← Nederland

Mandaatbesluit Súdwest Fryslân (Súdwest-Fryslân)

Mandaatbesluit Súdwest FryslânMANDAATBESLUIT SÚDWEST FRYSLÂN Burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Súdwest Fryslân, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft; gelet op de Gemeentewet en afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht b e s l u i t e n : vast te stellen het navolgende Mandaatbesluit Súdwest Fryslân Artikel1Definities In dit besluit wordt verstaan onder: a. de gemeentesecretaris/algemeen directeur: de ambtenaar als bedoeld in artikel 100 van de Gemeentewet, tevens algemeen directeur van de gemeente. b. afdelingsmanagers: de managers van de afdelingen bedrijfsvoering, concernstaf, dorpen en steden, ontwikkeling, publiek, backoffice en realisatie, alsmede de brandweercommandant. c. mandaat: de bevoegdheid om namens het college of de burgemeester besluiten te nemen, als bedoeld in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht. d. volmacht: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten, als bedoeld in artikel 160 Gemeentewet. e. machtiging: de bevoegdheid om namens het bevoegde bestuursorgaan handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn. Artikel2Mandaat gemeentesecretaris 1 Aan de gemeentesecretaris wordt mandaat verleend ten aanzien van de tot het college en de burgemeester behorende aangelegenheden. 2 De gemeentesecretaris is bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hem ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en bekendgemaakt, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid gaat. 3 De in bijlage 1 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan het college of burgemeester. 4 Het college respectievelijk de burgemeester kan instructies geven over de wijze waarop de gemandateerde bevoegdheden worden uitgeoefend. Artikel3Mandaat afdelingsmanagers 1 De aan de gemeentesecretaris gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan de afdelingsmanagers 2 De afdelingsmanagers maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van de desbetreffende afdeling. 3 Aan de gemeentesecretaris blijven voorbehouden de bevoegdheden die bij of krachtens de wet aan zijn functie zijn toegekend. 4 In afwijking van het gestelde in het eerste lid worden de in bijlage 2 opgenomen bevoegdheden slechts aan de daarbij genoemde functionarissen gemandateerd. 5 De in bijlage 3 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de gemeentesecretaris. 6 De afdelingsmanagers zijn bevoegd om mandaten die bij dit besluit aan onder hen ressorterende functionarissen zijn verleend, geheel of gedeeltelijk en al dan niet tijdelijk, in te trekken. Een dergelijk besluit wordt schriftelijk vastgelegd en bekendgemaakt, tenzij het om een concrete, individuele en eenmalige aangelegenheid gaat. Artikel4Mandaat teammanagers 1 De aan de afdelingsmanagers, met uitzondering van de brandweercommandant, gemandateerde bevoegdheden worden gemandateerd aan de teammanagers. 2 De in het eerste lid genoemde functionarissen maken van het aan hen verleende mandaat slechts gebruik ten aanzien van aangelegenheden die behoren tot het werkterrein van hun team. 3 De in bijlage 4 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de afdelingsmanager. 4 De in bijlage 5 genoemde bevoegdheden blijven voorbehouden aan de teammanager. Artikel5Ondermandaat 1 De teammanagers alsmede de brandweercommandant en de manager van de concernstaf zijn bevoegd de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat te verlenen, nadat dit is voorgelegd aan het managementteam. Op ondermandaat zijn de bepalingen van dit besluit van overeenkomstige toepassing. 2 De in artikel 3, lid 4 bedoelde functionarissen zijn bevoegd de onder hen ressorterende medewerkers ondermandaat te verlenen voor wat betreft de in bijlage 2 onder Publiekrecht punt 1 en Overige privaatrechterlijke handelingen punt 1 genoemde bevoegdheden. 3 Het verlenen van ondermandaat geschiedt schriftelijk en wordt in bijlage 7 aan dit mandaatbesluit gevoegd. Artikel6Algemene uitzonderingen van mandaat 1 Geen mandaat wordt verleend indien artikel 10:3 Awb van toepassing is. 2 Het vermelde in dit mandaatbesluit laat hetgeen in de Budgethoudersregeling staat onverlet. Artikel7Terugkoppeling De mandaathouder draagt er zorg voor dat er terugkoppeling aan het bestuursorgaan / portefeuillehouder plaatsvindt voordat een besluit wordt genomen, indien: a. het een aangelegenheid betreft waarover door de raad in een eerder stadium vragen aan het college of de burgemeester zijn gesteld; b. het bestuursorgaan, dan wel de portefeuillehouder dit heeft kenbaar gemaakt; c. het besluit ingrijpende financiële consequenties heeft, zoals budgetoverschrijding of het aangaan van meerjarige verplichtingen; d. bij een besluit meerdere afdelingen zijn betrokken, wier standpunt niet gelijkluidend is; e. het besluit of (rechts)handeling als politiek, bestuurlijk of anderszins gevoelig wordt aangemerkt; f. de aangelegenheid tot kritische berichtgeving in de media heeft geleid dan wel in verband met de aard van de aangelegenheid redelijkerwijs moet worden aangenomen dat dit zal gebeuren. Artikel8Ondertekening 1 De bevoegdheid om in mandaat beslissingen te nemen impliceert de bevoegdheid tot ondertekening namens het bestuursorgaan, tenzij dit anders is geregeld. 2 Het college van burgemeester en wethouders van Súdwest Fryslân Namens deze, gevolgd door functieaanduiding, ondertekening en naam c.q. De burgemeester van Súdwest Fryslân Namens deze, gevolgd door functieaanduiding, ondertekening en naam Artikel9Vervanging mandaathouder 1 Bij afwezigheid van een afdelingsmanager kan een manager van een andere afdeling deze vervangen. 2 Bij afwezigheid van de brandweercommandant kan deze worden vervangen door de plaatsvervangend brandweercommandant. 3 Bij afwezigheid van een teammanager kan een manager van een ander team deze horizontaal vervangen. 4 In de overige gevallen wordt de mandaathouder vervangen door de direct leidinggevende. Artikel10Volmacht en machtiging Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijkgesteld de verlening van volmacht en machtiging. Artikel11Mandaat aan externen Het verlenen van mandaat als bedoeld in artikel 10:4 Awb blijft voorbehouden aan het bevoegd bestuursorgaan. Deze verleende mandaten zijn opgenomen in bijlage 6 bij dit mandaatbesluit. Artikel12Wijzigingen 1 Wijzigingen in het (onder)mandaatbesluit dienen in overleg met de afdeling Juridische en Veiligheidszaken plaats te vinden. 2 De afdeling Juridische en Veiligheidszaken draagt zorg voor een actuele geconsolideerde versie van het (onder)mandaatbesluit. Artikel13Inwerkingtreding 1 Dit besluit treedt in werking op 1 april

  1. 2 Het ‘Mandaatbesluit Súdwest Fryslân 2011’ wordt ingetrokken. Artikel14Overgangsbepaling De vastgestelde ondermandaatbesluiten op grond van het ‘Mandaatbesluit Súdwest Fryslân 2011” worden geacht te zijn genomen op grond van het “Mandaatbesluit Súdwest Fryslân”. Artikel16Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als "Mandaatbesluit Súdwest Fryslân". Aldus vastgesteld in de vergadering van 13 maart 2012 Het College van Burgemeester en Wethouders de secretaris J. Krul de burgemeester drs. H.H. Apotheker Aldus vastgesteld op 13 maart 2012 De Burgemeester drs. H.H. Apotheker1 Aangelegenheden welke ingevolge artikel 2, derde lid van het Mandaatbesluit blijven voorbehouden aan het college respectievelijk de burgemeester Behorende bij besluit d.d. 13 maart 2012 A. Bestuurlijk-Juridische aangelegenheden Publiekrecht
  2. Het doen van voorstellen aan de raad.
  3. Het vaststellen van het organisatiebesluit.
  4. Het vaststellen van regels omtrent de ambtelijke organisatie
  5. Het nemen van besluiten op bezwaarschriften waarbij het advies van de bezwaarschriftencommissie niet opgevolgd wordt en geadviseerd wordt contrair te besluiten, tevens het nemen van besluiten op bezwaarschriften inzake personele aangelegenheden en inzake besluiten op bezwaarschriften waarbij het primaire besluit door het college respectievelijk de burgemeester is genomen (niet in mandaat)
  6. Het nemen van besluiten op schriftelijk ingediende klachten die in behandeling zijn genomen.
  7. Het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften en beleidsregels, voor zover deze niet door de raad worden vastgesteld.
  8. Het nemen van besluiten om bezwaar of (administratief) beroep aan te tekenen of een verzoek om (wijziging of opheffing van) een verzoek om voorlopige voorziening in te dienen namens de gemeente of het gemeentebestuur in administratiefrechtelijke procedures.
  9. Het nemen van besluiten waarbij wordt afgeweken van het beleid, wettelijke voorschriften en besluiten waarbij gebruik wordt gemaakt van een hardheidsclausule (m.u.v. bijlage 3 Personeelsaangelegenheden onder punt 16 en 19).
  10. Het nemen van besluiten over het verstrekken van subsidie waarbij wordt afgeweken van vastgesteld beleid voor een bedrag hoger dan € 500,00
  11. Het nemen van besluiten op verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, die betrekking hebben op een ramp als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s.
  12. Het nemen van besluiten over verzoeken om planschade of nadeelcompensatie voor een bedrag hoger dan € 25.000,00 en/of wanneer in afwijking van het advies van de wettelijke adviseur wordt geadviseerd.
  13. Het nemen van besluiten, indien ter voorbereiding van deze besluiten een uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb) is gevoerd en zienswijzen zijn ingebracht.
  14. Het nemen van besluiten ten aanzien van het ontzeggen van de toegang tot gebouwen die in eigendom of gebruik zijn bij de gemeente, voor zover de ontzegging geldt voor een langere periode dan 24 uur en met uitzondering van schoolgebouwen.
  15. Het nemen van beslissingen die zijn neergelegd in een document, gericht tot: a. de raad; b. de Koningin en andere leden van het Koninklijk Huis; c. de raad van ministers van het Koninkrijk, de ministerraad of een daaruit gevormde onderraad of commissie, ministers en staatssecretarissen; d. de voorzitter van de Eerste of Tweede Kamer der Staten-Generaal of van een uit die Kamer gevormde commissie; e. de vice-president van de Raad van State; f. de president van de Algemene Rekenkamer; g. de Nationale Ombudsman, voor zover het correspondentie betreft terzake van formele klachten; h. enig bestuursorgaan van een waterschap, provincie of Rijk.
  16. Het besluit tot oninbaar verklaren van vorderingen, met uitzondering van het oninbaar verklaren van belastingen, met dien verstande dat de portefeuillehouder Financiën het besluit tot oninbaar verklaren van vorderingen tot maximaal € 2.500,- kan nemen.
  17. Het besluit tot oninbaar verklaren van openstaande belastingaanslagen met dien verstande dat aan de portefeuillehouder Financiën het besluit tot oninbaar verklaren van openstaande belastingaanslagen tot een maximum van € 5.000- per aanslag kan nemen.
  18. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het nemen van een besluit op grond van de Wet tijdelijk huisverbod.
  19. Aan de burgemeester blijft voorbehouden het besluit inhoudende een last tot inbewaring stelling (psychiatrisch ziekenhuis) in het kader van de Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen. Privaatrecht Aanbestedingen
  20. Het nemen van besluiten om af te wijken van het vastgestelde aanbestedingsbeleid.
  21. Het nemen van gunningsbesluiten en het afsluiten van de daaruit voortvloeiende overeenkomsten voorzover het aanbestedingen betreft die onder de Europese richtlijn vallen. Contracten
  22. Het besluit tot het aangaan van PPS-constructies, convenanten, intentieverklaringen, en bestuursovereenkomsten.
  23. Het besluit tot het aangaan van overeenkomsten met een financiële waarde buiten de toegekende budgetten en vastgestelde kaders.
  24. Het besluit tot het aangaan van overeenkomsten indien: a. op grond van de Gemeentewet het college de raad vooraf over de overeenkomst moet informeren, omdat de raad daarom heeft verzocht; b. op grond van de Gemeentewet de raad in de gelegenheid moet worden gesteld zijn wensen en bedenkingen ten aanzien van de overeenkomst ter kennis van het college te brengen omdat deze ingrijpende gevolgen voor de gemeente kan hebben; c. de raad ter zake om informatie heeft gevraagd.
  25. Het afgeven van garanties.
  26. Het vaststellen van tarieven voor commerciële dienstverlening aan derden. Civiele procedures
  27. Het besluit tot het aangaan van een civiele procedure.
  28. Het besluit hoger beroep of cassatie aan te tekenen namens de gemeente of het gemeentebestuur in civiele procedures.
  29. Het nemen van besluiten t.a.v. alternatieve geschillenbeslechting, niet zijnde arbitrage of het voorleggen van geschillen aan scheidslieden voor zover afspraken daarover vooraf schriftelijk zijn vastgelegd. Overige privaatrechtelijke rechtshandelingen
  30. Het besluit tot de oprichting van of de deelneming in rechtspersonen.
  31. Het besluit tot aanvaarding of afwijzing van erfstellingen/legaten/schenkingen.
  32. Het aanvaarden van een aanbod tot sponsoring.
  33. Het aanvragen van surseance van betaling en faillissement.
  34. Het nemen van besluiten over verzoeken om schadevergoeding boven een bedrag ad € 50.000,- voor zover dergelijke verzoeken op grond van de verzekeringspolis niet aan de verzekeraar moeten worden overgedragen. Machtiging Het ondertekenen van overeenkomsten met een ander bestuursorgaan, waarbij de wederpartij wordt vertegenwoordigd door een bestuurder, met dien verstande dat in dat geval de burgemeester een machtiging kan verlenen aan een wethouder. Nieuwe Bijlage2 Nieuwe Bijlage3 Nieuwe Bijlage4 Nieuwe Bijlage5 Nieuwe Bijlage6

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.