Uitvoeringsbesluit 2005Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal; overwegende dat: het wenselijk is nadere regels vast te stellen met betrekking tot uitvoering van de marktverordening en een ordelijk verloop van de markt; gelet op: artikel 160 eerste lid, sub h, Gemeentewet, de Marktverordening gemeente Veenendaal 2005, de Algemene wet bestuursrecht; Besluit: vast te stellen nadere regels voor de warenmarkten in de gemeente Veenendaal HOOFDSTUK1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen De in artikel 1 van de Marktverordening gemeente Veenendaal 2005 gegeven begripsomschrijvingen zijn tevens van toepassing op deze nadere regels. Artikel2Dag, tijd en plaats van de markt 1.De markten worden, behoudens het bepaalde in het tweede en derde lid van dit artikel, gehouden op: dinsdag van 8.30 uur tot 12.30 u. aan de Markt, een gedeelte van de Kerkewijk en een gedeelte van de Hoofdstraat, zoals aangegeven in bijlage 1; vrijdag van 10.00 uur tot 16.00 uur aan het Dr. Slotemaker Bruïneplein; zaterdag van 8.30 uur tot 17.00 uur aan de Markt, een gedeelte van de Kerkewijk en een gedeelte van de Hoofdstraat, zoals aangegeven in bijlage 1. 2.De markt kan op grond van dringende redenen, dit ter beoordeling van het college, in afwijking van het eerste lid en de marktcommissie gehoord hebbende, tijdelijk plaatsvinden op een andere dag, op andere tijd, op een andere plaats. 3.Geen markt wordt gehouden op de dagen vermeld in artikel 7, eerste lid sub a en b van de Winkeltijdenwet, behoudens het bepaalde in de artikelen 2 en 3 van de Verordening op de Winkeltijdenwet. Artikel3Inrichting van de markt 1.Het aantal standplaatsen is vastgesteld zoals aangegeven in bijlage 1. 2.De opstelling en indeling van de markt, waaronder begrepen de vaste standplaatsen, plaatsen voor non-food, plaatsen voor food en plaatsen voor bakken en braden is aangegeven in bijlage 1 op de tekeningen van de marktterreinen. 3.De afmetingen van de standplaats zijn in principe: voor wat betreft de lengte een veelvoud van 3,8 meter; voor wat de breedte betreft 2,6 meter; voor wat de doorloophoogte betreft 2,0 meter. 4.Het college kan bij de toewijzing van de plaatsen afwijken van de standaardmaten. Artikel4Branche-indeling 1.De in bijlage 2 aangegeven artikelen(groepen) mogen op de betreffende markten verhandeld worden met de aangegeven maximum aantal standplaatsen en m2 per branche. 2.Voor het verkrijgen van voor de consument zo aantrekkelijk mogelijke markten kunnen voor elk van de, in bijlage 2, genoemde artikelen(groepen) niet meer standplaatsen worden toegewezen dan het aantal standplaatsen dat is aangegeven in de desbetreffende bijlage. Artikel5Uitsluiting 1.De volgende artikelgroepen mogen niet op de markt verkocht worden: 2de hands goederen; aanstootgevende goederen; goederen die de gezondheid, veiligheid en/of openbare orde in gevaar brengen; alle producten waarvan verhandelen bij wet is verboden. 2.Het is verboden artikelen, welke niet op de markt verhandeld mogen worden, op de markt in voorraad te houden, uit te stallen, ten verkoop aan te bieden of te verkopen. 3.Het college kan, indien hen dit in het belang van de orde op de markt of van de volksgezondheid noodzakelijk voorkomt, de handel in bepaalde artikelen gedurende een bepaalde termijn verbieden. Artikel6De marktcommissie 1.De marktcommissie is een commissie van advies die tot taak heeft het college te adviseren inzake algemene marktaangelegenheden. 2.Met betrekking tot de samenstelling van deze marktcommissie wordt vastgesteld dat: de commissie bestaat uit minimaal 7 en ten hoogste 9 door het college te benoemen gewone leden, waarvan: 1 door de plaatselijke consumentenvertegenwoordiging aan te wijzen lid; 1 door de gezamenlijke winkeliers aan te wijzen lid; tenminste 6 marktkooplieden, die een vaste standplaats hebben op de markt, aangewezen op een door de gezamenlijke marktkooplieden te bepalen wijze; de commissie uit haar midden een voorzitter benoemt; aan de commissie ambtshalve een secretaris en een marktmeester worden toegevoegd; ter vervulling van eventuele vacatures de commissie een aanbeveling van zo mogelijk twee personen doet. 3.Met betrekking tot de werkwijze van de commissie wordt vastgesteld dat: de commissie uitsluitend aan het college inzake algemene marktaangelegenheden adviseert; Burgemeester en Wethouders ter hunner beoordeling over alle zaken, de markt betreffende, het advies van de commissie kunnen inwinnen; de commissie voorts uit eigen beweging Burgemeester en Wethouders van advies kan dienen omtrent alle algemene zaken de markt betreffende. HOOFDSTUK2Vergunningen Artikel7Inhoud vergunning 1.Indien een vaste plaats kan worden toegewezen, wordt vergunning verleend waarin in ieder geval is bepaald: de naam en voorletters, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; een duidelijke omschrijving van de toegewezen vaste plaats met vermelding van het nummer en de afmetingen daarvan; de verkoopmaterialen die de vergunninghouder bij het innemen van de plaats mag gebruiken; de artikelen (branche) die de vergunninghouder mag verhandelen; de datum waarop aan de vergunninghouder voor het eerst vergunning is verleend en zijn volgnummer op de anciënniteitlijst; dat de vergunninghouder zelf zorg draagt voor inzameling en afvoer van zijn afval en dat hij zijn standplaats schoon oplevert; van wie de vergunninghouder zijn elektriciteit betrekt; welke geluidsapparatuur op de standplaats is toegestaan; welke kook-, bak- en verwarmingsapparatuur zijn toegestaan; dat de vergunninghouder de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk inneemt. 2.Indien een dagplaats of standwerkerplaats wordt toegewezen, verleent de marktmeester een mondelinge vergunning waarin in ieder geval is vastgesteld: de naam en voorletters, de geboortedatum en -plaats, het adres en de woonplaats van de vergunninghouder; de branche waarin de vergunninghouder mag verhandelen; de dag waarop de vergunning geldig is. Artikel8Overschrijving vergunning 1.In geval van overlijden, bereiken pensioengerechtigde leeftijd, dan wel blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vergunning voor de vaste plaats worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner, de levenspartner van de vergunninghouder, een kind of de persoon die tezamen met de vergunninghouder de onderneming ter uitoefening van de ambulante handel drijft, en die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste de voorafgaande drie jaar de vergunninghouder op zijn standplaats heeft bijgestaan. 2.Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een natuurlijk persoon vergunning voor een vaste plaats krijgen indien hij ten minste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende éénzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd. 3.Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 4.Bij overschrijving van de vergunning op de persoon die tezamen met de vergunninghouder de onderneming ter uitoefening van de ambulante handel drijft geldt dat: de notariële akte van de onderneming in eigendom aan deze persoon overgaat; de marktplaats geen economische factor is in de overname. 5.Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel. Artikel9Inschrijving op de anciënniteitlijst Vergunninghouders van vaste standplaatsen worden ingeschreven op een doorlopend genummerde lijst met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hen voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen. Bij deze inschrijving wordt tevens vermeld de soort artikelen die de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoord. Artikel10Doorhalen van inschrijving op de anciënniteitlijst De inschrijving op de anciënniteitlijst wordt doorgehaald indien: de vergunning van een houder van een vaste standplaats wordt ingetrokken; aan de houder van een vaste standplaats vergunning wordt verleend om zich te laten waarnemen. Artikel11Inschrijving op de waarneminglijst 1.De vergunninghouder van een waarnemingplaats wordt met vermelding van en in volgorde van de datum waarop aan hem voor het eerst een vaste standplaats is toegewezen als blijkt uit de anciënniteitlijst op de waarneminglijst ingeschreven. 2.Het college verstrekt de vergunninghouder een schriftelijk bewijs van inschrijving op de waarneminglijst. 3.Op de waarneminglijst wordt vermeld welke artikelen de vergunninghouder mag verhandelen of de branche waartoe hij behoord. Artikel12Doorhalen van inschrijving op de waarnemingslijst De inschrijving op de waarneminglijst wordt doorgehaald indien: de vergunning van een houder van een waarnemingplaats wordt ingetrokken of deze daarom verzoekt; de waarnemer vergunning verleend wordt voor het zelfstandig innemen van een vaste HOOFDSTUK3Toewijzen en bezetten van standplaatsen Artikel13Toewijzing standplaatsen Een standplaats wordt toegewezen als vaste plaats, dagplaats of standwerkerplaats. Artikel14Het toewijzen van een vaste standplaats 1.Indien een vaste plaats beschikbaar komt zal de plaats worden toegewezen aan de vergunninghouder van een vaste plaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitlijst. 2.Indien een vaste plaats beschikbaar komt en op basis van het eerste lid van dit artikel niemand in aanmerking komt voor een vaste plaats zal de plaats worden toegewezen aan de vergunninghouder van een waarnemingplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen. 3.Indien een vaste plaats beschikbaar komt en op basis van het eerste en tweede lid van dit artikel niemand in aanmerking komt voor een vaste plaats dan zal dit, met vermelding van de, bij of krachtens deze bepaling, mogelijke branches, gepubliceerd worden in een vakblad en op de gemeente pagina van de gemeente. Toewijzing geschiedt, voorzover men aan de volgende regels voor toewijzing voldoet: publicatie dient pas plaats te vinden, gezien lid 1en 2, indien: de waarnemer die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste het voorafgaande jaar de vergunninghouder op zijn standplaats heeft waargenomen, niet is geïnteresseerd in de vrijkomende standplaats ter voorzetting van de bestaande handel in de betreffende branche; er geen medewerker van de vertrekkende vergunninghouder, die gedurende een aaneengesloten periode van ten minste het voorafgaande jaar de vergunninghouder op zijn standplaats heeft bijgestaan, is geïnteresseerd in de vrijkomende standplaats ter voorzetting van de bestaande handel in de betreffende branche. Hierbij wordt aangetekend dat de marktplaats geen economische factor is bij overdracht van de markthandel aan de waarnemer of de medewerker en dat de waarnemer voor de medewerker gaat. een aanvraag dient voor zover mogelijk op de criteria kwaliteit en duurzaamheid te worden beoordeeld; voorkeur voor jeugdige (leeftijd tot en met 25 jaar) startende marktkooplieden mits zij voldoen aan het gestelde in artikel 6 van de Marktverordening; voorkeur voor Veenendaalse marktkooplieden boven regionale en nationale sollicitanten; voorkeur voor een eco-/biologische marktkoopman in de food sector voor zover: nog geen eco-/biologische standplaats in betreffende food branche is ingevuld; de sollicitant officieel erkend is als eco-/biologische marktkoopman; de sollicitant een geldig keurmerk heeft voor de te verkopen eco-/biologische producten in de betreffende branche. 4.Indien meerdere aanvragen binnenkomen die aan dezelfde regels van toewijzing voldoen zal de marktcommissie middels loting de volgorde bepalen. Artikel15Toewijzing dagplaats 1.Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste plaats wordt ingenomen. Op dinsdag en zaterdag gemeld vóór 8.00 uur en op vrijdag vóór 9.30 uur ter plaatse bij de marktmeester. 2.De marktkoopman dient bij aanmelden over de bescheiden zoals bedoeld in artikel 6 van de marktverordening te beschikken en deze te kunnen overleggen aan de marktmeester. 3.Aanvragers voor een dagplaats met een artikel of artikelsoort dat nog niet op de markt is vertegenwoordigd hebben voorrang op de aanvragers met artikelen of artikelsoorten die wel op de markt vertegenwoordigd zijn. 4.De branche waaraan een dagplaats mag worden toegewezen: standplaatsen worden alleen toegekend mits het volgens de brancheverdeling niet concurrerende handel betreft; standplaatsen worden toegekend met dien verstande, dat voor de branches die op de betreffende markt reeds voldoende zijn vertegenwoordigd slechts eenmaal per maand een standplaats wordt uitgegeven; standplaatsen in de food-sector worden niet uitgegeven; toewijzing dagplaats kan alleen geschieden voor een branche anders dan de gebruikelijke branche van deze standplaats. 5.Indien het aantal aanvragers het aantal beschikbare dagplaatsen overtreft geschiedt toewijzing via loting door de marktmeester. Loting vindt plaats bij aanvang van de markt. Artikel16Toewijzing standwerkerplaats 1.Toewijzing van een standwerkerplaats geschiedt door de marktmeester met inachtneming van: a.het bepaalde in artikel 15, lid 4 en 5; b.dat standwerkers met 2de hands goederen of uitzoekhandel worden uitgesloten voor een standwerkerplaats 2.De standwerker dient aan de vereisten van artikel 6 van de Marktverordening te voldoen. 3.Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting. 4.Indien zich bij aanvang van de markt geen standwerker melden kunnen de standwerkerplaatsen als dagplaatsen worden uitgegeven. Artikel17Toewijzing waarnemingplaats 1.De vergunninghouder van een vaste plaats kan een vergunning aanvragen om zijn vaste standplaats te laten waarnemen door een met name genoemde natuurlijke persoon. 2.De waarnemer moet een natuurlijk persoon zijn, die persoonlijk voldoet aan het bepaalde in artikel 6 van de Marktverordening. 3. De vergunninghouder aan wie een waarnemingplaats is toegekend wordt van de anciënniteitlijst overgeschreven naar de waarneminglijst met inachtneming van de branche-indeling. De opbouw van anciënniteit stopt op het moment van overschrijving naar de waarneminglijst. HOOFDSTUK4Bepalingen over het gebruik van de standplaats Artikel18Innemen van een standplaats met eigen materiaal 1.Op verzoek kan in de vergunning van een vaste standplaatshouder toestemming worden verleend om met eigen materiaal, te weten verkoopwagens en/ of parasols zijn standplaats in te nemen. 2.Het in het vorige lid vermelde verzoek omvat in ieder geval de volgende gegevens: een opgave van de lengte, hoogte en breedte van het eigen materiaal; een gedetailleerde tekening van het eigen materiaal; foto's van het eigen materiaal; indien het eigen materiaal is voorzien van installaties waarin gekookt, gebakken, gebraden en/of gefrituurd kan worden, moet een bewijs van veiligheid van het te gebruiken eigen materiaal alsmede de te gebruiken apparatuur kunnen worden overlegd. 3.De in het tweede lid, sub d genoemde apparatuur moet jaarlijks opnieuw gekeurd worden. 4.In dien de in het tweede lid genoemde bewijsstukken ook na verzoek tot aanvulling van de aanvraag niet tijdig zijn ontvangen wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. 5.De toestemming wordt in ieder geval geweigerd indien: het eigen materiaal technisch niet inpasbaar is binnen de beschikbare ruimte op de markt zoals aangegeven op de tekeningen in bijlage 1; het eigen materiaal niet voldoet aan de in artikel 19 genoemde eisen. Artikel19Eisen eigen materiaal 1.Voorwaarden voor het gebruik van verkoopwagens: inpasbaar zijn binnen de afmetingen van de standplaatsen (2.1 x 3.8 x 2.6 m); inpasbaar volgens brancheverdeling; praktisch inpasbaar gezien structurering van het marktterrein; logistiek inpasbaar in de kramenopstelling; de zijkanten van de verkoopwagen dienen open te kunnen; representatief uiterlijk; deugdelijke kwaliteit. 2.Voorwaarden voor het gebruik van parasol(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.