Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2002gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.7 december 2001; gelet op artikel 156, tweede lid, aanhef en onderdeel f, en artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; BESLUIT: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van staangeld 2002 (Verordening staangeld 2002). Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h, van de Woningwet; woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de Woningwet; huurovereenkomst: de overeenkomst tussen de huurder en de verhuurder van de standplaats c.a., waarin de huurbepalingen voor de standplaats zijn geregeld. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam 'staangeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor een woonwagen, daaronder begrepen de diensten die met de standplaats verband houden. Artikel3Belastingplicht Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven van degene die de standplaats heeft. Als degene die de standplaats heeft, wordt aangemerkt de hoofdbewoner van de woonwagen. Wie als hoofdbewoner wordt aangemerkt, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel4Vrijstellingen Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt niet geheven zolang voor de standplaats een huurovereenkomst geldt. Artikel5Belastingtarieven Het recht als bedoeld in artikel 2 wordt geheven naar het tarief, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingtijdvak Het belastingtijdvak loopt van 1 juli tot en met 30 juni. Artikel7Wijze van heffing Het recht wordt bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving geheven. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.Het recht als bedoeld in artikel 2 is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 vervalt, is het recht verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, dan wel de vrijstelling genoemd in artikel 4 van toepassing wordt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,50. 4.Belastingbedragen van minder dan € 4,50 worden niet geheven. Artikel9Termijnen van betaling 1.Het gevorderde bedrag moet worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er, met inbegrip van de maand van dagtekening van de kennisgeving, nog maanden in het belastingtijdvak overblijven. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld, en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval van dagtekening van de kennisgeving na het einde van het belastingtijdvak dat het gevorderde bedrag moet worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van de kennisgeving is vermeld. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel10Overdracht van bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel11Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van het staangeld. Artikel12Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 1.De 'Verordening staangeld 2000' van 20 december 1999
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.