HUISVESTINGSVERORDENING ZUID-KENNEMERLAND 2007 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening wordt een groot aantal vaste begrippen gebruikt. Een uitleg hiervan is opgenomen in bijlage II. Artikel 2 Overeenkomsten 1. Het college kan met eigenaren van woonruimte overeenkomsten (als bedoeld in artikel 4 van de wet) sluiten over het in gebruik geven van woonruimte. Zij nemen hierbij hoofdstuk 1, 2 en 3 van deze verordening in acht. Daar waar er in het Convenant opgenomen in bijlage III van deze verordening afspraken zijn gemaakt over een onderwerp, treden deze in de plaats van de desbetreffende bepalingen in hoofdstuk 1, 2 en 3 van de verordening. 2. De overeenkomsten dienen een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte te bevorderen. De overeenkomsten worden voor de inwerkingtreding en ondertekening ter kennis gebracht aan de raadscommissie die het college adviseert over de volkshuisvesting. De inhoud van de overeenkomsten wordt in ruime mate bekend gemaakt aan de inwoners van de regio Zuid-Kennemerland en andere belanghebbenden. 3. Als het college overeenkomsten sluit als bedoeld in lid 1 wordt een klachtencommissie ingesteld. Zij nemen hierbij artikel 4, lid 2 van de wet in acht. Artikel 3 Ingebruikneming 1. Het is verboden zonder vergunning van het college woonruimte (woning, standplaats of ligplaats) in gebruik te nemen of geven, als de huurprijs lager of gelijk is aan de huurprijsgrens of de koopprijs lager of gelijk is aan de koopprijsgrens. 2. Lid 1 is niet van toepassing op woonruimten als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de wet (inwoning, woonwagens, woonschepen en bejaardenoorden). Artikel 4 Procedure voor het aanvragen van een vergunning De aanvraag voor een huisvestingsvergunning, een vergunning voor onttrekken, samenvoegen, splitsen of omzetten van woonruimte of een urgentieverklaring worden schriftelijk ingediend bij het college. Behandeling hiervan volgt als: de aanvraag is ingediend via het daarvoor bestemde formulier dat volledig is ingevuld en ondertekend; nadere gegevens of bescheiden, noodzakelijk voor het toetsen van de aanvraag aan deze verordening, zijn verstrekt; indien nadere gegevens of bescheiden ontbreken wordt de aanvrager twee weken in de gelegenheid gesteld het ontbrekende in te leveren. Artikel 5 Intrekken vergunning Het college kan een verleende vergunning intrekken als: niet binnen de in de vergunning gestelde termijn van de vergunning gebruik is gemaakt; de vergunning is verleend op grond van door de aanvrager verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren. Hoofdstuk 2 De huisvestingsvergunning Artikel 6 Werkingsgebied Dit hoofdstuk is van toepassing op alle woningen onder de huurprijsgrens en koopprijsgrens voor zover er hierna of in het convenant opgenomen in bijlage III niet van wordt afgeweken. Artikel 7 Voorwaarden voor verlening huisvestingsvergunning 1. Het college verleent de vergunning als tenminste één van de leden van het huishouden dat de vergunning aanvraagt, behoort tot de in de artikelen 8 en 9 van deze verordening en artikel 9, lid 2 van de wet genoemde categorieën. 2. Voor een huurwoning gelden in aanvulling op lid 1 nadere voorwaarden: de woonruimte wordt volgens de artikelen 10 en 11 passend geacht; de eigenaar is aantoonbaar bereid de woning te verhuren. 3. Voor een standplaats voor een woonwagen gelden in aanvulling op lid 1 de volgende voorwaarden: de eigenaar van de standplaats is aantoonbaar bereid deze aan de standplaatszoekende in gebruik te geven; de standplaatszoekende komt voor een standplaats in aanmerking overeenkomstig de in artikel 12 opgenomen volgordebepaling. 4. Voor een ligplaats voor een woonschip gelden in aanvulling op lid 1 de volgende voorwaarden: de ligplaats is door de raad of het college als zodanig aangewezen; de eigenaar van de ligplaats is aantoonbaar bereid deze aan de ligplaatszoekende in gebruik te geven. 5. In afwijking van lid 2b wordt een principe-huisvestingsvergunning afgegeven als de eigenaar niet bereid is de woonruimte te verhuren en de aanvraag is gedaan met het oog op het bepaalde in de artikelen 267 lid 6, 268 lid 3 of 270 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en de aanvrager voldoet aan het gestelde in lid 1 en lid 2a. 6. De vergunning wordt geweigerd als verlening hiervan ertoe zou leiden dat aanvrager meer dan één woning in gebruik heeft. 7. Op of bij de vergunning is de volgende informatie vermeld: binnen 2 maanden kan van de vergunning gebruik worden gemaakt; de naam (namen) van de vergunninghouder(s); het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt. Artikel 8 Toelating Om in aanmerking te kunnen komen voor een huisvestingsvergunning dient de aanvrager of dienen de aanvragers meerderjarig te zijn volgens de bepalingen van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 9 Ingezetenschap, economische en maatschappelijke binding 1. Ten minste één van de meerderjarige leden van het huishouden moet: ingezetene zijn van de regio Zuid-Kennemerland of van de gemeente Haarlemmermeer of maatschappelijk of economisch gebonden zijn aan de regio of behoren tot diegenen die gelijkgesteld zijn aan economisch gebondenen. 2. In afwijking van lid 1 geldt de eis van binding niet bij woningruil. Artikel 10 Verhouding inkomen-huurprijs 1. Het inkomen van het huishouden moet in redelijke verhouding tot de huurprijs staan. Voor de bepaling van deze verhouding hanteert het college de tabel opgenomen in bijlage I van deze verordening. Deze verhouding is niet van toepassing op de huurtoeslag als bepaald in artikel 34. 2. Voor woonruimte van eigenaren met wie geen convenant is afgesloten, en waarvan de huurprijs ligt beneden de huurprijsgrens zoals opgenomen in bijlage I, artikel 1, lid 2 van deze verordening, wordt bij voorrang vergunning verstrekt aan een huishouden dat volgens de in bijlage I, artikel 1 lid 2 opgenomen tabel passend is. 3. Voor de bepaling van het inkomen gelden de volgende regels: als geen aanslag voor de inkomstenbelasting is opgelegd, geldt als bewijsstuk het laatste inkomstenbewijs van de werkgever(
(2009)Boven € 2526,- vanaf € 400,- Gewijzigd bij besluiten van burgemeester en wethouders van 27 mei 2008 en 30 juni 2009. BIJLAGE II: Begripsomschrijvingen a. aftoppingsgrens rekenhuur als bedoeld in Artikel 20 van de Wet op de huurtoeslag waarboven het college, als omschreven in Artikel 38 van de Wet op de huurtoeslag, moet toezien dat het aantal gevallen, waarin huurtoeslag wordt toegekend, beperkt blijft; b. besluit het Huisvestingsbesluit; c. college het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem; d. convenant het convenant woonruimteverdeling. Hierin zijn opgenomen afspraken met de corporaties en andere wooneigenaren over de verdeling van woningen door advertenties; e. corporatie toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70, eerste lid of artikel 2, eerste lid van de Woningwet (Stb. 1991, 439); f. economische binding binding van een persoon aan de regio Zuid-Kennemerland, welke is gelegen in het redelijke belang dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan, heeft om zich in deze regio te vestigen. Er is in elk geval sprake van economische binding als men voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid tijdens een aantal uren dat gelijk is aan ten minste de helft van het aantal uren dat een volledige werkweek uitmaakt binnen diens beroepsgroep, binnen of vanuit dat gebied. Bij “duurzaam verrichten van arbeid” is inbegrepen: a. een standaardarbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (met een minimum van 1 jaar, waarbij de mogelijkheid van verlenging is opgenomen) of b. een standaardarbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op projectbasis voor een periode die langer is dan 1 jaar. Aan groepen woningzoekenden die behoren tot één van de categorieën genoemd in artikel 13c van de wet wordt de eis van economische binding niet gesteld; g. eigenaar het daarover in artikel 1, lid 2 van de wet bepaalde; h. huishouden - een alleenstaande danwel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding (willen gaan) voeren. Het voeren of willen gaan voeren van een gemeenschap-pelijke huishouding wordt tot uitdrukking gebracht door het vormen van een economische eenheid en in het gezamenlijk ondertekenen van het huurcontract; - meeverhuizende kinderen (of daarmee gelijkgestelde) maken deel uit van het huishouden van de ouders (of daarmee gelijkgestelde). Een kind (of daarmee gelijkgestelde) kan slechts tot één huishouden behoren; I huurprijs de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woning, uitgedrukt in een bedrag per maand. Voor een standplaats voor een woonwagen of een ligplaats voor een woonschip: het bedrag dat is verschuldigd voor het innemen van die standplaats, of ligplaats, uitgedrukt in een bedrag per maand; j. huurprijsgrens de huurprijs waarboven in de regio Zuid-Kennemerland geen huisvestings-vergunning verplicht. Dit is gelijk aan de maximale huurgrens voor de huurtoeslag k. inkomen Het rekeninkomen zoals omschreven in artikel 1 onder i van de Wet op de huurtoeslag; l. ingezetene degene die gedurende tenminste twee jaren aaneengesloten in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van een gemeente in de regio of in de gemeente Haarlemmermeer is opgenomen en feitelijk in de regio of de gemeente Haarlemmermeer hoofdverblijf heeft en gedurende deze periode niet in strijd met de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007 zonder huisvestingsvergunning een woonruimte in gebruik heeft; m. inwoning het bewonen van woonruimte die onderdeel uitmaakt van woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; n. klachtencommissie de commissie als bedoeld in artikel 4, lid 2 van de wet; o. koopprijs de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte is of zal worden betaald; p. koopprijsgrens de koopprijs waarboven geen huisvestingsvergunning verplicht is. Deze bedraagt € 136.134,--; q. ligplaats de door de raad of het college aangewezen plaats, waar een woonschip mag liggen; r. maatschappelijke binding binding van een persoon aan de regio Zuid-Kennemerland. Deze wordt alleen aangenomen als men in de afgelopen tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van deze regio; s. maatschappelijk onaanvaardbaar de situatie waarin een ingezetene zich bevindt waarbij, - het jongste kind minderjarig is en - er zeer ernstige medische of psychische problemen zijn bij een van de gezinsleden, die door de huidige woonsituatie worden versterkt dan wel de huidige situatie onhoudbaar maken en - verhuizen de enige oplossing is; t. onzelfstandige woonruimte woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, zonder eigen toegang, die niet door een huishouden kan worden bewoond, zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; u. onttrekkingsvergunning de vergunning tot onttrekking van woonruimte als beschreven in hoofdstuk 5 van deze verordening en als bedoeld in artikel 30 van de wet; v. raad de gemeenteraad van Heemstede w. regio de regio Zuid-Kennemerland waaronder de gemeenten Bennebroek, Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Heemstede en Zandvoort vallen; X relatief schaarse woonruimte woonruimte die op het moment van de beoordeling zodanig schaars is dat de verhouding tussen vraag en aanbod op meer gespannen voet staat dan bij andere woningtypen of soortgelijke woningen in andere delen van de regio; y. splitsingsvergunning vergunning als bedoeld in artikel 33 van de wet; z. standplaats een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Woningwet (Stb. 1991, 439); aa. vergunning de huisvestingsvergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet; bb. wet de Huisvestingswet; cc. woningruil het door twee of meer huishoudens wederkerig in gebruik nemen van elkaars zelfstandige woonruimte voor permanente bewoning; dd. woonruimte besloten ruimte die, al dan niet samen met één of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden, tenzij die woonruimte bestemd is voor inwoning. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen worden onder woonruimte ook begrepen: a. een woonwagen; b. een standplaats voor een woonwagen; c. een ligplaats voor een woonschip; ee. woonschip woonschip als bedoeld in artikel 1 van de wet; ff. woonwagen een wagen als bedoeld in artikel 1 van de wet; gg. woonwagenlocaties de locaties met standplaatsen voor woonwagens zoals deze door de gemeenteraad zijn aangewezen; hh. zelfstandige woonruimte woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woonruimte. BIJLAGE III behorende bij de Huisvestingsverordening Convenant inzake regionale woonruimteverdeling tussen de gemeenten Bennebroek, Bloemendaal, Haarlemmerliede Spaarnwoude, Haarlem, Heemstede en Zandvoort en de corporaties voor de periode 1-1-2007 tot 1-1-2012 De gemeenten Bennebroek, Bloemendaal, Haarlemmerliede Spaarnwoude, Heemstede, Haarlem en Zandvoort ten dezen krachtens volmacht vertegenwoordigd door de gemachtigde wethouders volkshuisvesting, hierna te noemen “de gemeenten” en de corporaties Brederode, Elan Wonen, EMM, Pré Wonen en Woonmaatschappij, ten dezen vertegenwoordigd door de directeuren/bestuurders, hierna te noemen de corporaties Gelet op het bepaalde in de Huisvestingswet, het Huisvestingsbesluit en de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007. Overwegende dat corporaties en gemeenten op grond van het Besluit Beheer Sociale Huursector (BBSH) en van de Huisvestingswet onderscheiden verantwoordelijkheden hebben op het terrein van de volkshuisvesting, dat, uitgaande van deze onderscheiden verantwoordelijkheden, vertrouwen hebbende in een gezamenlijke doelstelling, namelijk een helder, transparant, betaalbaar en rechtvaardig regionaal woonruimteverdelingsysteem, dat op basis van gelijkwaardigheid binnen de beleidscommissie zal worden samengewerkt op het terrein van de regionale woonruimteverdeling, dat tussen de gemeenten en de corporaties al meerdere afspraken bestaan over de verdeling van woningen van de corporaties en een ieder zijn verantwoordelijkheden; dat de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de bereikbare huurwoningen tot het directe taakgebied van de corporaties behoort, dat dit convenant alleen betrekking heeft op huurwoningen van corporaties met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens. Dat alle partijen zich zullen houden aan de prestatieafspraken deel uitmakend van dit convenant, opgenomen in bijlage 1, Prestatieafspraken bij het Convenant Woonruimteverdeling Verklaren de volgende regeling betreffende de verdeling van woonruimte overeen te komen: I. Definities Artikel 1 De begripsbespalingen als bedoeld in artikel 1 van de Huisvestingsverordening zijn van toepassing op dit convenant. In dit convenant wordt verstaan onder: Beleidscommissie: Commissie belast met taken op het gebied van woonruimteverdeling als omschreven in artikel 3 van dit Convenant. Huisvestingsverordening: de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007. Huurtoeslaggrens: grens voor de huurtoeslag als bedoeld in artikel 13 Wet op de Huurtoeslag Passendheidstabel: Tabel met passend aantal kamers voor aantal bewoners, vastgelegd in artikel 11 lid 2 van de Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland 2007 Passendheidstoets: Verzoek aan de gemeente om aan te geven of de aanvrager huurtoeslag passend is gaan wonen met zijn inkomen in verhouding tot de huurprijs als bedoeld in artikel 20 Wet op de huurtoeslag. Systeemwoningen: Alle woningen die worden toegewezen volgens de richtlijnen vastgelegd in dit convenant met uitzondering van toewijzing aan urgenten, statushouders, contingenten en toewijzingen via de vrije ruimte Vrije ruimte: Woningen die ten behoeve van maatwerk kunnen worden toegewezen door de corporatie met daarvoor verminderde regels als omschreven in artikel 7 lid 8 van dit convenant. II Taakverdeling op hoofdlijnen Artikel 2 De corporaties dragen zorg voor een gezamenlijk, centraal register van woningzoekenden. De corporaties dragen tevens zorg voor de invoering en instandhouding van ten minste één fysiek informatie en inschrijfpunt in de regio Zuid-Kennemerland. Voor alle woningzoekenden in de regio Zuid-Kennemerland, moet het mogelijk zijn om zich in te laten schrijven in dit register. De corporaties dragen zorg voor de instelling en instandhouding van de frontoffice(
- s)en een regionale backoffice. De corporaties verdelen alle bij de corporaties voor de verhuur beschikbaar komende woningen onder de huurtoeslaggrens en verrichten daartoe alle uitvoerende handelingen, met inachtneming van de in dit convenant gemaakte afspraken. De corporaties geven woningzoekenden met een urgentieverklaring als omschreven in de artikelen 14, 15 en 16 van de Huisvestingsverordening bij reactie op een passende huurwoning voorrang op woningzoekenden zonder urgentie. De gemeenten beperken hun praktische bemoeienis met de woonruimteverdeling tot de toetsing van de door de corporaties op basis van dit convenant geleverde prestaties aan het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid en de verantwoordelijkheid die de gemeenten dragen bij urgenten, contingenten en statushouders. III. Nadere uitwerking van de taken Artikel 3. Uitvoerende taakverdeling De corporaties dragen zorg voor de instelling en instandhouding van tenminste één frontoffice voor de regio Zuid-Kennemerland ten behoeve van een goede en bereikbare dienstverlening voor de woningzoekenden. Per 1 januari 2007 wordt de “beleidscommissie woonruimteverdeling” opgericht. De voorzitter van de Beleidscommissie wordt aangewezen door de voorzitter van het Regionaal Overleg Sociale Verhuurders van de regio Zuid-Kennemerland. De beleidscommissie woonruimteverdeling bestaat uit een vertegenwoordiging van de gemeenten uit de regio Zuid-Kennemerland en de bij dit convenant betrokken corporaties. De beleidscommissie heeft als taak het bewaken van het behoud en het verbeteren van een helder, transparant, betaalbaar en rechtvaardig regionaal woonruimteverdelingsysteem. De beleidscommissie levert hiervoor gevraagd en ongevraagd advies, ontwikkelt voorstellen voor beleid en doet voorstellen voor aanpassingen van het woonruimteverdelingsysteem, de vrije ruimte van de corporaties bij de toewijzing, regelgeving in de (huisvestings-) verordeningen en afspraken in het convenant Woonruimteverdeling. Wanneer wordt geconstateerd dat één van de convenantpartijen handelt anders dan in de geest van dit convenant, dan licht de beleidscommissie woonruimteverdeling de overige convenantpartijen in. De corporaties leveren de beleidscommissie de benodigde gegevens voor het functioneren van de beleidscommissie Voorstellen voor experimenten op het gebied van woonruimteverdeling worden voorafgaand aan de experimenten ter goedkeuring voorgelegd aan de Beleidscommissie. Gedurende een experiment wordt aan de Beleidscommissie gerapporteerd over de gang van zaken. Na afronding van het experiment wordt de evaluatie met de bevindingen door de uitvoerders van het betreffende experiment voorgelegd aan de Beleidscommissie. De Beleidscommissie kan tussentijds bepalen dat het experiment moet worden stopgezet. Artikel 4. Decentrale inschrijving, centrale registratie De corporaties dragen zorg voor de inschrijving van woningzoekenden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 6 van dit convenant. De corporaties leggen daartoe een centraal register aan en houden dit in stand en actueel. Woningzoekenden kunnen zich bij de frontoffice(
- s)aanmelden als woningzoekende. De corporaties dragen er zorg voor dat woningzoekenden zich ook via internet kunnen laten registreren. De maximaal toegestane bijdrage voor inschrijving en verlenging is € 30,- per aanvraag (jaarlijks te indexeren) De eerste inschrijving is geldig voor de duur van 5 jaar, na deze periode is het mogelijk de inschrijving te verlengen. Aanpassing van de duur en hoogte van de bijdrage van de eerste inschrijving of de verlenging van de inschrijving wordt bepaald door de beleidscommissie. Er geldt voor de gehele regio een gelijk bedrag. Zes weken voor het verstrijken van de termijn van inschrijving wordt de woningzoekende gewezen op het verstrijken van de termijn. Indien men de inschrijving wil verlengen dient men binnen zes weken de kosten voor de verlenging te voldoen. De inschrijving vervalt indien de betaling niet binnen 6 weken is ontvangen. Artikel 5. Werkingsgebied Onder het werkingsgebied van dit convenant vallen alle huurwoningen van de corporaties onder de huurtoeslaggrens (€ 615,00 per 1 juli 2006). Artikel 6. Toelating a.In beginsel komt een ieder voor inschrijving en toewijzing van een woning in aanmerking, met dien verstande dat zij moeten voldoen aan artikel 8 en 9 van de Huisvestingsverordening. Artikel 7. Aanbieding en toewijzing van woningen Voor toewijzing moet de kandidaat in het bezit zijn van een Huisvestingsvergunning als bedoeld in Artikel 3 van de Huisvestingsverordening en nader omschreven in hoofdstuk 2 van de Huisvestingsverordening. De corporaties dragen zorg voor informatievoorziening richting de woningzoekenden over de wijze waarop de verdeling van huurwoningen in de regio plaatsvindt. De corporaties bieden voor de verhuur ter beschikking komende woningen gezamenlijk aan en de advertenties dienen voor alle woningzoekenden toegankelijk te zijn, de gezamenlijk aangeboden woningen worden de systeemwoningen. Wanneer een kandidaat huurder in aanmerking komt voor het bezichtigen van een woning als gevolg van het reageren op de aangeboden woning dient deze op de afspraak voor de bezichtiging aanwezig te zijn. Wanneer de kandidaat huurder niet in staat is om aan de afspraak te voldoen dient de kandidaat huurder tijdig af te berichten. Bij niet tijdig afberichten of nakomen van de afspraak wordt de eerste maal een waarschuwing gegeven. Bij een tweede maal niet tijdig afberichten zal de kandidaat huurder tot twee maanden na de afspraak niet mogen reageren op een aangeboden huurwoning via het woonruimteverdelingsysteem. De corporaties leggen van alle verhuringen van systeemwoningen verantwoording af aan de woningzoekenden via (tenminste) de internetsite. De omvang van het huishouden moet in redelijke verhouding staan tot de grootte van de woning. Bij de bepaling voor welke huishoudens een woning passend is qua grootte, houden de corporaties rekening met de passendheidstabel, opgenomen in artikel 11 van de Huisvestingsverordening. Zij kunnen hiervan -gemotiveerd- afwijken. Bij de bepaling voor welke huishoudens een woning passend is qua inkomen, houden de corporaties rekening met artikel 4 van de Tijdelijke regeling diensten van algemeen economisch belang toegelaten instellingen volkshuisvesting. Hierin is bepaald dat tenminste 90% van haar woningen met een huurprijs gelijk of lager dan de huurtoeslaggrens, wordt toegewezen aan woningzoekenden met een huishoudinkomen dat niet hoger is dan € 33.614,--. De overige 10% wordt toegewezen aan urgenten met een huishoudinkomen boven de € 33.614,--. Het restant wordt toegewezen aan woningzoekenden met een inkomen tot en met € 40.000,--. Voorts kunnen corporaties, na aftrek van het aantal woningen dat jaarlijks wordt toegewezen aan urgenten, ten hoogste 30% per corporatie van hun jaarlijks aangeboden bezit gebruiken als zijnde geen systeemwoningen en buiten het systeem om toewijzen. Deze vrijheid wordt gegeven om volkshuisvestelijke doelstelling te bereiken zoals doorstroming, uitvoeren van wijzigingen in het overheidsbeleid, bevorderen van leefbaarheid in de buurt of het bevorderen van passend wonen en het klantgericht kunnen opereren. De kandidaat die de woning krijgt toegewezen moet wel in het bezit zijn van een huisvestingsvergunning als bedoeld in Artikel 3 van de Huisvestingsverordening en nader omschreven in hoofdstuk 2 van de Huisvestingsverordening. Regionaal worden afspraken gemaakt tussen de gemeenten en de corporaties over het aantal te reserveren woningen. De corporaties bieden naar rato van hun woningbezit huisvesting aan statushouders, voor de volle omvang van de aan de gemeente opgelegde taakstelling via rechtstreekse toewijzing, zonder voorafgaande publicatie. De woningzoekenden die gebruik maken van een contingent toegewezen aan een instelling voor de bijzondere doelgroepen reageren als urgent. Ten behoeve van bijzondere woonvormen met een specifiek volkshuisvestelijke doelstelling, kan worden afgeweken van de in dit convenant opgenomen bepalingen, met uitzondering van lid 1 van dit artikel. Tot deze categorieën behoren in ieder geval woongroepen en woonvormen voor groepen of individuen met een bijzondere zorgvraag en de contingenten. Bij het aanbieden van huurwoningen boven de aftoppingsgrens van de huurtoeslag - waarvoor een passendheidstoets huurtoeslag gevraagd wordt aan de gemeente - dienen de corporaties duidelijk aan te geven dat huurders met lage inkomens niet in aanmerking zullen komen voor de huurtoeslag vanwege het afwijzen van de passendheidstoets door de gemeente. Artikel 8 De labeling van woningen De corporaties hebben de mogelijkheid om woningen te labelen. Woningen worden gelabeld naar huishoudengrootte, voor 1-2 persoonshuishoudens of voor huishoudens met kinderen. Woningen worden aangeboden in de categorie alle leeftijden. Woningen met een seniorenlabel worden aangeboden in de categorie 65 jaar en ouder. Artikel 9 Rangordebepaling Woningzoekenden die in het bezit zijn van een urgentieverklaring hebben voorrang. De overige woningzoekenden worden gerangschikt naar zoekduur. Als er meerdere kandidaten voor een woning zijn, die voldoen aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening en deze overeenkomst, heeft de kandidaat met de langste zoekduur binnen de eventueel in de advertentie genoemde doelgroep voorrang. De zoekduur wordt vastgesteld aan de hand van het moment van de eerste betaling bij de Woningwinkel Zuid-Kennemerland / Woonservice. Zoekduur wordt weergegeven in het aantal dagen. Zijn er meerdere kandidaten met dezelfde langste zoekduur, dan beslist het lot. De zoekduur vervalt als bij verlenging aangegeven wordt dat men niet wil verlengen, hetzij er niet binnen 6 weken na het verstrijken van een (her)inschrijfperiode het verschuldigde bedrag wordt betaald. De opgebouwde zoekduur vervalt bij verhuizing naar zelfstandige woonruimte. Wanneer de woonruimte bij verhuizing naar een niet eengezinswoning van een corporatie is verkregen met een urgentieverklaring kan binnen 2 maanden na de verhuizing het verzoek worden ingediend de opgebouwde zoekduur niet te laten vervallen. Bij nieuwbouw en renovatie met een huur onder de huurprijsgrens en voor koopwoningen met een koopprijs onder de koopprijsgrens is de volgorde van toewijzing als volgt: zij die een huurwoning achterlaten in de regio van een corporatie(complex), welke gerenoveerd dan wel geherstructureerd wordt die naar dezelfde of een soortgelijke woning in hetzelfde complex terugkeren; Stadsvernieuwingsurgenten met het juiste zoekprofiel; zij die een eengezinswoning van een woningcorporatie in de regio leeg achterlaten; zij die zelfstandige woonruimte van een corporatie in de regio achterlaten; zij die andere woonruimte in de regio achterlaten; andere ingezetenen. Zij die twee jaar in de regio woonachtig zijn; niet-ingezetenen die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de regio of daaraan gelijkgesteld zijn. overigen Binnen iedere genoemde groep wordt de woning toegewezen aan de kandidaat met de langste zoekduur. Indien kandidaten de zelfde zoekduur hebben wordt de volgorde bepaald door het lot. In afwijking kan bij woonruimte die bestemd is voor senioren worden bepaald, dat deze bij voorrang gaat naar de woningzoekende senior, die in deze gemeente woonachtig is en een relatief schaarse woonruimte achterlaat. Bij gelijke rangorde binnen een categorie gaat de woning naar de senior met de langste zoekduur en vervolgens naar de senior met de hoogste leeftijd. Bij artikel 9.8.1 tot en met artikel 9.8.6 gaat het om woningzoekenden die minimaal twee jaar in de regio woonachtig zijn. Artikel 10 Woongroepen De corporatie kan een wooncomplex of een deel van een wooncomplex labellen als woongemeenschap. De woongemeenschap moet een samenhang omvatten in een levensvisie dat in een woonvorm, als aangeboden in de systeemwoningen, niet mogelijk is. Als de vrijkomende woonruimte deel uitmaakt van een woongemeenschap waarvan de bewoners elk over eigen woonruimte beschikken, dan wordt vanuit volkshuisvestelijke overwegingen de woonruimte toegewezen aan een huishouden dat op een door de woongemeenschap vastgestelde ledenlijst staat vermeld. Woongroepen worden gezien als maatwerk voor een bepaalde doelgroep en zullen vallen binnen de vrije ruimte voor corporaties. In geval van algemeen volkshuisvestelijk belang is het mogelijk om het oprichten van een nieuwe woongroep binnen het woonruimteverdelingsysteem voor te leggen aan de beleidscommissie. Artikel 11 Weigering van een kandidaat-huurder De corporaties verbinden zich tot het aangaan van een huurovereenkomst met de kandidaat-huurder, die op basis van de vastgestelde rangordecriteria als eerste in aanmerking komt voor de betreffende woning. De corporatie kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, alleen dan besluiten tot het niet aangaan van een huurovereenkomst met een kandidaat-huurder, zoals bedoeld in het eerste lid als: De huurovereenkomst met betrekking tot diens vorige woonruimte is ontbonden wegens het veroorzaken van overlast; b. De huurovereenkomst voor diens vorige woonruimte is ontbonden wegens huurschuld, die nog niet is voldaan of waarvoor nog geen goedlopende en afdoende betalingsregeling is overeengekomen; Betrokkene zijn vorige woonruimte op dusdanig slechte wijze heeft bewoond, dat de woonruimte alleen tegen onaanvaardbaar hoge kosten weer verhuurbaar gemaakt kon worden, en de schade nog niet is voldaan of hiervoor nog geen goedlopende en afdoende betalingsregeling is overeengekomen; Aannemelijk is op basis van vastgelegde, met betrokkene opgedane ervaringen, dat het aangaan van een huurovereenkomst met hem het voldoen aan de wettelijke verplichtingen van de corporatie jegens haar andere huurders in gevaar brengt; Het aangaan van een huurovereenkomst met betrokkene zich niet verdraagt met een rechterlijke uitspraak. Als de corporatie niet overgaat tot het sluiten van een huurovereenkomst met een kandidaat- huurder voor de woonruimte waarvoor deze gezien het rangordecriterium als eerste aan de beurt was, doet de corporatie daarvan zo spoedig mogelijk gemotiveerd mededeling aan deze kandidaat en aan de beleidscommissie. Over de huisvesting van woningzoekenden als bedoeld in het tweede lid, worden nadere afspraken gemaakt. Artikel 12 Regionale urgentiecommissie 1. De urgentiecommissie vindt plaats als bepaald in het Regeling Regionale Urgentiecommissie 2007 Artikel 13 Huisvestingsvergunning Het college van burgemeester en wethouders mandateert door ondertekening van dit convenant de bevoegdheid tot afgifte van huisvestingsvergunningen aan de corporaties. De aanvraag voor een vergunning wordt ingediend bij de verhuurder. De kosten voor een vergunning worden door de corporaties rechtstreeks bij de woningzoekende in rekening gebracht. Corporaties ontvangen een genormeerde vergoeding voor de afgifte van vergunningen. De legeskosten worden na aftrek van de genormeerde vergoeding, per kwartaal overgeboekt naar de gemeenten. Corporaties geven per kwartaal aan de gemeente een overzicht van afgegeven huisvestingsvergunningen Artikel 14. Rapportage en overleg De corporaties rapporteren tenminste 1 maal per jaar aan de betreffende gemeenten en de beleidscommissie over de uitvoering van het woonruimteverdelingbeleid. Indien bij een van de regiogemeenten behoefte is aan informatie over de uitvoering van een van de in dit convenant vermelde artikelen zal de betreffende corporatie hieraan medewerking verlenen. De rapportage wordt een maal per jaar ter kennis gebracht aan de colleges van de gemeenten. De jaarrapportage wordt ieder jaar voor 1 juli van het jaar volgend op het verslagjaar aangeboden aan de gemeenten. De te leveren gegevens zijn opgenomen in bijlage 1 van dit convenant, “Prestatieafspraken bij Convenant Woonruimteverdeling 2007”. De corporaties zullen op verzoek het college de jaarrapportage toelichten in de vergadering van het college of de ter zake verantwoordelijke raadscommissie. Artikel 15. Uitbreiding aantal deelnemers De nu aan dit convenant deelnemende partijen stemmen er bij voorbaat mee in dat andere binnen de regio Zuid –Kennemerland werkzame verhuurders zich aansluiten bij dit convenant, met dien verstande dat deze corporaties zich bereid verklaren naar evenredigheid een bijdrage te leveren in de kosten van de woonruimteverdeling. Artikel 16. Kosten De corporaties zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren en instandhouden van het regionaal woonruimteverdeelsysteem. Vanwege de meerkosten voor het systeem om volkshuisvestelijke doelen van de gemeenten te bereiken en de taken die uitgevoerd worden voor de urgentieverlening is subsidie nodig. De gemeenten zullen ieder vanaf 2007 tot en met 2011 jaarlijkse subsidie toekennen. De subsidies zullen gezamenlijk een bijdrage vormen van € 337.100,- (de subsidies worden jaarlijks geïndexeerd). Artikel 17. Lokaal maatwerk Een gemeente kan met de plaatselijke corporaties / verhuurders nadere afspraken maken voor lokaal maatwerk. Dit maatwerk valt binnen de vrije ruimte van de corporaties. De afspraken onder lid 1. genoemd mogen niet in strijd zijn met (de intenties van) dit convenant. Alle partijen worden in kennis gesteld van de nadere afspraken. Artikel 18. Regionale Geschillencommissie Woonruimteverdeling De corporaties houden de geschillencommissie in stand waar bindende adviezen worden gegeven over klachten van iedereen die door een besluit, dat is genomen op grond van dit convenant, rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen. De geschillencommissie doet geen uitspraak inzake besluiten op grond van de Huisvestingsverordening, waartegen op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht bezwaar kan worden gemaakt bij het college. Artikel 19. Citeertitel, duur en opzegging van het convenant Dit convenant wordt aangegaan voor de periode 1 januari 2007 tot 1 januari 2012 en kan worden aangehaald als “Convenant Woonruimteverdeling 2007”. Dit convenant eindigt door opzegging door één der partijen die dit convenant hebben ondertekend. Schriftelijke opzegging dient tot 1 januari 2012 ten minste 12 maanden voor de gewenste datum van beëindiging te geschieden door mededeling aan de andere partij bij gedagtekend en aangetekend schrijven. Opzegging van dit convenant vindt niet plaats dan na overleg met de overige convenantpartijen. Bij het aangetekend schrijven als bedoeld in lid 2 is een verslag van dit overleg gevoegd, waarin de visies van alle betrokken partijen zijn weergegeven. Het convenant wordt geacht automatisch ieder jaar te worden verlengd voor een jaar indien geen der deelnemende partijen daartoe schriftelijk aan alle andere op dat moment deelnemende partijen uiterlijk een half jaar van tevoren heeft gemeld aanpassing of opzegging van het convenant te wensen. In afwijking van het in de voorgaande leden van dit artikel bepaalde wordt dit convenant met onmiddellijke ingang beëindigd, indien voortzetting in strijd is met de wet. Artikel 20. Overgangsregeling Bij de inwerkingtreding van dit convenant vervalt het Convenant Woonruimteverdeling 1999. Als overgangsregeling voor de opgebouwde zoekduur van woningzoekenden geldt dat de opgebouwde zoekduur van voor 1 januari 2007 pas vervalt indien de inschrijfduur vijf jaar of langer is en de woningzoekende aangeeft niet te willen verlengen, hetzij de inschrijfduur 5 jaar of langer is en de bijdrage voor het verlengen van inschrijving niet binnen 6 weken nadat de woningzoekende gewezen is op zijn betalingsplicht is voldaan. De reacties op woningen die dateren van voor het van kracht worden van dit convenant zullen worden getoetst en toegewezen als omschreven in het Convenant Woonruimteverdeling 1999. Aldus overeengekomen Brederode de directeur, Gemeente Bennebroek, de wethouder Volkshuisvesting, Elan Wonen de directeur, Gemeente Bloemendaal, de wethouder Volkshuisvesting, EMM de directeur, Gemeente Haarlem, de wethouder Volkshuisvesting, Pré Wonen, de directeur, Gemeente Haarlemmerliede Spaarnwoude, de wethouder Volkshuisvesting, Woonmaatschappij, de directeur, Gemeente Heemstede, de wethouder Volkshuisvesting, Gemeente Zandvoort, de wethouder Volkshuisvesting, Bijlage 1 Prestatieafspraken bij het Convenant Woonruimteverdeling 2007 De gemeenten Bennebroek, Bloemendaal, Haarlemmerliede Spaarnwoude, Heemstede, Haarlem en Zandvoort ten dezen vertegenwoordigd door de wethouders volkshuisvesting, hierna te noemen “de gemeenten” en de corporaties Brederode, Elan Wonen, EMM, Pré Wonen en Woonmaatschappij, ten dezen vertegenwoordigd door de directeuren/bestuurders, hierna te noemen “de corporaties” spreken in aanvulling en onderdeel uitmakend van het Convenant Woonruimteverdeling 2007 met elkaar af de volgende prestaties te zullen leveren: I. Vrije ruimte Alle voor verhuur vrijkomende corporatiewoningen worden na aftrek van het aantal urgenten toegewezen via het systeem zonder urgentieverklaring of via de vrije ruimte. De verhouding bij het verdelen van de woningen die niet aan urgenten worden toegewezen gebeurt in de verhoudingen van tenminste 70 procent via het systeem zonder urgentieverklaring en ten hoogste 30 procent via de vrije ruimte van de corporaties. De vrije ruimte van de corporaties om een deel van de woningen buiten het systeem om toe te wijzen is bedoeld om volkshuisvestelijke doelstellingen te kunnen bereiken en om de corporaties de mogelijkheid te geven om marktgerichte bedrijfsvoering te kunnen ontplooien, zoals: Meer dynamiek op de woningmarkt. Vrije ruimte wordt primair ingezet om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. In bepaalde delen van de huurvoorraad is weinig dynamiek en worden verhuisketens geblokkeerd. Met vrije bemiddeling kunnen hier de verhuisbewegingen worden gestimuleerd. De acties zijn vooral gericht op de huishoudens die wel de wens hebben om te verhuizen, maar binnen het woonruimteverdelingsysteem geen kans hebben door te stromen naar een passende woning. Betere match vraag en aanbod. In de huidige gespannen woningmarkt worden woningzoekenden vaak gedwongen genoegen te nemen met wat ze kunnen krijgen in plaats van de woonruimte te krijgen passend bij de woonwens, met als gevolg dat er een grote latente vraag blijft bestaan. Met vrije bemiddeling kan de optimale match worden gemaakt tussen de vraag van de woningzoekende en het bijpassende aanbod. Betere klantbegeleiding. Door de veranderende rol van corporaties naar het maatschappelijk ondernemerschap neemt voor de corporaties de behoefte en noodzaak voor een betere klantbegeleiding toe. Parallel neemt ook vanuit consumentenperspectief de behoefte aan keuzevrijheid en maatwerk sterk toe. Met vrije ruimte hebben corporaties meer de mogelijkheid om invulling te geven aan een klantgerichte bedrijfsvoering. Dit alles dient helder, transparant, integer en inzichtelijk te gebeuren en passend bij de maatschappelijke taak van de corporaties. De corporaties actief in de regio moeten voldoen aan een gedragscode. De gedragscode staat omschreven in de Aedescode, alle toegelaten instellingen binnen de regio Zuid-Kennemerland die willen aansluiten bij het Convenant Woonruimteverdeling 2007 dienen zich aan deze regels te houden. De vrije ruimte mag niet leiden tot het wegvallen van een woningtypologie uit het woonruimteverdelingsysteem. Wellicht ten overvloede wordt onderstreept dat de vrije ruimte niet wordt gebruikt om voorrang te verlenen eigen personeel of relaties, maar alleen ten behoeve van de doelstellingen als omschreven in het Convenant en deze bijlage. II. Rapportage De corporaties zorgen tenminste één maal per jaar voor rapportage aan de gemeenten binnen wiens grenzen zij actief zijn. De rapportage bevat onder meer informatie per gemeente over: De inschrijving van de woningzoekenden en de wachttijden; De uitvoering van de klachtenregeling en de gegrond en niet-gegrond verklaarde klachten; De aanbieding en de toewijzing van woningen uitgesplitst naar binnen het systeem en binnen de vrije ruimte; De huisvesting van bijzondere groepen woningzoekenden; Het aantal gelabelde woningen en de mutaties; Het aantal woningen dat de corporatie bezit in de gemeente; Aantallen woningen die gesloopt zijn en verwachtingen op korte termijn; Aantallen vervangingsnieuwbouw en de verwachtingen op korte termijn; Aantallen Uitbreidingsnieuwbouw en de verwachtingen op korte termijn; Aantallen gerenoveerde / hergepositioneerde woningen en de verwachtingen op korte termijn; Aantallen verkochte huurwoningen en de verwachtingen op korte termijn; Volkshuisvestelijke motivatie en achtergrond over de wijze van elke buiten het systeem om toegewezen woning; Tevens moet Woonservice berichten over de uitvoering van de urgentieregeling en de verleende en niet-verleende urgenties; III. Evaluatie en aanpassing Op basis van de rapportage van de corporaties zal twee jaar na invoering van het stelsel of zoveel eerder als nodig is, een evaluatie plaatsvinden. Hierbij zal het stelsel van regionale woonruimteverdeling door de gemeenten en corporaties worden betrokken. De evaluatie kan aanleiding zijn tot aanpassing van het Convenant Woonruimteverdeling 2007. Vast onderdeel van de evaluatie zijn: de wijze van het aanbieden van informatie aan woningzoekenden en gemeenten; de bijdragen voor inschrijving de verleende urgenties en het gebruik van contingenten; de bijdrage van de gemeenten aan de corporaties; de kosten van het woonruimteverdelingsysteem; overlegstructuur en uitvoerende organisatie(
- s)op het terrein van de woonruimteverdeling in de regio Zuid-Kennemerland; de zoekduur en slagingskans van woningzoekenden met (uitsplitsing) aparte aandacht voor doelgroepen als senioren, starters en bijzondere doelgroepen; Het gebruik van de vrije ruimte om woningen buiten het systeem om toe te wijzen. de deelname van andere gemeenten / corporaties tot het regionaal stelsel van woonruimteverdeling, ook van buiten de regio Zuid-Kennemerland. De evaluatie wordt voorbereid door een coördinatiegroep die bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeenten en corporaties onder aansturing van de Beleidscommissie Woonruimteverdeling. De Beleidscommissie woonruimteverdeling kan bepalen dat de onderdelen die deel uitmaken van de evaluatie uitgebreid moet worden. De coördinatiegroep legt de evaluatie ter vaststelling voor aan de Portefeuillehouders Volkshuisvesting en het Regionaal Overleg Sociale Verhuurders. Zowel de leden van het portefeuillehouders volkshuisvesting als de leden van het Regionaal Overleg Sociale Verhuurders kunnen voorstellen het convenant aan te passen. Na overleg kan blijken dat één of meer van de ondertekenende partijen wenst op te zeggen. Hierbij wordt artikel 20 van het Convenant Woonruimteverdeling 2007 in acht genomen.