Bomenverordening Gemeente Landerd 2012Bomenverordening gemeente Landerd 2012 De raad van de gemeente Landerd; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Landerd d.d. 17-04-2012; gelet op art. 147, 173 en 175 van de Gemeentewet, artikel 2.1 en 2.2 eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Boswet, artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek, afdeling 3.4, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 141 van de Wetboek van Strafvordering; B E S L U I T: de volgende verordening vast te stellen : Bomenverordening 2012 Artikel 1 Begripsbepalingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, opgaand gewas, zowel levend als afgestorven met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters, een beplanting van bosplantsoen of een struweel; beschermde houtopstand: een houtopstand die is vermeld op de kaart “beschermde houtopstanden” en opgenomen op de lijst van beschermde houtopstanden; monumentale boom: beschermde boom met een stamdoorsnede van 50 cm of groter, gemeten op 1.30 m boven maaiveld; potentieel monumentale boom: beschermde boom met een stamdoorsnede kleiner dan 50 cm, gemeten op 1.30 m boven maaiveld; boomstructuur: een verzameling houtopstanden die samen een, al dan niet onderbroken, lijn of andere verbindingsstructuur vormen door het gebied; landschapselement: een (lint)begroeiing van heesters, bomen of een combinatie van beide; vellen: rooien; kappen; verplanten; het snoeien van meer dan 20 procent van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben; rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand; kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen; boomwaarde: de monetaire waarde van een beschermde boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van voorgenomen activiteiten rond een beschermde boom, op basis van landelijke richtlijnen van de Bomenstichting; belanghebbenden: belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht; het college: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Landerd; de raad: de gemeenteraad van Landerd. het bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid sub g van de Wabo. Artikel 2 Beschermde houtopstanden Het college stelt een kaart “beschermde houtopstanden” met bijbehorende lijst van beschermde houtopstanden vast. De kaart met bijbehorende lijst wordt elke vijf jaar herzien. De kaart en bijbehorende lijst bevat een samenhangend geheel van potentieel monumentale bomen, monumentale bomen, structuurbomen en landschapselementen. De in het eerste lid genoemde kaart bevat in elk geval een eenduidige aanduiding van de beschermde houtopstanden, een indeling naar categorieën beschermde houtopstanden (structuurboom (lijn), (potentieel) monumentale boom (punt), landschapselement (lijn)), een aanduiding waar op grond van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning vereist is voor het vellen van houtopstand en een legenda. De in het eerste lid genoemde kaart en lijst bevatten in ieder geval de bomen voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de landelijke Bomenstichting, de boomstructuren uit het “Bomenbeheerplan gemeente Landerd”, aangevuld met lokale (potentieel) monumentale bomen en landschapselementen. De lijst met beschermde houtopstanden omvat in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de standplaats en de reden van registratie van iedere houtopstand. In geval van een verschil tussen kaart en register is de kaart doorslaggevend, omdat deze meestal het duidelijkst de ruimtelijke effecten weergeeft. De eigenaar van een beschermde houtopstand is verplicht het bevoegd gezag onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen van: a. het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van een beschermde houtopstand, anders dan door velling op grond van een verleende vergunning; b. de dreiging dat de beschermde houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan gaan. Artikel 3 Kapverbod beschermde houtopstand Het is verboden beschermde houtopstanden te vellen of te doen vellen. Het bevoegd gezag kan ontheffing, ex artikel 2.2, eerste lid van de Wabo, verlenen voor het in het eerste lid gestelde verbod. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van deze verordening; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. regulier onderhoud in de vorm van het wegwerken van achterstallig onderhoud. Artikel 4 Kapverbod houtopstanden in gemeentelijk eigendom Het is verboden zonder vergunning, ex artikel 2.2, eerste lid van de Wabo, houtopstanden in gemeentelijk eigendom te vellen of te doen vellen met een dwarsdoorsnede van de stam groter dan 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: a. houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het college, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van deze verordening; b. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud; c. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud; d. regulier onderhoud in de vorm van het wegwerken van achterstallig onderhoud. Artikel 5 Aanvraag De omgevingsvergunning moet worden aangevraagd via het omgevingsloket: www.omgevingsloket.nl. In het geval waarbij vanwege zwaarwegend maatschappelijk belang ontheffing aangevraagd wordt voor een monumentale boom en in het geval van bouw of aanleg van werken nabij te behouden beschermde houtopstanden kan gevraagd worden om een bomeneffectanalyse (BEA). Deze analyse is opgesteld door een onafhankelijke en gecertificeerde boomdeskundige. In het geval waarbij er ter voorkoming van letsel of schade ontheffing aangevraagd wordt voor een beschermde houtopstand kan gevraagd worden om een oordeel van onafhankelijke en gecertificeerde boomdeskundige, indien er onduidelijkheid bestaat over het daadwerkelijke risico. Artikel 6 Verlenings,- weigerings,- en opschortingsgronden In beginsel wordt geen ontheffing verleend voor beschermde houtopstanden. Een ontheffing voor beschermde houtopstanden wordt slechts verleend indien: er sprake is van een maatschappelijk belang dat zwaar opweegt tegen duurzaam behoud van de beschermde houtopstand en; alternatieven uitputtend zijn onderzocht of naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade. Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor houtopstanden in gemeentelijk eigendom wordt een afweging gemaakt tussen het belang van de houtopstand en het verwijderingsbelang. Is het belang van de houtopstand groter dan het verwijderingsbelang, dan zal de vergunning worden geweigerd. Omgekeerd, wanneer het verwijderingsbelang juist groter is, zal de vergunning worden verleend. Een vergunning voor houtopstand in gemeentelijk eigendom wordt geweigerd indien het belang van verlening niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud van houtopstand: a. natuur- en milieuwaarden; b. landschappelijke waarden; c. cultuurhistorische waarden; d. beeldbepalendheid; e. waarden van stads- en dorpsschoon; f. waarden voor recreatie en leefbaarheid. Vergunningverlening is bovendien mogelijk in de situatie als bedoeld in artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht; wanneer toepassing van de voorgenoemde regels voor een of meer belanghebbenden gevolgen zouden hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verband met het belang dat door deze verordening gediend wordt. De Burgemeester kan verordonneren tot direct vellen, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang. Artikel 7 Bijzondere vergunningsvoorschriften Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant. In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald binnen welke termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden vervangen. Indien niet ter plaatse kan worden herplant, kan aan de omgevingsvergunning het voorschrift worden verbonden dat een geldelijke bijdrage gelijk aan de boomwaarde gestort dient te worden in de gemeentelijke bestemmingsreserve bomen. Tot aan de omgevingsvergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het voorschrift behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan indien wordt voldaan aan een of meer van de onderstaande bij de omgevingsvergunning aan te geven voorwaarden: a. andere vergunningen zijn verleend; of b. andere ruimtelijke ordeningsprocedures zijn doorlopen; of c. de vergunningen of procedures bedoeld onder a. of. b. van dit lid onherroepelijk zijn geworden; of d. de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende is gewaarborgd. Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kunnen aanwijzingen behoren ter bescherming van nabijgelegen beschermde houtopstand. Artikel 8 Herplant-/instandhoudingsplicht Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is, zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn. Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan wordt daarbij tevens bepaald binnen welke termijn na herplant en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Indien uitvoering van een herplant niet mogelijk is of naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand wordt door de zakelijk gerechtigde van de grond waarop de houtopstand zich bevond een bedrag gelijk aan de boomwaarde in de bestemmingsreserve bomen gestort. Bestemmingsreserve bomen. Hierin worden financiële herplantverplichtingen, schadevergoedingen en boetes gestort. De bedragen gestort in deze reserve mogen slechts worden gebruikt ten behoeve van herplant of onderhoud van houtopstanden ten genoegen van de vergunningverlener. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze verordening van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden bedreigd, kan het college aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om: a. overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; b. een bomeneffect analyse op te stellen en aan te bieden. Artikel 9 Schadevergoeding Het college beslist op een verzoek om schadevergoeding bij weigering van een omgevingsvergunning tot vellen op grond van artikel 17, juncto artikel 13 vierde lid, van de Boswet. Artikel 10 Afstand van de erfgrenslijn De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek wordt vastgesteld op 0,5 meter voor bomen en op nihil voor heesters en heggen in privaat eigendom en nihil voor bomen, heesters en heggen in eigendom van de gemeente. Artikel 11 Bestrijding van boomziekten Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het oordeel van het college gevaar opleveren van verspreiding van een boomziekte of voor vermeerdering van ziekteverspreiders zoals insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het college is aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen termijn: a. de boom te vellen; b. conform richtlijnen van de gemeente de gevelde boom direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de boomziekte wordt voorkomen. Het is verboden gevelde bomen als bedoeld in het eerste lid of delen daarvan voorhanden of in voorraad te hebben of te vervoeren; Het niet voldoen aan de in het eerste lid bedoelde aanschrijving biedt een basis voor de toepassing van bestuursdwang, waarbij de noodzakelijke werkzaamheden, voor risico en voor rekening van aangeschrevenen, door of namens de gemeente kunnen worden verricht. Artikel 12 Bescherming publieke houtopstand Het is verboden om houtopstanden, die in gemeentelijk eigendom zijn: a. te beschadigen, te bekladden of te beplakken; b. daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door of namens het college opgedragen boomverzorgende taken. Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke houtopstand aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van het college. Artikel 13 Opsporing Met de opsporing van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten zijn behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van strafvordering, belast de daartoe door het bevoegd gezag aan te wijzen personen. Artikel 14 Overgangsrecht De vergunningaanvragen, die zijn ingediend voor de in artikel 16 genoemde datum van inwerkingtreding, vallen onder de verordening die van kracht was voorafgaande aan deze verordening, zijde de Bomenverordening
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.