Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2008Artikel0Dit artikel moet nog worden gesplitst Het College van burgemeester en wethouders van Uden; gelet op de artikelen 15 en 19 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, het Besluit maatschappelijke ondersteuning en de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2008; b e s l u i t vast te stellen het volgende Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2008 Hoofdstuk
(7x)+ licht + zwaar + was 270 180 270 360 465 4u30 3u 4u30 6u 7u45 K3 K2 K3 K3 K4 ‘evt. +’ houdt in, dat extra tijd geïndiceerd kan worden bij grotere leefeenheden, aanwezigheid kleine kinderen, extra bewassing, etc. HH overige activiteiten alleenstaande/twee- of meerpersoonsleefeenheden Nr. Activiteiten Minuten Uren klasse 2.1 2.2 2.3 3.1 Anderen helpen in huis met zelfverzorging Anderen helpen in huis bij bereiden maaltijd Dagelijkse organisatie van het huishouden Advies, instructie, voorlichting * Tot max. 40 uur per week Tot max. 40 uur per week 30 p week 30 p keer (max. 3 keer p week, 6 weken) 0u30 1u30 K1 K1 * Als het gaat om het aanleren van het huishouden, wordt geen tijd geïndiceerd, maar wordt de aan te leren activiteit geïndiceerd in tijd. Daarbij dient aangegeven te worden dat het om het aanleren van een activiteit gaat. Bij de bepaling van de omvang van de indicatie worden de onderstaande normen gehanteerd. De tijd waarmee de hulp bij het huishouden wordt geïndiceerd is noodzakelijk en niet meer dan nodig om verantwoorde huishoudelijke zorg (op het gebied van hygiëne, voeding en dergelijke) te bieden in de directe leefruimten van de zorgvrager. De normtijden zijn gebaseerd op ‘normale’ huishoudens. Als er sprake is van bijvoorbeeld medische of praktische problematiek bij de zorgvrager en/of zijn huishouden, zoals dieet, (ernstige) vervuiling van het huis, incontinentie, speekselvloed, overmatige transpiratie, allergie, COPD en dergelijke, wordt aanvullend op de basisminuten extra tijd berekend. Het is niet mogelijk om extra tijd te berekenen vanwege de persoonlijke voorkeur van de zorgvrager, zonder dat daar een noodzaak voor is. Factoren meer/ minder hulp bij het huishouden Boodschappen doen Activiteiten Boodschappenlijst samenstellen. Boodschappen inkopen en opslaan – wekelijks. Factoren meer/minder hulp Als het gezin/leefeenheid bestaat uit meer dan 4 personen, en/of er zijn kinderen jonger dan 12 jaar, dan kan er een indicatie gesteld worden voor twee keer per week boodschappen; + 30 minuten, wanneer de afstand tot de winkels groot is. Broodmaaltijd en warme maaltijd bereiden Activiteiten Broodmaaltijd klaarzetten. Tafel dekken en afruimen. Koffie/thee zetten. Afwassen (machine – handmatig). Eten bereiden (voorbereiden en koken). Opslaan en beheer levensmiddelenvoorraad. Afwassen en opruimen. Factoren meer/ minder hulp Aanwezigheid kinderen jonger dan 12 jaar: + 20 minuten per keer. Licht huishoudelijk werk Activiteiten Afwassen, als er geen indicatie is voor maaltijdvoorbereiding, handmatig 15-30 min per keer. Machine in- en uitruimen: 10 minuten per keer. Hand- en spandiensten. Opruimen: totaal dagelijkse beurt interieur is afhankelijk van de grootte van de woning en de specifieke kenmerken van het gezin/leefeenheid: 15 tot 40 minuten per keer. Stof afnemen/ragen. Bedden opmaken. Factoren meer/ minder hulp Persoonsgebonden problematiek/ communicatieproblemen. Aantal kinderen onder de 12 jaar. Huisdieren (bij allergie eerst sanering). Allergie voor huisstofmijt, COPD: in gesaneerde woning. Ernstige beperkingen in gebruik van armen en handen. Alleen de kamers die in gebruik zijn, worden schoongehouden. Voor een cliënt zonder kinderen max. 20 minuten per keer, voor een cliënt met kinderen jonger dan 12 jaar maximaal 30 minuten per keer. Frequentie In principe maximaal 3 maal per week 20-30 minuten. Zwaar huishoudelijk werk De hoeveelheid ondersteuning is meer afhankelijk van de grootte en inrichting van de woning, dan van de aanwezigheid van een extra persoon. Activiteiten Stofzuigen. Schrobben, dweilen, soppen: sanitair en keuken. Beden opmaken/ verschonen. Opruimen huishoudelijk afval. Hier worden de wekelijkse activiteiten bedoeld. Factoren meer/ minder hulp In grote woningen met veel bewoners, meer vervuiling, COPD-problematiek (na sanering) of aanwezigheid van jonge kinderen kan een hogere klasse vastgesteld worden. Verzorgen van huisdieren valt in de marge van de klasse. De was doen Activiteiten Kleding en linnengoed sorteren en wassen in wasmachine. Centrifugeren, ophangen, afhalen. Was drogen in droogmachine. Vouwen, strijken (alleen bovenkleding), opbergen. Ophangen, afhalen wasgoed. Factoren meer/minder hulp Aantal kinderen jonger dan 16 jaar: + 30 minuten per kind per week. Bedlegerige patiënten: + 30 minuten. extra wassen i.v.m. overmatige transpiratie, incontinentie, speekselverlies enz.: + 30 minuten. Frequentie Eenmaal per week, huishoudens met kleine kinderen maximaal 3 keer per week.. Opvang en/of verzorging van kinderen/volwassen huisgenoten (anderen helpen met zelfverzorging) en anderen helpen bij het bereiden van maaltijden (De grondslag hiervoor ligt bij de ouder. Deze is tijdelijk niet in staat om de ouderrol op zich te nemen.) Activiteiten Wassen en aankleden. Hulp bij eten en/of drinken. Maaltijden voorbereiden. Sfeer scheppen, spelen. Opvoedingsactiviteiten. Factoren meer/minder hulp Aantal kinderen. Leeftijd kinderen. Gezondheidssituatie/ functioneren kinderen/huisgenoten. Aanwezigheid gedragsproblematiek. Samenvallende activiteiten. Klasse is afhankelijk van de situatie, indien kinderen jonger zijn dan 6 jaar gecombineerd met HV-activiteiten tot maximaal 40 uur per week. Normering activiteiten ten behoeve van de verzorging van kinderen Deze normtijden worden gebruikt bij het berekenen van de totale benodigde tijd voor de activiteiten met betrekking tot kinderen. Hiervoor wordt de normtijd vermenigvuldigd met het aantal keer per dag en het aantal keer per week. Dit levert dat de totaaltijd op van de activiteiten met betrekking tot kinderen. Naar bed brengen 10 minuten per keer per kind Uit bed halen 10 minuten per keer per kind Wassen en kleden 30 minuten per dag per kind Eten en of drinken geven 20 minuten per maaltijd Babyvoeding (flesje/potje) 10 minuten per keer per kind Naar school/crèche brengen/halen 15 minuten per keer per gezin Het is hierbij mogelijk om taken te combineren. Als kinderen op hetzelfde tijdstip naar bed gaan, telt dat voor één keer en niet per kind. De frequentie is gerelateerd aan de leeftijd en ontwikkelingsfase van het kind. Dagelijkse organisatie van het huishouden Activiteiten Administratieve werkzaamheden t.b.v. de klant (alleen in combinatie met andere huishoudelijke activiteiten, valt bij beperkt regelvermogen onder ondersteunende begeleiding). Organisatie huishoudelijke activiteiten. Plannen en beheren van middelen m.b.t. het huishouden. Factoren meer/minder hulp Communicatieproblemen. Aantal huisgenoten, vooral kinderen jonger dan 16 jaar. (Psychosociale) problematiek bij meerdere gezinsleden. Frequentie 1 keer per week klasse 1-
- Psychosociale begeleiding, tevens observeren Formuleren van doelen of het bijstellen van doelen met betrekking tot het huishouden. Helpen met handhaven, verkrijgen en/of herkrijgen van structuur in het huishouden. Helpen met handhaven en/of vergroten van de zelfredzaamheid met betrekking tot het budget. Begeleiden van ouders bij de opvoeding van kinderen. Begeleiden van kinderen. Advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden Activiteiten Instructie omgaan met hulpmiddelen. Instructie licht huishoudelijk werk. Instructie textielverzorging. Boodschappen doen. Koken. Factoren meer/minder hulp Communicatieproblemen. Frequentie 3 keer per week maximaal 6 weken. BIJLAGE 4 Lijst met norm- en referentiebedragen Wmo per 1 januari 2008 Indexeringspercentage op voorgaand kalenderjaar 1,1% 1,3 % Bedragen per 1 januari 2007 2008 Woonvoorzieningen Administratiekosten verhuurder i.v.m. treffen voorziening voorzover subsidiabele kosten hoger zijn dan € 5000,00 10% van de subsidiabele kosten met maximum van € 350,00 10% van de subsidiabele kosten met maximum van € 350,00 Verhuiskostenvergoeding € 2.157,66 € 5000,00 Gemaximeerde vergoedingen: Tijdelijke huisvesting zelfstandige woonruimte € 532,76 € 539.69 Tijdelijke huisvesting niet zelfst. Woonruimte € 266,37 € 269.83 Vervangende berging € 4.826,76 € 4.889,51 Meerkosten inductie kookplaat € 431,55 € 437,16 Woningsanering gemaximeerd 2007 2008 Linoleum per m² € 14,92 € 15,11 Legkosten linoleum per m² € 8,52 € 8,63 Egalisatie ondervloer -Hardboard per m² € 6,92 € 7,01 -Zachtboard/hardboard per m² € 12,79 € 12,96 -Cement gebonden per m² € 3,41 € 3,45 Overgordijnen breed 1,20 m, per meter € 20,24 € 20,50 Vitrage breed 1,20 m, per meter € 11,18 € 11,33 Rolstoelvoorzieningen financiële tegemoetkoming 2007 2008 Forfaitair Sportrolstoel € 3.265,79 € 3.308,25 (incl. onderhoud 3 jaar en incl. aanpassingen) Sportrolstoel onderhoud € 586,03 € 593,65 (onderhoudskosten na 3 jaar en voor 3 jaar) Oplaadkosten gebruik elektrische rolstoel € 83,10 € 84,14 Verplaatsingsmiddelen besparingsbijdrage Standaard fiets € 277,03 € 280,63 Tandem Tandem met hulpmotor Fiets met hulpmotor € 1.113,46 € 1.475,74 € 1.060,18 € 1.127,93 € 1.494,92 € 1.073,96 Kindvoorzieningen besparingsbijdrage Autozitje € 117,21 € 118,73 Fietszitje € 50,08 € 50,73 Commode € 123,59 € 125,20 Vervoersvoorzieningen Individuele vervoerskostenvergoeding 2007 2008 Gemaximeerd Bruikleenauto € 754,38 € 764,19 Uitsluitend taxi € 1397,95 € 1.416,12 Eigen auto/taxi/derden € 1193,36 € 1.208,87 Rolstoeltaxi/rolstoelbus € 2079,88 € 2.106,92 Forfaitair Bruikleenauto € 336,70 € 341,08 Eigen auto/taxi/derden € 537,01 € 543,99 Begeleidingskosten € 417,68 € 423,11 Meerkosten rolstoeltaxi/rolstoelbus € 886,51 € 898,03 Oplaadkosten scootermobiel e.d. € 83,10 € 84,18 Maximale vergoeding kosten voor onderhoud, keuring en reparatie conform artikel 10 lid 2 Ook van toepassing op mechanische inrichtingen voor het verstellen van voorzieningen zoals een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel en elektromechanische openings- en sluitmechanismen van deuren. Keuring liften Beginkeuring Kosten Frequentie Kosten Stoellift Ja € 305,18 1 x per 4 jaar € 323,81 Rolstoel-plateaulift Ja € 305,18 1 x per 4 jaar € 323,81 Sta-plateaulift Ja € 305,18 1 x per 4 jaar € 323,81 Woonhuislift Ja Inbegrepen 1 x per 1,5 jaar € 501,90 Hefplateaulift Ja Inbegrepen 1 x per 1,5 jaar € 507,30 Balansliften n.v.t. 1 x per 1,5 jaar € 323,81 Onderhoud liften Frequentie Kosten Stoellift 1 x per jaar € 161,90 Rolstoel-plateaulift 1 x per jaar € 161,90 Sta-plateaulift 1 x per jaar € 161,90 Woonhuislift 2 x per jaar € 237,47 Hefplateaulift 2 x per jaar € 161,90 Balansliften 1 x per jaar € 161,90 Maximale toeslagen op bovenstaande tarieven: 50% voor installaties geplaatst buiten de woning; 50% voor installaties die meer dan 1 verdieping overbruggen; 50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging respectievelijk elektrisch wegklapbare raildelen. Inleiding Naast een Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning is er ook een financieel besluit maatschappelijke ondersteuning. Tezamen met de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en het verstrekkingenboek maatschappelijke ondersteuning vormen zij de gemeentelijke invulling van de Wmo op het vlak van individuele voorzieningen. In dit financieel besluit zijn alle bedragen die op basis van de verordening moeten worden vastgesteld bij elkaar gebracht. Daarnaast zijn alle regels waarvoor de verordening een delegatiebepaling voor het College bevat in dit besluit ingevuld. Het voordeel van het opnemen van alle bedragen in een besluit is dat bijstelling van het besluit bijvoorbeeld doordat ten gevolge van een prijsindexering de bedragen wijzigen, aanzienlijk sneller kan plaatsvinden dan wanneer deze bevoegdheid uitsluitend bij de Raad ligt. Gezien het belang van een aantal onderdelen die een plaats hebben in het financieel besluit, is het vanzelfsprekend dat de Raad bij het vaststellen van de verordening reeds zicht heeft willen hebben op de beleidsuitgangspunten. Deze zijn derhalve bij de vaststelling van de verordening aan de Raad voorgelegd. Conform de wens van de Raad, zullen dit besluit en wijzigingen in dit besluit aan de Raad worden medegedeeld. Hoofdstuk
- Algemene bepalingen In hoofdstuk 1 worden de algemene bepalingen gegeven. Het gaat daarbij allereerst om de begripsomschrijving. Hierin worden begrippen gedefinieerd die noch in de wet, nog in de Verordening reeds zijn omschreven. Hoofdstuk
- Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Artikel
- Regels rond verstrekking en verantwoording Verstrekking van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. Dit gebeurt bij voorkeur tegelijk met de aanvraag, indien op dat moment al duidelijk is dat de aanvrager dit wenst. Niet in alle situaties wordt het verzoek tot het verstrekken van de voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget gehonoreerd. Per individuele situatie zal, naar aanleiding van de aanvraag om een individuele voorziening, een onderzoek plaatsvinden waarbij tevens wordt beoordeeld of de aanvrager om kan gaan met de verantwoordelijkheid van het besteden van het persoonsgebonden budget aan een voorziening waarvoor een indicatie is afgegeven. Tevens wordt beoordeeld of de aanvrager in staat is om verantwoording af te leggen over de besteding van het persoonsgebonden budget volgens de regels die hiervoor zijn vastgesteld. In het geval dat een aanvrager in het verleden een persoonsgebonden budget heeft gehad voor een individuele voorziening op grond van de verordening Wmo of op grond van de AWBZ waarbij is gebleken dat hij zich niet heeft gehouden aan de regels van besteding van het persoonsgebonden budget of de verantwoording daarvan, wordt een persoonsgebonden budget geweigerd Met het PGB dient de aanvrager een voorziening te kunnen aanschaffen en onderhouden gedurende de afschrijvingstermijn. 3 t/m
- Bij de verstrekking van een voorziening dient de noodzakelijkheid van deze voorziening voor de aanvrager voorop te staan, De genoemde afschrijvingstermijn is derhalve niet meer dan een richtlijn. Wanneer eerder een voorziening nodig is, moet deze toegekend kunnen worden. Wanneer de voorziening na verstrijken van deze termijn nog adequaat is, is verstrekking van een nieuwe voorziening niet noodzakelijk. 6.Dit lid spreekt voor zich. Hoofdstuk
- Eigen bijdragen en besparingsbijdrage. Artikel
- Omvang van eigen bijdragen Hoofdstuk IV van het Besluit maatschappelijke ondersteuning handelt over eigen bijdragen en het eigen aandeel bij financiële tegemoetkomingen. In artikel 4.1 lid 1 van het besluit wordt onder a, b, c en d aangegeven welke bedragen de minister als maximum laat gelden voor welke groepen. De Raad heeft besloten om aan te sluiten bij de maximale inkomensafhankelijke bedragen zoals vermeld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hierbij geldt ook het bepaalde in artikel 4.1 derde lid van het Besluit maatschappelijke ondersteuning. Concreet betekent dit dat de eigen bijdrage voor een woonvoorziening die bestaat uit een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woontechnische aanpassing van een woning die eigendom is van de aanvrager gedurende een periode van maximaal 39 perioden van 4 weken kan worden opgelegd. Tevens is bepaald dat de eigen bijdrage niet hoger kan zijn dan de kostprijs van de voorziening waarvoor de eigen bijdrage wordt opgelegd. Artikel
- Besparingsbijdrage Wanneer een voorziening wordt verstrekt waarmee een algemeen gebruikelijke voorziening wordt vervangen of kan worden vervangen, zal alleen verstrekking van de meerkosten aan de orde zijn. Dit betekent dat het algemeen gebruikelijke deel niet vergoed zal worden. Het algemeen gebruikelijke deel zal door de aanvrager zelf betaald moeten worden in de vorm van een besparingsbijdrage. Dit artikel bepaalt het bedrag van deze besparingsbijdrage. Hierbij is aansluiting gezocht bij de prijzengids van het NIBUD. Per individuele voorziening zal worden beoordeeld in hoeverre er sprake is van een besparingsbijdrage. Hoofdstuk
- Hulp bij het huishouden Artikel
- Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden In dit artikel wordt aangegeven hoe het persoonsgebonden budget voor de hulp bij het huishouden wordt vastgesteld. De vaststelling van een persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden kan op twee manieren plaatsvinden. De klassen worden gebruikt, zoals deze ook in de AWBZ gebruikt worden. Hierbij wordt het bedrag gebaseerd op de bij het midden van de klasse behorende aantal uren, met uitzondering van de eerste klasse waarin het gemiddelde aantal uren is bepaald op 1,5 uur eveneens vermenigvuldigd met het uurbedrag dat 75% is van het uurbedrag zorg in natura. Het uurbedrag van zorg in natura wordt bepaald door de maximale tarieven genoemd in het aanbestedingsdocument. Wordt er gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot additionele uren boven de hoogste klasse 6 dan wordt per uur een bedrag vergoed van 75% van de maximale tarieven genoemd in het aanbestedingsdocument. Hoofdstuk
- Woonvoorzieningen Artikel
- Vaststelling hoogte financiële tegemoetkoming woonvoorzieningen In artikel 6 is geregeld hoe de financiële tegemoetkoming minus het eigen aandeel of het persoonsgebonden budget voor een woonvoorziening wordt vastgesteld. Het gaat daarbij om de kosten opgenomen in de door het College goedgekeurde offerte. Daarin kan een aantal kosten teruggevonden worden. Te denken valt hierbij aan de kosten van bouw, maar ook aan eventuele kosten architect, kosten van vergunningen en kosten van toezicht. Door uit te gaan van de kosten in de goedgekeurde offerte is het mogelijk per offerte andere kosten mee te nemen. Zo zullen toezichtkosten bij een kleine verbouwing geen rol spelen. Om welke kosten het zal kunnen gaan zal verder worden uitgewerkt in de beleidsregels en het verstrekkingenboek. Artikel
- Terugbetaling bij verkoop Artikel 7 geeft aan dat bij verkoop van een aangepaste woning binnen 10 jaar het originele besluit kan worden herzien, gewijzigd of ingetrokken en dat vervolgens een gedeelte van de verstrekte voorziening door het College kan worden teruggevorderd. Doel hiervan is het tegengaan van kapitaalvernietiging van Wmo gelden en het tegengaan van speculatie met Wmo gelden waarbij de meerwaarde van de woning, die met Wmo gelden tot stand is gekomen, volledig ten goede komt aan de aanvrager. Het gaat hierbij enkel om onroerende zaken. Artikel
- Primaat van verhuizen In het primaat van de verhuizing wordt aangegeven dat pas een (on)roerende woonvoorziening duurder dan € 5000,00 wordt verstrekt als deze de goedkoopst adequate voorziening is. Dit betekent dat primair zal gekeken zal worden of verhuizing mogelijk en zinvol is. Dat wil zeggen dat een geschikte woning beschikbaar is of op redelijke termijn beschikbaar komt of kan worden aangeboden. Onder geschikte woning dient hier begrepen te worden een woning die met betrekkelijk lage investeringen volledig aangepast kan worden. Is geen geschikte woning (geschikter dan de huidige door de gehandicapte bewoonde woning) beschikbaar dan kan het College van burgemeester en wethouders besluiten één van de andere voorzieningen te verstrekken. Overigens kunnen hierbij ook andere omstandigheden een rol spelen, zoals opgebouwde mantelzorg etc. Indien de het College, nadat alle factoren in de overweging zijn meegenomen, tot de conclusie komt dat verhuizing de goedkoopst, adequate oplossing is, dan heeft bij het verstrekken van de woonvoorziening een vergoeding in de verhuis- en (her)inrichtingskosten het primaat. Een belangrijk criterium is de redelijke termijn waarbinnen een aangepaste woning kan worden aangeboden. Als er geen geschikte woningen zijn, dient een termijn te worden aangegeven, met andere woorden hoe lang een medisch verantwoorde termijn kan zijn. Bij het vragen van een advies waarbij het primaat van verhuizing zich kan voordoen dient de gemeente de medisch adviseur te vragen een indicatie te geven met betrekking tot de aanvaardbare termijn. Artikel 9 In dit artikel wordt vastgelegd welke bedrag wordt verstrekt bij het verstrekken van een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en herinrichtingskosten. Artikel
- Kosten in verband met onderhoud, keuring en reparatie Alleen van de voorzieningen genoemd onder b komen de kosten van onderhoud, keuring en reparatie in aanmerking voor een vergoeding. Het gaat hierbij vooral om voorzieningen die (elektrisch) beweegbaar zijn en waar om die reden slijtage kan optreden waardoor de veiligheid van het gebruik van de voorziening niet langer kan worden gegarandeerd. De maximale hoogte van deze vergoeding is vastgelegd in een bijlage behorend bij dit besluit. Artikel 11 In dit artikel wordt vastgelegd welke bedrag wordt verstrekt bij het verstrekken van een financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woonruimte. Artikel
- Kosten in verband met huurderving Het vinden van een geschikte huurder voor een aangepaste woning zal in veel gevallen langer duren dan de termijnen die voor niet-gehandicapten gelden. Om het hergebruik van aangepaste woningen te bevorderen en het risico van de verhuurders te beperken, wordt in dit artikel de mogelijkheid geboden om voor woonruimten, die voor meer dan € 2730,00 zijn aangepast, een tegemoetkoming in de kosten van huurderving te verlenen. Woningen die voor een lager bedrag zijn aangepast zullen in veel gevallen niet zo specifiek zijn aangepast dat het vinden van een geschikte kandidaat door de woningaanpassingen belemmerd wordt. De duur van de tegemoetkoming is beperkt tot drie maanden. Deze termijn vloeit voort uit afspraken die zijn gemaakt tussen de gemeente Uden en de Stichting Volkshuisvesting Uden. In de exploitatie van een woning wordt rekening gehouden met een bepaald percentage huurderving. Om deze reden is het te verantwoorden dat de verhuurder het normale risico van leegstand loopt. Ook de maximale hoogte van de vergoeding is opgenomen in dit artikel. Hoofdstuk
- Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Artikel
- Vaststellen hoogte persoonsgebonden budget Voor de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget zijn kosten van de voorziening als de voorziening in natura zou worden verstrekt daarbij het uitgangspunt. Er wordt vanuit gegaan dat met een persoonsgebonden budget een voorziening kan worden aangeschaft voor ten hoogste de tegenwaarde van de aanschafprijs van de goedkoopst adequate voorziening zoals die door de leverancier, waar de gemeente een contract mee heeft, kan worden geleverd. Bij de vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt rekening gehouden met de economische levensduur welke van toepassing zou zijn bij een in natura verstrekking. Daarnaast wordt rekening gehouden met de kosten van onderhoud, keuring en reparatie. Hoofdstuk
- Verplaatsen in en om de woning Artikel
- Vaststelling hoogte persoonsgebonden budget Er wordt een bedrag beschikbaar gesteld dat ten hoogste gelijk is aan de tegenwaarde van de aanschafprijs inclusief de kosten van onderhoud en reparatie. Elke rolstoel die enige aanpassing behoeft zal uitkomen op een ander bedrag. Daarom vindt vaststelling van het persoonsgebonden budget bij rolstoelen vaak per rolstoel plaats. De sportrolstoel is een voorziening die meegenomen wordt vanuit de Wvg zonder dat deze sportrolstoel in de Wvg of in de Wmo wordt genoemd. De sportrolstoel is een bovenwettelijke voorziening, in de Wvg opgenomen naar aanleiding van een verzoek van de Tweede Kamer. Daarom wordt de verstrekkingswijze, zoals bij de Wvg gewoon voortgezet, hetgeen betekent dat een sportrolstoel alleen verstrekt wordt als een forfaitaire financiële tegemoetkoming. Deze tegemoetkoming is niet kostendekkend en dient beschouwd te worden als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf en onderhoud voor een periode van drie jaar. Na drie jaar kan opnieuw een forfaitaire financiële tegemoetkoming worden toegekend. Artikel 15 en 16 Deze artikelen spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.