Statuut urgentiebeoordelingscommissie Nieuwegeingelet op artikel 84, van de Gemeentewet; b e s l u i t : tot vaststelling van het statuut regelende de taak, samenstelling en werkwijze van de Urgentiebeoordelingscommissie (Statuut urgentiebeoordelingscommissie Nieuwegein). Artikel1 1.De urgentiebeoordelingscommissie adviseert burgemeester en wethouders over sociale urgenties als bedoeld in de Regionale Huisvestingsverordening Bestuur regio Utrecht ten behoeve van ingeschreven woningzoekenden. 2.De in lid 1 bedoeld advies volgt na beoordeling van de inhoud van de urgentierapportage en het daarbij behorende pré-advies. 3.Bij de advisering over urgenties wordt het standaard zoekprofiel flatwoning gehanteerd, tenzij er sprake is van een uitzonderlijk geval dat indiceert dat ook de woninggrootte als zoekprofiel van belang kan zijn. Artikel2 1.De commissie bestaat uit de volgende leden: a. een voorzitter; b. een maatschappelijk werkdeskundige; c. een volkshuisvestingsdeskundige; edisch deskundige.n m 2.De in lid 1 genoemde personen worden door burgemeester en wethouders geselecteerd en benoemd uit gegadigden die zich melden na openbare kennisgeving van één of meerdere vacatures. 3.De leden van de commissie zijn onafhankelijk van de gemeente Nieuwegein, van verhuurders van woningen en van Nieuwegeinse hulpverlenende instellingen en andere organisaties en instellingen die belang hebben bij de verdeling van woonruimte in Nieuwegein. 4.De leden van de commissie dienen, voor zover zij in de gemeente hun beroep uitoefenen, in verband met die beroepsuitoefening geen binding met woningzoekenden te hebben. Artikel3 De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan. Artikel4 Aan de commissie wordt een ambtelijk secretaris toegevoegd. Artikel5 Bij ziekte of afwezigheid van de ambtelijk secretaris wordt deze vervangen door een andere medewerker van de betreffende afdeling. Artikel6 1.De leden van de commissie worden, behoudens het bepaalde in de volgende leden van dit artikel, benoemd voor een periode van vier jaar. 2.De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. 3.In een tussentijdse vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. 4.Het commissielid, dat ter aanvulling van een anders dan door periodieke aftreding open gevallen plaats is benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats het is benoemd, zou moeten aftreden. 5.Leden van de commissie kunnen slechts eenmaal voor een periode vier jaar worden herbenoemd. 6.Een lid van de commissie dat voor het lidmaatschap bedankt blijft lid tot het tijdstip dat in de vacature wordt voorzien. 7.Indien een commissielid niet meer voldoet aan de vereisten genoemd in artikel 2, derde en vierde lid, wordt het als zodanig door burgemeester en wethouders ontslagen, met dien verstande dat lid 6 dan geen toepassing vindt. 8.Indien er, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, sprake is van bijzondere omstandigheden kan worden afgeweken van lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.