← Nederland

Derde wijziging van de APV Rotterdam 2012 (Rotterdam)

lege van burgemeester en wethouders van 11 juni 2013, [1194565]; raadsstuk 13GR1466; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012 moet w

Artikel 2

:34a Begripsbepaling In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt onder paracommercieel rechtspersoon verstaan: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf. Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen Een paracommercieel rechtspersoon kan maximaal 12 bijeenkomsten per jaar organiseren van persoonlijke aard of bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Artikel 2:29 eerste lid is overeenkomstig van toepassing. Artikel 2:29 tweede lid is niet van toepassing op de in het eerste lid bedoelde bijeenkomsten. Een paracommercieel rechtspersoon doet ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan de bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid hiervan melding aan de burgemeester. De burgemeester kan een paracommercieel rechtspersoon verbieden een bijeenkomst te organiseren als bedoeld in het eerste lid of aanvullende voorschriften stellen indien naar zijn oordeel: dit in het belang is van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, dan wel het woon- en leefklimaat; de bepalingen van het eerste tot en met het vierde lid worden overtreden; bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid bedrijfsmatig worden georganiseerd; artikel 20, eerste of twee lid van de Drank- en Horecawet is overtreden. Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven 1.Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken in een inrichting die in de hoofdzaak in het gebruik is door of zich richt op: een jeugdorganisatie of –instelling; een sportorganisatie of –instelling; het verstrekken van geringe voedingsmiddelen; onderwijs; Het is verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet sterke drank te verstrekken: op een kampeer- of caravanterrein; in een bioscoop. De burgemeester kan op schriftelijk verzoek ontheffing verlenen van het in het eerste en tweede lid gestelde verbod. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. U Aan de artikelsgewijze toelichting wordt in hoofdstuk 2, na afdeling 8, een nieuwe paragraaf ingevoegd die luidt als volgt: Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als

Artikel 2

:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen De Drank- en Horecawet die per 1 januari 2013 is gewijzigd, verplicht gemeenten bij verordening regels te stellen ter voorkoming van oneerlijke mededinging, waaraan paracommerciële rechtspersonen (dorpshuizen, studentenverenigingen, sportverenigingen, schouwburgen, speeltuinverenigingen etc. die in eigen beheer horeca-faciliteiten exploiteren zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. Het gaat om 1) alcoholhoudende drank 2) die anders dan om niet 3) verstrekt wordt door de paracommerciële rechtspersoon. Door het aantal bijeenkomsten per kalenderjaar te beperken tot een maximum van 12, blijven de activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard het hoofddoel van de rechtspersoon. Het ‘high trust, high penalty’ principe dat in de Horecanota 2012-2016 is geïntroduceerd geldt hierbij als uitgangspunt. Eerste en tweede lid Met bijeenkomsten van persoonlijke aard wordt gedoeld op: bijeenkomsten die geen direct verband houden met de activiteiten van de desbetreffende paracommerciële instelling, zoals bruiloften, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsuitjes, koffietafels en dergelijke. Voor zover die bijeenkomsten direct verband houden met de activiteiten van de rechtspersoon, zoals het afscheid van de voorzitter van de vereniging, een borrel na het behalen van een kampioenschap, etc. vallen deze niet onder het bereik van deze bepaling. Met bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn, kan worden gedacht aan het verhuren van de ruimte van de rechtspersoon aan een externe/ derde partij om bijvoorbeeld een bijeenkomst te (laten) organiseren voor al dan niet leden van de vereniging of niet-betrokkenen bij de stichting. Een voorbeeld hiervan is het organiseren van een bijeenkomst van een politieke partij. Het bedrijfsmatig organiseren van commerciële feesten gericht op derden waarbij alcoholhoudende drank wordt verstrekt, valt niet onder de hierboven beschreven bijeenkomsten en is niet toegestaan. Van het bedrijfsmatig organiseren van een feest is sprake indien er reclame voor het feest wordt gemaakt of als er een kaartverkoop is of anderszins entreegelden worden gerekend. Derde lid Het is niet toegestaan om in combinatie met bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid een verlaatje te krassen om oneerlijke mededinging en overlast tegen te gaan. Vierde lid Door middel van een melding is de toezichthouder op de hoogte van het feit dat alcoholhoudende drank wordt verstrekt tijdens een bijeenkomst als bedoeld in het tweede lid. De toezichthouder kan in overleg met de paracommerciële rechtspersoon adviseren om extra maatregelen te treffen, bijvoorbeeld ten aanzien van de inzet van beveiliging. Daarnaast kan door middel van de melding worden nagegaan of en hoeveel bijeenkomsten er in een jaar hebben plaatsgevonden. Wat betreft de termijn en gelet op de wenselijke lastenverlichting is aansluiting gezocht bij de termijn die ook wordt gehanteerd bij kennisgevingsevenementen. Overtredingen zijn strafbaar als overtredingen op grond van artikel 2, vierde lid, juncto artikel 1, onder 4º, van de Wet op de economische delicten. De desbetreffende artikelen zijn daarom niet in de opsomming van overtredingen in hoofdstuk 6 van de APV Rotterdam 2012 opgenomen. In artikel 44 van de Drank- en Horecawet is voorts bepaald dat de minister en de burgemeester bestuursdwang kunnen toepassen ter handhaving van de verplichting om een toezichthouder alle medewerking te verlenen bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden ex artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Vijfde lid Paracommerciële rechtspersonen krijgen aan de voorkant ruimte om alcoholhoudende drank te verstrekken tijdens bijeenkomsten als bedoeld in het eerste lid. Hier tegenover staat dat indien zich incidenten voordoen tijdens deze bijeenkomsten of de paracommerciële rechtspersoon zich niet aan de in dit artikel gestelde regels houden de burgemeester passende maatregelen kan nemen. Dit sluit aan bij het principe uit de horecanota: high trust, high penalty. Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven De genoemde inrichtingen worden niet primair bezocht om alcohol te nuttigen. Het doel van dit artikel is om tegen te gaan dat jeugdige bezoekers ongewild in aanraking komen met sterke drank in een niet-reguliere horeca-inrichting. Onder het eerste lid, onder c, bedoelde categorie vallen inrichtingen als lunchrooms en cafetaria's die over een Drank- en Horecawetvergunning beschikken. Een ontheffing kan bijvoorbeeld worden verleend indien wordt aangetoond dat gedurende een bepaalde tijdsruimte niet of nauwelijks sprake is van jeugdige bezoekers. In artikel 44 van de Drank- en Horecawet is voorts bepaald dat de minister en de burgemeester bestuursdwang kunnen toepassen ter handhaving van de verplichting om een toezichthouder alle medewerking te verlenen bij het uitoefenen van zijn bevoegdheden ex artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. V In de inhoudsopgave wordt na artikel 2:33 opgenomen: Afdeling 8A. Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als

Artikel 2

:34a Begripsbepaling Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen Artikel 2:34c Beperkingen voor horecabedrijven en slijtersbedrijven W De inhoudsopgave wordt als volgt gewijzigd: a. In de inhoudsopgave wordt na artikel 2:33 opgenomen: Artikel 2:34[gereserveerd] b. In de inhoudsopgave wordt na artikel 2:52 opgenomen: Artikel 2:53 Bespieden en heimelijk fotograferen/filmen van personen c. In de inhoudsopgave wordt de zinsnede ‘artikel 2:59 gevaarlijke honden’ vervangen door: artikel 2:59 Gevaarlijke en hinderlijke honden X Artikel 2:34 komt te luiden: Artikel 2:34 [gereserveerd] Y Artikel 6:1, eerste lid, onder c komt te luiden: ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a en onderdeel c, van de Politiewet 2012; Z In de toelichting van de artikelen 2:1 en 6:1 wordt “artikel 2 Politiewet” vervangen door: artikel 3 Politiewet

  1. AA In de toelichting van artikel 2:30b wordt de volgende alinea verwijderd: De belangen, genoemd in artikel 2:30b, tweede lid, zijn aanvullend ten opzichte van voorschrift 4.1.4, aanhef en onder c, van de bijlage onder B van het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer, waarin met zoveel woorden is bepaald dat het bevoegd gezag - in relatie met milieuhinder - een nadere eis kan stellen ten aanzien van de situering van een terras. Deze bepaling geldt dus in zijn algemeenheid voor alle terrassen. Bij de vergunningverlening zal de burgemeester hiermee uitdrukkelijk rekening moeten houden. BB Artikel 2:14 wordt als volgt gewijzigd: A. Onder vernummering van het derde lid tot het vierde lid, wordt een nieuw derde lid toegevoegd dat luidt als volgt: Het is verboden zich in door het college aangewezen gebieden met een winkelwagentje op of aan de weg te bevinden op een afstand van meer dan 100 meter van het bedrijf dat het winkelwagentje ter beschikking heeft gesteld of indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum op een afstand van meer dan 100 meter van het winkelcentrum. B.Aan de artikelsgewijze toelichting van artikel 2:14 wordt na de zinsnede ‘aan die weg of dat weggedeelte aansluitende parkeerplaats’ een alinea toegevoegd die luidt als volgt: Volgens artikel 2:14, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening kan het college gebieden aanwijzen waar het aan het winkelend publiek verboden is om een winkelwagen mee te nemen verder dan 100 meter vanaf de winkel of het winkelcentrum. De klant moet de winkelwagen na gebruik weer inleveren bij de winkel of bij een winkelwagenpunt. Klanten die het winkelwagentje in de aangewezen gebieden buiten een straal van 100 meter rond de winkel of het winkelcentrum meenemen, riskeren een boete. CC Artikel 2:58 wordt als volgt gewijzigd: A. Aan artikel 2:58 worden een vijfde en zesde lid toegevoegd welke als volgt komen te luiden:
  2. degene die zich met een hond op of aan de weg bevindt, is verplicht in door het college aangewezen gebieden een doeltreffend hulpmiddel bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van de uitwerpselen van de hond. De eigenaar of houder van de hond is verplicht dit hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar te laten zien. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.
  3. Het college kan ontheffing verlenen van de in het vijfde lid gestelde verplichting. B. Aan de artikelsgewijze toelichting van artikel 2:58 wordt een passage toegevoegd die luidt als volgt: De eigenaar of houder van een hond is in aangewezen gebieden verplicht om daartoe geëigende middelen bij zich te dragen voor het opruimen van de uitwerpselen van zijn of haar hond. Dit betekent dus in de praktijk dat zodra de eigenaar of houder van een hond de openbare weg betreedt hij deze opruimmiddelen bij zich dient te hebben. De verplichting geldt zowel aan het beging als aan het einde van de uitlaatronde en ook op een hondenuitlaatplaats. Doeltreffende middelen zijn onder andere een speciaal hondenpoepzakje, een plastic of papieren zakje, een schepje danwel andere daartoe specifiek geschikte opruimmiddelen. Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 juli
  4. Dit besluit wordt aangehaald als: Derde wijziging van de APV Rotterdam
  5. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 juni
  6. De griffier, De voorzitter, J.G.A. Paans L.C. Bruijn, plv. Dit gemeenteblad is uitgegeven op 27 juni 2013 en ligt op werkdagen van 8.30 tot 16.00 uur ter inzage bij het Kenniscentrum Bestuursdienst Rotterdam (KBR), locatie Stadswinkel Centrum, Coolsingel 40 (zijde Doelwater, tegenover hoofdbureau politie) (Zie ook: www.bds.rotterdam.nl – Gemeentebladen)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.