← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2013 (Nederweert)

Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting 2013 De raad van de gemeente Nederweert; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders nr. 2012-82 van 13 november 2012; gelet op artikel 226 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van hondenbelasting

  1. Artikel1Belastbaar feit Onder de naam ‘hondenbelasting’ wordt een directe belasting geheven ter zake van het houden van een hond binnen de gemeente. Artikel2Belastingplicht 1 Belastingplichtig is de houder van een hond. 2 Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is. 3 Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden. Artikel3Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van honden: Artikel4Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden: a. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehoudendie uitsluitend dienen om blinde personen te leiden; b. die door 'Stichting Hulphond Nederland' als gehandicaptenhond aan een gehandicapte ter beschikking zijn gesteld; c. die verblijven in een hondenasiel, als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Honden- en kattenbesluit 1999, welk besluit is opgenomen in het centraal register bedoeld in artikel 5, tweede lid, van genoemd besluit.; d. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij te zamen met de moederhond worden gehouden. Artikel5Belastingtarief 1 De belasting bedraagt € 50,00 per hond per belastingjaar. 2 In afwijking inzoverre van het vorige lid blijft de belasting voor honden, gehouden in kennels die zijn geregistreerd bij de Raad van Beheer op kynoligisch gebied in Nederland, beperkt tot € 200,00 per kennel per jaar. 3 In afwijking in zoverre van de vorige leden blijft de belasting voor honden, die uitsluitend ten verkoop in voorraad worden gehouden door een houder met een vergunning als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de dierenbescherming, beperkt tot € 200,00 per houder per jaar. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1 De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting ter zake van het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. 3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Termijnen van betaling 1 In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald: a. Bij niet-automatische incasso in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de tweede b. Bij automatische incasso in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet 2 De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel10Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de hondenbelasting. Artikel11Overgangsrecht De ‘Verordening hondenbelasting 2012’ van 20 september 2011, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel12In werkingtreding 1 Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 2 Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. Artikel13Citeerartikel Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening hondenbelasting 2013”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december
  2. De raad voornoemd, De raadsgriffier, De voorzitter, W.A.Ernes H.F.M. Evers

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.