Gedragscode politieke ambtsdragers Bergen 2013 De raad van de gemeente Bergen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 januari 2013; gelet op het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet Artikel1Algemene bepalingen 1 Deze gedragscode geldt voor de politieke ambtsdragers van de gemeente Bergen zijnde: - de burgemeester; - de wethouders; - de leden van de gemeenteraad; - de leden van de raadscommissies voor zover deze geen raadslid zijn, tenzij uit de tekst van een gedragsregel anders blijkt. 2 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college als het om een lid van het college gaat, dan wel in het presidium als het een lid van de gemeenteraad of een lid van een raadscommissie betreft. 3 De code is openbaar en op toegankelijke wijze te raadplegen. 4 Politieke ambtsdragers ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. 5 Een politieke ambtsdrager is aanspreekbaar op naleving van deze code. Artikel2Belangenverstrengeling 1 Een politieke ambtsdrager doet opgave van zijn financiële belangen. 2 Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt de politieke ambtsdrager (de schijn van) bevoordeling in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen. 3 Een oud-politieke ambtsdrager wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente, waaraan hij verbonden was. 4 Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een politieke ambtsdrager over een onderwerp in het geding kan zijn, geeft hij bij de besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. 5 Een politieke ambtsdrager die familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente, onthoudt zich van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. 6 Een politieke ambtsdrager neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen geschenken, faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kunnen beïnvloeden. 7 Een politieke ambtsdrager vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie. 8 Een politieke ambtsdrager geeft ten behoeve van de openbaarmaking van zijn nevenfuncties en q.q.-nevenfuncties aan voor welke organisaties de functies worden verricht, wat het tijdsbeslag is en of de functies bezoldigd zijn. 9 Een politieke ambtsdrager behoudt geen inkomsten uit een q.q.-nevenfunctie (tenzij dat op grond van de wet geheel of gedeeltelijk is toegestaan). De inkomsten komen ten goede aan de kas van de gemeente. Artikel3Informatie 1 Een politieke ambtsdrager gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn ambt beschikt. Hij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke gegevens veilig worden opgeborgen en dat computerbestanden beveiligd zijn. 2 Een politieke ambtsdrager houdt geen informatie achter. 3 Een politieke ambtsdrager verstrekt geen informatie die vertrouwelijk of geheim is. 4 Een politieke ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten bate van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. 5 Een politieke ambtsdrager gaat verantwoord om met de e-mail- en internetfaciliteiten alsmede met de sociale media. Artikel4Geschenken, diensten en uitnodigingen 1 Een politieke ambtsdrager accepteert geen geschenken, faciliteiten of diensten indien zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. In onderhandelingssituaties weigert hij door betrokken relaties aangeboden geschenken of andere voordelen. 2 Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan 25 euro vertegenwoordigen worden gemeld en geregistreerd. 3 Geschenken en giften die een politieke ambtsdrager uit hoofde van zijn functie ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan 100 euro vertegenwoordigen zijn eigendom van de gemeente. Er wordt een gemeentelijke bestemming voor gezocht. Geschenken, giften en gunsten van minder dan 100 euro die per kalenderjaar van één buitenstaander worden ontvangen, kunnen worden behouden. 4 Geschenken en giften worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch is gebeurd meldt een politieke ambtsdrager dit in het college als het om een lid van het college gaat, dan wel in het presidium als het een lid van de gemeenteraad of een lid van de raadscommissie betreft. 5 Aanbiedingen voor privéwerkzaamheden of kortingen op privégoederen worden niet geaccepteerd. 6 Een politieke ambtsdrager maakt in het college als het om een lid van het college gaat, dan wel in het presidium als het een lid van de gemeenteraad of een lid van de raadscommissie betreft melding van uitnodigingen voor excursies en evenementen op kosten van derden. Artikel5Bestuurlijke uitgaven, onkostenvergoedingen, buitenlandse reizen en voorzieningen 1 Uitgaven worden uitsluitend vergoed als de hoogte en de functionaliteit ervan kunnen worden aangetoond. Een politieke ambtsdrager is terughoudend bij het in rekening brengen van uitgaven die zich op het grensvlak van privé en publiek bevinden. 2 Een politieke ambtsdrager declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. 3 Ingeval van twijfel over een declaratie of over het correct gebruik van een creditcard wordt dit aan het college gemeld. 4 Een politieke ambtsdrager die het voornemen heeft uit hoofde van zijn functie een buitenlandse reis te maken of is uitgenodigd voor een buitenlandse reis of werkbezoek op kosten van derden, heeft vooraf toestemming nodig van het college als het om een lid van het college gaat, dan wel van het presidium als het een lid van de gemeenteraad of een lid van de raadscommissie betreft. Het gemeentelijk belang van de reis is doorslaggevend voor de besluitvorming. Indien het toestemming aan de burgemeester of een wethouder betreft wordt de gemeenteraad van de besluitvorming in het college op de hoogte gesteld. 5 Een politieke ambtsdrager meldt het voornemen tot een buitenlandse reis of een uitnodiging daartoe in het college als het om een lid van het college gaat, dan wel in het presidium als het een lid van de gemeenteraad of een lid van de raadscommissie betreft en verschaft daarbij informatie over het doel van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 6 Het ten laste van de gemeente meereizen van de partner van de politieke ambtsdrager naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken. 7 Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming betrokken. 8 Het verlengen van een buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden is toegestaan, mits dit is betrokken bij de besluitvorming. De extra reis- en verblijfkosten komen volledig voor rekening van de politieke ambtsdrager. 9 Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privédoeleinden is niet toegestaan uitgezonderd de bij verordening geregelde voorzieningen. Artikel6Slotbepaling 1 De Gedragscode Bestuurders Gemeente Bergen 2007 wordt ingetrokken 2 De Gedragscode politieke ambtsdragers Bergen 2013 treedt in werking de dag na bekendmaking. Toelichting1Nieuwe Toelichting Leden van het dagelijks en algemeen bestuur stellen bij hun handelen de kwaliteit van het openbaar bestuur centraal. Integriteit van het openbaar bestuur is daarbij een belangrijke voorwaarde. De belangen van de gemeente Bergen en in het verlengde daarvan die van haar burgers, zijn het primaire richtsnoer. Integriteit van politieke ambtsdragers houdt in dat de verantwoordelijkheid, die met de functie samenhangt, wordt aanvaard. Dat betekent onder meer dat politieke ambtsdragers zich permanent ervan bewust moeten zijn dat zij voor de gemeenschap werken en besluiten nemen over de besteding van gemeenschapsgeld. Zij moeten bereid zijn om daarover verantwoording af te leggen. Verantwoording wordt intern afgelegd aan collega-bestuurders of de gemeenteraad, maar ook extern aan organisaties en burgers voor wie bestuurders en gekozen volksvertegenwoordigers hun functie vervullen. De volgende kernbegrippen zijn daarbij leidend en plaatst integriteit van politieke ambtsdragers in een breder perspectief. Dienstbaarheid Het handelen van een politieke ambtsdrager is gericht op het belang van de gemeente en op de organisaties en burgers die daarvan deel uitmaken. Functionaliteit Het handelen van een politieke ambtsdrager heeft een herkenbaar verband met de functie die hij in het bestuur vervult. Onafhankelijkheid Het handelen van een politieke ambtsdrager wordt gekenmerkt door onpartijdigheid, dat wil zeggen dat geen vermenging optreedt met oneigenlijke belangen en dat ook iedere schijn van een dergelijke vermenging wordt vermeden. Openheid Het handelen van een politieke ambtsdrager is transparant, opdat optimale verantwoording mogelijk is en de controlerende organen volledig inzicht hebben in het handelen van de politieke ambtsdrager en zijn beweegredenen daarbij. Betrouwbaarheid Op de politieke ambtsdrager moet men kunnen rekenen. Die houdt zich aan zijn afspraken. Kennis en informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt, wendt hij aan voor het doel waarvoor die zijn gegeven. Zorgvuldigheid Het handelen van een politiek ambtsdrager is erop gericht dat alle organisaties en burgers op gelijke wijze en met respect worden bejegend en dat belangen van partijen op correcte wijze worden afgewogen. Deze kernbegrippen zijn de toetssteen voor de geformuleerde gedragsafspraken. Gedragingen moeten aan deze kernbegrippen kunnen worden getoetst. Het doel van de gedragscode is om politieke ambtsdragers een houvast te bieden bij het bepalen van normen over de integriteit van het bestuur. Gedragscodes zijn voor gemeenten verplicht op grond van de Gemeentewet. De gedragscode bevat regels zowel voor het bestuursorgaan in zijn geheel als voor politieke ambtsdragers afzonderlijk. Onder politieke ambtsdragers worden verstaan: de burgemeester, de wethouders, de leden van de gemeenteraad en de leden van raadscommissies, die geen lid zijn van de raad. De gedragscode heeft vooral bestuurlijke en politieke relevantie. Politieke ambtsdragers zijn op de naleving van de gedragscode aanspreekbaar. Zij vervullen immers een voorbeeldfunctie voor de burgers en voor hun ambtenaren. De gedragscode bevat zowel normen over hoe in een bepaalde situatie te handelen als regels over procedures die moeten worden gevolgd. Er dient een duidelijke verdeling te zijn van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden, waarbij sprake is van wederzijdse controle en evenwicht (checks and balances). Integriteitsbeleid is meer dan regels en procedures. Integriteit is een grondhouding, een kwestie van mentaliteit, waaraan gewerkt moet worden. Belangrijk is de cultuur in een organisatie. Dit moet een cultuur van openheid zijn, waarin men elkaar durft aan te spreken op elkaars gedrag en handelen. De gedragscode politieke ambtsdragers Bergen 2013 is geënt op de model-gedragscode van de VNG. Toelichting per artikel Artikel 2 Belangenverstrengeling Het onafhankelijk handelen van een politieke ambtsdrager staat zowel in de eed of belofte als in een aantal wettelijke bepalingen. Ze moeten hun taken onbevooroordeeld en objectief vervullen. Als er sprake is van belangenverstrengeling is dit niet langer mogelijk. Van belangenverstrengeling is sprake als het publiek belang wordt vermengd met het persoonlijk belang van een politieke ambtsdrager of dat van derden, zoals familie of vrienden. Hierdoor is een zuiver besluiten of handelen in het publiek belang niet langer gewaarborgd. Niet alleen feitelijke belangenverstrengeling, maar ook de schijn ervan moet worden vermeden. Er geldt geen wettelijke verplichting voor commissieleden niet zijnde raadsleden om de eed/belofte als bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet af te leggen. Door ook commissieleden de eed af te laten leggen wordt tot uitdrukking gebracht dat zij volwaardig meedoen aan het politieke proces en deel uitmaken van een gemeentelijk adviesorgaan waar geheimhouding aan de orde kan zijn. Ook wordt hiermee uiting gegeven aan het integriteitsbeleid van het openbaar bestuur. De eedaflegging voor commissieleden wordt geregeld in de Verordening op de raadscommissies. Het risico van belangenverstrengeling kan bijvoorbeeld ontstaan als een politieke ambtsdrager een nevenfunctie vervult die raakvlakken heeft met de uitoefening van het politieke ambt. Het kan daarbij gaan om een bestuurslidmaatschap van een vereniging of een commissariaat bij een bedrijf dat met de gemeente zaken doet. Ook als het gaat om de uitoefening van een nevenfunctie waarin de politieke ambtsdrager qualitate qua (q.q.) is benoemd – bijvoorbeeld als commissaris van een overheidsbedrijf – kan het risico op belangenverstrengeling aanwezig zijn. Ook dan hoeven de belangen van de gemeente en die van de organisatie waarin de q.q.-functie wordt vervuld, niet parallel te lopen. Ook het hebben van bepaalde financiële belangen of het verrichten van bepaalde financiële transacties kan (de schijn van) belangenverstrengeling veroorzaken. Het kan daarbij gaan om: het bezit van effecten, koersgevoelige informatie, vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond en financiële deelnemingen in ondernemingen e.d.. Ook negatieve financiële belangen, zoals schulden uit hypothecaire vorderingen, kunnen in verband met mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn. Dergelijke financiële belangen kunnen bijvoorbeeld een rol gaan spelen bij besluiten over grondverkopen of het vaststellen van een bestemmingsplan. Bij belangenverstrengeling gaat het niet alleen om mogelijk persoonlijk voordeel voor de politieke ambtsdrager, maar de bevoordeling kan zich ook uitstrekken tot vrienden, familieleden, instellingen of bedrijven waarmee de politieke ambtsdrager als privé-persoon banden heeft. De bevoordeling kan naast het verlenen van overheidsgunsten ook bestaan uit het doorgeven van vertrouwelijke overheidsinformatie. Soms moet een politieke ambtsdrager stemmen over een onderwerp waar hij direct of indirect persoonlijk bij betrokken is. Het kan daarbij gaan om familierelaties, eigendommen, financiële belangen (aandelen), of een bestuurslidmaatschap van een gesubsidieerde instelling. In zo’n geval mag de politieke ambtsdrager niet aan de stemming deelnemen (artikel 28 Gemeentewet). De verantwoordelijkheid hiervoor ligt in eerste instantie bij de politieke ambtsdrager zelf. Hij moet zelf de afweging maken of het nodig is zich van stemming te onthouden. Wel is het verstandig dat als een mogelijk persoonlijk belang aan de orde is de politieke ambtsdrager dit in de discussie aangeeft. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat eveneens een bepaling over onafhankelijke besluit-vorming door het openbaar bestuur (artikel 2:4 Awb: het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid). Het bestuursorgaan moet ervoor waken dat personen die deel uitmaken van het bestuursorgaan of ervoor werken de besluitvorming beïnvloeden doordat zij een persoonlijk belang hebben bij het besluit. Dit artikel heeft niet alleen betrekking op de stemming maar het gehele proces van besluitvorming. Dit betekent dat zowel de politieke ambtsdrager als het gehele bestuursorgaan (burgemeester, college, raad) elk een eigen verantwoordelijkheid heeft. Zij moeten afwegen of de onafhankelijke besluitvorming (of de schijn daarvan) van de betrokken ambtsdrager in het geding is. Betrekkingen met het bedrijfsleven Het risico van belangenverstrengeling zal met name groot zijn in de zakelijke betrekkingen van de overheid met het bedrijfsleven, waarbij grote sommen geld omgaan. Ook tussen overheden onderling en in hun relatie met semi-overheidsinstellingen kunnen er grote belangen spelen. Besluiten over de aanbesteding van werken waar overheid en de particuliere markt elkaar ontmoeten en waar veelal grote bedragen mee gemoeid zijn verdienen bijzondere aandacht. In het kader van de integriteit gaat het om een kwetsbare activiteit, waarbij het vertrouwen in de overheid in hoge mate in het geding is. De gemeente beschikt over een aanbestedings- en inkoopbeleid waaraan besluiten – o.a. op integriteit – kunnen worden getoetst. Zo’n beleid zorgt voor transparantie en objectiviteit. Dit beleid wordt binnenkort geactualiseerd. Nevenfuncties Naast het politieke ambt hebben veel politieke ambtsdragers nevenfuncties, betaald of onbetaald. Ingeval van part-timers zijn nevenfuncties vaak een bron van inkomsten. Maatschappelijk, bestuurlijk en persoonlijk gezien zijn nevenfuncties positief te waarderen. Er zitten echter ook risico’s aan nevenfuncties: zij kunnen het onafhankelijk oordeel van de ambtsdrager in gevaar brengen, het aanzien van het ambt schaden en de ambtsdrager belemmeren optimaal te functioneren. Een goede functievervulling en handhaving van onpartijdigheid en onafhankelijkheid dienen bepalend te zijn bij de beslissing of een nevenfunctie wordt aanvaard. De beslissing om de nevenfunctie al dan niet te aanvaarden of aan te houden ligt bij de politieke ambtsdrager zelf, maar betrokkene zelf zal daarover openheid moeten betrachten en zich daarvoor moeten kunnen verantwoorden in de raad. Het risico van belangenverstrengeling hoeft niet altijd te betekenen dat de nevenfunctie moet worden opgegeven. Als sprake is van een incidenteel risico zou de betrokken ambtsdrager zich in dat geval buiten de concrete besluitvorming of de voorbereiding daarvan kunnen houden. Bij het aanvaarden van nevenfuncties zijn de volgende afwegingen van belang:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.