Toeslagenverordening WWB gemeente Weesp 2013De raad van de gemeente Weesp; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 maart 2013; Gelet op artikel 147, eerste lid Gemeentewet, artikel 8, eerste lid, aanhef en onder c en artikel 30 van de Wet werk en bijstand; Overwegende dat de Toeslagenverordening Gemeente Weesp 2010 aanpassing behoeft; BESLUIT:
- de Toeslagenverordening gemeente Weesp 2013 vast te stellen;
- deze verordening acht dagen na publicatie in werking te laten treden, met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2012;
- de voorgaande verordening Toeslagenverordening Gemeente Weesp 2010 en artikel II van het Raadsbesluit tijdelijke regels Aanscherping Wet werk en bijstand van 13 februari 2012 met ingang van 1 januari 2012 te trekken;
- In afwijking van het tweede lid is deze verordening pas met ingang van 1 januari 2013 van toepassing op de belanghebbenden op wie op grond van artikel 78w van de wet de huishoudinkomenstoets nog tot uiterlijk 1 januari 2013 wordt toegepast. Tot 1 januari 2013 gelden voor hen de bepalingen uit de Toeslagenverordening Gemeente Weesp 2010 aangevuld met de wijzigingen krachtens het Raadsbesluit tijdelijke regels Aanscherping Wet werk en bijstand van 13 februari 2012;
- In afwijking van het tweede en derde lid geldt artikel 1 tweede lid onder d van deze verordening eerst vanaf 1 juli
- Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 april 2013 De raad voornoemd, mw. M. Walrave, B. Horseling, griffier voorzitter Artikel1Definities 1Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet; verzorgingsbehoevende: degene die vanwege ziekte of gebrek langdurig niet in staat is een eigen huishouding te voeren, omdat hij is aangewezen op intensieve zorg van anderen dan wel aanspraak kan maken op een plaats in een AWBZ-instelling, maar daarvan heeft afgezien of daarvoor nog op een wachtlijst staat; woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 van de wet. Artikel2Algemene Bepalingen De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn. Artikel3Toeslagen alleenstaande of alleenstaande ouder 1De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm, voor een alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft; 2De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm, voor een alleenstaande en alleenstaande ouder op wie het eerste lid niet van toepassing is; 3Geen toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet wordt verleend aan de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning meer dan één ander zijn hoofdverblijf heeft; 4Op grond van artikel 27 van de wet wordt geen toeslag verleend aan de alleenstaande of alleenstaande ouder, die een woonruimte bewoont waaraan voor belanghebbende geen kosten van huur of, bij een eigen woning, geen woonlasten verbonden zijn. 5Op grond van artikel 27 van de wet bedraagt de toeslag 10 procent van de gehuwdennorm, voor alleenstaande en alleenstaande ouder, indien geen woning bewoond wordt; 6Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als “een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft”: een kind zoals bedoeld in artikel 4 van de wet; verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd. 7Voor de toepassing van dit artikel wordt een gezin, dat zijn hoofdverblijf in de woning van de alleenstaande of alleenstaande ouder heeft, beschouwd als één ander. 8Geen toeslag wordt verleend indien belanghebbende niet heeft aangetoond dat hij geen bestaanskosten kan delen met een ander (art 53a lid 8) . Artikel4Schoolverlaters 1Aan de alleenstaande of alleenstaande ouder wordt gedurende maximaal 6 maanden een toeslag van maximaal 10 procent van de gehuwdennorm verleend, indien belanghebbende kan worden aangemerkt als schoolverlater als bedoeld in artikel 28 van de wet; 2Aan de alleenstaande of alleenstaande ouder als bedoeld in het eerste lid, wordt gedurende maximaal 6 maanden geen toeslag verleend, indien belanghebbende thuisinwonend is. Artikel5Alleenstaande van 21 jaar 1Op grond van artikel 29 van de wet, bedraagt de toeslag voor een alleenstaande van 21 jaar, in afwijking van artikel 3, maximaal 10 procent van de gehuwdennorm; 2Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van een belanghebbende op wie artikel 4 van toepassing is. Artikel6Verlagingen gehuwden 1De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent voor gehuwden die een woning delen met één ander; 2De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die een woning delen met twee of meer anderen; 3De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die een woonruimte bewonen waaraan voor belanghebbenden geen kosten van huur of, bij een eigen woning, geen woonlasten verbonden zijn. 4De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden indien geen woning bewoond wordt; 5Het zesde en zevende lid van artikel 3 zijn van overeenkomstige toepassing. 6De verlaging als bedoeld in art. 53a lid 8 van de WWB bedraagt 20% van de gehuwdennorm. Artikel7Toeslag ingeval niet rechthebbende partner 1Indien sprake is van gehuwden waarvan één partner geen recht op algemene bijstand heeft, wordt - behoudens bijzondere omstandigheden - geen toeslag verleend. Artikel9Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule 1In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. 2Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel10Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening Gemeente Weesp
- Artikel11Inwerkingtreding en Overgangsregeling 1Deze verordening treedt in werking acht dagen na publicatie en heeft een terugwerkende kracht tot en met 1 januari
- Bij de inwerkingtreding van deze verordening wordt de “Toeslagenverordening Gemeente Weesp 2010” ingetrokken en vervalt tevens "Raadsbesluit tijdelijke regels Aanscherping Wet werk en bijstand" zoals vastgesteld in de vergadering van 13 februari 2012 voor zover dat betrekking heeft op de onderhavige verordening. 2In afwijking van het eerste lid is deze verordening eerst vanaf 1 januari 2013 van toepassing op de belanghebbende op wie op grond van artikel 78w van de wet de huishoudinkomenstoets nog tot uiterlijk 1 januari 2013 wordt toegepast. Tot 1 januari 2013 gelden de bepalingen uit de "Toeslagenverordening Gemeente Weesp 2010” aangevuld met de wijzigingen krachtens het "Raadsbesluit tijdelijke regels Aanscherping Wet werk en bijstand" zoals vastgesteld in de vergadering van 21 december
- In afwijking van het eerste en tweede lid geldt artikel 1 tweede lid onder d eerst vanaf 1 juli
- Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 april 2013De raad voornoemd,mw. M. Walrave, B. Horseling,griffier voorzitter