Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive BMWEDe raad van de gemeente Bedum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van februari 2013, nr. …; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel i, van de Wet werk en bijstand; gezien het advies van de Cliëntenraad Sozawe; besluit vast te stellen de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive BMWE: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Begrippen In deze verordening wordt verstaan onder: -beslagvrije voet: beslagvrije voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; - recidiveboete: bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 18a, vijfde lid, van de Wet werk en bijstand; - bezit: waarde van de bezittingen waarover belanghebbende of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, met uitzondering van het in de woning met bijbehorend erf gebonden vermogen, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van de Wet werk en bijstand; - verrekenen: verrekening als bedoeld in artikel 60, vierde lid, van de Wet werk en bijstand. Hoofdstuk2Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive Artikel2.Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit 1.Indien het bezit van een belanghebbende ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete zonder inachtneming van de beslagvrije voet. 2.De verrekening geschiedt gedurende een tijdvak van drie maanden vanaf de kalendermaand volgend op de maand waarin de bestuurlijke boete is opgelegd. Artikel3.Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit 1.Indien het bezit van een belanghebbende niet ten minste driemaal de toepasselijke bijstandsnorm bedraagt, verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete gedurende één maand zonder inachtneming van de beslagvrije voet. De verrekening geschiedt gedurende een tijdvak van een maand vanaf de kalendermaand volgend op de maand waarin de bestuurlijke boete is opgelegd. 2.Aansluitend op verrekening als bedoeld in het eerste lid, verrekenen burgemeester en wethouders de recidiveboete in de daarop volgende twee maanden op een dusdanige wijze dat belanghebbende blijft beschikken over een inkomen ter hoogte van 80% van de toepasselijke bijstandsnorm. 3.Tot het inkomen, bedoeld in het tweede lid, worden ook middelen gerekend als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdelen n en r, van de Wet werk en bijstand. Artikel4.Verrekenen met inachtneming beslagvrije voet In afwijking van de artikelen 2 en 3 kunnen burgemeester en wethouders de recidiveboete met inachtneming van de beslagvrije voet verrekenen indien: aannemelijk is dat verrekening op de wijze, bedoeld in de artikelen 2 of 3, zou leiden tot huisuitzetting van belanghebbende en diens gezin; of anderszins sprake is van dringende redenen. Artikel5.Eerder opgelegde bestuurlijke boetes De artikelen 2, 3 en 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de verrekening van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van de Wet werk en bijstand, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het moment van verrekening van de recidiveboete. Hoofdstuk3Slotbepalingen Artikel6.Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 april 2013 en werkt terug tot1 januari 2013. Artikel7.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013 BMWE. Aldus besloten in de openbare raadsvergaderingVan 28 maart 2013De raad voornoemd.De griffier, De voorzitter,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.