”. Aangezien de kosten van bedoelde accountantsverklaring voor de belastingplichtige in een redelijke verhouding moeten staan tot de verschuldigde belasting zal het college, op verzoek van de belastingplichtige, ontheffing van deze verplichting verlenen, onder de hierna aangegeven voorwaarden, aan de belastingplichtige wiens vergoedingen, in betreffend belastingjaar, minder bedragen dan € 125.000,--. De in lid 2 bedoelde ontheffing wordt verleend onder de volgende voorwaarden; De belastingplichtige overlegt op verzoek van het college van burgemeester en wethouders de gegevens waaruit de aangegeven ontvangen vergoedingen blijken aan het college dan wel aan een door het college aangewezen ambtenaar belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen. De gegevens als bedoeld onder a. zijn de gegevens uit het nachtverblijfregister, indien belastingplichtige uit hoofde van artikel 2.3.2.3. van de Algemene plaatselijke verordening verplicht is een nachtverblijfregister bij te houden, dan wel de gegevens uit de administratie die gevoerd wordt uit hoofde van artikel 52 van de Algemene wet rijksbelastingen. Het college kan aan gemeenteambtenaren belast met de heffing en inning van de gemeentelijke belastingen opdracht geven de bovengenoemde gegevens te controleren en na te gaan of deze in overeenstemming zijn met de aangifte. Artikel4 Voorlopige aanslag De in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar legt een voorlopige aanslag op, indien het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld, na verrekening van voorheffingen en reeds opgelegde voorlopige aanslagen, zulks naar zijn mening rechtvaardigt. De bepaling van het bedrag van een voorlopige aanslag die wordt vastgesteld in het tijdvak waarover de belasting wordt geheven, dan wel na het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan kan voor de Toeristenbelasting geschieden op grond van het gemiddelde dat voortvloeit uit de gegevens die hebben gediend ter vaststelling van de meest recente belastingaanslag over elk van de twee voorafgaande jaren, met dien verstande dat daarbij op benaderende wijze rekening kan worden gehouden met wijzigingen in de wettelijke bepalingen betreffende de heffing van de gemeentelijke belasting van belang kunnen zijn. Ingeval de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het bedrag waarop de aanslag vermoedelijk zal worden vastgesteld lager is dan het op de voet van de vorige volzin berekende bedrag, wordt de voorlopige aanslag gesteld op dit lagere bedrag. Artikel5 Rente Het percentage van de invorderingsrente is het percentage dat ingevolge artikel 29 van de Invorderingswet 1990 voor het betreffende kalenderkwartaal voor de rijksbelastingen is vastgesteld. Bij de invordering van de gemeentelijke belastingen vindt de ministeriële regeling bedoeld in artikel 31 van de Invorderingswet 1990 overeenkomstige toepassing. In afwijking van de in het tweede lid bedoelde regeling wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht indien deze in totaal een bedrag van € 23,-- niet te boven gaat. Artikel6 Inwerkingtreding en citeertitel Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. Deze regeling wordt aangehaald als ‘Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen 2010’. Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 15 december 2009. Burgemeester en wethouders van Mill en Sint Hubert, De secretaris, De burgemeester, Mr. R.P. Hoffmann. Mr. J.Th. C.M. Verheijen. Bijlagen bij de Uitvoeringsregeling gemeentelijke belastingen 2010 Bijlage TB1 : Formulier aangiftebiljet Toeristenbelasting Bijlage RH1: Formulier aangiftebiljet Rioolheffing TB1 AANGIFTEBILJET TOERISTENBELASTING GEMEENTE MILL EN SINT HUBERT Naam Adres Woonplaats Aangiftebiljet toeristenbelasting gemeente Mill en Sint Hubert Verblijfsobject alwaar tegen vergoeding nachtverblijf plaats heeft gevonden: belastingjaar: datum uitreiking: uiterste datum inzending: 1. Wanneer de tenaamstelling en/of adressering niet juist of niet volledig is, kunt u hiernaast de juiste gegevens vermelden naam adres postcode/ woonplaats 2. Bij wie kunnen inlichtingen worden verkregen? naam functie telefoon-nummer 3a Onder welk nummer bent u ingeschreven in het Handelsregister? 3b Wat is uw BTW-aangiftenummer? 3c Alleen voor niet in BV- of NV-vorm gedreven verblijfsobjecten: naam geboortedatum adres/postcode/woonplaats BSN-nummer 4. Welke logiesprijzen hanteerde u het afgelopen belastingjaar. Vermeldt er wel bij of in deze prijzen ook bedragen begrepen zijn voor andere diensten, bijvoorbeeld ontbijt en zo ja welke diensten (lees eerst de toelichting) 5. Hoeveel overnachtingen tegen vergoeding hebben er in het afgelopen jaar plaatsgehad? (lees eerst de toelichting) a. totaal aantal overnachtingen _______________-/- b. aantal overnachtingen waarover geen toeristenbelasting is verschuldigd c. aantal belastbare overnachtingen 6. Hoeveel bedroegen de totale ontvangsten uit vergoedingen logies (en ontbijt) inclusief BTW en toeristenbelasting €_________ Af* a. Ontvangsten uit logies (en ontbijt) inclusief BTW van personen die zijn opgenomen in de gemeentelijke basisregistratie persoonsgegevens van Mill en Sint Hubert (ingezetenen) €_________ (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.