Verordening ex artikel 212 Gemeentewet(Financiële verordening gemeente Terneuzen)De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 5 september 2006; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de navolgende verordening: Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Terneuzen. HoofdstukI.Inleidende bepalingen Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a.administratie het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie tenbehoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) deorganisatie van de gemeente Terneuzen en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b.administratieve organisatie het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorgingten behoeve van de verantwoordelijke leiding; c.financieel beheer het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Terneuzen; d.rechtmatigheid het in overeenstemming zijn met de begroting en de van toepassing zijnde wettelijkeregelingen, waaronder gemeentelijke verordeningen; e.doelmatigheid het realiseren van een beoogd resultaat met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, respectievelijk met een gegeven beschikbaarheid van middelen een zo groot mogelijk resultaat bereiken; f.doeltreffendheid de mate waarin de beoogde resultaten daadwerkelijk worden behaald. HoofdstukIIBegroting en verantwoording Artikel2.Programma-indeling 1.De raad stelt bij aanvang van een nieuwe raadsperiode een programma-indeling voor dekomende raadsperiode vast. 2.De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante indicatoren vast voorhet meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie vangoederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid. Artikel3.Planning- en controlcyclus Voor aanvang van een begrotingsjaar biedt het college de planning aan van de behandelingvan de documenten uit de planning- en controlcyclus. Het aangeboden overzicht bevat in elkgeval de data voor het aanbieden door het college en het behandelen door de raad van dejaarstukken, de perspectievennota, de tussentijdse rapportages en de begroting met de meerjarenraming. Artikel4.Kaders ontwerp-begroting Het college biedt jaarlijks aan de raad een perspectievennota aan waarin zijn opgenomen voorstellen voor het beleid en de financiële kaders van de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota vóór 15 juli vast. Artikel5.Inrichting begroting en jaarstukken 1.Bij de begroting wordt een overzicht gegeven waaruit blijkt uit welke beleidsthema s de respectievelijke programma s zijn opgebouwd en welke producten uit de productenraming bij elk van deze beleidsthema s hoort. 2.Onderdeel van de begroting vormt het investeringsprogramma voor het onderhavigebegrotingsjaar en de drie daarop volgende jaren. 3.Bij de jaarschijf van het onderhavige begrotingsjaar in het investeringsprogramma geefthet college per investering aan of dit al dan niet een vervangingsinvestering betreft. 4.In de jaarstukken legt het college verantwoording af over de uitvoering van de programma s. Hierbij wordt ook informatie verstrekt over de realisatie van investeringenen de besteding van daarvoor beschikbaar gestelde kredieten. Artikel6.Autorisatie begroting en investeringskredieten en begrotingswijzigingen 1.De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma en het overzicht algemene dekkingsmiddelen. 2.Met het vaststellen van de begroting wordt het college geautoriseerd tot het realiseren van de in het investeringsprogramma voor het onderhavige begrotingsjaar opgenomen investeringen. 3.De raad kan bepalen dat voor investeringen groter dan 300.000,00 de uitvoering nieteerder ter hand genomen mag worden dan nadat de raad hiertoe op basis van nadereinformatie een besluit heeft genomen. 4.Indien het college voorziet dat een geautoriseerd budget of investeringskrediet dreigt teworden overschreden, wordt dit door het college in de eerstvolgende raadsvergadering aande raad gemeld. Deze melding geschiedt in de vorm van een voorstel voor wijziging vanhet budget of het investeringskrediet of een voorstel voor bijstelling van het beleid. 5.Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijnopgenomen, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor. 6.Een voorstel tot autorisatie van een investeringskrediet kan achterwege blijven als deinvestering minder bedraagt dan 300.000,00 en als deze past binnen het beleid en het budget van het desbetreffende programma. 7.Het college kan zonder voorafgaande toestemming van de raad beschikken over de postonvoorzien zoals die is opgenomen in de programmabegroting van het lopende jaar onderde volgende voorwaarden: per individueel collegebesluit mag maximaal 25.000,00 ten laste van de post onvoorzien worden besteed; de beschikkingen in de loop van het jaar samen mogen als totaal het bij de oorspronkelijke begroting vastgestelde bedrag van de post onvoorzien zonder voorafgaande toestemming van de raad niet te boven gaan; c.beschikking over de post onvoorzien vindt uitsluitend plaats nadat en voor zoverzorgvuldig is vastgesteld dat binnen de vastgestelde raming van het begrotingsprogrammawaarop de desbetreffende lasten betrekking hebben hiervoor geen middelen beschikbaar zijn; d.de beschikking over onvoorzien mag uitsluitend betrekking hebben op uitgaven dieonuitstelbaar of onvermijdbaar zijn, dan wel moet aantoonbaar vaststaan dat het in het kader van een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de begroting wenselijk is deuitgave te verrichten; e.het college doet zonder voorafgaande toestemming van de raad ten laste van de postonvoorzien geen uitgaven waarvan bekend is of verondersteld mag worden dat daaromtrent belangrijke politieke gevoeligheid bestaat; f.via de tussentijdse rapportages en de jaarstukken legt het college verantwoording af aan de raad over de bestedingen ten laste van de post onvoorzien. Ten minste eenmaalper twee maanden wordt aan de raad een overzicht verstrekt waaruit blijkt welkelasten in het lopende begrotingsjaar ten laste van de post onvoorzien zijn gebracht enwat het resterende saldo van de post onvoorzien is. 8.Het college is gemachtigd om zonder voorafgaande toestemming van de raad tot eenbedrag van 50.000,00 te beschikken over bestemmingsreserves binnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders voor de desbetreffende reserve. Via de tussentijdse rapportages en de jaarverslaggeving legt het college aan de raad hierover verantwoordingaf. 9.Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma s zoals geautoriseerd inde (gewijzigde) begroting met niet meer dan 3% worden overschreden. Dit onder hetvoorbehoud dat elders binnen de begroting voor de overschrijding dekking kan wordengevonden. Artikel7.Tussentijdse rapportage 1.Het college informeert de raad door middel van minimaal twee tussentijdse rapportagesover de realisatie van de begroting. 2.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van debegroting. De rapportages gaan in op de uitwerking van het voorgenomen beleid. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan relevante ontwikkelingen vande financiële positie. 5.Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat deraad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college tebrengen, voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingeninzake: a.aankoop en verkoop van onroerende goederen waarvan de getaxeerde waarde in heteconomisch verkeer groter is dan 100.000,00, voorzover het niet betreft transactiesbinnen het kader van een door de raad vastgesteld grondexploitatieplan en transactiesbinnen de door de raad vastgestelde specifieke kaders bij de uitvoering van bijzondereprojecten; het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan 000,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.