e beschikbaar te stellen voor tijdelijke opvang van water, wordt wateroverlast elders voorkomen. Het ruimte geven aan water kan op verschillende manieren. Eén manier is het vergroten van de bergingscapaciteit (inhoud) van oppervlaktewaterlichamen, bijvoorbeeld door het verbreden van waterlopen in polders of de aanleg van flauwe oevers. Een andere manier is, door het maken van een bufferende voorziening, de afstroom van hemelwater vanaf verhard oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam af te remmen (retentie). Dit zijn beide maatregelen ín het watersysteem. Tegenover maatregelen in het watersysteem, staan maatregelen buiten het watersysteem om water meer ruimte te geven bij piekafvoeren. Hiervoor worden gebieden aangewezen die buiten het oppervlaktewaterlichaam liggen en incidenteel tijdelijk onder water mogen stromen: het aanwijzen van bergingsgebieden zoals bedoeld in de Waterwet. Deze legger gaat specifiek om een bergingsgebied zoals bedoeld in de Waterwet, niet om een verruiming van de bergingscapaciteit van een oppervlaktewaterlichaam. Die maatregelen komen terug in de legger voor oppervlaktewaterlichamen. Totstandkoming van bergingsgebieden Om tot bergingslocaties te komen, gaat een heel proces van onderzoek, overleg en planvorming aan de aanwijzing vooraf. Uiteindelijk worden bergingsgebieden conform de vereisten van de Waterwet juridisch vastgelegd in de legger van het waterschap en bestemd conform de Wet ruimtelijke ordening. De legger is daarmee het sluitstuk van de waterstaatskundige besluitvorming rond een bergingsgebied. Doel van de legger De legger legt de technische eisen vast waaraan een waterstaatswerk (in dit geval een bergingsgebied) moet voldoen om naar behoren te functioneren. Daarnaast legt een legger onderhoudsverplichtingen en onderhoudsplichtigen vast. De legger is daarmee niet alleen van belang voor de vereiste duldplicht voor waterberging conform de Waterwet, maar ook voor het dagelijks beheer van het bergingsgebied, het toepassen en handhaven van de Keur en de vergunningverlening. In aanvulling op de Waterwet biedt de Keur immers bescherming van aangewezen bergingsgebieden tegen ingrepen een goede werking ervan belemmeren. Afbakening van deze legger ten opzichte van andere leggers Deze legger heeft alleen betrekking op de waterhuishoudkundige werking van het bergingsgebied Trippelenberg te Breda. Eventuele sloten, leggerwaterlopen en de daarbij behorende waterbeheersingkunstwerken zoals duikers of stuwen zijn niet opgenomen in deze legger, maar staan in een aparte legger voor oppervlaktewaterlichamen. Dit zijn immers zaken die tot het oppervlaktewaterlichaam behoren. Een bergingsgebied is weliswaar een waterstaatswerk, maar vormt geen onderdeel van een oppervlaktewaterlichaam. Hetzelfde geldt voor waterkeringen en kaden. Alleen díe kaden die een functie hebben voor de werking van het bergingsgebied zijn in de legger voor het bergingsgebied opgenomen. Op de leggerkaarten kunnen oppervlaktewaterlichamen en keringen uit andere leggers wel weergegeven zijn. Dat is dan alleen ter informatie om de relatie met de aparte legger voor oppervlaktewaterlichamen of waterkeringen aan te duiden. Dit onderscheid is op de kaarten aangegeven. Wettelijke basis van de legger In artikel 5.1 van de Waterwet is bepaald dat het waterschap zorg draagt voor de vaststelling van een legger, waarin is omschreven waaraan waterstaatswerken naar ligging, vorm, afmeting en constructie moeten voldoen. De Waterwet vermeldt de basisgegevens die van de legger deel uitmaken. De ligging van de waterstaatswerken en daaraan grenzende beschermingszones en de profielen van vrije ruimte worden aangegeven op overzichtskaarten. In de Waterwet is verder bepaald dat bij provinciale verordening voor leggers nadere voorschriften kunnen worden gegeven. Dat is gebeurd in de Verordening Water Noord-Brabant. Tevens bepaalt de Waterwet in artikel 5.1 dat bij provinciale verordening vrijstelling verleend kan worden ten aanzien van het in de legger vermelden van vorm, afmeting, constructie en de ligging van waterstaatswerken. Op basis van de Verordening Water Noord-Brabant zijn de minst belangrijke delen van de oppervlaktewaterlichamen (bijv. greppels en oppervlaktewaterlichamen langs wegen die dienen voor de afwatering van die weg) vrijgesteld van opname in de legger. De Verordening Water bepaalt verder dat voor de vrij meanderende wateren kan worden volstaan met het enkel aangeven van de ligging, door middel van een zone waarbinnen de waterloop zich feitelijk kan bevinden. De legger op grond van de Waterwet moet worden onderscheiden van de onderhoudslegger als bedoeld in artikel 78 van de Waterschapswet. In deze Waterschapswetlegger worden de onderhoudsplichtigen of onderhoudsverplichtingen aangewezen. Waterschap Brabantse Delta combineert beide leggers in één document. Relatie tussen de legger en de Keur De Keur stelt regels over waterstaatswerken, beschermingszones, profielen van vrije ruimte en grondwaterlichamen. Volgens de begripsbepalingen van zowel artikel 1.1 Waterwet als artikel 1.1 Keur gaat het om oppervlaktewaterlichamen, bergingsgebieden, waterkeringen, ondersteunende kunstwerken en bijbehorende onderhoudsstroken en om beschermingzones, profielen van vrije ruimte die als zodanig in de legger zijn aangegeven en grondwaterlichamen. De legger is zodoende van belang voor de reikwijdte van de verbods- en beheerbepalingen van de Keur. 2 Toepassingsbereik Deze legger is alleen van toepassing op de bergingsgebied Trippelenberg bij Breda die op het onderstaande overzichtskaart globaal is aangegeven. De exacte ligging, begrenzingen, bijbehorende kunstwerken en dergelijke zijn weergegeven op de bij deze legger behorende leggerkaarten en leggertabellen. Deze legger heeft betrekking op een nieuw aangelegd bergingsgebied. Bij het vaststellen van deze legger is geen eerdere legger komen te vervallen. De voor dit gebied bestaande legger oppervlaktewaterlichamen blijft ongewijzigd van kracht. 3 Toelichting bij de leggeronderdelen De legger bestaat naast dit leggerboek uit nog drie onderdelen: Een kadastrale kaart: deze geeft de exacte ligging van het bergingsgebied weer. Dit is een los bijgevoegde kaart. Een waterstaatskundige tekening: deze geeft de waterhuishoudkundige situatie van het bergingsgebied weer, inclusief de bij het bergingsgebied horende kunstwerken. Op deze tekening is tevens een aanduiding opgenomen van de maaiveldhoogten in de vorm van dwarsprofielen en losse hoogtemerken. Dit is een los bijgevoegde tekening. Luchtfoto (bijlage II): een luchtfoto geeft een beeld van hoe het bergingsgebied er fysiek uitziet, welke gebruiksvormen in het gebied aanwezig zijn en welke bouwwerken er aanwezig zijn. In dit hoofdstuk wordt slechts kort toegelicht welke informatie de legger bevat en hoe die informatie geraadpleegd kan worden. 3.1 Ondersteunende kunstwerken De ondersteunende kunstwerken die in deze legger zijn opgenomen zijn van belang voor het waterstaatkundig functioneren van het gebied als berging. Specifiek kunstwerk voor de werking van het bergingsgebied Trippelenberg is dam KVD
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.