:34a Begripsbepaling In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt onder paracommercieel rechtspersoon verstaan: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen Een paracommercieel rechtspersoon kan maximaal 12 bijeenkomsten per jaar organiseren van persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Artikel 2:29 eerste lid is overeenkomstig van toepassing. Artikel 2:29 tweede lid is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde bijeenkomsten. Een paracommercieel rechtspersoon doet ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan de bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid hiervan melding aan de burgemeester. De burgemeester kan een paracommercieel rechtspersoon verbieden een bijeenkomst te organiseren als bedoeld in het eerste lid of aanvullende voorschriften stellen indien naar zijn oordeel: dit in het belang is van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, dan wel het woon- en leefklimaat; de bepalingen van het eerste tot en met het vierde lid worden overtreden; bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid bedrijfsmatig worden georganiseerd; artikel 20, eerste of twee lid van de Drank- en Horecawet is overtreden. Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven 1.Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting die in de hoofdzaak in het gebruik is door of zich richt op: een jeugdorganisatie of –instelling; een sportorganisatie of –instelling; het verstrekken van geringe voedingsmiddelen; onderwijs; Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken: op een kampeer- of caravanterrein; in een bioscoop. De burgemeester kan op schriftelijk verzoek ontheffing verlenen van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. U Aan de artikelsgewijze toelichting wordt in hoofdstuk 2, na afdeling 8, een nieuwe paragraaf ingevoegd die luidt als volgt: Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen De Drank- en Horecawet die per 1 januari 2013 is gewijzigd, verplicht gemeenten bij verordening regels te stellen ter voorkoming van oneerlijke mededinging, waaraan paracommerciële rechtspersonen (dorpshuizen, studentenverenigingen, sportverenigingen, schouwburgen, speeltuinverenigingen etc. die in eigen beheer horeca-faciliteiten exploiteren zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Het gaat om 1) alcoholhoudende drank 2) die anders dan om niet 3) verstrekt wordt door de paracommerciële rechtspersoon. Door het aantal bijeenkomsten per kalenderjaar te beperken tot een maximum van 12, blijven de activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard het hoofddoel van de rechtspersoon. Het ‘high trust, high penalty’ principe dat in de Horecanota 2012-2016 is geïntroduceerd geldt hierbij als uitgangspunt. Eerste en tweede lid Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op: bijeenkomsten die geen direct verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling, zoals bruiloften, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsuitjes, koffietafels en dergelijke. Voor zover die bijeenkomsten direct verband houden met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van de vereniging, een borrel na het behalen van een kampioenschap, etc. vallen deze niet onder het bereik van deze bepaling. Met bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, kan worden gedacht aan het verhuren van de ruimte van de rechtspersoon aan een externe/ derde partij om bijvoorbeeld een bijeenkomst te (laten) organiseren voor al dan niet leden van de vereniging of niet-betrokkenen bij de stichting. Een voorbeeld hiervan is het organiseren van een bijeenkomst van een politieke partij. Het bedrijfsmatig organiseren van commerciële feesten gericht op derden waarbij alcoholhoudende drank wordt verstrekt, valt niet onder de hierboven beschreven bijeenkomsten en is niet toegestaan. Van het bedrijfsmatig organiseren van een feest is sprake indien er reclame voor het feest wordt gemaakt of als er een kaartverkoop is of anderszins entreegelden worden gerekend. Derde lid Het is niet toegestaan om in combinatie met bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid een verlaatje te krassen om oneerlijke mededinging en overlast tegen te gaan. Vierde lid Door middel van een melding is de toezichthouder op de hoogte van het feit dat alcoholhoudende drank wordt verstrekt tijdens een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid. De toezichthouder kan in overleg met de paracommerciële rechtspersoon adviseren om extra maatregelen te treffen, bijvoorbeeld ten aanzien van de inzet van beveiliging. Daarnaast kan door middel van de melding worden nagegaan of en hoeveel bijeenkomsten er in een jaar hebben plaatsgevonden. Wat betreft de termijn en gelet op de wenselijke lastenverlichting is aansluiting gezocht bij de termijn die ook wordt gehanteerd bij kennisgevingsevenementen. Overtredingen zijn strafbaar als overtredingen op grond van artikel 2, vierde lid, juncto artikel 1, onder 4º, van de Wet op de economische delicten. De desbetreffende artikelen zijn daarom niet in de opsomming van overtredingen in hoofdstuk 6 van de APV Rotterdam 2012 opgenomen. In artikel 44 van de Drank- en Horecawet is voorts bepaald dat de minister en de burgemeester bestuursdwang kunnen toepassen ter handhaving van de verplichting om een toezichthouder alle medewerking te verlenen bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden ex artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Vijfde lid Paracommerciële rechtspersonen krijgen aan de voorkant ruimte om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid. Hier tegenover staat dat indien zich incidenten voordoen tijdens deze bijeenkomsten of de paracommerciële rechtspersoon zich niet aan de in dit artikel gestelde regels houden de burgemeester passende maatregelen kan nemen. Dit sluit aan bij het principe uit de horecanota: high trust, high penalty. Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven De genoemde inrichtingen worden niet primair bezocht om alcohol te nuttigen. Het doel van dit artikel is om tegen te gaan dat jeugdige bezoekers ongewild in aanraking komen met sterke drank in een niet-reguliere horeca-inrichting. Onder het eerste lid, onder c, bedoelde categorie vallen inrichtingen als lunchrooms en cafetaria's die over een Drank- en Horecawetvergunning beschikken. Een ontheffing kan bijvoorbeeld worden verleend indien wordt aangetoond dat gedurende een bepaalde tijdsruimte niet of nauwelijks sprake is van jeugdige bezoekers. In artikel 44 van de Drank- en Horecawet is voorts bepaald dat de minister en de burgemeester bestuursdwang kunnen toepassen ter handhaving van de verplichting om een toezichthouder alle medewerking te verlenen bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden ex artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. V In de inhoudsopgave wordt na artikel 2:33 opgenomen: Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
:34a Begripsbepaling Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven W De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd: a. In de inhoudsopgave wordt na artikel 2:33 opgenomen: Artikel 2:34[gereserveerd] b. In de inhoudsopgave wordt na artikel 2:52 opgenomen: Artikel 2:53 Bespieden en heimelijk fotograferen/filmen van personen c. In de inhoudsopgave wordt de zinsnede ‘artikel 2:59 gevaarlijke honden’ vervangen door: artikel 2:59 Gevaarlijke en hinderlijke honden X Artikel 2:34 komt te luiden: Artikel 2:34 [gereserveerd] Y Artikel 6:1, eerste lid, onder c komt te luiden: ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en onderdeel c, van de Politiewet 2012; Z In de toelichting van de artikelen 2:1 en 6:1 wordt “artikel 2 Politiewet” vervangen door: artikel 3 Politiewet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.