← Nederland

Financiële verordening gemeente Heemstede (Heemstede)

Financiële verordening gemeente Heemstede Titel

  1. Inleidende bepalingen Artikel
  2. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: Administratie Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie voor het besturen, functioneren en beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Heemstede en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Administratieve organisatie Het geheel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. Doelmatigheid Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. Doeltreffendheid De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Financiële administratie Het onderdeel van de administratie dat het systematisch vastleggen van financiële feiten omvat van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Heemstede, om zo te komen tot: inzicht in de financieel-economische positie; het (dagelijks) financieel beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. Financieel beheer Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van de rechten van de gemeente Heemstede. Materiële vaste activa met een economisch nut Dit zijn activa die verhandelbaar zijn of een opbrengst kunnen genereren. Voorbeelden hiervan zijn gebouwen (verhandelbaar) of riolering (opbrengst in de vorm van rioolrecht), Materiële vaste activa in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut Dit zijn investeringen in activa die geen middelen genereren en die niet verhandelbaar zijn (er is geen markt voor). Het gaat hierbij om bruggen, wegen, openbaar groen etc. Rechtmatigheid Het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen en raadsbesluiten. Sector Iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college. Titel
  3. Begroting en verantwoording Artikel
  4. Programma-indeling
  5. De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor de komende raadsperiode vast.
  6. De raad stelt per programma vast: wat het programma omvat; wat de doelstellingen zijn; wat de voorgenomen activiteiten zijn; wat de begrote baten en lasten zijn.
  7. Het college stelt door het SMART maken van de programma’s relevante indicatoren voor met betrekking tot het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid (SMART= Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Reëel en Tijdgebonden).
  8. De raad stelt de indicatoren waarmee het programma SMART is gemaakt vast.
  9. De vastgestelde indicatoren zullen in zowel in de begroting als in de jaarstukken opgenomen worden. Artikel 2A. Overgangsbepaling
  10. In tegenstelling tot het bepaalde in artikel 28 treedt artikel 2 lid 3 gefaseerd in werking. Met ingang van de begroting 2008 zullen jaarlijks programma’s uit het begrotingsjaar SMART worden gemaakt totdat alle programma’s smart geformuleerd zijn en voorzien zijn van relevante indicatoren. Artikel
  11. Uitgangspunten van de begroting
  12. Het college biedt uiterlijk 1 juni van het lopende jaar een kadernota aan met daarin de begrotingsuitgangspunten voor het komende begrotingsjaar. De kadernota bevat tevens een investeringsprogramma van nieuwe investeringen voor het lopend jaar, het komend begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren. Tevens wordt een meerjarenbegroting voor de komende vier begrotingsjaren opgenomen. Artikel
  13. Inrichting begroting en jaarstukken
  14. Met de programma-begroting wordt een overzicht gegeven van de productenraming overeenkomstig de vastgestelde programma-indeling. In het jaarverslag wordt een overzicht gegeven van de productrealisatie overeenkomstig de vastgestelde programma-indeling.
  15. De programma-begroting bevat een investeringsprogramma van nieuwe investeringen voor het begrotingsjaar en de hierop volgende drie jaren. Hierin wordt per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. Het jaarverslag bevat een overzicht van lopende investeringen met daarbij het geautoriseerde investeringskrediet en de uitputting van het krediet.
  16. De programma-begroting bevat tevens een meerjarenraming voor de eerste drie jaren volgend op het begrotingsjaar
  17. Het jaarverslag waarvan de jaarrekening onderdeel uitmaakt bevat de programmaverantwoording en de paragrafen genoemd in lid
  18. De jaarrekening bevat de balans met toelichting, de programmarekening met toelichting en een analyse van het rekeningsresultaat met bestemmingsvoorstel.
  19. Zowel de programma-begroting als het jaarverslag bevatten in ieder geval de volgende paragrafen: lokale heffingen; weerstandsvermogen; onderhoud kapitaalgoederen; financieringsparagraaf; bedrijfsvoering; verbonden partijen; grondbeleid. Artikel
  20. Autorisatie (begroting), investeringskredieten en begrotingswijzigingen
  21. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale baten en de totale lasten per programma.
  22. Het college is bevoegd overschrijdingen van de geautoriseerde lasten en onderschrijdingen van de geautoriseerde baten te dekken uit het in de begroting onder onvoorzien opgenomen bedrag. Bij de aanwending van de post onvoorzien wordt aan de hand van een collegebesluit een begrotingswijziging gemaakt.
  23. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen uit het investeringsprogramma voor het desbetreffende begrotingsjaar hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen uit het investeringsprogramma van het desbetreffende begrotingsjaar worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de begroting geautoriseerd.
  24. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen legt het college voor het aangaan van de verplichting een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor.
  25. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college privaatrechtelijke rechtshandelingen (investeringen, garantstellingen, aan- /verkoop onroerend goed ed.) aangaat die ingrijpende gevolgen (maatschappelijke aandacht voor het onderwerp of politieke gevoeligheid) kunnen hebben voor de gemeente. Indien het college een dergelijk besluit neemt op basis van, en overeenkomstig met een eerder door de raad vastgestelde en van toepassing zijnde gemeenschappelijke regeling, maakt dit besluit onderdeel uit van de bedrijfsvoering en is dit lid niet van toepassing. Artikel
  26. Tussentijdse rapportage
  27. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het lopend boekjaar middels respectievelijk de kadernota en de najaarsnota.
  28. De kadernota wordt de raad aangeboden voor 1 juni van het lopend boekjaar; de najaarsnota wordt voor 1 november van het lopend boekjaar aangeboden.
  29. De inrichting van de rapportages komt overeen met de programma-indeling uit de programma-begroting van het lopend boekjaar met uitzondering van de financiële rapportage rond de bedrijfsvoering dat als apart onderdeel wordt gepresenteerd.
  30. De rapportages gaan in op significante afwijkingen in de baten en lasten. Titel
  31. Financieel beleid Artikel
  32. Waardering en afschrijving vaste activa
  33. Er wordt uitsluitend op vaste activa afgeschreven.
  34. Activa met een aanschafwaarde lager dan € 10.000 worden ineens ten laste van de exploitatie gebracht. Dit geldt niet voor gronden en terreinen: deze worden altijd geactiveerd maar er wordt niet op afgeschreven
  35. Afschrijving vindt lineair plaats op basis van de aanschafwaarde (historische kostprijs) exclusief verrekenbare BTW maar inclusief toegerekende uren. Uitzondering hierop vormt de afschrijvingsmethodiek bij sportaccommodaties, sportvelden en hieraan gerelateerde activa. Deze afschrijving vindt annuïtair plaats omdat de kapitaallasten veelal worden gedekt door huuropbrengsten.
  36. Vervroegde afschrijving op vaste activa met een economisch nut is uitsluitend toegestaan indien het goed teniet gaat of vervreemd wordt; de raad kan besluiten op vaste activa met een maatschappelijk nut die geactiveerd zijn vervroegd af te schrijven.
  37. Afschrijving vindt voor het eerst plaats in het jaar na aanschaf.
  38. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden niet geactiveerd.
  39. Kosten van onderzoek en ontwikkeling en het saldo van agio en disagio kunnen worden geactiveerd en in maximaal vijf jaar afgeschreven.
  40. Investeringen in materiële vaste activa met een economisch nut (activa die verhandelbaar zijn of middelen kunnen genereren) worden geactiveerd.
  41. De onttrekking aan bestemmingsreserves ten behoeve van investeringen genoemd onder 8 van dit artikel worden niet verrekend met het investeringsbedrag (er wordt bruto geactiveerd). Bijdragen van derden die een rechtstreekse relatie hebben met de investering genoemd onder 7 worden wel op de investering in mindering worden gebracht.
  42. Investeringen in materiële vaste activa met een maatschappelijk nut in de openbare ruimte (niet verhandelbare activa die ook geen middelen genereren) worden geactiveerd behoudens: Wegen, openbare verlichting, verkeersborden en –tekens etc. waarvan de investeringswaarde maximaal € 100.000 bedraagt; Groenvoorzieningen waarvan de investeringswaarde maximaal € 50.000 bedraagt.
  43. Bijdragen van derden of de onttrekking aan bestemmingsreserves ten behoeve van investeringen vallend onder punt 10 van dit artikel worden verrekend met het investeringsbedrag (er wordt netto geactiveerd).
  44. Groot onderhoud wordt niet geactiveerd.
  45. Voor de afschrijvingstermijnen wordt verwezen naar bijgevoegde tabel “afschrijvingstermijnen vaste activa”. Artikel
  46. Voorziening voor oninbare vorderingen
  47. Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het historische percentage van oninbaarheid of op basis van een beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden. Artikel
  48. Reserves en voorzieningen
  49. Het college biedt tenminste eenmaal per raadsperiode een nota reserves en voorzieningen aan en rapporteert bij de begroting en jaarrekening over de ontwikkelingen met betrekking tot de reserves en voorzieningen. De nota behandelt: de vorming en besteding van reserves; de vorming en besteding voorzieningen; de toerekening en verwerking van rente over de reserves en de voorzieningen.
  50. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: het specifieke doel van de reserve; de voeding van de reserve. Artikel
  51. Kostprijsberekening
  52. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente Heemstede wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.
  53. Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van reserves en voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor rioolrechten en afvalstoffenheffing, de compensabele BTW.
  54. De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen en voorzieningen.
  55. De rekenrente voor nieuwe investeringen wordt door de raad bepaald op voorstel van het college. Artikel
  56. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen.
  57. De hoogte van de tarieven, rechten, heffingen en prijzen worden uiterlijk in december voorafgaand aan het begrotingsjaar door de raad vastgesteld.
  58. In de paragraaf “lokale heffingen” als bedoeld in artikel 4, lid 5 biedt het college jaarlijks bij de begroting en de jaarrekening inzicht in de tarieven van de onroerende zaakbelasting, rioolrecht en afvalstoffenheffing. Artikel
  59. Financieringsfunctie
  60. Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie zorg voor het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te kunnen voeren: het beheersen van de risico’s verbonden aan de financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en kredietrisico’s; het beperken van de kosten van de leningen en het bereiken van een voldoende rendement op de uitzettingen; het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
  61. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de volgende richtlijnen in acht: het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een Aa-rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende rating-agency; overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd intact is; voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1 jaar worden tenminste 3 prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties luiden in euro’s; voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te worden overschreden.
  62. Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van middelen, verstrekkingen van garanties en financiële participaties.
  63. Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit treasurystatuut. Het college zendt het treasury-statuut ter kennisgeving aan de raad. Artikel
  64. Registratie activa en vermogen
  65. Het college draagt zorgt voor een actuele registratie van alle geactiveerde activa.
  66. Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de ontwikkeling van de geactiveerde activa en het vermogen van de gemeente systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd.
  67. Bij afwijkingen in de registratie van activa of vermogen neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. Titel 3A. Paragrafen Artikel
  68. Lokale heffingen
  69. Het college biedt jaarlijks bij de begroting en de jaarrekening in de paragraaf lokale heffingen inzicht in: de geraamde inkomsten lokale heffingen; de tarieven van de belangrijkste lokale heffingen (ozb, rioolrecht en afvalstoffenheffing); het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de belangrijkste lokale heffingen (ozb, rioolrecht en afvalstoffenheffing); een aanduiding van de lokale lastendruk voor een woning met een gemiddelde Heemsteedse woz-waarde; een beschrijving van het lokale kwijtscheldingsbeleid; de kostendekkendheid van de belangrijkste lokale heffingen. Artikel
  70. Weerstandsvermogen en risicomanagement
  71. Het college biedt jaarlijks bij de begroting en de jaarrekening in de paragraaf weerstandsvermogen inzicht in het risicomanagement, het opvangen van risico’s door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. Tevens wordt de gewenste weerstandscapaciteit bepaald.
  72. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken de risico’s van materieel belang en een inschatting van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het college brengt hierbij in elk geval de risico’s in beeld en actualiseert de risico’s.
  73. Het college geeft de beschikbare weerstandscapaciteit aan in de begroting en de jaarstukken. Artikel
  74. Onderhoud kapitaalgoederen
  75. Het college geeft bij de begroting en de jaarrekening in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen inzicht in het beheer van de kapitaalgoederen, bestaande uit: Wegen en bruggen; openbare verlichting; watergangen; verkeersregelinstallaties; gemeentelijke woningen en gebouwen; wandelplaatsen en plantsoenen; wandelbos Groenendaal; begraafplaats; riolering; wagenpark. In deze paragraaf komt tevens tot uitdrukking op basis van de welke beleidsmatige kaders de hiervoor genoemde kapitaalgoederen beheerd worden.
  76. Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan de hiervoor genoemde kapitaalgoederen in lid
  77. Artikel
  78. Financiering
  79. Bij de begroting en de jaarstukken rapporteert het college in de paragraaf financiering in ieder geval over: de kasgeldlimiet; de renterisico norm; de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; de rentevisie en de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie. Artikel
  80. Bedrijfsvoering
  81. Het college biedt jaarlijks in de paragraaf bedrijfsvoering inzicht in de stand van zaken en beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
  82. Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a Gemeentewet. Artikel
  83. Verbonden partijen
  84. Het college biedt jaarlijks bij de begroting en de jaarrekening in de paragraaf verbonden partijen inzicht in de stand van zaken en beleidsvoornemens ten aanzien van de verbonden partijen.
  85. Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven: vestigingsplaats; rechtsvorm; activiteiten; financieel belang; bestuurlijk belang; kerncijfers verbonden partij (indien van toepassing: eigen vermogen, jaarresultaat voorgaand jaar, dividenduitkering voorgaand en komend jaar, gemeentelijke bijdrage komend jaar).
  86. In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het beëindigen van bestaande verbonden partijen en het wijzigen van bestaande verbonden partijen. Artikel
  87. Grondbeleid
  88. Het college biedt jaarlijks bij de begroting en de jaarrekening in de paragraaf grondbeleid inzicht in de stand van zaken en beleidsvoornemens met betrekking tot het in hoofdzaak faciliterende grondbeleid van de gemeente Heemstede. Artikel
  89. Subsidies
  90. Het college geeft jaarlijks een overzicht van de subsidies aan instellingen en ondernemingen. Titel
  91. Financieel beheer en interne controle Artikel
  92. Administratie
  93. De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel, in de sectoren en de afdelingen/bureaus; het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot en de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; het verschaffen van informatie over de indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. Artikel
  94. Financiële administratie Het college draagt er zorg voor dat: de inrichting en de werking van de financiële administratie voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving; de financiële administratie de informatie bevat die nodig is voor het bepalen van de omvang van de activa, vorderingen, schulden, balanspositie etc.; de financiële administratie de budgethouders informatie verschaft over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties. Deze informatie wordt de budgethouders periodiek verstrekt; de voorgeschreven informatie verstrekt wordt aan het rijk, de provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen die de gemeenten specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen. Artikel
  95. Interne controle
  96. Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, de rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties voor een jaarlijkse interne toetsing. De toetsing richt zich op de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen.
  97. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. Artikel
  98. Misbruik en oneigenlijk gebruik
  99. Het college zorgt voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen en legt hiertoe regels vast. Titel
  100. Financiële organisatie Artikel
  101. Financiële organisatie
  102. Het college draagt de zorg voor en legt vast: een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de sectoren; een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten; de regels voor opdrachtverlening; de te maken afspraken met de diensten over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen. Artikel
  103. Aanbesteding en inkoop
  104. Het college zorg voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van werken, goederen en diensten. Titel
  105. Slotbepalingen Artikel
  106. Inwerkingtreding
  107. Deze verordening treedt in werking met ingang van 22 december
  108. Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële verordening artikel 212 gemeente Heemstede”, vastgesteld in de raad van 30 oktober 2003 en in de plaats van de nota “waardering en afschrijving” vastgesteld in de raad van 31 maart
  109. Bij de opstelling van de jaarstukken 2006 zal overeenkomstig deze verordening worden gewerkt. Artikel
  110. Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële verordening gemeente Heemstede”. Vastgesteld bij raadsbesluit van 21 december 2006, nr. 81 Afschrijvingstermijnen vaste activa. Bijlage bij artikel 7, lid 13 van de “financiële verordening artikel 212 gemeente Heemstede”. Afschrijving Activa Lineair Annuïtair Termijn Sportterreinen Voetbalvelden x 15 jaar Toplaag kunstgrasvelden x 10 jaar Onderbouw kunstgrasvelden x 20 jaar Hekwerken x 20 jaar Veldverlichting (excl.lampen) x 20 jaar Lampen veldverlichting x 10 jaar Gebouwen Bouwkosten x 40 jaar Verbouwkosten: gebruiksduur verlengend x 40 jaar Verbouwkosten niet gebruiksduur verlengend x 25 jaar Uitbreiding x 40 jaar Sportcomplex Bouwkosten x 40 jaar Technische installatie x 20 jaar Warmtekrachtinstallatie x 10 jaar Dakbedekking x 10 jaar Zwembadfilters x 10 jaar Renovatie horeca-gedeelte x 10 jaar Weg- en waterbouw Aanleg x 50 jaar Herinrichting x 30 jaar Reconstructie x 30 jaar Geluidwerende voorzieningen x 10 jaar Rioleringen x 60 jaar Renovatie vijzelgemalen x 30 jaar Verkeersinstallaties x 15 jaar Openbare verlichting x 30 jaar Damwanden/beschoeiingen x 30 jaar Gemeentelijk rioleringsplan x 5 jaar Voorzieningen grondwaterbeheer x 30 jaar Afschrijving Activa Lineair Annuïtair Termijn Groen/plantsoenen Aanleg x 50 jaar Herinrichting/renovatie x 30 jaar Composteerinstallatie x 20 jaar Onderwijs Schoolgebouw: bestaand x 60 jaar Schoolgebouw: nieuwbouw x 40 jaar Uitbreiding schoolgebouwen x 40 jaar Gymnastieklokalen: bestaand x 60 jaar Gymnastieklokalen: nieuwbouw x 40 jaar Gymnastieklokalen: verbouwing x 25 jaar Eerste inrichting, meubilair x 15 jaar Onderwijsleerpakket x 15 jaar Brandbeveiliging x 10 jaar Aanzienlijke delen schoolgebouw 1op basis van raadsbesluit van 19-12-2002, nr.93 x 25 jaar Tijdelijke uitbreiding huisvesting x 15 jaar Kantoorinrichting Meubilair x 10 jaar Technische installaties x 8 jaar Telefooncentrale x 8 jaar Computers pc’s en kantoorautomatisering x 4 jaar Servers x 4 jaar Software (excl.anti-virus en firewall) x 5 jaar Website x 3 jaar Contentmanagementsysteem website x 3 jaar Licenties x 2 jaar Bedrijfsmiddelen Vracht- en bestelauto’s x 8 jaar Aanhangers x 9 jaar Tractoren x 9 jaar Afschrijving Activa Lineair Annuïtair Termijn Brandweer Ladderwagen x 15 jaar Tankautospuit x 12 jaar personenauto Officier van dienst x 8 jaar C2000 apparatuur x 8 jaar Headsets x 5 jaar Kazerne x 40 jaar Brandweerlaarzen x 5 jaar Noodaggregaat x 10 jaar Uitrukkleding, helmen etc. x 8 jaar Persluchtapparatuur x 10 jaar Reduceerventielen persluchtapparatuur x 8 jaar Hulpverleningsmateriaal x 8 jaar Motorspuitaanhanger x 10 jaar Bibliotheek Gebouw x 40 jaar Automatisering x 4 jaar Uitleenbalie, meubilair x 10 jaar Boekbeveiligingssysteem x 10 jaar Zelfbedieningsbalies x 15 jaar Het oude slot Verbouwing x 25 jaar Dakbedekking x 25 jaar Op de volgende activa wordt niet afgeschreven: Gronden Geen afschrijving Software: firewall ineens ten laste van de exploitatie Software: anti-virus ineens ten laste van de exploitatie Onderhoud wegen en bruggen tot € 100.000 ten laste van voorziening en/of exploitatie Onderhoud groen tot € 50.000 ineens ten laste van de exploitatie Koffie- en theeapparatuur ineens ten laste van de exploitatie Brandkranen ineens ten laste van de exploitatie

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.